§ flandrepo

Decreet tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers en het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten

Vlaamse Regering #488 Staatsblad 5 december 2025 NUMAC 2025009127
15 artikels gewijzigd
+3 −3 decreet-2004-04-30/art. 5
122° de financiering van de personen, vermeld in artikel 4, § 2, beheren en de voorzieningen subsidiëren, met uitzondering van de financiering van de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, vermeld in artikel 3 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap.122° de financiering van de personen, vermeld in artikel 4, § 2, beheren en de voorzieningen subsidiëren, met uitzondering van de financiering van de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, vermeld in artikel 3 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap.
13Het beheren van de financiering van de personen en de subsidiëring aan de voorzieningen, vermeld in paragraaf 1, 2°, omvat de volgende taken:13Het beheren van de financiering van de personen en de subsidiëring aan de voorzieningen, vermeld in paragraaf 1, 2°, omvat de volgende taken:
141° de financiële lasten van de zorgtaken voor de groep, vermeld in artikel 4, § 2, op zich nemen;141° de financiële lasten van de zorgtaken voor de groep, vermeld in artikel 4, § 2, van dit decreet op zich nemen;
152° de gezinsbijslagen en toelagen met betrekking tot het gezinsbeleid ontvangen en de bijdragen van personen ten aanzien van wie hulp wordt georganiseerd, innen;
152° de financiële lasten van de kinderen die materiële ondersteuning krijgen als vermeld in artikel 68, § 2/1, van het Groeipakketdecreet van 2018, en die ten laste zijn van het agentschap, op zich nemen en de bijdragen van personen ten aanzien van wie hulp wordt georganiseerd, innen;
163° de financiële lasten ten gevolge van de toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht en het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg opnemen. In die financiële lasten zijn de wedden, de voorschotten daarop en de vergoedingen of uitkeringen die een toebehoren van de wedden vormen of ermee gelijkstaan, van het personeel van de diensten van de Vlaamse Regering niet inbegrepen.163° de financiële lasten ten gevolge van de toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht en het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg opnemen. In die financiële lasten zijn de wedden, de voorschotten daarop en de vergoedingen of uitkeringen die een toebehoren van de wedden vormen of ermee gelijkstaan, van het personeel van de diensten van de Vlaamse Regering niet inbegrepen.
17§ 2. Naast de kerntaken, vermeld in paragraaf 1, voert het agentschap ook de volgende taken uit voor de in paragraaf 1, 1°, a) tot en met i), vermelde domeinen:17§ 2. Naast de kerntaken, vermeld in paragraaf 1, voert het agentschap ook de volgende taken uit voor de in paragraaf 1, 1°, a) tot en met i), vermelde domeinen:
29k) rechtsgedingen voeren voor het agentschap Opgroeien, als eiser, verweerder of tussenkomende partij, voor de hoven en rechtbanken, de administratieve rechtscolleges en het Rekenhof, met uitzondering van de rechtsgedingen voor het Grondwettelijk Hof en de internationale hoven;29k) rechtsgedingen voeren voor het agentschap Opgroeien, als eiser, verweerder of tussenkomende partij, voor de hoven en rechtbanken, de administratieve rechtscolleges en het Rekenhof, met uitzondering van de rechtsgedingen voor het Grondwettelijk Hof en de internationale hoven;
302° het voeren van een geïntegreerd voorzieningenbeleid, dat de volgende taken omvat:302° het voeren van een geïntegreerd voorzieningenbeleid, dat de volgende taken omvat:
31a) voorzieningen, diensten, samenwerkingsverbanden en organisatoren stimuleren, toelaten, programmeren, erkennen, vergunnen, toekennen van een kwaliteitslabel, subsidiëren en handhaven en projecten subsidiëren;31a) voorzieningen, diensten, samenwerkingsverbanden en organisatoren stimuleren, toelaten, programmeren, erkennen, vergunnen, subsidiëren en handhaven en projecten subsidiëren;
32b) de kwaliteit van de erkende en vergunde voorzieningen, diensten, samenwerkingsverbanden en organisatoren opvolgen en bevorderen.32b) de kwaliteit van de erkende en vergunde voorzieningen, diensten, samenwerkingsverbanden en organisatoren opvolgen en bevorderen.
+2 −1 decreet-2004-04-30/art. 6/1
1De taak inzake de regie van buitenschoolse activiteiten omvat in elk geval de toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang en het handhaven van de kwaliteitsvoorwaarden zoals vermeld in het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten.1De taak inzake de regie van buitenschoolse activiteiten omvat in elk geval de toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang en het handhaven van de kwaliteitsvoorwaarden zoals vermeld in het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten.
2Het agentschap kan in opdracht van de Vlaamse Regering volledig of gedeeltelijk worden belast met het toezicht op de naleving van de kwaliteitsvoorwaarden die bij het kwaliteitslabel behoren.2Het agentschap kan in opdracht van de Vlaamse Regering volledig of gedeeltelijk worden belast met het toezicht op de naleving van de kwaliteitsvoorwaarden die bij het kwaliteitslabel behoren.
3Het agentschap kan meewerken aan het ontwikkelen van het inspiratiekader voor een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten .3Het agentschap kan meewerken aan de ontwikkeling van een inspiratiekader om een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten te realiseren.
4Onder inspiratiekader wordt verstaan: een hulpmiddel om lokale besturen en partners van buitenschoolse activiteiten te ondersteunen bij het lokaal beleid over buitenschoolse activiteiten.
+1 −1 decreet-2019-05-03/art. 2
31°/1 buitenschoolse activiteiten: het geheel van formeel georganiseerde activiteiten voor kinderen, met inbegrip van de kleuteropvang en de opvang lager onderwijs;31°/1 buitenschoolse activiteiten: het geheel van formeel georganiseerde activiteiten voor kinderen, met inbegrip van de kleuteropvang en de opvang lager onderwijs;
42° gebruikers: ouders en andere opvoedingsverantwoordelijken, en hun kinderen;42° gebruikers: ouders en andere opvoedingsverantwoordelijken, en hun kinderen;
53° kleuteropvang: opvang die op structurele basis en gedurende een minimale tijdsduur wordt georganiseerd voor kinderen die naar de kleuterschool, vermeld in artikel 5 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, kunnen gaan en nog niet naar het lager onderwijs, vermeld in artikel 6, § 1, van hetzelfde decreet, gaan;53° kleuteropvang: opvang die wordt georganiseerd voor kinderen die naar de kleuterschool, vermeld in artikel 5 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, kunnen gaan en nog niet naar het lager onderwijs, vermeld in artikel 6, § 1, van hetzelfde decreet, gaan;
64° ...64° ...
75° kinderen: kinderen vanaf de leeftijd waarop ze naar de kleuterschool, vermeld in artikel 3, 26°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, kunnen gaan;75° kinderen: kinderen vanaf de leeftijd waarop ze naar de kleuterschool, vermeld in artikel 3, 26°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, kunnen gaan;
+4 −1 decreet-2019-05-03/art. 4
21° het ontwikkelen van een lokaal beleid dat rekening houdt met de doelstellingen, vermeld in artikel 3, tweede lid, en dat deel uitmaakt van de meerjarenplanning;21° het ontwikkelen van een lokaal beleid dat rekening houdt met de doelstellingen, vermeld in artikel 3, tweede lid, en dat deel uitmaakt van de meerjarenplanning;
32° het beslissen over de besteding en de verdeling van de beschikbare financiële, personele, logistieke en infrastructurele middelen, waaronder de subsidie, vermeld in artikel 12.32° het beslissen over de besteding en de verdeling van de beschikbare financiële, personele, logistieke en infrastructurele middelen, waaronder de subsidie, vermeld in artikel 12.
43° de erkenning, het toezicht en de handhaving met betrekking tot het lokaal aanbod van buitenschoolse activiteiten.
5Als er aanwijzingen bestaan dat de veiligheid of gezondheid van kinderen mogelijk in het gedrang komt én het door het lokaal bestuur georganiseerde toezicht onvoldoende is om te beslissen over de noodzaak van handhaving, kan het lokaal bestuur Zorginspectie verzoeken om een toezicht ter plaatse uit te voeren.
6Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder Zorginspectie verstaan: Zorginspectie, als vermeld in artikel 4, §2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 betreffende het Departement Zorg. Zorginspectie oefent haar toezicht uit overeenkomstig het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid. Het toezicht ter plaatse kan zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden.
4Het lokaal bestuur realiseert de opdrachten, vermeld in het eerste lid, in samenspraak met actoren die relevant zijn voor buitenschoolse activiteiten en geeft daarbij bijzondere aandacht aan kleuteropvang, aan kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte, en aan het stimuleren van het multifunctioneel en efficiënt gebruik van infrastructuur.7Het lokaal bestuur realiseert de opdrachten, vermeld in het eerste lid, in samenspraak met actoren die relevant zijn voor buitenschoolse activiteiten. Het lokaal bestuur realiseert die opdrachten op basis van de behoeften van de gebruikers. Het lokaal bestuur bekijkt daarbij de toegankelijkheid en heeft bijzondere aandacht voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte, en voor het stimuleren van het multifunctioneel en efficiënt gebruik van infrastructuur.
5De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels en stelt vast wat wordt verstaan onder meerjarenplanning voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie.8De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels en stelt vast wat wordt verstaan onder meerjarenplanning voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
+3 −2 decreet-2019-05-03/art. 9
1Het lokaal samenwerkingsverband heeft de volgende opdrachten:1Het lokaal samenwerkingsverband heeft de volgende opdrachten:
21° het niet-bindend adviseren, op vrijwillige basis, van het lokaal bestuur bij de opdrachten, vermeld in artikel 4, en uitvoeren van de meerjarenplanning, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1° ;21° het adviseren van het lokaal bestuur bij de opdrachten, vermeld in artikel 4, en uitvoeren van de meerjarenplanning, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1° ;
32° het ontwikkelen van gezamenlijke operationele doelstellingen en het coördineren van operationele acties binnen de beschikbare middelen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°.32° het ontwikkelen van gezamenlijke operationele doelstellingen en het coördineren van operationele acties binnen de beschikbare middelen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°.
4Het lokaal samenwerkingsverband realiseert de opdrachten, vermeld in het eerste lid, in samenspraak met andere actoren die relevant zijn voor buitenschoolse activiteiten.4Het lokaal samenwerkingsverband realiseert de opdrachten, vermeld in het eerste lid, in samenspraak met andere actoren die relevant zijn voor buitenschoolse activiteiten, rekening houdend met de doelstellingen, vermeld in artikel 3, tweede lid.
5Het lokaal samenwerkingsverband stimuleert het gebruik van het Nederlands als verbindende taal.5Het lokaal samenwerkingsverband stimuleert het gebruik van het Nederlands als verbindende taal.
6De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels over de opdrachten van het lokaal samenwerkingsverband.
+5 −1 decreet-2019-05-03/art. 10
1De Vlaamse overheid zorgt in samenspraak met relevante actoren en rekening houdend met de doelstellingen, vermeld in artikel 3, tweede lid, voor een inspiratiekader voor een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten.1De Vlaamse Regering voorziet in samenspraak met relevante actoren en rekening houdend met de doelstellingen, vermeld in artikel 3, tweede lid, voor de volgende elementen:
21° een inspiratiekader om een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten te realiseren;
32° een subsidie aan instanties die ondersteuning bieden om een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten te realiseren.
4Onder inspiratiekader wordt verstaan: een hulpmiddel om lokale besturen en partners van buitenschoolse activiteiten te ondersteunen bij het lokaal beleid over buitenschoolse activiteiten.
5De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels over de uitvoering van het inspiratiekader en de subsidie voor ondersteuning.
+0 −9 decreet-2019-05-03/art. 11 opgeheven
1Het agentschap kent een kwaliteitslabel toe aan organisatoren van kleuteropvang die dat kwaliteitslabel aanvragen en die voldoen aan de kwaliteitsvoorwaarden.
2De kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid, hebben minimaal betrekking op de volgende elementen:
31° het aanbod van buitenschoolse activiteiten;
42° de toegankelijkheid, met bijzondere aandacht voor kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte;
53° de kwaliteitsvolle interacties tussen de medewerkers en de kinderen, waarbij de medewerkers beschikken over de nodige competenties en voldoende kennis van het Nederlands;
64° de organisator controleert bij de aanstelling van elke persoon die werkzaam is in de kinderopvanglocatie het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene, dat minstens een onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen inhoudt. Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, artikel 4, eerste lid, en artikel 5 van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe personen werkzaam in de kinderopvanglocatie, is daarbij van toepassing. Daarenboven beschikt de organisator over een uittreksel uit het centraal strafregister op naam van de rechtspersoon;
75° het gebruik van het Nederlands.
8De Vlaamse Regering kan aanvullende voorwaarden bepalen.
9De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot het kwaliteits-label, waaronder het toezicht op de naleving van de kwaliteitsvoorwaarden.
+14 −0 decreet-2019-05-03/art. 11/1 nieuw
1Het erkend aanbod buitenschoolse activiteiten, vermeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van dit decreet, voldoet minstens aan de voorwaarden met betrekking tot:
21° het organisatorisch beleid, inclusief het beleidsvoerend vermogen;
32° het pedagogisch beleid, inclusief:
4a) het aangaan van kwaliteitsvolle interacties tussen de medewerkers en de kinderen;
5b) het gebruik van het Nederlands als verbindende taal en het stimuleren van de kennis van het Nederlands;
63° het medewerkersbeleid, inclusief:
7a) dat medewerkers de nodige competenties hebben;
8b) dat medewerkers voldoende kennis van het Nederlands hebben;
9c) dat de organisator bij de aanstelling van elke persoon die werkt in de locatie buitenschoolse activiteiten, het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene controleert. Het goed en zedelijk gedrag omvat minstens een onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen. Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, artikel 4, eerste lid, en artikel 5 van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers, zijn daarbij van toepassing. Daarenboven beschikt de organisator over een uittreksel uit het centraal strafregister op naam van de rechtspersoon die de locatie buitenschoolse activiteiten uitbaat;
104° de toegankelijkheid, minstens bijzondere aandacht voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte;
115° de monitoring en evaluatie;
126° de verbondenheid.
13Bij de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met de doelstellingen, vermeld in artikel 3, tweede lid.
14Het lokaal bestuur behandelt klachten over het erkend aanbod buitenschoolse activiteiten en legt daarvoor een procedure vast.
+2 −2 decreet-2019-05-03/art. 12
43° eerste indicator: de mate waarin het lokaal bestuur kwetsbare gezinnen bereikt;43° eerste indicator: de mate waarin het lokaal bestuur kwetsbare gezinnen bereikt;
54° tweede indicator: de mate waarin het lokaal bestuur kinderen met een specifieke zorgbehoefte bereikt.54° tweede indicator: de mate waarin het lokaal bestuur kinderen met een specifieke zorgbehoefte bereikt.
6Het lokaal bestuur besteedt een deel van de toegekende subsidie, vermeld in het eerste lid, aan het aanbod van kleuteropvang met een kwaliteitslabel.
6Het lokaal bestuur besteedt de subsidie, vermeld in het eerste lid, aan de opdrachten, vermeld in artikel 4, eerste lid. Daarbij besteedt het lokaal bestuur minstens 33 procent van de subsidie aan het erkend aanbod buitenschoolse activiteiten specifiek voor kleuters, vermeld in artikel 4, eerste lid, 3°.
7De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels, waaronder het deel van de subsidie, vermeld in het tweede lid, dat het lokaal bestuur moet besteden aan kleuteropvang met een kwaliteitslabel, en stelt vast wat wordt verstaan onder kwetsbare gezinnen en onder kinderen met een specifieke zorgbehoefte. Ze bepaalt ook de wijze waarop de subsidie zal worden uitbetaald.7De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de toekenning van de subsidie, vermeld in het eerste lid, waaronder de definitie van kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte. De Vlaamse Regering bepaalt ook de wijze waarop de subsidie wordt uitbetaald.
+1 −0 decreet-2019-05-03/art. 13
1De bepalingen van het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd, zijn van toepassing met uitzondering van artikel 9 van dat decreet.1De bepalingen van het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd, zijn van toepassing met uitzondering van artikel 9 van dat decreet.
2De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen die van toepassing zijn voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie.2De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen die van toepassing zijn voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
3De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de monitoring van het aanbod en het gebruik, de opvolging en de terugvordering van subsidies.
+5 −21 decreet-2019-05-03/art. 14
1§ 1. Het agentschap, de toezichthouders, organisatoren en lokale besturen, verwerken alle noodzakelijke persoonsgegevens over organisatoren, medewerkers, kinderen en hun gezinnen die gebruikmaken van buitenschoolse activiteiten, om de doelstellingen, geformuleerd in artikel 3, te kunnen realiseren.1§ 1. Het agentschap, de toezichthouders, organisatoren en lokale besturen, verwerken alle noodzakelijke persoonsgegevens over organisatoren, medewerkers, kinderen en hun gezinnen die gebruikmaken van buitenschoolse activiteiten, om de doelstellingen, geformuleerd in artikel 3, te kunnen realiseren.
2§ 2. De organisatoren van kleuteropvang verwerken met het oog op de toekenning van een kwaliteitslabel als vermeld in artikel 11, de volgende categorieën van persoonsgegevens over de medewerkers van kleuteropvang en over de kinderen en hun gezinnen die gebruikmaken van kleuteropvang:
31° identificatiegegevens van de kinderen;
42° gegevens over de gezondheid van de kinderen;
53° gegevens over de kwetsbaarheid van de gezinnen;
64° gegevens over de deelname van kinderen aan het aanbod buitenschoolse activiteiten;
75° identificatiegegevens, gegevens over de competenties en de voldoende kennis van het Nederlands van medewerkers;
86° gegevens over het uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 11, tweede lid, 4°.
9De organisatoren van kleuteropvang zijn de verwerkingsverantwoordelijken voor bovenvermelde persoonsgegevens. Zij bezorgen de gegevens uit punt 1° tot en met punt 3°, punt 5° en punt 6° aan het agentschap met het oog op de toepassing en de handhaving van de kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 11.
10De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, worden bewaard tot vijf jaar nadat het kind geen gebruik meer maakt van kleuteropvang bij de betrokken organisator. De persoonsgegevens in het eerste lid, 5° en 6°, worden bewaard tot vijf jaar nadat de medewerker niet langer verbonden is aan de betrokken organisator van kleuteropvang.
11§ 3. Het agentschap verwerkt met het oog op de toepassing en de handhaving van de kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 11, de volgende categorieën van persoonsgegevens van medewerkers van kleuteropvang, kinderen en gezinnen die gebruikmaken van kleuteropvang en van organisatoren van kleuteropvang:
121° identificatiegegevens van de organisator van kleuteropvang en gegevens over de kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 11, tweede lid, waaraan deze organisator moet voldoen;
132° de gegevens uit paragraaf 2, eerste lid, 1° tot en met 3°, 5° en 6°.
14Het agentschap is de verwerkingsverantwoordelijke voor de bovenvermelde persoonsgegevens.
15De persoonsgegevens voorzien in het eerste lid worden bewaard tot vijf jaar na de verwerking ervan.
16§ 4. De toezichthouders verwerken met het oog op de toepassing en de handhaving van de kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 11, de volgende categorieën van persoonsgegevens van medewerkers, kinderen en gezinnen die gebruikmaken van kleuteropvang en van organisatoren van kleuteropvang:
171° identificatiegegevens van de organisator van kleuteropvang en gegevens over de kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 11, tweede lid, waaraan deze organisator moet voldoen;
182° de gegevens uit paragraaf 2, eerste lid, 1° tot en met 6°.
19De toezichthouders zijn verwerkingsverantwoordelijken voor de bovenvermelde persoonsgegevens.
20De persoonsgegevens voorzien in het eerste lid worden bewaard tot drie jaar nadat hun verslag in het kader van het toezicht definitief is geworden.
2§ 2. ...
3§ 3. ...
4§ 4. ...
21§ 5. Organisatoren verwerken op vraag van het lokaal bestuur, in het kader van de regie buitenschoolse activiteiten, vermeld in artikel 4, en de toekenning van subsidies, vermeld in artikel 12, de volgende categorieën van persoonsgegevens van de kinderen en hun gezinnen die gebruikmaken van buitenschoolse activiteiten en de medewerkers:5§ 5. Organisatoren verwerken op vraag van het lokaal bestuur, in het kader van de regie buitenschoolse activiteiten, vermeld in artikel 4, en de toekenning van subsidies, vermeld in artikel 12, de volgende categorieën van persoonsgegevens van de kinderen en hun gezinnen die gebruikmaken van buitenschoolse activiteiten en de medewerkers:
221° identificatiegegevens van de kinderen;61° identificatiegegevens van de kinderen;
276° gegevens van een recent uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, of een gelijkwaardig document voor wie niet in België gedomicilieerd is, waaruit onberispelijk gedrag in de omgang met kinderen blijkt, voor hun medewerkers.116° gegevens van een recent uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, of een gelijkwaardig document voor wie niet in België gedomicilieerd is, waaruit onberispelijk gedrag in de omgang met kinderen blijkt, voor hun medewerkers.
28De organisatoren zijn verwerkingsverantwoordelijken voor de bovenvermelde persoonsgegevens. De organisator bezorgt deze persoonsgegevens aan het lokaal bestuur, op vraag van het lokaal bestuur en dit in het kader van hun regie inzake buitenschoolse activiteiten.12De organisatoren zijn verwerkingsverantwoordelijken voor de bovenvermelde persoonsgegevens. De organisator bezorgt deze persoonsgegevens aan het lokaal bestuur, op vraag van het lokaal bestuur en dit in het kader van hun regie inzake buitenschoolse activiteiten.
29De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, worden bewaard tot vijf jaar nadat het kind geen gebruik meer maakt van buitenschoolse activiteiten bij de betrokken organisator. De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 5° en 6°, worden bewaard tot vijf jaar nadat de medewerker niet langer verbonden is aan de betrokken organisator.13De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, worden bewaard tot vijf jaar nadat het kind geen gebruik meer maakt van buitenschoolse activiteiten bij de betrokken organisator. De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 5°, worden bewaard tot vijf jaar nadat de medewerker niet langer verbonden is aan de betrokken organisator.
30§ 6. Lokale besturen verwerken met het oog op de vervulling van de regie van buitenschoolse activiteiten, de volgende categorieën van persoonsgegevens over de kinderen en hun gezinnen die gebruikmaken van buitenschoolse activiteiten en medewerkers:14§ 6. Lokale besturen verwerken met het oog op de vervulling van de regie van buitenschoolse activiteiten, de volgende categorieën van persoonsgegevens over de kinderen en hun gezinnen die gebruikmaken van buitenschoolse activiteiten en medewerkers:
311° identificatiegegevens van de organisator en gegevens over de voorwaarden waaraan deze organisator moet voldoen;151° identificatiegegevens van de organisator en gegevens over de voorwaarden waaraan deze organisator moet voldoen;
322° de gegevens uit paragraaf 5, eerste lid, 1° tot en met 6°.162° de gegevens uit paragraaf 5, eerste lid, 1° tot en met 6°.
33Het lokaal bestuur is de verwerkingsverantwoordelijke voor de bovenvermelde persoonsgegevens.17Het lokaal bestuur is de verwerkingsverantwoordelijke voor de bovenvermelde persoonsgegevens.
34De persoonsgegevens voorzien in het eerste lidworden bewaard tot vijf jaar na de verwerking ervan.18De persoonsgegevens voorzien in het eerste lid, met uitzondering van 6°, worden bewaard tot vijf jaar na de verwerking ervan.
35§ 7. Lokale besturen, en desgevallend de actor aangeduid overeenkomstig artikel 8, tweede lid, verwerken met het oog op de organisatie van het lokaal samenwerkingsverband, vermeld in artikel 7, identificatiegegevens van organisatoren, of de persoon die deze vertegenwoordigt, die deel uitmaken van het samenwerkingsverband.19§ 7. Lokale besturen, en desgevallend de actor aangeduid overeenkomstig artikel 8, tweede lid, verwerken met het oog op de organisatie van het lokaal samenwerkingsverband, vermeld in artikel 7, identificatiegegevens van organisatoren, of de persoon die deze vertegenwoordigt, die deel uitmaken van het samenwerkingsverband.
36Het lokaal bestuur, desgevallend de aangeduide actor, is de verwerkingsverantwoordelijke voor de bovenvermelde persoonsgegevens.20Het lokaal bestuur, desgevallend de aangeduide actor, is de verwerkingsverantwoordelijke voor de bovenvermelde persoonsgegevens.
+3 −3 decreet-2019-05-03/art. 15
1Het lokaal bestuur geeft in zijn meerjarenplanning aan wat de gekozen beleidsopties zijn met betrekking tot het continueren van het aanbod van kleuteropvang en opvang lager onderwijs na afloop van de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid.1Het lokaal bestuur geeft in zijn meerjarenplanning aan wat de gekozen beleidsopties zijn met betrekking tot het continueren van erkend aanbod buitenschoolse activiteiten na afloop van de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid.
2Na afloop van de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid, wordt minstens 75% van de toegekende subsidie, vermeld in artikel 12, aan de realisatie van het aanbod van kleuteropvang en opvang lager onderwijs besteed. Dit gedurende een periode van zes jaar.2Na afloop van de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid, wordt minstens 75% van de toegekende subsidie, vermeld in artikel 12, aan de realisatie van erkend aanbod buitenschoolse activiteiten besteed. Dit gedurende een periode van zes jaar.
3De Vlaamse Regering bepaalt, voor wat het tweede lid betreft, de nadere regels, minstens de manier waarop het lokaal bestuur deze opdracht opneemt en hierover rapporteert en wat verstaan wordt onder de realisatie van het aanbod van kleuteropvang en opvang lager onderwijs3De Vlaamse Regering bepaalt, voor wat het tweede lid betreft, de nadere regels, minstens de manier waarop het lokaal bestuur deze opdracht opneemt en hierover rapporteert en wat verstaan wordt onder de realisatie van erkend aanbod buitenschoolse activiteiten.
+11 −5 decreet-2019-05-03/art. 17
1De organisator die een subsidie voor aanbod buitenschoolse opvang als vermeld in de onderstaande besluiten ontvangt, behoudt die subsidie gedurende een overgangstermijn van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025:1De organisator die een subsidie voor aanbod buitenschoolse opvang als vermeld in de onderstaande besluiten ontvangt, behoudt die subsidie gedurende een overgangstermijn van 1 januari 2021 tot en met 31 augustus 2026:
21° het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de subsidievoorwaarden voor buitenschoolse gezinsopvang en groepsopvang;21° het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de subsidievoorwaarden voor buitenschoolse gezinsopvang en groepsopvang;
32° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 betreffende subsidiëring van projecten vanuit het vroegere Fonds voor Collectieve Uitrusting en Diensten en voor personeelsleden met een gewezen gescostatuut;32° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 betreffende subsidiëring van projecten vanuit het vroegere Fonds voor Collectieve Uitrusting en Diensten en voor personeelsleden met een gewezen gescostatuut;
43° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 houdende de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van gemandateerde voorzieningen, coördinatiepunten en flexibele opvangpools van doelgroepwerknemers, de voorwaarden voor de toestemming en de subsidiëring van lokale diensten buurtgerichte buitenschoolse opvang, en de voorwaarden voor een aanvullende subsidie voor organisatoren met een vergunning groepsopvang en een plussubsidie;43° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 houdende de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van gemandateerde voorzieningen, coördinatiepunten en flexibele opvangpools van doelgroepwerknemers, de voorwaarden voor de toestemming en de subsidiëring van lokale diensten buurtgerichte buitenschoolse opvang, en de voorwaarden voor een aanvullende subsidie voor organisatoren met een vergunning groepsopvang en een plussubsidie;
54° het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord en de besluiten van de Vlaamse Regering ter uitvoering van het zesde Vlaams intersectoraal akkoord van 30 maart 2021.54° het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams intersectoraal akkoord en de besluiten van de Vlaamse Regering ter uitvoering van het zesde Vlaams Intersectoraal Akkoord van 30 maart 2021.
6In afwijking van het eerste lid kan het lokaal bestuur in de volgende gevallen een inkorting van de overgangstermijn aanvragen:
6In afwijking van het eerste lid kunnen het lokaal bestuur en de organisatoren een kortere overgangstermijn overeenkomen. In dat geval wordt aan het lokaal bestuur voor de rest van de termijn een subsidie toegekend, waarvan het bedrag minstens gelijk is aan de totaliteit van de subsidies van de organisatoren met betrekking tot het grondgebied van de gemeente.71° tot en met 31 december 2025, op voorwaarde dat de organisatoren daarmee akkoord gaan. In dat geval wordt aan het lokaal bestuur voor de rest van de overgangstermijn, vermeld in het eerste lid, een subsidie toegekend, waarvan het bedrag minstens gelijk is aan de totaliteit van de subsidies van de organisatoren met betrekking tot het grondgebied van de gemeente;
82° vanaf 1 januari 2026, op voorwaarde dat het lokaal bestuur en het lokaal samenwerkingsverband de opdrachten, vermeld in artikel 4 en 9, effectief uitvoeren. In dat geval:
9a) kent de Vlaamse Regering een subsidie toe aan het lokaal bestuur voor de rest van de overgangstermijn, vermeld in het eerste lid, op basis van de parameters, vermeld in artikel 12, eerste lid, 1° en 2°;
10b) zet het agentschap elk kwaliteitslabel kleuteropvang binnen die gemeente stop.
11Lokale besturen die een inkorting van de overgangstermijn hebben aangevraagd, vermeld in het tweede lid, 1°, behouden de subsidie voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 augustus 2026.
7Gedurende de overgangstermijn, die eventueel wordt verkort op een wijze als vermeld in het tweede lid, behoudt het agentschap de opdracht om de subsidie toe te kennen en uit te betalen aan de organisatoren in kwestie.12Gedurende de overgangstermijn, die eventueel wordt verkort als vermeld in het tweede lid, behoudt het agentschap de opdracht om de subsidie toe te kennen en uit te betalen aan de organisatoren in kwestie.
13Vanaf 1 oktober 2025 kan een organisator geen aanvraag voor een kwaliteitslabel meer indienen bij het agentschap, behalve organisatoren die een locatie overnemen waarvoor er een kwaliteitslabel geldt waarvoor de organisator-overlater een subsidie ontvangt, vermeld in artikel 3 van het Overgangsbesluit subsidies buitenschoolse opvang van 24 september 2021.
8Het blijft mogelijk voor een organisator of een kandidaat-organisator om, na overleg met het lokaal bestuur en op voorwaarde van onderlinge toestemming, de gesubsidieerde activiteit volledig of gedeeltelijk over te nemen van een andere organisator.14Het blijft mogelijk voor een organisator of een kandidaat-organisator om, na overleg met het lokaal bestuur en op voorwaarde van onderlinge toestemming, de gesubsidieerde activiteit volledig of gedeeltelijk over te nemen van een andere organisator.
9De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels die van toepassing zijn gedurende de overgangstermijn, minstens met betrekking tot kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte, en met betrekking tot de eventuele inkorting van de overgangstermijn, vermeld in het tweede lid.15De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels die van toepassing zijn gedurende de overgangstermijn, minstens met betrekking tot kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte, en met betrekking tot de eventuele inkorting van de overgangstermijn.
+10 −4 decreet-2019-05-03/art. 17/1
1Na afloop van de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid, krijgen de lokale besturen van de gemeenten die een substantieel subsidieverlies lijden ten opzichte van de subsidies die op grond van artikel 17, eerste lid, aan de organisatoren werden verleend, een gedeeltelijke compensatie. Dit gedurende een periode van vier jaar.1Nadat de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid, is afgelopen, krijgen de lokale besturen van de gemeenten die een subsidieverlies lijden ten opzichte van de subsidies die op grond van artikel 17, eerste lid, aan de organisatoren werden verleend, een compensatie. De compensatie wordt toegekend gedurende een periode van vijf jaar.
2Van het totale beschikbare budget voor de subsidie, vermeld in artikel 12, wordt 10% ingezet voor deze compensatie.
3Na afloop van de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid, worden de indicatoren, vermeld in artikel 12, eerste lid, 3° en 4°, niet toegepast bij de bepaling van het subsidiebedrag, maar wordt het subsidiebedrag wel mee gebaseerd op het kansarmoedepercentage in verhouding tot het aantal gezinnen binnen de gemeente. Dit gedurende een periode van vier jaar.2Nadat de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid, is afgelopen, worden de indicatoren, vermeld in artikel 12, eerste lid, 3° en 4°, gedurende een periode van vijf jaar niet toegepast bij de bepaling van het subsidiebedrag. Het subsidiebedrag wordt wel mee gebaseerd op het aandeel kinderen met een sociale toeslag of een zorgtoeslag.
3In het tweede lid wordt verstaan onder:
41° kinderen met een sociale toeslag:
5a) voor de Vlaamse Gemeenschap: de kinderen, vermeld in artikel 18, tweede lid, 1°, van het Groeipakketdecreet van 2018;
6b) voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: de kinderen met een schooltoeslag van wie de gezinsinkomsten lager liggen dan het bedrag, vermeld in artikel 18, tweede lid, 1°, van het voormelde decreet;
72° kinderen met een zorgtoeslag:
8a) voor de Vlaamse Gemeenschap: de kinderen, vermeld in artikel 16, §1, van het voormelde decreet;
9b) voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: de kinderen die een extra toeslag krijgen voor een kind met een handicap, boven op de kinderbijslag.
4De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels, minstens de uitwerking van de compensatieregeling en wat verstaan wordt onder het kansarmoedepercentage, vermeld in het derde lid.10De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de uitwerking van de compensatieregeling.
+4 −3 decreet-2007-12-07/art. 12
1Er wordt een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers opgericht, hierna de commissie te noemen.1Er wordt een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers opgericht, hierna de commissie te noemen.
2De commissie heeft als opdracht aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen en voor het gezondheidsbeleid, advies uit te brengen over het bezwaar tegen een van de volgende beslissingen die, met betrekking tot een voorziening van welzijn, volksgezondheid en gezin of een onderdeel ervan, door het departement of een agentschap van het beleidsdomein zijn genomen, of tegen het voornemen om een van de volgende beslissingen te nemen, dat door het departement of door het agentschap wordt geuit en formeel wordt betekend :2De commissie heeft als opdracht aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen en voor het gezondheidsbeleid, advies uit te brengen over het bezwaar tegen een van de volgende beslissingen die, met betrekking tot een voorziening van welzijn, volksgezondheid en gezin of een onderdeel ervan, door het departement of een agentschap van het beleidsdomein zijn genomen, of tegen het voornemen om een van de volgende beslissingen te nemen, dat door het departement of door het agentschap wordt geuit en formeel wordt betekend :
31° de weigering om een kwaliteitslabel, een toelating, een goedkeuring, een vergunning of een erkenning te verlenen, te verlengen of te wijzigen;31° de weigering om een toelating, een goedkeuring, een vergunning of een erkenning te verlenen, te verlengen of te wijzigen;
42° de gedwongen wijziging, de schorsing, de opheffing of de intrekking van een kwaliteitslabel, een toelating, een goedkeuring, een vergunning of een erkenning;42° de gedwongen wijziging, de schorsing, de opheffing of de intrekking van een toelating, een goedkeuring, een vergunning of een erkenning;
53° de sluiting;53° de sluiting;
64° de weigering, vermindering, stopzetting of terugvordering van een subsidie voor kinderopvanglocaties;64° de weigering, vermindering, stopzetting of terugvordering van een subsidie voor kinderopvanglocaties;
102° de erkenning van de beoefenaars van de tandheelkunde, houders van een bijzondere beroepstitel;102° de erkenning van de beoefenaars van de tandheelkunde, houders van een bijzondere beroepstitel;
113° de erkenning van beoefenaars van de klinische psychologie;113° de erkenning van beoefenaars van de klinische psychologie;
124° de erkenning van beoefenaars van de klinische orthopedagogiek.124° de erkenning van beoefenaars van de klinische orthopedagogiek;
135° de erkenning van apotheker-specialisten.
13De commissie behandelt het bezwaar tegen de beslissing tot weigering, schorsing of intrekking van de erkenning van een organisatie, zorgvoorziening of zorgverlener als indicatiesteller, vermeld in artikel 67 of artikel 111 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, of tegen het voornemen om die beslissing te nemen.14De commissie behandelt het bezwaar tegen de beslissing tot weigering, schorsing of intrekking van de erkenning van een organisatie, zorgvoorziening of zorgverlener als indicatiesteller, vermeld in artikel 67 of artikel 111 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, of tegen het voornemen om die beslissing te nemen.
14De commissie behandelt het bezwaar tegen de beslissing tot weigering, schorsing of intrekking van de machtiging van een verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, vermeld in artikel 122 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, of tegen het voornemen om die beslissing te nemen.15De commissie behandelt het bezwaar tegen de beslissing tot weigering, schorsing of intrekking van de machtiging van een verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, vermeld in artikel 122 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, of tegen het voornemen om die beslissing te nemen.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd