Over de onderwijsdoelen voor de eerste graad van het secundair onderwijs en het zevende leerjaar gericht op het hoger onderwijs en diverse andere verwante maatregelen #2111
Gemerged 




N-VA, cd&v, Open Vld voegde 2 artikels samen in decreet-2018-03-09decreet-2018-12-14 · 27 maart 2024 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op2111 (2023-2024) – Nr. 2
15 april 2024 (2023-2024)
verzendcode: OND
Advies
van de Raad van State
over het voorstel van decreet
van Koen Daniëls, Loes Vandromme, Jean-Jacques De Gucht,
Kathleen Krekels, Hilâl Yalçin en Karolien Grosemans
over de onderwijsdoelen
voor de eerste graad van het secundair onderwijs
en het zevende leerjaar
gericht op het hoger onderwijs
en diverse andere verwante maatregelen
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
Vlaams
Parlement
‡LW-BFEYQBFBH-HGAEIVT‡
RAAD VAN STATE
afdeling Wetgeving
advies 76.048/1
van 15 april 2024
over
een voorstel van decreet ‘over de onderwijsdoelen voor de eerste
graad van het secundair onderwijs en het zevende leerjaar gericht
op het hoger onderwijs en andere verwante maatregelen’
(Parl.St. Vl. Parl. 2023-24, nr. 2111/1)
Vlaams Parlement2111 (2023-2024) – Nr. 2 3
‡LW-BFEYQBFBH-HGAEIVT‡
2/13 advies Raad van State 76.048/1
Op 2 april 2024 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Voorzitster van
het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken
over een voorstel van decreet ‘over de onderwijsdoelen voor de eerste graad van het secundair
onderwijs en het zevende leerjaar gericht op het hoger onderwijs en andere verwante maatregelen’
(Parl.St. Vl. Parl. 2023-24, nr. 2111/1).
Het voorstel is door de eerste kamer onderzocht op 9 april 2024. De kamer was
samengesteld uit Wilfried VAN VAERENBERGH, eerste voorzitter van de Raad van State en
Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Brecht STEEN, staatsraad, en Ilse ANNÉ, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Sander MEERT, adjunct-auditeur.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 15 april 2024.
*
‡LW-BFEYQBFBH-HGAEIVT‡
76.048/1 advies Raad van State 3/13
STREKKING VAN HET VOORSTEL VAN DECREET
1.1. Het om advies voorgelegde voorstel van decreet strekt er hoofdzakelijk toe de
onderwijsdoelen vast te leggen enerzijds voor de eerste graad van het voltijds gewoon secundair
onderwijs en opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs (hierna: eerste graad)
en anderzijds voor het derde leerjaar van de derde graad van het voltijds gewoon secundair
onderwijs en opleidingsvorm 4 van het buitengewoon onderwijs (hierna: derde leerjaar van de
derde graad).
De onderwijsdoelen voor de eerste graad worden vastgelegd in bijlage 1 bij het
voorstel. Zij treden in werking op 1 september 2024 (artikel 6, eerste lid, van het voorstel) en komen
in de plaats van de onderwijsdoelen die momenteel zijn vastgelegd in het decreet van 14 december
2018 ‘betreffende de onderwijsdoelen voor de eerste graad van het secundair onderwijs’. Artikel 12
van het voorstel bepaalt wanneer die doelen ophouden uitwerking te hebben.
De onderwijsdoelen voor het derde leerjaar van de derde graad zijn nieuw en worden
vastgelegd in de bijlagen 2 en 3 bij het voorstel. Zij treden in werking op 1 september 2025
(artikel 6, tweede lid).
Artikel 3 van het voorstel verduidelijkt de wijze waarop de onderwijsdoelen zijn
geformuleerd. De artikelen 4 en 5 regelen de wijze waarop de onderwijsdoelen worden
geïmplementeerd, respectievelijk in de eerste graad en in het derde leerjaar van de derde graad.
1.2. Daarnaast wijzigt het voorstel een aantal bepalingen in de Codex Secundair
Onderwijs (artikelen 7 tot 10) en in het decreet van 9 maart 2018 ‘betreffende het deeltijds
kunstonderwijs’ (artikel 11), teneinde rekening te houden met hetzij de invoering van
onderwijsdoelen voor de eerste graad (artikel 9) en het derde leerjaar van de derde graad (artikel 7,
2°), hetzij om die bepalingen af te stemmen op het decreet van 14 juli 2023 ‘over de
onderwijsdoelen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs’ (artikelen 7, 1°, 8, 10
en 11).
1.3. Luidens artikel 13 treedt de voorgestelde regeling in werking op 1 september 2024,
“met uitzondering van artikel 12”.
ONTVANKELIJKHEID VAN DE ADVIESAANVRAAG
2.1. Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973, moeten in de adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot
staving van het spoedeisende karakter ervan.
In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling in de
adviesaanvraag als volgt gemotiveerd:
“Dit voorstel van decreet is noodzakelijk zodat er één coherent curriculum ontstaat
binnen het secundair onderwijs. Naar aanleiding van de vernietiging van de eindtermen
tweede en derde graad secundair onderwijs moesten er heel snel nieuwe eindtermen komen
voor diezelfde graden. Hierdoor sluiten de huidige eindtermen voor de eerste graad niet
‡LW-BFEYQBFBH-HGAEIVT‡
4/13 advies Raad van State 76.048/1
langer aan bij de nieuwe van de tweede en derde graad. Dit zorgt voor onduidelijkheid en
chaos binnen het onderwijsveld. Daarom werd tussen de overheid en onderwijsverstrekkers
afgesproken om direct aansluitend na de tweede en derde graad te komen tot nieuwe
eindtermen voor de eerste graad. Zo kunnen leraren in het secundair onderwijs aan de slag
met één vernieuwd curriculum over alle graden heen.
De ontwikkelcommissies hebben aan een zeer snel tempo gewerkt. Het was dus niet
mogelijk om dit proces nog sneller af te ronden. Voor de vernietigde eindtermen was er
anderhalf jaar nodig. Terwijl de nieuwe voor de tweede en derde graad, en nu de l ste graad
en het 7de leerjaar afwerkt zijn op enkele maanden tijd. Bovendien zijn er ook doelen
verschoven van de 1 ste naar de 2de graad waardoor het noodzakelijk is dat de nieuwe
eindtermen voor de 1 ste graad geïmplementeerd worden op 1 september 2024. We willen
dus ten alle tijde vermijden dat op 1 september 2024 nog gewerkt wordt met de oude
eindtermen in het eerste leerjaar van de eerste graad. Zo voorzien we rechtszekerheid voor
alle scholen en leraren.”
2.2. Door te eisen dat de adviesaanvragen met een termijn van vijf werkdagen van een
“bijzondere” motivering worden voorzien, heeft de wetgever tot uiting gebracht dat hij wil dat
alleen in uitzonderlijke gevallen verzocht wordt om mededeling van …