§ flandrepo

Tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19 #314

Gemerged Peter Van RompuyWilfried VandaeleWillem-Frederik Schiltz cd&v, N-VA, Open Vld wijzigt geen gevolgde wet · 15 mei 2020 1 checks vragen aandacht
Amendementen
25 mei 2020 · 7 blz.
314/3 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: PAR ingediend op 20 mei 2020 (2019-2020) Amendementen op het voorstel van decreet van Peter Van Rompuy, Wilfried Vandaele en Willem-Frederik Schiltz tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19 Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet – Nr. 2: Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens AMENDEMENT Nr. 1 voorgesteld door Peter Van Rompuy, Wilfried Vandaele en Willem-Frederik Schiltz Artikel 3 In de inleidende bepaling van het eerste lid, op de vijfde regel, de woorden “een samenwerkingsverband van externe partners belasten met” vervangen door de woorden “een samenwerkingsverband van externe partners aanstellen dat een contactcentrum opricht dat belast wordt met”. VERANTWOORDING De Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens (VTC) formuleerde de opmerking dat het contactcentrum niet genoemd werd in voorliggend voorstel van decreet. Alleen het samenwerkingsverband van externe partners werd genoemd, terwijl dit contactcentrum wel een essentiële rol heeft. De VTC gaf aan dat hierdoor de samenhang moeilijk te zien is tussen de teksten en dat dit niet transparant is voor de burger. De tekst van de inleidende bepaling van het eerste lid van artikel 3 van voorliggend voorstel van decreet wordt met dit amendement aangepast aan de terechte opmerking van de VTC. Het contactcentrum wordt nu dus expliciet genoemd om die samenhang te verduidelijken en de transparantie voor de burger te verhogen. ■ AMENDEMENT Nr. 2 voorgesteld door Peter Van Rompuy, Wilfried Vandaele en Willem-Frederik Schiltz Artikel 3 In het derde en vierde lid de woorden “samenwerkingsverband van externe partners” telkens vervangen door het woord “contactcentrum”. VERANTWOORDING Zie verantwoording bij amendement nr. 1. ■ AMENDEMENT Nr. 3 voorgesteld door Peter Van Rompuy, Wilfried Vandaele en Willem-Frederik Schiltz Artikel 4 In het eerste lid, op de tweede regel, de woorden “samenwerkingsverband van externe partners” vervangen door het woord “contactcentrum”. VERANTWOORDING De voorgestelde wijziging in het eerste lid van artikel 3 van voorliggend voorstel van decreet, waardoor het contactcentrum expliciet wordt opgenomen, noopt ook tot aanpassing van artikel 4. In dit artikel gaat het meer specifiek om het contactcentrum in plaats van het samenwerkingsverbandverband met externe partners. De term werd bijgevolg aangepast. ■ AMENDEMENT Nr. 4 voorgesteld door Peter Van Rompuy, Wilfried Vandaele en Willem-Frederik Schiltz Artikel 4 Het tweede lid schrappen. VERANTWOORDING Het uitwerken van de categorieën van persoonsgegevens en de bewaartermijnen in voorliggend voorstel van decreet maakt de delegatie naar de Vlaamse Regering overbodig. ■ AMENDEMENT Nr. 5 voorgesteld door Peter Van Rompuy, Wilfried Vandaele en Willem-Frederik Schiltz Artikel 4/1 (nieuw) Een artikel 4/1 invoegen, dat luidt als volgt: “Art. 4/1. §1. De persoonsgegevens die verzameld worden in het kader van dit decreet, worden verwerkt conform de regelgeving over de bescherming bij de verwerking van persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, lid 1, e), van de algemene verordening gegevensbescherming, en, wat de gegevens over gezondheid betreft, op artikel 9, lid 2, i), van de algemene verordening gegevensbescherming. §2. De personen, vermeld in artikel 45, §3, van het decreet van 21 november 2003 melden, in uitvoering van artikel 5, eerste lid, volgende persoonsgegevens van de persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19 aan de databank van Sciensano, die is opgericht bij het koninklijk besluit nr. 18 van 4 mei 2020: 1° het identificatienummer als vermeld in artikel 8, §1, 1° of 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid; 2° het geslacht; 3° het adres; 4° het type, de datum, het staalnummer en het resultaat van de test of de vermoedelijke diagnose bij afwezigheid van een test; 5° de contactinformatie, namelijk het telefoonnummer en mailadres van de betrokkene en van de persoon die in geval van nood moet gecontacteerd worden; 6° in voorkomend geval, de collectiviteit waar de persoon deel van uitmaakt; 7° het gegeven of de betrokkene al dan niet het beroep van zorgverlener uitoefent; 8° als de persoon niet gehospitaliseerd is: a) de naam en voornaam; b) de geboortedatum en, in voorkomend geval, de overlijdensdatum; c) het RIZIV-nummer van de voorschrijver van de test; 9° als de persoon gehospitaliseerd is: a) de ziekenhuisafdeling, het identificatienummer en de locatiegegevens van het ziekenhuis; b) het resultaat van de CT-scan. §3. Het contactcentrum, vermeld in artikel 3, eerste lid, verwerkt volgende persoonsgegevens van de persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19: 1° het identificatienummer, vermeld in artikel 8, §1, 1° of 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid; 2° de naam, voornaam en de geboortedatum; 3° het geslacht; 4° de contactinformatie, namelijk het telefoonnummer en mailadres van de betrokkene en van de persoon die in geval van nood moet gecontacteerd worden; 5° in voorkomend geval, de overlijdensdatum; 6° in voorkomend geval, de collectiviteit waar de persoon deel van uitmaakt. De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, gebeurt alleen voor de doelstellingen, vermeld in artikel 3, eerste lid, 1° en 2°. De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden door het contactcentrum vernietigd nadat het contactcentrum over de gegevens van de personen waarmee de met COVID-19 besmette persoon of vermoedelijk met COVID-19 besmette persoon in contact geweest is beschikt en, in voorkomend geval nadat de referentiearts of de administratief verantwoordelijke van de collectiviteiten met een broze populatie als vermeld in artikel 3, eerste lid, 2°, werd gecontacteerd. §4. Het …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd