§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het Provinciedecreet van 9 december 2005, de wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat en het koninklijk besluit van 31 mei 1977 tot uitvoering van artikel 4 van de wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat #2027

Gemerged Bart TommeleinNadia SminateBrecht WarnezPaul Van MiertKatrien PartykaKris Van Dijck Open Vld, N-VA, cd&v voegde 18 artikels samen in decreet-2017-12-22-1029017 · 20 februari 2024 Alle checks geslaagd
Aangenomen tekst
2 mei 2024 · 5 blz.
2027/5 Officiële PDF
19 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 2 mei 2024. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

+2 −2 decreet-2017-12-22-1029017/art. 16 berekend
1Het gemeenteraadslid dat wegens een beperking niet zelfstandig zijn mandaat kan vervullen, kan zich voor de uitoefening van dat mandaat laten bijstaan door een vertrouwenspersoon, gekozen uit personen die de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en die legaal binnen de Europese Unie verblijven, op voorwaarde dat hij zich niet bevindt in een situatie als vermeld in artikel 10, met uitzondering van het verbod in verband met bloed- en aanverwantschap, vermeld in punt 7° van dat artikel, ten aanzien van het lid met een beperking, en een situatie als vermeld in artikel 12.1Het gemeenteraadslid dat wegens een handicap niet zelfstandig zijn mandaat kan vervullen, kan zich voor de uitoefening van dat mandaat laten bijstaan door een vertrouwenspersoon, gekozen uit personen die de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en die legaal binnen de Europese Unie verblijven, op voorwaarde dat hij zich niet bevindt in een situatie als vermeld in artikel 10, met uitzondering van het verbod in verband met bloed- en aanverwantschap, vermeld in punt 7° van dat artikel, ten aanzien van het lid met een handicap, en een situatie als vermeld in artikel 12.
2De Vlaamse Regering bepaalt de criteria tot vaststelling van de hoedanigheid van een gemeenteraadslid met een beperking als vermeld in het eerste lid.2De Vlaamse Regering bepaalt de criteria tot vaststelling van de hoedanigheid van een gemeenteraadslid met een handicap als vermeld in het eerste lid.
3Bij het verlenen van de bijstand krijgt de vertrouwenspersoon dezelfde middelen ter beschikking en heeft hij dezelfde verplichtingen als het gemeenteraadslid, maar hij is niet gehouden tot de eedaflegging. Hij heeft ook recht op presentiegeld onder dezelfde voorwaarden als het gemeenteraadslid.3Bij het verlenen van de bijstand krijgt de vertrouwenspersoon dezelfde middelen ter beschikking en heeft hij dezelfde verplichtingen als het gemeenteraadslid, maar hij is niet gehouden tot de eedaflegging. Hij heeft ook recht op presentiegeld onder dezelfde voorwaarden als het gemeenteraadslid.
decreet-2017-12-22-1029017/art. 36 wijzigt · §2
Art. 3. In artikel 36, §2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 16 juli 2021, wordt het woord “vierde” telkens vervangen door het woord “vijfde”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2017-12-22-1029017/art. 42 wijzigt · §3
Art. 4. In artikel 42, §3, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid worden de woorden “na de verkiezing van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst” vervangen door de woorden “na de eedaflegging van de burgemeester”; 2° in het derde lid worden de woorden “na de verkiezing van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst” vervangen door de woorden “na de eedaflegging van de burgemeester”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2017-12-22-1029017/art. 58 wijzigt · §1
Art. 5. In artikel 58, §1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 16 juli 2021 en gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, wordt het zesde lid vervangen door wat volgt: “Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de benoemde burgemeester de volgende eed af in handen van de provinciegouverneur: “Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.” De benoemde burgemeester die de eed na twee oproepingen niet heeft afgelegd, wordt geacht het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het te vervangen deel niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 118 berekend
1Het aantal leden dat voor de districtsraden verkozen moet worden, wordt bepaald op twee derde van het aantal leden, vermeld in artikel 4, § 1, toegepast op de overeenkomstige gebiedsomschrijvingen. Het resultaat van die deling wordt afgerond naar het hoger oneven getal.1Het aantal leden dat voor de districtsraden verkozen moet worden, wordt bepaald op twee derde van het aantal leden, vermeld in artikel 4, § 1, toegepast op de overeenkomstige gebiedsomschrijvingen. Het resultaat van die deling wordt afgerond naar het hoger oneven getal.
2Artikel 4, § 3, is van toepassing op de districtsraad met dien verstande dat "gemeente" wordt gelezen als "district", "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "districtsraadsleden" en "gemeenteraadsverkiezingen" wordt gelezen als "districtsraadsverkiezingen".
2Artikel 4, § 3, is van toepassing op de districtsraad met dien verstande dat "gemeente" wordt gelezen als "district", "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "districtsraadsleden" en "gemeenteraadsverkiezingen" wordt gelezen als "districtsraadsverkiezingen". Als een gemeente de beslissing tot oprichting van een nieuw district bekendgemaakt heeft, vermeldt de Vlaamse Regering, in voorkomend geval in de lijst van het aantal te verkiezen districtsraadsleden, het aantal te verkiezen districtsraadsleden van het nieuwe district op basis van het aantal personen die ingeschreven zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen en die op 1 januari van het jaar van de districtsraadsverkiezingen hun hoofdverblijfplaats in de gebiedsomschrijving en binnen de grenzen van het nieuwe district hebben.
+2 −0 decreet-2017-12-22-1029017/art. 160 berekend
6De databank, vermeld in het tweede lid, bevat de volgende gegevens van de mandatarissen: de voornaam, de achternaam, het rijksregisternummer, het geslacht, de geboortedatum, de naam van de lijst waarop ze als raadslid zijn verkozen, de naam van de fractie waartoe ze behoren of, in voorkomend geval, de melding dat ze als onafhankelijke zetelen, alsook, in voorkomend geval, de bevoegdheden die ze toegewezen krijgen, en de begin- en einddatum van hun mandaat. Die gegevens worden ter beschikking gesteld door het lokaal bestuur waarbij de mandataris actief is. De databank houdt het historische overzicht van die gegevens bij.6De databank, vermeld in het tweede lid, bevat de volgende gegevens van de mandatarissen: de voornaam, de achternaam, het rijksregisternummer, het geslacht, de geboortedatum, de naam van de lijst waarop ze als raadslid zijn verkozen, de naam van de fractie waartoe ze behoren of, in voorkomend geval, de melding dat ze als onafhankelijke zetelen, alsook, in voorkomend geval, de bevoegdheden die ze toegewezen krijgen, en de begin- en einddatum van hun mandaat. Die gegevens worden ter beschikking gesteld door het lokaal bestuur waarbij de mandataris actief is. De databank houdt het historische overzicht van die gegevens bij.
7De gegevens van de mandatarissen, vermeld in het vijfde lid, worden met uitzondering van het rijksregisternummer, het geslacht en de geboortedatum publiek toegankelijk gemaakt door de entiteit die door de Vlaamse Regering overeenkomstig het tweede lid is aangewezen.7De gegevens van de mandatarissen, vermeld in het vijfde lid, worden met uitzondering van het rijksregisternummer, het geslacht en de geboortedatum publiek toegankelijk gemaakt door de entiteit die door de Vlaamse Regering overeenkomstig het tweede lid is aangewezen.
8De gegevens, vermeld in het vijfde lid, kunnen worden meegedeeld aan de instanties, vermeld in artikel I.3, 1° tot en met 9°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, voor zover die mededeling past in het kader van een wettelijk vastgelegde plicht of opdracht van algemeen belang van de ontvangende instantie en de mededeling noodzakelijk is om die wettelijk vastgelegde plicht of opdracht te vervullen. Als de mededeling aan die voorwaarden voldoet, wordt het doeleinde van een mededeling als verenigbaar beschouwd met het doeleinde van de oorspronkelijke verwerking, vermeld in het derde lid.
9Vlaams Parlement2027 (2023-2024) – Nr. 5 3 De ontvangende instantie, vermeld in het zevende lid, is met betrekking tot latere verwerkingen van de gegevens, vermeld in het vijfde lid, de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.
8De gegevens, vermeld in het vijfde lid, worden bewaard overeenkomstig de regeling die geldt met toepassing van artikel III.87 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.10De gegevens, vermeld in het vijfde lid, worden bewaard overeenkomstig de regeling die geldt met toepassing van artikel III.87 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
9De Vlaamse Regering regelt de nadere uitvoering van dit artikel.11De Vlaamse Regering regelt de nadere uitvoering van dit artikel.
+1 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 163 berekend
1Na hun aanstelling leggen de algemeen directeur, de adjunct-algemeendirecteur en de financieel directeur tijdens een openbare vergadering van de gemeenteraad de volgende eed af in handen van de voorzitter: "Ik zweer de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen.".1Na hun aanstelling leggen de algemeen directeur, de adjunct-algemeendirecteur en de financieel directeur tijdens een openbare vergadering van de gemeenteraad de volgende eed af in handen van de voorzitter: "Ik zweer de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen.".
2Een personeelslid als vermeld in het eerste lid, dat zonder wettige reden de eed niet aflegt nadat het met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek, en die een bewijs oplevert van die melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens, uitgenodigd is om de eed af te leggen, wordt geacht zijn aanstelling niet te aanvaarden. Die eedaflegging weigeren staat gelijk aan afstand doen van de aanstelling. Van de eedaflegging of de weigering ervan wordt een proces-verbaal opgemaakt.2Een personeelslid als vermeld in het eerste lid, dat zonder wettige reden de eed niet aflegt nadat het met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 1.5 van het Burgerlijk Wetboek, en die een bewijs oplevert van die melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens, uitgenodigd is om de eed af te leggen, wordt geacht zijn aanstelling niet te aanvaarden. Die eedaflegging weigeren staat gelijk aan afstand doen van de aanstelling. Van de eedaflegging of de weigering ervan wordt een proces-verbaal opgemaakt.
+1 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 177 berekend
32° het debiteurenbeheer, in het bijzonder de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten en het verlenen van kwijting. Dat debiteurenbeheer kan plaatsvinden rekening houdend met onder meer de doelstelling van bestrijding en voorkoming van armoede en overeenkomstig het lokaal beleid.32° het debiteurenbeheer, in het bijzonder de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten en het verlenen van kwijting. Dat debiteurenbeheer kan plaatsvinden rekening houdend met onder meer de doelstelling van bestrijding en voorkoming van armoede en overeenkomstig het lokaal beleid.
4De financieel directeur kan een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot. Dat exploot stuit de verjaring.4De financieel directeur kan een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot. Dat exploot stuit de verjaring.
5Een dwangbevel als vermeld in het tweede lid kan door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens. De gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kunnen administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief. Die kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.5Een dwangbevel als vermeld in het tweede lid kan door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 1.5 van het Burgerlijk Wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens. De gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kunnen administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief. Die kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
6Schulden van een publieke rechtspersoon kunnen nooit via een dwangbevel als vermeld in het tweede lid worden ingevorderd.6Schulden van een publieke rechtspersoon kunnen nooit via een dwangbevel als vermeld in het tweede lid worden ingevorderd.
7Er kan verzet worden aangetekend tegen een gerechtsdeurwaardersexploot als vermeld in het tweede lid binnen een maand na de betekening ervan bij verzoekschrift of door een dagvaarding ten gronde.7Er kan verzet worden aangetekend tegen een gerechtsdeurwaardersexploot als vermeld in het tweede lid binnen een maand na de betekening ervan bij verzoekschrift of door een dagvaarding ten gronde.
+1 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 183 berekend
1§ 1. Er is in elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ten minste een maatschappelijk werker die personeelslid is van dat openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.1§ 1. Er is in elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ten minste een maatschappelijk werker die personeelslid is van dat openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
2Voor een maatschappelijk werker van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn zijn ambt opneemt, legt hij de volgende eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn: "Ik zweer de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen.".2Voor een maatschappelijk werker van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn zijn ambt opneemt, legt hij de volgende eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn: "Ik zweer de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen.".
3Een personeelslid als vermeld in het tweede lid, dat zonder wettige reden de eed niet aflegt nadat het met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek, en die een bewijs oplevert van die melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens, uitgenodigd is om de eed af te leggen, wordt geacht zijn aanstelling niet te aanvaarden. Die eedaflegging weigeren staat gelijk aan afstand doen van de aanstelling. Van de eedaflegging of de weigering ervan wordt een proces-verbaal opgemaakt.3Een personeelslid als vermeld in het tweede lid, dat zonder wettige reden de eed niet aflegt nadat het met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 1.5 van het Burgerlijk Wetboek, en die een bewijs oplevert van die melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens, uitgenodigd is om de eed af te leggen, wordt geacht zijn aanstelling niet te aanvaarden. Die eedaflegging weigeren staat gelijk aan afstand doen van de aanstelling. Van de eedaflegging of de weigering ervan wordt een proces-verbaal opgemaakt.
4§ 2. Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen, vermeld in artikel 1 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en in artikel 2 van dit decreet, en ter uitvoering van de taken die aan hem opgedragen zijn door de algemeen directeur namens de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau of het bijzonder comité voor de sociale dienst of zijn subcomités, of namens de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst voor het verlenen van dringende steun, heeft de maatschappelijk werker van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn als opdracht de personen en gezinnen te helpen bij het opheffen of verbeteren van de noodsituaties waarin zij zich bevinden. Daarvoor verricht hij, onder meer, de onderzoeken ter voorbereiding van de te nemen beslissingen, verstrekt hij documentatie en raadgevingen en verzekert hij de maatschappelijke begeleiding van de betrokkenen.4§ 2. Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen, vermeld in artikel 1 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en in artikel 2 van dit decreet, en ter uitvoering van de taken die aan hem opgedragen zijn door de algemeen directeur namens de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau of het bijzonder comité voor de sociale dienst of zijn subcomités, of namens de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst voor het verlenen van dringende steun, heeft de maatschappelijk werker van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn als opdracht de personen en gezinnen te helpen bij het opheffen of verbeteren van de noodsituaties waarin zij zich bevinden. Daarvoor verricht hij, onder meer, de onderzoeken ter voorbereiding van de te nemen beslissingen, verstrekt hij documentatie en raadgevingen en verzekert hij de maatschappelijke begeleiding van de betrokkenen.
5§ 3. De verantwoordelijke van de sociale dienst licht de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau of de algemeen directeur in over de algemene behoeften die hij bij de vervulling van zijn taak vaststelt en stelt maatregelen voor om daaraan tegemoet te komen. De verantwoordelijke van de sociale dienst neemt deel aan de vergaderingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Hij kan bovendien uitgenodigd worden om deel te nemen aan de besprekingen van de raad voor maatschappelijk welzijn of van het vast bureau telkens als de problemen behandeld worden die de sociale dienst aanbelangen.5§ 3. De verantwoordelijke van de sociale dienst licht de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau of de algemeen directeur in over de algemene behoeften die hij bij de vervulling van zijn taak vaststelt en stelt maatregelen voor om daaraan tegemoet te komen. De verantwoordelijke van de sociale dienst neemt deel aan de vergaderingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Hij kan bovendien uitgenodigd worden om deel te nemen aan de besprekingen van de raad voor maatschappelijk welzijn of van het vast bureau telkens als de problemen behandeld worden die de sociale dienst aanbelangen.
+2 −0 decreet-2017-12-22-1029017/art. 301 berekend
11De databank bevat de volgende gegevens van de betrokkenen, vermeld in het tweede lid: de voornaam, de achternaam, het rijksregisternummer, contact- gegevens en de begin- en einddatum van de aanstelling. Die gegevens worden ter beschikking gesteld door de gemeente en het autonoom gemeentebedrijf. De databank houdt het historische overzicht van die gegevens bij.11De databank bevat de volgende gegevens van de betrokkenen, vermeld in het tweede lid: de voornaam, de achternaam, het rijksregisternummer, contact- gegevens en de begin- en einddatum van de aanstelling. Die gegevens worden ter beschikking gesteld door de gemeente en het autonoom gemeentebedrijf. De databank houdt het historische overzicht van die gegevens bij.
12De gegevens, vermeld in het zesde lid, van de betrokkenen, vermeld in het tweede lid, die in functie zijn, worden, met uitzondering van het rijksregisternummer, door de entiteit die door de Vlaamse Regering overeenkomstig het tweede lid is aangewezen, publiek toegankelijk gemaakt.12De gegevens, vermeld in het zesde lid, van de betrokkenen, vermeld in het tweede lid, die in functie zijn, worden, met uitzondering van het rijksregisternummer, door de entiteit die door de Vlaamse Regering overeenkomstig het tweede lid is aangewezen, publiek toegankelijk gemaakt.
13De gegevens, vermeld in het zesde lid, kunnen worden meegedeeld aan de instanties, vermeld in artikel I.3, 1° tot en met 9°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, voor zover die mededeling past in het kader van een wettelijk vastgelegde plicht of opdracht van algemeen belang van de ontvangende instantie en de mededeling noodzakelijk is om die wettelijk vastgelegde plicht of opdracht te vervullen. Als de mededeling aan die voorwaarden voldoet, wordt het doeleinde van de mededeling als verenigbaar beschouwd met het doeleinde van de oorspronkelijke verwerking, vermeld in het vierde lid.
14De ontvangende instantie, vermeld in het achtste lid, is met betrekking tot latere verwerkingen van de gegevens, vermeld in het zesde lid, de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.
13De gegevens, vermeld in het zesde lid, worden bewaard overeenkomstig de regeling die geldt met toepassing van artikel III.87 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.15De gegevens, vermeld in het zesde lid, worden bewaard overeenkomstig de regeling die geldt met toepassing van artikel III.87 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
14De Vlaamse Regering regelt de nadere uitvoering van dit artikel.16De Vlaamse Regering regelt de nadere uitvoering van dit artikel.
+16 −0 decreet-2017-12-22-1029017/art. 301/1 nieuw
1In dit artikel wordt verstaan onder:
21° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG;
32° subsidiebegunstigde: de rechtspersoon of feitelijke vereniging die een subsidie ontvangt.
4Zowel gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn als districten kunnen een subsidieregister oprichten en bijhouden met gegevens over de subsidies die ze verstrekken en kunnen die gegevens verwerken. De gemeente, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en in voorkomend geval de districten kunnen beslissen om dat subsidieregister gemeenschappelijk op te richten en bij te houden.
5De verwerking, vermeld in het tweede lid, heeft de volgende doelstellingen:
61° intern en extern een transparant en toegankelijk overzicht van de subsidiestromen bieden, onder meer met het oog op de informatiedeling over de verstrekte subsidies;
72° de subsidiestromen optimaliseren, onder meer om dubbele subsidiëring tegen te gaan;
83° de actieve openbaarheid van bestuur versterken.
9De gegevens, vermeld in het tweede lid, kunnen de volgende categorieën van persoonsgegevens van subsidiebegunstigden bevatten:
101° contactgegevens zoals een naam en adres;
112° beroepsgegevens;
123° financiële gegevens.
13De gemeente, respectievelijk het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of het district, beheert het subsidieregister en is met betrekking tot de persoonsgegevens verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. In geval van een gemeenschappelijk register zijn de gemeente, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en in voorkomend geval de districten de beheerders en gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken.
14De verwerkingsverantwoordelijke kan het subsidieregister publiek toegankelijk maken. In geval van gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken is het publiek toegankelijk maken van het subsidieregister pas mogelijk na een akkoord tussen de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken.
15Na maximaal tien jaar vanaf de verbintenis om de subsidie te verstrekken, moeten de gegevens van de subsidie gewist worden uit het subsidieregister.
16De gemeente, respectievelijk het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of het district, regelt de nadere uitwerking van het subsidieregister. In voorkomend geval regelen de gemeente, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient en in voorkomend geval de districten de nadere uitwerking van het gemeenschappelijk subsidieregister.
+0 −0 decreet-2017-12-22-1029017/art. 488 berekend
decreet-2017-12-22-1029017/art. 18 wijzigt · §1 en §2
decreet-2017-12-22-1029017/art. 75 wijzigt
decreet-2017-12-22-1029017/art. 90 wijzigt
decreet-2017-12-22-1029017/art. 124 wijzigt
decreet-2017-12-22-1029017/art. 128 wijzigt
decreet-2017-12-22-1029017/art. 154 wijzigt
art. 4de wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat wijzigt
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd