Decreet tot wijziging van regelgeving in het kader van de Vlaamse sociale bescherming
157 artikels gewijzigd
| 33 | 24° pijler van de Vlaamse sociale bescherming: een van de verschillende onderdelen van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4; | 33 | 24° pijler van de Vlaamse sociale bescherming: een van de verschillende onderdelen van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4; |
| 34 | 25° revalidatie: de behandeling, de diagnostiek of de ondersteuning die verleend wordt in een revalidatieziekenhuis of in een revalidatievoorziening, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is conform artikel 128, § 1, van de Grondwet; | 34 | 25° revalidatie: de behandeling, de diagnostiek of de ondersteuning die verleend wordt in een revalidatieziekenhuis of in een revalidatievoorziening, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is conform artikel 128, § 1, van de Grondwet; |
| 35 | 25°/1 revalidatieovereenkomst: de overeenkomst als vermeld in artikel 75 van het decreet van 6 juli 2018; | ||
| 35 | 25°/2 revalidatieverstrekking: de volledige therapeutische activiteit per tijdsdeel, in contact met de gebruiker of zijn context, en de ondersteunende werking om die activiteit mogelijk te maken; | 36 | 25°/2 revalidatieverstrekking: de volledige therapeutische activiteit per tijdsdeel, in contact met de gebruiker of zijn context, en de ondersteunende werking om die activiteit mogelijk te maken; |
| 36 | 26° revalidatievoorziening: zorgvoorziening, andere dan een revalidatieziekenhuis, die revalidatie aanbiedt, vermeld in punt 25° ; | ||
| 37 | 26° revalidatievoorziening: een revalidatievoorziening als vermeld in artikel 2, 16°, van het decreet van 6 juli 2018; | ||
| 37 | 27° revalidatieziekenhuis: een zorgvoorziening voor gezondheidszorg waarin passende zorg aangeboden wordt aan patiënten van wie de gezondheidstoestand de opname of het verblijf vereisen, met als doel de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren door de ziekte te bestrijden of de patiënt te revalideren als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; | 38 | 27° revalidatieziekenhuis: een zorgvoorziening voor gezondheidszorg waarin passende zorg aangeboden wordt aan patiënten van wie de gezondheidstoestand de opname of het verblijf vereisen, met als doel de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren door de ziekte te bestrijden of de patiënt te revalideren als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; |
| 38 | 28° rolstoel: een manuele rolstoel, een elektronische rolstoel, een elektronische scooter, een manuele kinderrolstoel of een elektronische kinderrolstoel; | 39 | 28° rolstoel: een manuele rolstoel, een elektronische rolstoel, een elektronische scooter, een manuele kinderrolstoel of een elektronische kinderrolstoel; |
| 23 | 16° indicatiesteller: een organisatie, zorgvoorziening of zorgverlener, die overeenkomstig de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden en procedures, erkend is om indicatiestellingen toe te passen; | 23 | 16° indicatiesteller: een organisatie, zorgvoorziening of zorgverlener, die overeenkomstig de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden en procedures, erkend is om indicatiestellingen toe te passen; |
| 24 | 17° indicatiestelling: de evaluatie van de zorgbehoefte van de gebruiker om de zorgdoelstellingen of financiering te bepalen of, wat de mobiliteitshulpmiddelen betreft, om de beperking van de mobiliteit van de gebruiker vast te stellen zodat passende mobiliteitshulpmiddelen en financiering bepaald kunnen worden; | 24 | 17° indicatiestelling: de evaluatie van de zorgbehoefte van de gebruiker om de zorgdoelstellingen of financiering te bepalen of, wat de mobiliteitshulpmiddelen betreft, om de beperking van de mobiliteit van de gebruiker vast te stellen zodat passende mobiliteitshulpmiddelen en financiering bepaald kunnen worden; |
| 25 | 17°/1 initiatief van beschut wonen: een initiatief van beschut wonen als vermeld in artikel 2, 9°, van het decreet van 6 juli 2018; | ||
| 25 | 18° kaderdecreet: het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003; | 26 | 18° kaderdecreet: het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003; |
| 26 | 19° mantelzorger: de natuurlijke persoon die vanuit een sociale en emotionele band een of meer personen met verminderd zelfzorgvermogen, niet beroepshalve maar meer dan occasioneel, helpt en ondersteunt in het dagelijkse leven; | 27 | 19° mantelzorger: de natuurlijke persoon die vanuit een sociale en emotionele band een of meer personen met verminderd zelfzorgvermogen, niet beroepshalve maar meer dan occasioneel, helpt en ondersteunt in het dagelijkse leven; |
| 27 | 20° mobiliteitshulpmiddelen: de hulpmiddelen die bedoeld zijn om de bewegingsfunctie te ondersteunen, namelijk rolstoelen, loophulpmiddelen, orthopedische driewielfietsen, stasystemen, zitkussens ter preventie van doorzitwonden, modulair aanpasbare systemen ter ondersteuning van de zithouding en onderstellen en de aanpassingen ervan. Een rolstoel, loophulpmiddel of orthopedische driewielfiets zijn speciaal ontworpen toestellen om personen te helpen zich binnenshuis en buitenshuis te verplaatsen; | 28 | 20° mobiliteitshulpmiddelen: de hulpmiddelen die bedoeld zijn om de bewegingsfunctie te ondersteunen, namelijk rolstoelen, loophulpmiddelen, orthopedische driewielfietsen, stasystemen, zitkussens ter preventie van doorzitwonden, modulair aanpasbare systemen ter ondersteuning van de zithouding en onderstellen en de aanpassingen ervan. Een rolstoel, loophulpmiddel of orthopedische driewielfiets zijn speciaal ontworpen toestellen om personen te helpen zich binnenshuis en buitenshuis te verplaatsen; |
| 28 | 20°/1 multidisciplinair overleg: een overleg waarbij zorgaanbieders van verschillende disciplines aanwezig zijn, naast een overlegorganisator, en waarbij de zorg en ondersteuning in de thuissituatie voor een gebruiker wordt afgestemd, het zorgproces wordt gestroomlijnd en het zorgteam rond die gebruiker wordt afgebakend; | 29 | 20°/1 multidisciplinair overleg: een overleg waarbij zorgaanbieders van verschillende disciplines aanwezig zijn, naast een overlegorganisator, en waarbij de zorg en ondersteuning in de thuissituatie voor een gebruiker wordt afgestemd, het zorgproces wordt gestroomlijnd en het zorgteam rond die gebruiker wordt afgebakend; |
| 30 | 20°/2 multidisciplinaire begeleidingsequipe voor palliatieve verzorging: een multidisciplinaire begeleidingsequipe als vermeld in artikel 2, 11°, van het decreet van 6 juli 2018; | ||
| 29 | 21° niet-medische hulp- en dienstverlening: de hulp en bijstand die derden verlenen aan een persoon met een verminderde zelfredzaamheid in residentieel, semiresidentieel of ambulant verband; | 31 | 21° niet-medische hulp- en dienstverlening: de hulp en bijstand die derden verlenen aan een persoon met een verminderde zelfredzaamheid in residentieel, semiresidentieel of ambulant verband; |
| 30 | 21°/1 overlegorganisator: een zorgaanbieder die, op verzoek van een gebruiker, de mantelzorger van de gebruiker of een zorgaanbieder van het zorgteam, het multidisciplinair overleg voorbereidt, vastlegt en zorgt voor de vastlegging van de gemaakte afspraken in een zorgen ondersteuningsplan, vanuit een neutrale en onafhankelijke positie ten aanzien van het zorgteam; | 32 | 21°/1 overlegorganisator: een zorgaanbieder die, op verzoek van een gebruiker, de mantelzorger van de gebruiker of een zorgaanbieder van het zorgteam, het multidisciplinair overleg voorbereidt, vastlegt en zorgt voor de vastlegging van de gemaakte afspraken in een zorgen ondersteuningsplan, vanuit een neutrale en onafhankelijke positie ten aanzien van het zorgteam; |
| 48 | 36° verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen: een persoon die gemachtigd is om mobiliteitshulpmiddelen te verkopen of te verhuren conform artikel 122, met behoud van de erkenningsplicht op grond van artikel 72 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen; | 50 | 36° verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen: een persoon die gemachtigd is om mobiliteitshulpmiddelen te verkopen of te verhuren conform artikel 122, met behoud van de erkenningsplicht op grond van artikel 72 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen; |
| 49 | 37° vertegenwoordiger van de gebruiker: de vertegenwoordiger, vermeld in artikel 23, § 2; | 51 | 37° vertegenwoordiger van de gebruiker: de vertegenwoordiger, vermeld in artikel 23, § 2; |
| 52 | 37°/1 vervoerder: een professionele vervoerder die een gebruiker vervoert in een voertuig dat aangepast is voor het vervoer in een rolstoel, en dat vervoer naar en van een revalidatievoorziening of indicatiesteller doet; | ||
| 50 | 38° Vlaamse Zorgkas: de vzw Vlaamse Zorgkas opgericht door het Vlaams Zorgfonds; | 53 | 38° Vlaamse Zorgkas: de vzw Vlaamse Zorgkas opgericht door het Vlaams Zorgfonds; |
| 51 | 39° welzijnsbeleid: het beleid inzake de bijstand aan personen met betrekking tot het geheel van aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen, vermeld in artikel 5, § 1, II, 3°, van de voormelde bijzondere wet; | 54 | 39° welzijnsbeleid: het beleid inzake de bijstand aan personen met betrekking tot het geheel van aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen, vermeld in artikel 5, § 1, II, 3°, van de voormelde bijzondere wet; |
| 1 | In dit decreet wordt verstaan onder: | 1 | In dit decreet wordt verstaan onder: |
| 2 | 1° administratief aansluiten: de aansluiting zonder premiebetaling bij een zorgkas, door personen op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is of die zich niet vrijwillig hebben aangesloten bij een zorgkas, maar die wel een beroep doen op zorg deel uitmakend van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, 4° tot en met 9° ; | 2 | 1° administratief aansluiten: de aansluiting zonder premiebetaling bij een zorgkas, door personen op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is of die zich niet vrijwillig hebben aangesloten bij een zorgkas, maar die wel een beroep doen op zorg deel uitmakend van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, 4° tot en met 10° ; |
| 3 | 2° agentschap: het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9; | 3 | 2° agentschap: het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9; |
| 4 | 3° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); | 4 | 3° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); |
| 5 | 4° basisondersteuningsbudget: een bedrag als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering; | 5 | 4° basisondersteuningsbudget: een bedrag als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering; |
| 6 | 5° BelRAI: verzamelterm voor wetenschappelijk onderbouwde beoordelingsinstrumenten, gebaseerd op het internationale interRAI-instrumentarium. Het gaat om gevalideerde beoordelingsinstrumenten om de gezondheids- en welzijnssituatie van gebruikers op een gestandaardiseerde en gestructureerde manier in beeld te brengen met als doel een hoogkwalitatieve zorgplanning en kwaliteitsmonitoring te realiseren; | 6 | 5° BelRAI: verzamelterm voor wetenschappelijk onderbouwde beoordelingsinstrumenten, gebaseerd op het internationale interRAI-instrumentarium. Het gaat om gevalideerde beoordelingsinstrumenten om de gezondheids- en welzijnssituatie van gebruikers op een gestandaardiseerde en gestructureerde manier in beeld te brengen met als doel een hoogkwalitatieve zorgplanning en kwaliteitsmonitoring te realiseren; |
| 7 | 5°/1 centrum voor dagverzorging: een zorgvoorziening als vermeld in artikel 23 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019; | ||
| 8 | 5°/2 centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning: een zorgvoorziening als vermeld in artikel 46 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019; | ||
| 9 | 5°/3 centrum voor kortverblijf: het centrum voor kortverblijf type 1, vermeld in artikel 26, § 1, tweede lid, 1°, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, met uitsluiting van het centrum voor kortverblijf dat uitgebaat wordt in de daartoe bestemde lokalen van een erkend centrum voor herstelverblijf; | ||
| 10 | 5°/4 centrum voor kortverblijf met een bijkomende erkenning: een zorgvoorziening als vermeld in artikel 45 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019; | ||
| 7 | 6° bijdrage voor woon- en leefkosten: de vergoeding voor diensten en goederen, verricht of geleverd door de zorgvoorziening, die niet worden vergoed door het zorgticket noch door de gebruikersbijdrage; | 11 | 6° bijdrage voor woon- en leefkosten: de vergoeding voor diensten en goederen, verricht of geleverd door de zorgvoorziening, die niet worden vergoed door het zorgticket noch door de gebruikersbijdrage; |
| 8 | 7° buitengewone zorg: de zorg in het kader van revalidatie of geestelijke gezondheidszorg, al dan niet verleend buiten het Nederlandse taalgebied of buiten de door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorzieningen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, waarvoor, in het concrete geval, in geen tegemoetkoming is voorzien krachtens de reglementaire bepalingen van de Belgische verzekering voor geneeskundige verzorging, krachtens de bepalingen van dit decreet, met uitzondering van artikel 55 of krachtens de wettelijke bepalingen van een buitenlandse regeling voor verplichte verzekering; | 12 | 7° buitengewone zorg: de zorg in het kader van revalidatie of geestelijke gezondheidszorg, al dan niet verleend buiten het Nederlandse taalgebied of buiten de door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorzieningen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, waarvoor, in het concrete geval, in geen tegemoetkoming is voorzien krachtens de reglementaire bepalingen van de Belgische verzekering voor geneeskundige verzorging, krachtens de bepalingen van dit decreet, met uitzondering van artikel 55 of krachtens de wettelijke bepalingen van een buitenlandse regeling voor verplichte verzekering; |
| 9 | 8° decreet houdende de persoonsvolgende financiering: het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap; | 13 | 8° decreet houdende de persoonsvolgende financiering: het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap; |
| 14 | 8°/1 decreet van 6 juli 2018: het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging; | ||
| 10 | 9° erkende zorgkas: een zorgkas, opgericht door een instantie als vermeld in artikel 18, die erkend is krachtens artikel 19; | 15 | 9° erkende zorgkas: een zorgkas, opgericht door een instantie als vermeld in artikel 18, die erkend is krachtens artikel 19; |
| 11 | 10° Expertencommissie: de Expertencommissie gespecialiseerde zorg, vermeld in artikel 39; | 16 | 10° Expertencommissie: de Expertencommissie gespecialiseerde zorg, vermeld in artikel 39; |
| 12 | 11° gebruiker: iedere natuurlijke persoon die een beroep doet of kan doen op de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4; | 17 | 11° gebruiker: iedere natuurlijke persoon die een beroep doet of kan doen op de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4; |
| 13 | 12° gebruikersbijdrage: een financiële bijdrage in de zorgkosten ten laste van de gebruiker die een beroep doet op zorg of een responsabiliseringsbijdrage voor een mobiliteitshulpmiddel; | 18 | 12° gebruikersbijdrage: een financiële bijdrage in de zorgkosten ten laste van de gebruiker die een beroep doet op zorg of een responsabiliseringsbijdrage voor een mobiliteitshulpmiddel; |
| 19 | 12°/1 gegevens over gezondheid: gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming; | ||
| 14 | 13° gezondheidsbeleid: het beleid met betrekking tot het geheel van de aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is; | 20 | 13° gezondheidsbeleid: het beleid met betrekking tot het geheel van de aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is; |
| 15 | 14° ICF: International Classification of Functioning, Disability and Health; het betreft een begrippenkader, ontwikkeld door de Wereldgezondheidsorganisatie, waarmee het mogelijk is om het functioneren van mensen en eventuele problemen die mensen tijdens het functioneren ondervinden, te beschrijven; | 21 | 14° ICF: International Classification of Functioning, Disability and Health; het betreft een begrippenkader, ontwikkeld door de Wereldgezondheidsorganisatie, waarmee het mogelijk is om het functioneren van mensen en eventuele problemen die mensen tijdens het functioneren ondervinden, te beschrijven; |
| 20 | 19° mantelzorger: de natuurlijke persoon die vanuit een sociale en emotionele band een of meer personen met verminderd zelfzorgvermogen, niet beroepshalve maar meer dan occasioneel, helpt en ondersteunt in het dagelijkse leven; | 26 | 19° mantelzorger: de natuurlijke persoon die vanuit een sociale en emotionele band een of meer personen met verminderd zelfzorgvermogen, niet beroepshalve maar meer dan occasioneel, helpt en ondersteunt in het dagelijkse leven; |
| 21 | 20° mobiliteitshulpmiddelen: de hulpmiddelen die bedoeld zijn om de bewegingsfunctie te ondersteunen, namelijk rolstoelen, loophulpmiddelen, orthopedische driewielfietsen, stasystemen, zitkussens ter preventie van doorzitwonden, modulair aanpasbare systemen ter ondersteuning van de zithouding en onderstellen en de aanpassingen ervan. Een rolstoel, loophulpmiddel of orthopedische driewielfiets zijn speciaal ontworpen toestellen om personen te helpen zich binnenshuis en buitenshuis te verplaatsen; | 27 | 20° mobiliteitshulpmiddelen: de hulpmiddelen die bedoeld zijn om de bewegingsfunctie te ondersteunen, namelijk rolstoelen, loophulpmiddelen, orthopedische driewielfietsen, stasystemen, zitkussens ter preventie van doorzitwonden, modulair aanpasbare systemen ter ondersteuning van de zithouding en onderstellen en de aanpassingen ervan. Een rolstoel, loophulpmiddel of orthopedische driewielfiets zijn speciaal ontworpen toestellen om personen te helpen zich binnenshuis en buitenshuis te verplaatsen; |
| 28 | 20°/1 multidisciplinair overleg: een overleg waarbij zorgaanbieders van verschillende disciplines aanwezig zijn, naast een overlegorganisator, en waarbij de zorg en ondersteuning in de thuissituatie voor een gebruiker wordt afgestemd, het zorgproces wordt gestroomlijnd en het zorgteam rond die gebruiker wordt afgebakend; | ||
| 22 | 21° niet-medische hulp- en dienstverlening: de hulp en bijstand die derden verlenen aan een persoon met een verminderde zelfredzaamheid in residentieel, semiresidentieel of ambulant verband; | 29 | 21° niet-medische hulp- en dienstverlening: de hulp en bijstand die derden verlenen aan een persoon met een verminderde zelfredzaamheid in residentieel, semiresidentieel of ambulant verband; |
| 30 | 21°/1 overlegorganisator: een zorgaanbieder die, op verzoek van een gebruiker, de mantelzorger van de gebruiker of een zorgaanbieder van het zorgteam, het multidisciplinair overleg voorbereidt, vastlegt en zorgt voor de vastlegging van de gemaakte afspraken in een zorgen ondersteuningsplan, vanuit een neutrale en onafhankelijke positie ten aanzien van het zorgteam; | ||
| 23 | 22° Patiëntenrichtlijn: richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg; | 31 | 22° Patiëntenrichtlijn: richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg; |
| 24 | 23° persoonsvolgend budget: het geheel van tegemoetkomingen, vermeld in artikel 58, dat bestaat uit een zorgbudget dat cash wordt uitbetaald, een zorgticket dat via een trekkingsrecht wordt toegekend of een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen; | 32 | 23° persoonsvolgend budget: het geheel van tegemoetkomingen, vermeld in artikel 58, dat bestaat uit een zorgbudget dat cash wordt uitbetaald, een zorgticket dat via een trekkingsrecht wordt toegekend, een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen, een tegemoetkoming voor de organisatie van en de deelname aan multidisciplinair overleg of een tegemoetkoming voor reiskosten; |
| 25 | 24° pijler van de Vlaamse sociale bescherming: een van de verschillende onderdelen van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4; | 33 | 24° pijler van de Vlaamse sociale bescherming: een van de verschillende onderdelen van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4; |
| 26 | 25° revalidatie: de behandeling, de diagnostiek of de ondersteuning die verleend wordt in een revalidatieziekenhuis of in een revalidatievoorziening, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is conform artikel 128, § 1, van de Grondwet; | 34 | 25° revalidatie: de behandeling, de diagnostiek of de ondersteuning die verleend wordt in een revalidatieziekenhuis of in een revalidatievoorziening, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is conform artikel 128, § 1, van de Grondwet; |
| 35 | 25°/2 revalidatieverstrekking: de volledige therapeutische activiteit per tijdsdeel, in contact met de gebruiker of zijn context, en de ondersteunende werking om die activiteit mogelijk te maken; | ||
| 27 | 26° revalidatievoorziening: zorgvoorziening, andere dan een revalidatieziekenhuis, die revalidatie aanbiedt, vermeld in punt 25° ; | 36 | 26° revalidatievoorziening: zorgvoorziening, andere dan een revalidatieziekenhuis, die revalidatie aanbiedt, vermeld in punt 25° ; |
| 28 | 27° revalidatieziekenhuis: een zorgvoorziening voor gezondheidszorg waarin passende zorg aangeboden wordt aan patiënten van wie de gezondheidstoestand de opname of het verblijf vereisen, met als doel de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren door de ziekte te bestrijden of de patiënt te revalideren als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; | 37 | 27° revalidatieziekenhuis: een zorgvoorziening voor gezondheidszorg waarin passende zorg aangeboden wordt aan patiënten van wie de gezondheidstoestand de opname of het verblijf vereisen, met als doel de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren door de ziekte te bestrijden of de patiënt te revalideren als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; |
| 29 | 28° rolstoel: een manuele rolstoel, een elektronische rolstoel, een elektronische scooter, een manuele kinderrolstoel of een elektronische kinderrolstoel; | 38 | 28° rolstoel: een manuele rolstoel, een elektronische rolstoel, een elektronische scooter, een manuele kinderrolstoel of een elektronische kinderrolstoel; |
| 30 | 29° stasysteem: een stasysteem is een toestel dat personen met een ernstige of volledige beperking van de stafunctie toelaat rechtop te staan; | 39 | 29° stasysteem: een stasysteem is een toestel dat personen met een ernstige of volledige beperking van de stafunctie toelaat rechtop te staan; |
| 31 | 30° tegemoetkoming: een zorgbudget als vermeld in deel 2, titel 2, een zorgticket als vermeld in deel 2, titel 3, of tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen als vermeld in deel 2, titel 4; | ||
| 40 | 30° tegemoetkoming: een zorgbudget, een zorgticket, een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen, een tegemoetkoming voor de organisatie van en de deelname aan multidisciplinair overleg of een tegemoetkoming voor reiskosten; | ||
| 32 | 31° toezichthoudende autoriteit: de toezichthoudende autoriteit als vermeld in artikel 4, 21), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); | 41 | 31° toezichthoudende autoriteit: de toezichthoudende autoriteit als vermeld in artikel 4, 21), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); |
| 33 | 32° trekkingsrecht: het recht op een persoonsvolgend budget dat verloopt via een rechtstreekse betaling door de zorgkas aan de erkende zorgvoorziening of verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen die zorg verleent aan de gebruiker; | 42 | 32° trekkingsrecht: het recht op een persoonsvolgend budget dat verloopt via een rechtstreekse betaling door de zorgkas aan de erkende zorgvoorziening of verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen die zorg verleent aan de gebruiker; |
| 40 | 39° welzijnsbeleid: het beleid inzake de bijstand aan personen met betrekking tot het geheel van aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen, vermeld in artikel 5, § 1, II, 3°, van de voormelde bijzondere wet; | 49 | 39° welzijnsbeleid: het beleid inzake de bijstand aan personen met betrekking tot het geheel van aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen, vermeld in artikel 5, § 1, II, 3°, van de voormelde bijzondere wet; |
| 41 | 40° wonen: ingeschreven zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister, of ingeschreven zijn in het wachtregister voor personen die jonger zijn dan achttien jaar; | 50 | 40° wonen: ingeschreven zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister, of ingeschreven zijn in het wachtregister voor personen die jonger zijn dan achttien jaar; |
| 51 | 40°/1 woonzorgcentrum: een zorgvoorziening als vermeld in artikel 33 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019; | ||
| 52 | 40°/2 woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning: een zorgvoorziening als vermeld in artikel 44, § 1, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019; | ||
| 42 | 41° Woonzorgdecreet: Woonzorgdecreet van 15 februari 2019; | 53 | 41° Woonzorgdecreet: Woonzorgdecreet van 15 februari 2019; |
| 43 | 42° zelfzorg: de beslissingen en de acties die een natuurlijke persoon in het dagelijkse leven uitvoert om te voldoen aan zijn basisbehoeften, en de bijbehorende activiteiten. Die activiteiten kunnen onder meer betrekking hebben op de uitvoering van huishoudelijke activiteiten, het leggen van sociale contacten en de mogelijkheid om zich te ontplooien en zich te oriënteren in tijd en ruimte; | 54 | 42° zelfzorg: de beslissingen en de acties die een natuurlijke persoon in het dagelijkse leven uitvoert om te voldoen aan zijn basisbehoeften, en de bijbehorende activiteiten. Die activiteiten kunnen onder meer betrekking hebben op de uitvoering van huishoudelijke activiteiten, het leggen van sociale contacten en de mogelijkheid om zich te ontplooien en zich te oriënteren in tijd en ruimte; |
| 44 | 43° Ziekteverzekeringswet: de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994; | ||
| 55 | 43° ...; | ||
| 45 | 44° zorg: alle vormen van zorg en ondersteuning gefinancierd in uitvoering van dit decreet, inclusief revalidatie; | 56 | 44° zorg: alle vormen van zorg en ondersteuning gefinancierd in uitvoering van dit decreet, inclusief revalidatie; |
| 57 | 44°/1 zorgaanbieder: een zorgaanbieder als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders; | ||
| 46 | 45° zorgbehoefte: de behoefte van een gebruiker aan zorg, objectief vastgesteld aan de hand van een indicatiestelling; | 58 | 45° zorgbehoefte: de behoefte van een gebruiker aan zorg, objectief vastgesteld aan de hand van een indicatiestelling; |
| 47 | 46° zorgbudget: een vrij besteedbare tegemoetkoming, die door de zorgkas cash wordt uitbetaald aan de cliënt, voor kosten die gepaard gaan met zorgbehoevendheid, toegekend met toepassing van deel 2, titel 2, van dit decreet; | 59 | 46° zorgbudget: een vrij besteedbare tegemoetkoming, die door de zorgkas cash wordt uitbetaald aan de cliënt, voor kosten die gepaard gaan met zorgbehoevendheid, toegekend met toepassing van deel 2, titel 2, van dit decreet; |
| 48 | 47° zorgkas: een erkende zorgkas of de Vlaamse Zorgkas; | 60 | 47° zorgkas: een erkende zorgkas of de Vlaamse Zorgkas; |
| 49 | 48° Zorgkassencommissie: de Zorgkassencommissie, vermeld in artikel 33; | 61 | 48° Zorgkassencommissie: de Zorgkassencommissie, vermeld in artikel 33; |
| 62 | 48°/1 zorgteam: een zorgteam als vermeld in artikel 2, 19°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders; | ||
| 50 | 49° zorgticket: de tussenkomst in de kost van zorg, waarvan de omvang wordt bepaald op basis van de zorgbehoefte van de gebruiker, onder meer vastgesteld aan de hand van BelRAI en uitbetaald door de zorgkas onder de vorm van een trekkingsrecht; | 63 | 49° zorgticket: de tussenkomst in de kost van zorg, waarvan de omvang wordt bepaald op basis van de zorgbehoefte van de gebruiker, onder meer vastgesteld aan de hand van BelRAI en uitbetaald door de zorgkas onder de vorm van een trekkingsrecht; |
| 51 | 50° zorgverlener: elke natuurlijke persoon die op een beroepsmatige wijze zorg verleent in het kader van dit decreet; | 64 | 50° zorgverlener: elke natuurlijke persoon die op een beroepsmatige wijze zorg verleent in het kader van dit decreet; |
| 32 | 23° persoonsvolgend budget: het geheel van tegemoetkomingen, vermeld in artikel 58, dat bestaat uit een zorgbudget dat cash wordt uitbetaald, een zorgticket dat via een trekkingsrecht wordt toegekend, een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen, een tegemoetkoming voor de organisatie van en de deelname aan multidisciplinair overleg of een tegemoetkoming voor reiskosten; | 32 | 23° persoonsvolgend budget: het geheel van tegemoetkomingen, vermeld in artikel 58, dat bestaat uit een zorgbudget dat cash wordt uitbetaald, een zorgticket dat via een trekkingsrecht wordt toegekend, een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen, een tegemoetkoming voor de organisatie van en de deelname aan multidisciplinair overleg of een tegemoetkoming voor reiskosten; |
| 33 | 24° pijler van de Vlaamse sociale bescherming: een van de verschillende onderdelen van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4; | 33 | 24° pijler van de Vlaamse sociale bescherming: een van de verschillende onderdelen van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4; |
| 34 | 24°/1 psychiatrisch verzorgingstehuis: een psychiatrisch verzorgingstehuis als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 6 juli 2018; | ||
| 34 | 25° revalidatie: de behandeling, de diagnostiek of de ondersteuning die verleend wordt in een revalidatieziekenhuis of in een revalidatievoorziening, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is conform artikel 128, § 1, van de Grondwet; | 35 | 25° revalidatie: de behandeling, de diagnostiek of de ondersteuning die verleend wordt in een revalidatieziekenhuis of in een revalidatievoorziening, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is conform artikel 128, § 1, van de Grondwet; |
| 35 | 25°/1 revalidatieovereenkomst: de overeenkomst als vermeld in artikel 75 van het decreet van 6 juli 2018; | 36 | 25°/1 revalidatieovereenkomst: de overeenkomst als vermeld in artikel 75 van het decreet van 6 juli 2018; |
| 8 | 7° de thuiszorg; | 8 | 7° de thuiszorg; |
| 9 | 8° de transmurale zorg; | 9 | 8° de transmurale zorg; |
| 10 | 9° de mobiliteitshulpmiddelen. | 10 | 9° de mobiliteitshulpmiddelen; |
| 11 | 10° het multidisciplinair overleg. | ||
| 11 | De Vlaamse Regering legt de nadere invulling vast van de pijlers, vermeld in het eerste lid. | 12 | De Vlaamse Regering legt de nadere invulling vast van de pijlers, vermeld in het eerste lid. |
| 21 | De omvang van de premies, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt berekend op basis van een aantal parameters waaronder: | 21 | De omvang van de premies, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt berekend op basis van een aantal parameters waaronder: |
| 22 | 1° het aantal leden; | 22 | 1° het aantal leden; |
| 23 | 2° het aantal leden met recht op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering, vermeld in artikel 37, § 19, van de Ziekteverzekeringswet. | 23 | 2° het aantal leden met recht op een verhoogde tegemoetkoming als vermeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor wie sociale correcties worden toegepast conform artikel 45, § 1, vierde en vijfde lid, van dit decreet. |
| 24 | § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het beheer van de inkomsten uit beleggingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. | 24 | § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het beheer van de inkomsten uit beleggingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. |
| 25 | De middelen kunnen worden aangewend in een systeem van kapitalisatie, in een systeem van repartitie of in een gemengd systeem van kapitalisatie en repartitie. Daarbij kan ook een onderscheid gemaakt worden per pijler van de Vlaamse sociale bescherming. | 25 | De middelen kunnen worden aangewend in een systeem van kapitalisatie, in een systeem van repartitie of in een gemengd systeem van kapitalisatie en repartitie. Daarbij kan ook een onderscheid gemaakt worden per pijler van de Vlaamse sociale bescherming. |
| 1 | Om erkend te worden moet een zorgkas door de volgende instanties zijn opgericht: | 1 | Om erkend te worden moet een zorgkas door de volgende instanties zijn opgericht: |
| 2 | 1° landsbonden van ziekenfondsen of alle ziekenfondsen met administratieve zetel in het Vlaamse Gewest of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of minstens vier ziekenfondsen met administratieve zetel in het Vlaamse Gewest of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, via een maatschappij van onderlinge bijstand, onderworpen aan de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, die actief zijn in het gehele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; | 2 | 1° landsbonden van ziekenfondsen of alle ziekenfondsen met administratieve zetel in het Vlaamse Gewest of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of minstens vier ziekenfondsen met administratieve zetel in het Vlaamse Gewest of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, via een maatschappij van onderlinge bijstand, onderworpen aan de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, die actief zijn in het gehele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; |
| 3 | 2° de Kas der Geneeskundige Verzorging, vermeld in artikel 6 van de Ziekteverzekeringswet; | 3 | 2° de Kas der Geneeskundige Verzorging, vermeld in artikel 6 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994; |
| 4 | 3° verzekeringsondernemingen die vallen onder de toepassing van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, en die actief zijn in het hele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. | 4 | 3° verzekeringsondernemingen die vallen onder de toepassing van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, en die actief zijn in het hele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. |
| 5 | De Vlaamse Regering bepaalt wat wordt verstaan onder "actief zijn in het hele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad". | 5 | De Vlaamse Regering bepaalt wat wordt verstaan onder "actief zijn in het hele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad". |
| 5 | De Vlaamse Regering bepaalt wat moet worden verstaan onder niet tijdig rapporteren als vermeld in het eerste lid, 1°, en onder niet tijdig voorleggen als vermeld in het eerste lid, 2°. | 5 | De Vlaamse Regering bepaalt wat moet worden verstaan onder niet tijdig rapporteren als vermeld in het eerste lid, 1°, en onder niet tijdig voorleggen als vermeld in het eerste lid, 2°. |
| 6 | §2. Het bedrag van de administratieve geldboete die kan worden opgelegd in de gevallen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, bedraagt minstens 500 euro en maximaal 5000 euro. | 6 | §2. Het bedrag van de administratieve geldboete die kan worden opgelegd in de gevallen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, bedraagt minstens 500 euro en maximaal 5000 euro. |
| 7 | Het bedrag van de administratieve geldboete die kan worden opgelegd in het geval, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, bedraagt 125 euro per gebruiker die getroffen is door de fout bij de toekenning van het persoonsvolgend budget. | 7 | Het bedrag van de administratieve geldboete die kan worden opgelegd in het geval, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, bedraagt 125 euro per gebruiker of, wat tegemoetkomingen voor reiskosten betreft, per vervoerder die getroffen is door de fout bij de toekenning van het persoonsvolgend budget. |
| 8 | Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar een administratieve geldboete opleggen die lager is dan het minimumbedrag, vermeld in het eerste lid. Het bedrag van de administratieve geldboete kan evenwel niet lager zijn dan 50% van het minimumbedrag, vermeld in het eerste lid, en het bedrag, vermeld in het tweede lid. | 8 | Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar een administratieve geldboete opleggen die lager is dan het minimumbedrag, vermeld in het eerste lid. Het bedrag van de administratieve geldboete kan evenwel niet lager zijn dan 50% van het minimumbedrag, vermeld in het eerste lid, en het bedrag, vermeld in het tweede lid. |
| 9 | De door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar kan volledig of gedeeltelijk uitstel verlenen van betaling van de administratieve geldboete als er tijdens de twee vorige jaren geen enkele administratieve geldboete voor soortgelijke inbreuken als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, is opgelegd. | 9 | De door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar kan volledig of gedeeltelijk uitstel verlenen van betaling van de administratieve geldboete als er tijdens de twee vorige jaren geen enkele administratieve geldboete voor soortgelijke inbreuken als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, is opgelegd. |
| 2 | 1° de controle op de indicatiestellingen, vermeld in artikel 66 en artikel 109, met uitzondering van de gevallen waarin een beroep wordt gedaan op een externe dienstverlener; | 2 | 1° de controle op de indicatiestellingen, vermeld in artikel 66 en artikel 109, met uitzondering van de gevallen waarin een beroep wordt gedaan op een externe dienstverlener; |
| 3 | 2° de controle op de beoordeling van het vereiste hulpmiddel door de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen en de aflevering ervan; | 3 | 2° de controle op de beoordeling van het vereiste hulpmiddel door de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen en de aflevering ervan; |
| 4 | 3° de a posteriori controle van de revalidatievoorzieningen en de revalidatieziekenhuizen volgens de parameters bepaald door de Vlaamse Regering. | 4 | 3° de controle op de aangevraagde tegemoetkomingen voor zorg, in de gevallen bepaald door de Vlaamse Regering; |
| 5 | 4° de adviesverlening over de ontvankelijkheid van de aanvraag van een tegemoetkoming op basis van bijzondere noden, vermeld in artikel 129; | ||
| 6 | 5° de controle van de toepassing van het evaluatie-instrument, vermeld in artikel 145, 148, 150 en 152. | ||
| 5 | De Vlaamse Regering kan de Zorgkassencommissie belasten met bijkomende taken. | 7 | De Vlaamse Regering kan de Zorgkassencommissie belasten met bijkomende taken. |
| 1 | § 1. De Zorgkassencommissie beschikt over de gegevens van de gebruikersdie noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar taken. Die gegevens hebben onder meer betrekking op de indicatiestellingenen de eraan gekoppelde tegemoetkomingen die haar ter controle worden voorgelegd, conform artikel 34, eerste lid, 1°. | 1 | § 1. De Zorgkassencommissie beschikt over de gegevens van de gebruikers, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar taken. Die gegevens hebben onder meer betrekking op de indicatiestellingen, de aanvragen en de eraan gekoppelde tegemoetkomingen die haar ter controle worden voorgelegd, conform artikel 34, eerste lid. |
| 2 | § 2. De leden van de Zorgkassencommissie zijn gebonden door de geheimhoudingsplicht met betrekking tot de gegevens waarvan ze bij de uitoefening van hun opdracht kennis krijgen en die daarmee verband houden. | 2 | § 2. De leden van de Zorgkassencommissie zijn gebonden door de geheimhoudingsplicht met betrekking tot de gegevens waarvan ze bij de uitoefening van hun opdracht kennis krijgen en die daarmee verband houden. |
| 3 | Elke overtreding van deze paragraaf wordt gestraft met een geldboete van honderd euro tot duizend euro. | 3 | Elke overtreding van deze paragraaf wordt gestraft met een geldboete van honderd euro tot duizend euro. |
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt het statuut en de vergoeding van de leden van de Expertencommissie en legt de onverenigbaarheden vast, waaronder het verbod voor de leden van de Expertencommissie om in dienst te zijn van een zorgvoorziening, of om mandaten te vervullen binnen een zorgvoorziening. | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt het statuut en de vergoeding van de leden van de Expertencommissie en legt de onverenigbaarheden vast, waaronder het verbod voor de leden van de Expertencommissie om in dienst te zijn van een zorgvoorziening, of om mandaten te vervullen binnen een zorgvoorziening. |
| 4 | Het agentschap is belast met de administratieve ondersteuning en aansturing van de Expertencommissie. | 4 | Het agentschap is belast met de administratieve ondersteuning en aansturing van de Expertencommissie. |
| 5 | § 2. De Expertencommissie beschikt over de gegevens van de gebruikersdie noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar taken. | 5 | § 2. De Expertencommissie beschikt over de gegevens van de gebruikers, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar taken. |
| 6 | § 3. De leden van de Expertencommissie zijn gebonden door de geheimhoudingsplicht met betrekking tot de gegevens waarvan ze bij de uitoefening van hun opdracht kennis krijgen en die daarmee verband houden. | 6 | § 3. De leden van de Expertencommissie zijn gebonden door de geheimhoudingsplicht met betrekking tot de gegevens waarvan ze bij de uitoefening van hun opdracht kennis krijgen en die daarmee verband houden. |
| 7 | Elke overtreding van deze paragraaf wordt gestraft met een geldboete van honderd euro tot duizend euro. | 7 | Elke overtreding van deze paragraaf wordt gestraft met een geldboete van honderd euro tot duizend euro. |
| 3 | 2° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen voor geplande zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in IJsland, in Liechtenstein, in Noorwegen en in Zwitserland overeenkomstig de richtlijn 2011/24/EU; | 3 | 2° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen voor geplande zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in IJsland, in Liechtenstein, in Noorwegen en in Zwitserland overeenkomstig de richtlijn 2011/24/EU; |
| 4 | 3° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te nemen beslissingen over vragen om tegemoetkomingen voor buitengewone zorg, vermeld in artikel 55 van dit decreet; | 4 | 3° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te nemen beslissingen over vragen om tegemoetkomingen voor buitengewone zorg, vermeld in artikel 55 van dit decreet; |
| 5 | 4° advies verlenen over behandelprogramma's aan de bevoegde minister in dialoog met de betrokken sectorale adviescommissie, vermeld in artikel 38 van dit decreet. | ||
| 5 | 4° advies verlenen over het sluiten, wijzigen en beëindigen van de revalidatieovereenkomsten. | ||
| 6 | De Vlaamse Regering kan de Expertencommissie belasten met bijkomende taken. | 6 | De Vlaamse Regering kan de Expertencommissie belasten met bijkomende taken. |
| 1 | De Expertencommissie wordt onder meer belast met de volgende taken: | 1 | De Expertencommissie wordt onder meer belast met de volgende taken: |
| 2 | 1° een eensluidend advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen aan gebruikers conform de verordening (EG) nr. 883/2004; | 2 | 1° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen aan gebruikers conform de verordening (EG) nr. 883/2004; |
| 3 | 2° een eensluidend advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen voor geplande zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in IJsland, in Liechtenstein, in Noorwegen en in Zwitserland overeenkomstig de richtlijn 2011/24/EU; | 3 | 2° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen voor geplande zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in IJsland, in Liechtenstein, in Noorwegen en in Zwitserland overeenkomstig de richtlijn 2011/24/EU; |
| 4 | 3° een eensluidend advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te nemen beslissingen over vragen om tegemoetkomingen voor buitengewone zorg, vermeld in artikel 55 van dit decreet; | 4 | 3° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te nemen beslissingen over vragen om tegemoetkomingen voor buitengewone zorg, vermeld in artikel 55 van dit decreet; |
| 5 | 4° advies verlenen over behandelprogramma's aan de bevoegde minister in dialoog met de betrokken sectorale adviescommissie, vermeld in artikel 38 van dit decreet. | 5 | 4° advies verlenen over behandelprogramma's aan de bevoegde minister in dialoog met de betrokken sectorale adviescommissie, vermeld in artikel 38 van dit decreet. |
| 6 | De Vlaamse Regering kan de Expertencommissie belasten met bijkomende taken. | 6 | De Vlaamse Regering kan de Expertencommissie belasten met bijkomende taken. |
| 3 | 2° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen voor geplande zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in IJsland, in Liechtenstein, in Noorwegen en in Zwitserland overeenkomstig de richtlijn 2011/24/EU; | 3 | 2° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen voor geplande zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in IJsland, in Liechtenstein, in Noorwegen en in Zwitserland overeenkomstig de richtlijn 2011/24/EU; |
| 4 | 3° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te nemen beslissingen over vragen om tegemoetkomingen voor buitengewone zorg, vermeld in artikel 55 van dit decreet; | 4 | 3° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te nemen beslissingen over vragen om tegemoetkomingen voor buitengewone zorg, vermeld in artikel 55 van dit decreet; |
| 5 | 4° advies verlenen over het sluiten, wijzigen en beëindigen van de revalidatieovereenkomsten. | 5 | 4° advies verlenen over het sluiten, wijzigen en beëindigen van de revalidatieovereenkomsten; |
| 6 | 5° advies verlenen over het sluiten van in de tijd beperkte overeenkomsten met een experimenteel karakter als vermeld in artikel 83 van het decreet van 6 juli 2018; | ||
| 7 | 6° advies verlenen over het sluiten, wijzigen en beëindigen van overeenkomsten met multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging als vermeld in artikel 91 van het decreet van 6 juli 2018. | ||
| 6 | De Vlaamse Regering kan de Expertencommissie belasten met bijkomende taken. | 8 | De Vlaamse Regering kan de Expertencommissie belasten met bijkomende taken. |
| 3 | 2° op het ogenblik van de uitvoering van de tegemoetkoming legaal verblijven in een lidstaat van de Europese Unie of in de krachtens verordening (EG) nr. 883/2004 gelijkgestelde staten IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of Zwitserland; | 3 | 2° op het ogenblik van de uitvoering van de tegemoetkoming legaal verblijven in een lidstaat van de Europese Unie of in de krachtens verordening (EG) nr. 883/2004 gelijkgestelde staten IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of Zwitserland; |
| 4 | 3° beantwoorden aan de toepassingsvoorwaarden van de betreffende pijler van de Vlaamse sociale bescherming; | 4 | 3° beantwoorden aan de toepassingsvoorwaarden van de betreffende pijler van de Vlaamse sociale bescherming; |
| 5 | 4° wat het recht op een zorgbudget betreft, gedurende ten minste vijf jaar, die voorafgaan aan de opening van het recht op tegemoetkoming conform dit decreet, ononderbroken in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wonen of ononderbroken sociaal verzekerd zijn in de lidstaten van de Europese Unie, in de andere staten die partij zijn bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland. Voor kinderen tot de leeftijd van achttien jaar geldt die voorwaarde niet, voor de hele duur van de uitvoering van de tegemoetkomingen en voor de duur van de eventuele verlenging ervan. | 5 | 4° wat het recht op een zorgbudget betreft, gedurende ten minste vijf jaar, die voorafgaan aan de opening van het recht op tegemoetkoming conform dit decreet, ononderbroken in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wonen of ononderbroken sociaal verzekerd zijn in de lidstaten van de Europese Unie, in de andere staten die partij zijn bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland. Voor kinderen tot de leeftijd van achttien jaar geldt die voorwaarde niet, voor de hele duur van de uitvoering van de tegemoetkomingen en voor de duur van de eventuele verlenging ervan; |
| 6 | 5° [... (vernietigd bij arrest 2023/112 van het Grondwettelijk Hof van 20 juli 2023)]. | ||
| 6 | De gebruiker, vermeld in artikel 3, § 1, tweede en vijfde lid, en artikel 3, § 2, vijfde lid, die, vanaf het ogenblik dat hij zich kon aansluiten, zich niet vrijwillig heeft aangesloten bij een zorgkas binnen een door de Vlaamse Regering te bepalen termijn, moet gedurende ten minste vijf jaar, voorafgaand aan de opening van het recht op een tegemoetkoming conform dit decreet, ononderbroken aangesloten zijn bij een zorgkas of sociaal verzekerd zijn in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in een andere staat dan België die partij is bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland. | 7 | De gebruiker, vermeld in artikel 3, § 1, tweede en vijfde lid, en artikel 3, § 2, vijfde lid, die, vanaf het ogenblik dat hij zich kon aansluiten, zich niet vrijwillig heeft aangesloten bij een zorgkas binnen een door de Vlaamse Regering te bepalen termijn, moet gedurende ten minste vijf jaar, voorafgaand aan de opening van het recht op een tegemoetkoming conform dit decreet, ononderbroken aangesloten zijn bij een zorgkas of sociaal verzekerd zijn in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in een andere staat dan België die partij is bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland. |
| 7 | De gebruiker, vermeld in artikel 3, § 1, derde en vierde lid, en artikel 3, § 2, vierde lid, die, vanaf het ogenblik dat hij zich kon aansluiten, zich niet vrijwillig heeft aangesloten bij een zorgkas binnen een door de Vlaamse Regering te bepalen termijn moet, gedurende ten minste vijf jaar, voorafgaand aan de opening van het recht op een zorgbudget conform dit decreet, ononderbroken aangesloten zijn bij een zorgkas of sociaal verzekerd zijn in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in een andere staat dan België die partij is bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland. | 8 | De gebruiker, vermeld in artikel 3, § 1, derde en vierde lid, en artikel 3, § 2, vierde lid, die, vanaf het ogenblik dat hij zich kon aansluiten, zich niet vrijwillig heeft aangesloten bij een zorgkas binnen een door de Vlaamse Regering te bepalen termijn moet, gedurende ten minste vijf jaar, voorafgaand aan de opening van het recht op een zorgbudget conform dit decreet, ononderbroken aangesloten zijn bij een zorgkas of sociaal verzekerd zijn in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in een andere staat dan België die partij is bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland. |
| 9 | Wat de tegemoetkoming in het kader van het multidisciplinair overleg betreft, is de termijn van ononderbroken aansluiting, vermeld in het tweede lid, niet van toepassing. | ||
| 8 | De termijn van ononderbroken aansluiting, vermeld in het tweede en derde lid, wordt, ook na een verhuizing of onderbreking van de aansluiting, toegepast, als de gebruiker op de datum van de opening van het recht op de tegemoetkoming aan een van de volgende voorwaarden voldoet: | 10 | De termijn van ononderbroken aansluiting, vermeld in het tweede en derde lid, wordt, ook na een verhuizing of onderbreking van de aansluiting, toegepast, als de gebruiker op de datum van de opening van het recht op de tegemoetkoming aan een van de volgende voorwaarden voldoet: |
| 9 | 1° vrijwillig onder het toepassingsgebied van de Vlaamse sociale bescherming vallen; | 11 | 1° vrijwillig onder het toepassingsgebied van de Vlaamse sociale bescherming vallen; |
| 11 | Met het oog op de opening van het recht van de gebruiker als vermeld in artikel 3, § 1, tweede en vijfde lid, en artikel 3, § 2, vijfde lid, op de toekenning van een zorgticket of van een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen, kan de termijn van ononderbroken aansluiting, vermeld in het tweede lid, onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden, worden vervangen door de betaling door de gebruiker van een bedrag dat de Vlaamse Regering bepaalt, op basis van de periode waarin de gebruiker zich niet heeft aangesloten terwijl hij daartoe wel in de mogelijkheid was. Dat bedrag wordt verhoogd met een bedrag dat overeenstemt met het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 47, § 1. Artikel 47 is van overeenkomstige toepassing op dit lid. | 13 | Met het oog op de opening van het recht van de gebruiker als vermeld in artikel 3, § 1, tweede en vijfde lid, en artikel 3, § 2, vijfde lid, op de toekenning van een zorgticket of van een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen, kan de termijn van ononderbroken aansluiting, vermeld in het tweede lid, onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden, worden vervangen door de betaling door de gebruiker van een bedrag dat de Vlaamse Regering bepaalt, op basis van de periode waarin de gebruiker zich niet heeft aangesloten terwijl hij daartoe wel in de mogelijkheid was. Dat bedrag wordt verhoogd met een bedrag dat overeenstemt met het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 47, § 1. Artikel 47 is van overeenkomstige toepassing op dit lid. |
| 12 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende regels voor de voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de rechten in het kader van dit decreet. | 14 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende regels voor de voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de rechten in het kader van dit decreet. |
| 15 | De Vlaamse Regering bepaalt hoe aangetoond wordt dat voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4° en 5°. | ||
| 1 | Elke persoon die in het Nederlandse taalgebied woont en op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, en die een beroep doet op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, moet zich in voorkomend geval, ongeacht zijn leeftijd, administratief aansluiten bij een zorgkas. | 1 | Elke persoon die in het Nederlandse taalgebied woont en op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, en die een beroep doet op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 10°, moet zich in voorkomend geval, ongeacht zijn leeftijd, administratief aansluiten bij een zorgkas. |
| 2 | Elke persoon die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad woont en die niet vrijwillig is aangesloten bij een zorgkas als vermeld in artikel 42, § 1, tweede lid, of op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, en die een beroep doet op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorziening gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, moet zich in voorkomend geval, ongeacht zijn leeftijd, administratief aansluiten bij een zorgkas. | 2 | Elke persoon die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad woont en die niet vrijwillig is aangesloten bij een zorgkas als vermeld in artikel 42, § 1, tweede lid, of op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, en die een beroep doet op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 10°, in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorziening gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, moet zich in voorkomend geval, ongeacht zijn leeftijd, administratief aansluiten bij een zorgkas. |
| 3 | Elke persoon die buiten het Nederlandse taalgebied woont, die naar het Nederlandse taalgebied reist met het oogmerk om gedurende zijn verblijf zorg te ontvangen in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, en die niet aangesloten is bij een zorgkas conform artikel 42, § 1, § 2 of § 3, moet zich in voorkomend geval, ongeacht zijn leeftijd, administratief aansluiten bij een zorgkas. | 3 | Elke persoon die buiten het Nederlandse taalgebied woont, die naar het Nederlandse taalgebied reist met het oogmerk om gedurende zijn verblijf zorg te ontvangen in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 10°, en die niet aangesloten is bij een zorgkas conform artikel 42, § 1, § 2 of § 3, moet zich in voorkomend geval, ongeacht zijn leeftijd, administratief aansluiten bij een zorgkas. |
| 4 | Elke persoon die buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad woont, die naar het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad reist met het oogmerk om gedurende zijn verblijf zorg te ontvangen in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorziening , en die niet aangesloten is bij een zorgkas conform artikel 42, § 1, § 2 of § 3, moet zich in voorkomend geval, ongeacht zijn leeftijd, administratief aansluiten bij een zorgkas. | 4 | Elke persoon die buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad woont, die naar het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad reist met het oogmerk om gedurende zijn verblijf zorg te ontvangen in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorziening of in het kader van de pijler van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 10°, en die niet aangesloten is bij een zorgkas conform artikel 42, § 1, § 2 of § 3, moet zich in voorkomend geval, ongeacht zijn leeftijd, administratief aansluiten bij een zorgkas. |
| 1 | § 1. In afwijking van artikel 41, kunnen personen die zijn geschrapt uit het bevolkingsregister conform artikel 8 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, een beroep doen op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, van dit decreet, als ze feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijven en als ze aangesloten zijn of aangesloten zijn geweest bij een zorgkas conform artikel 42 van dit decreet. | 1 | § 1. In afwijking van artikel 41, kunnen personen die zijn geschrapt uit het bevolkingsregister conform artikel 8 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, een beroep doen op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 10°, van dit decreet, als ze feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijven en als ze aangesloten zijn of aangesloten zijn geweest bij een zorgkas conform artikel 42 van dit decreet. |
| 2 | De persoon, vermeld in het eerste lid, moet zich in voorkomend geval administratief aansluiten bij een zorgkas. | 2 | De persoon, vermeld in het eerste lid, moet zich in voorkomend geval administratief aansluiten bij een zorgkas. |
| 3 | De persoon, vermeld in het eerste lid, moet aantonen dat hij feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijft, aan de hand van de daardoor door de Vlaamse Regering bepaalde bewijsstukken. | 3 | De persoon, vermeld in het eerste lid, moet aantonen dat hij feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijft, aan de hand van de daardoor door de Vlaamse Regering bepaalde bewijsstukken. |
| 4 | De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden bepalen waaraan de persoon, vermeld in het eerste lid, moet voldoen. | 4 | De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden bepalen waaraan de persoon, vermeld in het eerste lid, moet voldoen. |
| 5 | § 2. In afwijking van artikel 41, kunnen staatlozen die onder de toepassing vallen van het verdrag betreffende de status van staatlozen, ondertekend te New York op 28 september 1954, en op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, een beroep doen op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, van dit decreet, als ze feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijven. | 5 | § 2. In afwijking van artikel 41, kunnen staatlozen die onder de toepassing vallen van het verdrag betreffende de status van staatlozen, ondertekend te New York op 28 september 1954, en op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, een beroep doen op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 10°, van dit decreet, als ze feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijven. |
| 6 | De persoon, vermeld in het eerste lid, moet zich, in voorkomend geval, administratief aansluiten bij een zorgkas. | 6 | De persoon, vermeld in het eerste lid, moet zich, in voorkomend geval, administratief aansluiten bij een zorgkas. |
| 7 | De persoon, vermeld in het eerste lid, moet aantonen dat hij feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijft, aan de hand van de daardoor door de Vlaamse Regering bepaalde bewijsstukken. | 7 | De persoon, vermeld in het eerste lid, moet aantonen dat hij feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijft, aan de hand van de daardoor door de Vlaamse Regering bepaalde bewijsstukken. |
| 8 | De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden bepalen waaraan de persoon, vermeld in het eerste lid, moet voldoen. | 8 | De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden bepalen waaraan de persoon, vermeld in het eerste lid, moet voldoen. |
| 9 | § 3. In afwijking van artikel 41, kunnen personen die jonger zijn dan achttien jaar en op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, een beroep doen op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, van dit decreet, als ze feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijven. | 9 | § 3. In afwijking van artikel 41, kunnen personen die jonger zijn dan achttien jaar en op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, een beroep doen op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 10°, van dit decreet, als ze feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijven. |
| 10 | De personen, vermeld in het eerste lid, moeten zich, in voorkomend geval, administratief aansluiten bij een zorgkas. | 10 | De personen, vermeld in het eerste lid, moeten zich, in voorkomend geval, administratief aansluiten bij een zorgkas. |
| 11 | De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden bepalen waaraan de persoon, vermeld in het eerste lid, moet voldoen. | 11 | De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden bepalen waaraan de persoon, vermeld in het eerste lid, moet voldoen. |
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende regels voor de leeftijd en de termijn van betaling, de wijze van vaststelling en de hoogte van de premies. De Vlaamse Regering bepaalt de indexering van de premies. | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende regels voor de leeftijd en de termijn van betaling, de wijze van vaststelling en de hoogte van de premies. De Vlaamse Regering bepaalt de indexering van de premies. |
| 3 | De Vlaamse Regering kan categorieën van personen, op wie alleen bepaalde pijlers van dit decreet van toepassing zijn, geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de verplichte premiebetaling. | 3 | De Vlaamse Regering kan categorieën van personen, op wie alleen bepaalde pijlers van dit decreet van toepassing zijn, geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de verplichte premiebetaling. |
| 4 | De Vlaamse Regering kan sociale correcties toepassen voor de leden met recht op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering als vermeld in artikel 37, § 19, van de Ziekteverzekeringswet. | 4 | De Vlaamse Regering kan sociale correcties toepassen voor de leden met recht op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering als vermeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. |
| 5 | [... (vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023)] | ||
| 5 | De Vlaamse Regering kan, bij substantiële verhoging van de premies, deze ook moduleren, rekening houdend met de financiële draagkracht van de gebruiker. | 6 | De Vlaamse Regering kan, bij substantiële verhoging van de premies, deze ook moduleren, rekening houdend met de financiële draagkracht van de gebruiker. |
| 6 | § 2. De zorgkassen innen de premies, bestemd voor het agentschap. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de inning van de premies. Ze bepaalt hoe de geïnde bedragen worden doorgestort aan het agentschap of worden verrekend met de subsidie, vermeld in artikel 26. | 7 | § 2. De zorgkassen innen de premies, bestemd voor het agentschap. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de inning van de premies. Ze bepaalt hoe de geïnde bedragen worden doorgestort aan het agentschap of worden verrekend met de subsidie, vermeld in artikel 26. |
| 11 | 2° als de aangeslotene het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling; | 12 | 2° als de aangeslotene het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling; |
| 12 | 3° als de aangeslotene in staat van faillissement verklaard is; | 13 | 3° als de aangeslotene in staat van faillissement verklaard is; |
| 13 | 4° als de aangeslotene door een gerechtsdeurwaarder insolvabel verklaard is. | 14 | 4° als de aangeslotene door een gerechtsdeurwaarder insolvabel verklaard is; |
| 15 | 5° als aan de aangeslotene het beschermingsstatuut van tijdelijk ont-heemde is toegekend, vermeld in artikel 57/29 van de wet van 15 decem-ber 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. | ||
| 1 | § 1. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de aftrek van niet tijdig betaalde premies voor de Vlaamse sociale bescherming van het uit te keren zorgbudget. | 1 | § 1. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de aftrek van niet tijdig betaalde premies voor de Vlaamse sociale bescherming van het uit te keren zorgbudget. |
| 2 | In de gevallen waarin de gebruiker geen recht heeft op een zorgbudget en behoefte heeft aan zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, van dit decreet, bepaalt de Vlaamse Regering de procedure voor de inning door de zorgkas van niet tijdig betaalde premies. | 2 | In de gevallen waarin de gebruiker geen recht heeft op een zorgbudget en behoefte heeft aan zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 10°, van dit decreet, bepaalt de Vlaamse Regering de procedure voor de inning door de zorgkas van niet tijdig betaalde premies. |
| 3 | § 2. De zorgkas kan personen vrijstellen van de betaling van niet tijdig betaalde premies of de premies verminderen wanneer de gebruiker zich bevindt in een behartigenswaardige situatie, en behoefte heeft aan zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, van dit decreet. | 3 | § 2. De zorgkas kan personen vrijstellen van de betaling van niet tijdig betaalde premies of de premies verminderen wanneer de gebruiker zich bevindt in een behartigenswaardige situatie, en behoefte heeft aan zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 10°, van dit decreet. |
| 4 | De volgende categorieën van gebruikers worden van rechtswege geacht zich in een behartigenswaardige situatie als vermeld in het eerste lid, te bevinden: | 4 | De volgende categorieën van gebruikers worden van rechtswege geacht zich in een behartigenswaardige situatie als vermeld in het eerste lid, te bevinden: |
| 5 | 1° gebruikers die, op het ogenblik dat zij zorg nodig hebben, in budgetbegeleiding of -beheer zijn bij een OCMW of bij een door de Vlaamse Gemeenschap erkende instelling voor schuldbemiddeling; | 5 | 1° gebruikers die, op het ogenblik dat zij zorg nodig hebben, in budgetbegeleiding of -beheer zijn bij een OCMW of bij een door de Vlaamse Gemeenschap erkende instelling voor schuldbemiddeling; |
| 1 | § 1. Een administratieve geldboete van 250 euro wordt opgelegd aan de persoon die aangesloten is bij een zorgkas en die de premie, vermeld in artikel 45, twee keer niet of slechts gedeeltelijk heeft betaald. | 1 | § 1. Een administratieve geldboete van 250 euro wordt opgelegd aan de persoon die aangesloten is bij een zorgkas en die de premie, vermeld in artikel 45, twee keer niet of slechts gedeeltelijk heeft betaald. |
| 2 | Voor personen die op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de administratieve boete wordt opgelegd, recht hebben op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, vermeld in artikel 37, § 19, van de Ziekteverzekeringswet, bedraagt de administratieve geldboete 100 euro. | 2 | Voor personen die op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de administratieve boete wordt opgelegd, recht hebben op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, vermeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, bedraagt de administratieve geldboete 100 euro. |
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder bepaalde jaren waarvoor de premie niet of slechts gedeeltelijk is betaald, niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het eerste lid. | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder bepaalde jaren waarvoor de premie niet of slechts gedeeltelijk is betaald, niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het eerste lid. |
| 4 | Als een gebruiker twee administratieve geldboetes, vermeld in het eerste of het tweede lid, heeft opgelopen en als aan de betreffende gebruiker opnieuw een administratieve geldboete wordt opgelegd, kan de Vlaamse Regering het bedrag van de administratieve geldboete verhogen. Specifiek getroffen gebruikers, waarvoor nader onderzoek zou aantonen dat de verhoogde boete armoedeverhogend blijkt te zijn, worden hiervan uitgesloten. | 4 | Als een gebruiker twee administratieve geldboetes, vermeld in het eerste of het tweede lid, heeft opgelopen en als aan de betreffende gebruiker opnieuw een administratieve geldboete wordt opgelegd, kan de Vlaamse Regering het bedrag van de administratieve geldboete verhogen. Specifiek getroffen gebruikers, waarvoor nader onderzoek zou aantonen dat de verhoogde boete armoedeverhogend blijkt te zijn, worden hiervan uitgesloten. |
| 3 | 2° toegangspoort: de toegangspoort, vermeld in artikel 17 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp. | 3 | 2° toegangspoort: de toegangspoort, vermeld in artikel 17 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp. |
| 4 | § 2. De persoonsgegevens worden in het kader van de Vlaamse sociale bescherming verwerkt conform de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, lid 1, c), van de voormelde verordening en, wat gegevens over gezondheid betreft, op artikel 9, lid 2, h), van de voormelde verordening. | 4 | § 2. De persoonsgegevens worden in het kader van de Vlaamse sociale bescherming verwerkt conform de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, lid 1, c), van de voormelde verordening en, wat gegevens over gezondheid betreft, op artikel 9, lid 2, h), van de voormelde verordening. |
| 5 | De gegevens over gezondheid, vermeld in het eerste lid, worden verwerkt conform artikel 9, derde lid, van de voormelde verordening, door of onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die aan het beroepsgeheim is gebonden, of door een andere persoon die tot geheimhouding is gehouden. | ||
| 6 | § 3. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens over de gezondheid, verwerkt door: | 5 | § 3. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens over de gezondheid, verwerkt door: |
| 7 | 1° het VAPH; | 6 | 1° het VAPH; |
| 2 | 1° algemene verordening gegevensbescherming: de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de richtlijn 95/45/EG; | 2 | 1° algemene verordening gegevensbescherming: de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de richtlijn 95/45/EG; |
| 3 | 2° toegangspoort: de toegangspoort, vermeld in artikel 17 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp. | 3 | 2° toegangspoort: de toegangspoort, vermeld in artikel 17 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp. |
| 4 | § 2. De persoonsgegevens worden in het kader van de Vlaamse sociale bescherming verwerkt conform de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, eerste lid, 1), c), van de voormelde verordening en, wat gegevens over gezondheid betreft, op artikel 9, tweede lid, 2), h), van de voormelde verordening. | 4 | § 2. De persoonsgegevens worden in het kader van de Vlaamse sociale bescherming verwerkt conform de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, lid 1, c), van de voormelde verordening en, wat gegevens over gezondheid betreft, op artikel 9, lid 2, h), van de voormelde verordening. |
| 5 | De Vlaamse Regering specificeert, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, de gegevens waarop artikel 22, tweede lid, artikel 23, § 1, eerste lid, artikel 37, § 1, artikel 39, § 2, artikel 50, artikel 65, tweede lid, en artikel 133, § 5, betrekking hebben. De verwerking van die gegevens vindt plaats met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing zijn bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder zijn of worden gespecificeerd. | ||
| 6 | De gegevens over gezondheid, vermeld in het eerste lid, worden verwerkt conform artikel 9, derde lid, van de voormelde verordening, door of onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die aan het beroepsgeheim is gebonden, of door een andere persoon die tot geheimhouding is gehouden. | 5 | De gegevens over gezondheid, vermeld in het eerste lid, worden verwerkt conform artikel 9, derde lid, van de voormelde verordening, door of onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die aan het beroepsgeheim is gebonden, of door een andere persoon die tot geheimhouding is gehouden. |
| 7 | § 3. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming, verwerkt door: | 6 | § 3. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens over de gezondheid, verwerkt door: |
| 8 | 1° het VAPH; | 7 | 1° het VAPH; |
| 9 | 2° de toegangspoort; | 8 | 2° de toegangspoort; |
| 11 | 4° de zorgkassen; | 10 | 4° de zorgkassen; |
| 12 | 5° de indicatiestellers; | 11 | 5° de indicatiestellers; |
| 13 | 6° de zorgvoorzieningenen de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen; | 12 | 6° de zorgvoorzieningen, de deelnemers aan het multidisciplinair overleg en de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen; |
| 14 | 7° de Zorgkassencommissie; | 13 | 7° de Zorgkassencommissie; |
| 15 | 8° de externe dienstverleners, vermeld in artikel 34, eerste lid, 1°, van dit decreet; | 14 | 8° de externe dienstverleners, vermeld in artikel 34, eerste lid, 1°, van dit decreet; |
| 18 | 11° de actoren die belast zijn met de behandeling van administratieve beroepen, conform artikel 71, artikel 76, § 5, artikel 80, § 5, artikel 88, § 3, en artikel 92, § 5, van dit decreet; | 17 | 11° de actoren die belast zijn met de behandeling van administratieve beroepen, conform artikel 71, artikel 76, § 5, artikel 80, § 5, artikel 88, § 3, en artikel 92, § 5, van dit decreet; |
| 19 | 12° de adviserend artsen van de verzekeringsinstellingen, de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 50. | 18 | 12° de adviserend artsen van de verzekeringsinstellingen, de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 50. |
| 19 | De instanties, vermeld in het eerste lid, verwerken de volgende persoonsgegevens van de gebruiker: | ||
| 20 | 1° de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de identificatie van de gebruiker in kwestie en in voorkomend geval de vertegenwoordiger of mantelzorger van de gebruiker; | ||
| 21 | 2° de persoonsgegevens, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, die noodzakelijk zijn voor de organisatie en de financiering van de zorg, met inbegrip van de berekening van de bijdragen ten laste van de gebruiker, en voor de vervulling van de opdrachten van de betrokken instantie. | ||
| 22 | De Vlaamse Regering specificeert de persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid. | ||
| 23 | De Vlaamse Regering specificeert in elk geval de gegevens waarop artikel 22, tweede lid, artikel 23, § 1, eerste lid, artikel 37, § 1, artikel 39, § 2, artikel 50, artikel 65, tweede lid, en artikel 133, § 5, betrekking hebben. | ||
| 20 | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vorm waarin en de wijze waarop de persoonsgegevensworden uitgewisseld. | 24 | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vorm waarin en de wijze waarop de persoonsgegevens, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, worden uitgewisseld. |
| 25 | § 3/1. Om de bevoegdheden en taken die bij of krachtens dit decreet worden bepaald, uit te voeren, worden persoonsgegevens van leden van de Zorgkassencommissie, de Expertencommissie, de sectorale adviescommissies, vermeld in artikel 38, de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen, vermeld in artikel 132, en de Bijzondere Technische Commissie, vermeld in artikel 133, verwerkt door het agentschap. | ||
| 26 | Het agentschap verwerkt persoonsgegevens ter identificatie van de leden van de commissies, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan die persoonsgegevens specificeren. | ||
| 27 | § 3/2. Het agentschap kan persoonsgegevens verwerken over de medewerkers die ingezet worden in de zorgvoorzieningen en de zelfstandigen die zorg verlenen in de zorgvoorzieningen. Die gegevens zijn noodzakelijk om de sociale akkoorden uit te voeren en om de financiering die toekomt aan de zorgvoorzieningen te berekenen. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden verwerkt. | ||
| 28 | Als dat noodzakelijk is, vraagt het agentschap de gegevens, vermeld in het eerste lid, aan de zorgvoorzieningen in kwestie. | ||
| 21 | § 4. De verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming zijn: | 29 | § 4. De verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming zijn: |
| 22 | 1° het agentschap, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de controles op indicatiestellingen en de aansturing van die controles, in het kader van de behandeling van de administratieve beroepen tegen beslissingen van de zorgkas, met het oog op de uitvoering van de opdrachten van de Expertencommissie, met het oog op de uitvoering van de opdrachten van de Bijzondere Technische Commissie en voor het beheer van de databank, vermeld in artikel 70; | 30 | 1° het agentschap, voor de verwerking van persoonsgegevens van gebruikers in het kader van de controles op indicatiestellingen en de aansturing van die controles, in het kader van de behandeling van de administratieve beroepen tegen beslissingen van de zorgkas, met het oog op de uitvoering van de opdrachten van de Expertencommissie, met het oog op de uitvoering van de opdrachten van de Bijzondere Technische Commissie en voor het beheer van de databank, vermeld in artikel 70, voor de verwerking van persoonsgegevens van leden van de Zorgkassencommissie, de Expertencommissie, de sectorale adviescommissies, de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen en de Bijzondere Technische Commissie en voor de verwerking van persoonsgegevens van medewerkers die ingezet worden in de zorgvoorzieningen en de zelfstandigen die zorg verlenen in de zorgvoorzieningen; |
| 23 | 2° de zorgkassen, voor de verwerking van indicatiestellingen en voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van hun opdrachten, vermeld in artikel 22; | 31 | 2° de zorgkassen, voor de verwerking van indicatiestellingen , voor de verwerking van persoonsgegevens van gebruikers in het kader van hun opdrachten, vermeld in artikel 22, en voor de doorgifte van persoonsgegevens conform artikel 46/1; |
| 24 | 3° het agentschap en de zorgkassen, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het digitaal platform Vlaamse Sociale Bescherming en de gemeenschappelijke applicaties Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 28; | 32 | 3° het agentschap en de zorgkassen, voor de verwerking van persoonsgegevens van gebruikers in het kader van het digitaal platform Vlaamse Sociale Bescherming en de gemeenschappelijke applicaties Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 28; |
| 25 | 4° de zorgvoorzieningenen de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van hun zorgrelatie met de gebruiker. | 33 | 4° de zorgvoorzieningen, de deelnemers aan het multidisciplinair overleg en de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen, voor de verwerking van persoonsgegevens van gebruikers in het kader van hun zorgrelatie met de gebruiker. |
| 26 | § 5. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, gedurende welke termijn de verwerkte persoonsgegevensmaximaal zullen worden bewaard. | 34 | § 5. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, gedurende welke termijn de verwerkte persoonsgegevens, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, maximaal zullen worden bewaard. |
| 27 | § 6. De verwerking van persoonsgegevensvindt plaats met respect voor de rechten van de betrokken gebruikers. | 35 | § 6. De verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, vindt plaats met respect voor de rechten van de betrokken gebruikers. |
| 28 | De zorgkassen zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van informatie in hun individuele communicatie en interactie met gebruikers en hun vertegenwoordigers, met inbegrip van de contactgegevens van de functionaris van de gegevensbescherming als bedoeld in artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming. | 36 | De zorgkassen zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van informatie in hun individuele communicatie en interactie met gebruikers en hun vertegenwoordigers, met inbegrip van de contactgegevens van de functionaris van de gegevensbescherming als bedoeld in artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming. |
| 29 | § 7. De instanties, vermeld in paragraaf 4, bezorgen aan het agentschap alle gegevens waarover ze beschikken in het kader van de uitvoering van dit decreet, met het oog op analyse van die gegevens, evidencebased beleidsvoering voor het Vlaamse welzijns- en gezondheidsbeleid en de informatieverstrekking daarover. Die gegevens zijn geanonimiseerd. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, welke gegevens bezorgd worden, alsook de wijze waarop en de periodiciteit waarmee de gegevens bezorgd worden. | 37 | § 7. De instanties, vermeld in paragraaf 4, bezorgen aan het agentschap alle gegevens waarover ze beschikken in het kader van de uitvoering van dit decreet, met het oog op analyse van die gegevens, evidencebased beleidsvoering voor het Vlaamse welzijns- en gezondheidsbeleid en de informatieverstrekking daarover. Die gegevens zijn geanonimiseerd. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, welke gegevens bezorgd worden, alsook de wijze waarop en de periodiciteit waarmee de gegevens bezorgd worden. |
| 30 | § 8. De zorgkassen bezorgen aan het Intermutualistisch Agentschap alle gegevens waarover ze beschikken in het kader van de uitvoering van dit decreet, met het oog op de analyse van die gegevens door het Intermutualistisch Agentschap. De doorgifte en analyse vindt plaats met het doel om verdere beleidsvorming te informeren. Die gegevens zijn geanonimiseerd. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, welke gegevens bezorgd worden, alsook de wijze waarop en de periodiciteit waarmee de gegevens bezorgd worden. | 38 | § 8. De zorgkassen bezorgen aan het Intermutualistisch Agentschap alle gegevens waarover ze beschikken in het kader van de uitvoering van dit decreet, met het oog op de analyse van die gegevens door het Intermutualistisch Agentschap. De doorgifte en analyse vindt plaats met het doel om verdere beleidsvorming te informeren. Die gegevens zijn gepseudonimiseerd. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, welke gegevens bezorgd worden, alsook de wijze waarop en de periodiciteit waarmee de gegevens bezorgd worden. |
| 31 | In het eerste lid wordt verstaan onder het Intermutualistisch Agentschap: het Intermutualistisch Agentschap opgericht overeenkomstig artikel 278 van de programmawet I van 24 december 2002. | 39 | In het eerste lid wordt verstaan onder het Intermutualistisch Agentschap: het Intermutualistisch Agentschap opgericht overeenkomstig artikel 278 van de programmawet I van 24 december 2002. |
| 1 | De zorgkassen enerzijds en de ziekenfondsen en verzekeringsinstellingen, vermeld in artikel 2, g) en i), van de Ziekteverzekeringswet anderzijds, wisselen onder elkaar gegevensuit die noodzakelijk zijn in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit decreet, conform een overeenkomst die daarover wordt gesloten. | 1 | De zorgkassen enerzijds en de ziekenfondsen en verzekeringsinstellingen, vermeld in artikel 2, g) en i), van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 anderzijds, wisselen onder elkaar gegevens, met inbegrip van de gegevens over gezondheid, uit die noodzakelijk zijn in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit decreet, conform een overeenkomst die daarover wordt gesloten. |
| 2 | De gegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op: | 2 | De gegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op: |
| 3 | 1° de verzekeringsstatus van gebruikers in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen; | 3 | 1° de verzekeringsstatus van gebruikers in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen; |
| 4 | 2° de informatie die noodzakelijk is om de Europese en internationale regelgeving uit te voeren; | 4 | 2° de informatie die noodzakelijk is om de Europese en internationale regelgeving uit te voeren; |
| 5 | 3° de informatie die noodzakelijk is om dubbele financiering van zorgkosten te vermijden. | 5 | 3° de informatie die noodzakelijk is om dubbele financiering van zorgkosten te vermijden. |
| 6 | De adviserend artsen, vermeld in artikel 154 van de Ziekteverzekeringswet, hebben toegang tot de gegevens van gebruikersdie verwerkt worden in het kader van dit decreet en die dienstig zijn voor de uitoefening van hun opdrachten, vermeld in artikel 153 van de Ziekteverzekeringswet en in het kader van dit decreet. | 6 | De adviserend artsen, vermeld in artikel 154 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, hebben toegang tot de gegevens van gebruikers, met inbegrip van de gegevens over gezondheid, die verwerkt worden in het kader van dit decreet en die dienstig zijn voor de uitoefening van hun opdrachten, vermeld in artikel 153 van de Ziekteverzekeringswet en in het kader van dit decreet. |
| 7 | De diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen, vermeld in artikel 19 van het Woonzorgdecreet, hebben toegang tot de gegevens van gebruikersdie verwerkt worden in het kader van dit decreet en die dienstig zijn voor de uitoefening van hun opdrachten, vermeld in artikel 20 van het Woonzorgdecreet. | 7 | De diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen, vermeld in artikel 19 van het Woonzorgdecreet, hebben toegang tot de gegevens van gebruikers, met inbegrip van de gegevens over gezondheid, die verwerkt worden in het kader van dit decreet en die dienstig zijn voor de uitoefening van hun opdrachten, vermeld in artikel 20 van het Woonzorgdecreet. |
| 8 | De openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 1 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, hebben toegang tot de gegevens van gebruikersdie verwerkt worden in het kader van dit decreet en die dienstig zijn voor de uitoefening van hun opdrachten, vermeld in hoofdstuk IV van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. | 8 | De openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 1 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, hebben toegang tot de gegevens van gebruikers, met inbegrip van de gegevens over gezondheid, die verwerkt worden in het kader van dit decreet en die dienstig zijn voor de uitoefening van hun opdrachten, vermeld in hoofdstuk IV van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. |
| 9 | Het VAPH, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, heeft toegang tot gegevens van gebruikers die verwerkt worden in het kader van dit decreet en die dienstig zijn voor de uitoefening van zijn opdracht, vermeld in artikel 6, 2°, van het voormelde decreet. | 9 | Het VAPH, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, heeft toegang tot gegevens van gebruikers die verwerkt worden in het kader van dit decreet en die dienstig zijn voor de uitoefening van zijn opdracht, vermeld in artikel 6, 2°, van het voormelde decreet. |
| 1 | Met het oog op de opname van een gebruiker in een zorgvoorziening of met het oog op de verstrekking van een mobiliteitshulpmiddel aan een gebruiker, hebben de betrokken zorgvoorzieningof de betrokken verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen toegang tot de volgende gegevens: | 1 | Met het oog op de opstart van zorg aan een gebruiker hebben de betrokken zorgvoorziening, de betrokken deelnemers aan het multidisciplinair overleg of de betrokken verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen toegang tot de volgende gegevens: |
| 2 | 1° de zorgkas waarbij de betrokken gebruiker is aangesloten; | 2 | 1° de zorgkas waarbij de betrokken gebruiker is aangesloten; |
| 3 | 2° de verzekeringsstatus van de betrokken gebruiker, met inbegrip van de eventuele achterstallen die de gebruiker heeft in het kader van de premiebetaling . | 3 | 2° de verzekeringsstatus van de betrokken gebruiker, met inbegrip van de eventuele achterstallen die de gebruiker heeft in het kader van de premiebetaling en in voorkomend geval de reden waarom iemand niet is aangesloten bij een zorgkas. |
| 1 | § 1. De zorgkassen zijn gehouden zich tot het Rijksregister van de natuurlijke personen te richten om de informatiegegevens, vermeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, te verkrijgen of om de juistheid van deze informatiegegevens na te gaan. | 1 | § 1. De zorgkassen zijn gehouden zich tot het Rijksregister van de natuurlijke personen te richten om de informatiegegevens, vermeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, te verkrijgen of om de juistheid van deze informatiegegevens na te gaan. |
| 2 | In afwijking van het eerste lid, kunnen de zorgkassen een beroep doen op een andere bron in de mate dat de informatiegegevens niet bij het Rijksregister kunnen worden verkregen. | 2 | In afwijking van het eerste lid, kunnen de zorgkassen een beroep doen op een andere bron in de mate dat de informatiegegevens niet bij het Rijksregister kunnen worden verkregen. |
| 3 | § 2. De informatiegegevens, vermeld in paragraaf 1, die bij het Rijksregister van de natuurlijke personen zijn verkregen, in een elektronisch bestand opgeslagen zijn en aan het dossier toegevoegd zijn, hebben bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedures volgens welke de informatiegegevens, vermeld in het eerste lid, moeten worden bewaard om hun bewijswaarde naar herkomst en datum te garanderen. | ||
| 5 | Als het bewijs van het tegendeel, vermeld in het eerste lid, door de betrokken instelling wordt aanvaard, deelt die de inhoud van het aldus aanvaarde informatiegegeven, als inlichting, mee aan het Rijksregister van de natuurlijke personen en voegt bij die mededelingen de bewijsstukken daarvan. | ||
| 3 | § 2. ... |
| 1 | § 1. Het agentschap is gehouden zich tot het Rijksregister van de natuurlijke personen te richten om de informatiegegevens, vermeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, te verkrijgen of om de juistheid van deze informatiegegevens na te gaan. | 1 | § 1. Het agentschap is gehouden zich tot het Rijksregister van de natuurlijke personen te richten om de informatiegegevens, vermeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, te verkrijgen of om de juistheid van deze informatiegegevens na te gaan. |
| 2 | In afwijking van het eerste lid, kan het agentschap een beroep doen op een andere bron in de mate dat de informatiegegevens niet bij het Rijksregister kunnen worden verkregen. | 2 | In afwijking van het eerste lid, kan het agentschap een beroep doen op een andere bron in de mate dat de informatiegegevens niet bij het Rijksregister kunnen worden verkregen. |
| 3 | § 2. De informatiegegevens, vermeld in paragraaf 1, die bij het Rijksregister van de natuurlijke personen zijn verkregen, in een elektronisch bestand opgeslagen zijn en aan het dossier toegevoegd zijn, hebben bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedures volgens welke de informatiegegevens, vermeld in het eerste lid, moeten worden bewaard om hun bewijswaarde naar herkomst en datum te garanderen. | ||
| 5 | Als het bewijs van het tegendeel, vermeld in het eerste lid, door de betrokken instelling wordt aanvaard, deelt die de inhoud van het aldus aanvaarde informatiegegeven, als inlichting, mee aan het Rijksregister van de natuurlijke personen en voegt bij die mededelingen de bewijsstukken daarvan. | ||
| 3 | § 2. .... |
| 1 | In de gevallen bepaald door de Vlaamse Regering gebruiken het agentschap, de zorgkassen, de zorgvoorzieningen, de deelnemers aan het multidisciplinair overleg en de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen het rijksregisternummer van gebruikers. | ||
| 2 | In de gevallen bepaald door de Vlaamse Regering gebruikt het agentschap het rijksregisternummer van de medewerkers die ingezet worden in de zorgvoorzieningen en de zelfstandigen die zorg verlenen in de zorgvoorzieningen en van de leden van de Zorgkassencommissie, de Expertencommissie en de Bijzondere Technische Commissie, vermeld in artikel 133 |
| 1 | De zorggebonden financiering bestaat uit de toekenning door de zorgkas van tegemoetkomingen aan gebruikers in de vorm van een persoonsvolgend budget. Dat persoonsvolgend budget kan bestaan in de toekenning van een zorgbudget, in de toekenning van een zorgticket of in de toekenning van een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen. | 1 | De zorggebonden financiering bestaat uit de toekenning door de zorgkas van tegemoetkomingen aan gebruikers in de vorm van een persoonsvolgend budget. Dat persoonsvolgend budget kan bestaan in de toekenning van een zorgbudget, in de toekenning van een zorgticket, in de toekenning van een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen, in de toekenning van een tegemoetkoming voor de organisatie van of deelname aan multidisciplinair overleg of in de toekenning van een tegemoetkoming voor reiskosten. |
| 2 | Het zorgbudget, vermeld in het eerste lid, heeft betrekking op de volgende pijlers van de Vlaamse sociale bescherming: | 2 | Het zorgbudget, vermeld in het eerste lid, heeft betrekking op de volgende pijlers van de Vlaamse sociale bescherming: |
| 3 | 1° het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden; | 3 | 1° het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden; |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de wijze waarop het persoonsvolgend budget aan de gebruiker wordt toegekend. | 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de wijze waarop het persoonsvolgend budget aan de gebruiker wordt toegekend. |
| 2 | Als de tegemoetkomingen op aanvraag worden toegekend, bepaalt de Vlaamse Regering de voorwaarden en de procedures voor de aanvraag van tegemoetkomingen bij de zorgkassen. | ||
| 3 | De zorgkassen behandelen de aanvragen en nemen een beslissing over de toekenning van tegemoetkomingen conform de voorwaarden en de procedures, vermeld in het tweede lid. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en de wijze waarop de tegemoetkomingen, ook retroactief, kunnen worden uitgevoerd. | 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en de wijze waarop de tegemoetkomingen, ook retroactief, kunnen worden uitgevoerd. |
| 5 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedures voor de financiële en administratieve betrekkingen tussen de gebruikers, de zorgkassen en de zorgvoorzieningen in het kader van de aanvraag, de toekenning en de uitbetaling van de tegemoetkomingen die worden toegekend op basis van dit decreet. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan subsidies toekennen aan organisaties voor de ontwikkeling, het onderhoud, de ondersteuning bij de implementatie en het operationeel houden van een BelRAI-applicatie, met het oog op de indicatiestelling en de zorgplanning en -evaluatie van gebruikers. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de nadere regels voor de subsidies, vermeld in het eerste lid, met inbegrip van het subsidiebedrag en de wijze waarop het toezicht op de besteding van de subsidies gebeurt. |
| 1 | De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kunnen, in de gevallen bepaald door de Vlaamse Regering, administratief beroep aantekenen tegen beslissingen van de zorgkas over de toekenning van het persoonsvolgend budget of tegen herzieningen door de zorgkas van die beslissingen conform artikel 69. De Vlaamse Regering regelt de administratieve beroepsprocedure en kan bepalen wie het administratief beroep behandelt. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan nadere regels en voorwaarden bepalen voor de eventuele cumulatie van tegemoetkomingen voor verschillende pijlers van de Vlaamse sociale bescherming of zorgvormen. Ze kan inzonderheid nadere regels en voorwaarden bepalen die specifiek gelden voor gebruikers die wonen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. | 1 | De Vlaamse Regering kan voorwaarden en procedures bepalen voor de eventuele cumulatie van tegemoetkomingen van de Vlaamse sociale bescherming of zorgvormen. Ze kan inzonderheid voorwaarden en procedures bepalen die specifiek gelden voor gebruikers die wonen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. |
| 1 | De tegemoetkomingen in het kader van dit decreet worden, conform de regels en onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering kan vaststellen, geweigerd of verminderd als de gebruiker of, in geval van het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood, de persoon met wie hij een gezin vormt, krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen of krachtens vreemde wetten, voor dezelfde behoefte aan zorg al een tegemoetkoming heeft gekregen. | ||
| 1 | De Vlaamse Regering kan voorwaarden en procedures bepalen over de eventuele cumulatie van tegemoetkomingen die voortvloeien uit dit decreet enerzijds en tegemoetkomingen krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen of krachtens vreemde wetten anderzijds. | ||
| 2 | De gebruiker of, in geval van het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood, de persoon met wie hij een gezin vormt, moet zijn aanspraak op de tegemoetkoming , vermeld in het eerste lid, doen gelden en brengt de zorgkas daar in voorkomend geval van op de hoogte. | 2 | De gebruiker of, in geval van het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood, de persoon met wie hij een gezin vormt, moet in voorkomend geval zijn aanspraak op de tegemoetkoming krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen of krachtens vreemde wetten, vermeld in het eerste lid, doen gelden en brengt de zorgkas daar in voorkomend geval van op de hoogte. |
| 1 | § 1. De tegemoetkomingen in het kader van dit decreet worden, conform de regels en onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering kan vaststellen, geweigerd of verminderd als de gebruiker, krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen, krachtens vreemde wetten, krachtens gemeen recht of krachtens een overeenkomst, werkelijk een schadeloosstelling ontvangt, voor dezelfde schade en op grond van dezelfde behoefte aan zorg. | 1 | § 1. De tegemoetkomingen in het kader van dit decreet worden, conform de regels en onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering kan vaststellen, geweigerd of verminderd als de gebruiker, krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen, krachtens vreemde wetten, krachtens gemeen recht of krachtens het interne stelsel van een internationale of supranationale organisatie, werkelijk een schadeloosstelling ontvangt, voor dezelfde schade en op grond van dezelfde behoefte aan zorg. |
| 2 | De gebruiker moet zijn aanspraak op de schadeloosstelling, vermeld in het eerste lid, doen gelden en brengt de zorgkas daar in voorkomend geval van op de hoogte. | 2 | De gebruiker moet zijn aanspraak op de schadeloosstelling, vermeld in het eerste lid, doen gelden en brengt de zorgkas daar in voorkomend geval van op de hoogte. |
| 3 | Als de schadeloosstelling, vermeld in het eerste lid, minder bedraagt dan de tegemoetkomingen verleend in het kader van de Vlaamse sociale bescherming, heeft de gebruiker recht op het verschil ten laste van de Vlaamse sociale bescherming. | 3 | Als de schadeloosstelling, vermeld in het eerste lid, minder bedraagt dan de tegemoetkomingen verleend in het kader van de Vlaamse sociale bescherming, heeft de gebruiker recht op het verschil ten laste van de Vlaamse sociale bescherming. |
| 4 | De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waarin de tegemoetkomingen verleend in het kader van de Vlaamse sociale bescherming worden toegekend in afwachting van de effectieve ontvangst door de gebruiker van de schadeloosstelling, vermeld in het eerste lid. | 4 | De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waarin de tegemoetkomingen verleend in het kader van de Vlaamse sociale bescherming worden toegekend in afwachting van de effectieve ontvangst door de gebruiker van de schadeloosstelling, vermeld in het eerste lid. |
| 5 | § 2. De zorgkas treedt in de plaats van de gebruiker om een aanspraak op de schadeloosstelling te laten gelden en informeert de gebruiker daarover. Die indeplaatsstelling geldt ten belope van het bedrag van de verleende tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid van paragraaf 1, voor het geheel van de sommen die krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen, krachtens vreemde wetten, krachtens gemeen recht of krachtens een overeenkomst verschuldigd zijn. | 5 | § 2. De zorgkas treedt in de plaats van de gebruiker om een aanspraak op de schadeloosstelling te laten gelden en informeert de gebruiker daarover. Die indeplaatsstelling geldt ten belope van het bedrag van de verleende tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid van paragraaf 1, voor het geheel van de sommen die krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen, krachtens vreemde wetten, krachtens gemeen recht of krachtens het interne stelsel van een internationale of supranationale organisatie verschuldigd zijn. |
| 6 | Indien degene die schadeloosstelling verschuldigd is de verzekeringsinstelling, vermeld in artikel 136, § 2, van de Ziekteverzekeringswet, verwittigt van zijn voornemen om de rechthebbende schadeloos te stellen, dan brengt de verzekeringsinstelling de zorgkas van de rechthebbende op de hoogte van die verwittiging, in zoverre de schadeloosstelling een van de pijlers betreft van de Vlaamse sociale bescherming. | 6 | Indien degene die schadeloosstelling verschuldigd is de verzekeringsinstelling, vermeld in artikel 136, § 2, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, verwittigt van zijn voornemen om de rechthebbende schadeloos te stellen, dan brengt de verzekeringsinstelling de zorgkas van de rechthebbende op de hoogte van die verwittiging, in zoverre de schadeloosstelling een van de pijlers betreft van de Vlaamse sociale bescherming. |
| 7 | Degene die de schadeloosstelling verschuldigd is, kan de zorgkas ook rechtstreeks verwittigen van zijn voornemen om de gebruiker schadeloos te stellen. | 7 | Degene die de schadeloosstelling verschuldigd is, kan de zorgkas ook rechtstreeks verwittigen van zijn voornemen om de gebruiker schadeloos te stellen. |
| 8 | De overeenkomst die tot stand gekomen is tussen de gebruiker en degene die de schadeloosstelling verschuldigd is, kan niet tegen de zorgkas worden aangevoerd zonder haar instemming. Als de zorgkas geen partij is, bezorgt de gebruiker een kopie van de tot stand gekomen akkoorden of gerechtelijke beslissingen. | 8 | De overeenkomst die tot stand gekomen is tussen de gebruiker en degene die de schadeloosstelling verschuldigd is, kan niet tegen de zorgkas worden aangevoerd zonder haar instemming. Als de zorgkas geen partij is, bezorgt de gebruiker een kopie van de tot stand gekomen akkoorden of gerechtelijke beslissingen. |
| 9 | Als degene die schadeloosstelling verschuldigd is, nalaat de verzekeringsinstelling of de zorgkas in te lichten conform het tweede of het derde lid, kan hij de betalingen die hij verrichtte ten gunste van de gebruiker niet aanvoeren tegen de zorgkas. In geval van dubbele betaling blijven die betalingen definitief verworven voor de gebruiker. | ||
| 10 | De zorgkas heeft een eigen recht van terugvordering van de verleende tegemoetkomingen tegenover het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds, vermeld in artikel 15, 85°, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekeringsof herverzekeringsondernemingen, in de gevallen, vermeld in artikel 19bis-11 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. | ||
| 11 | De schade, vermeld in dit artikel, wordt niet geacht volledig vergoed te zijn als de tegemoetkomingen in het kader van de Vlaamse sociale bescherming het bedrag van de toegekende schadeloosstelling overtreffen. | ||
| 12 | De tegemoetkomingen die worden toegekend op grond van dit decreet, zijn in dit geval terugvorderbaar van degene die schadeloosstelling verschuldigd is, ongeacht of er een dading is geweest of niet. | ||
| 9 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de uitoefening van de rechten, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan bepalen dat daarbij een beroep wordt gedaan op een door haar aangeduide, externe dienstverlener. | 13 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de uitoefening van de rechten, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan bepalen dat daarbij een beroep wordt gedaan op een door haar aangeduide, externe dienstverlener. |
| 14 | § 3. Dit artikel is niet van toepassing op de vergoedingen die toegekend zijn met toepassing van de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg, met uitzondering van de gevallen, vermeld in artikel 3, § 2, van de voormelde wet. |
| 2 | § 2. De ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen kunnen in voorkomend geval in mindering gebracht worden van toekomstige tegemoetkomingen die aan de betrokkene uitbetaald moeten worden. | 2 | § 2. De ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen kunnen in voorkomend geval in mindering gebracht worden van toekomstige tegemoetkomingen die aan de betrokkene uitbetaald moeten worden. |
| 3 | § 3. De terugvordering van ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen verjaart na twee jaar, vanaf de datum waarop de tegemoetkoming is uitbetaald. | 3 | § 3. De terugvordering van ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen verjaart na twee jaar, vanaf de datum waarop de tegemoetkoming is uitbetaald. |
| 4 | In afwijking van het eerste lid wordt de termijn van twee jaar voor de terugvordering van de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen aangepast naar vijf jaar als de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen verkregen zijn door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen van de gebruiker of zijn vertegenwoordiger . | 4 | In afwijking van het eerste lid wordt de termijn van twee jaar voor de terugvordering van de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen aangepast naar vijf jaar als de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen verkregen zijn door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen van de zorgvoorziening, de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, de deelnemer aan het multidisciplinair overleg, de vervoerder, de gebruiker of de vertegenwoordiger van de gebruiker. |
| 5 | Een aangetekende brief stuit de verjaring. | 5 | Een aangetekende brief stuit de verjaring. |
| 6 | § 4. De Vlaamse Regering bepaalt welke instantie, in de situaties vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, financieel verantwoordelijk is voor de niet teruggevorderde tegemoetkomingen. | 6 | § 4. De Vlaamse Regering bepaalt welke instantie, in de situaties vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, financieel verantwoordelijk is voor de niet teruggevorderde tegemoetkomingen. |
| 7 | § 5. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan administratief beroep aantekenen tegen de beslissingen van de zorgkas over de terugvordering. De Vlaamse Regering regelt de administratieve beroepsprocedure. Ze kan een multidisciplinair samengestelde administratieve beroepscommissie oprichten of bepalen wie het administratief beroep behandelt. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van deze beroepscommissie en kan binnen die administratieve beroepscommissie verschillende kamers instellen. Ze kan presentiegelden en vergoedingen bepalen. | 7 | § 5. De zorgvoorziening, de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, de deelnemer aan het multidisciplinair overleg, de vervoerder, de gebruiker of de vertegenwoordiger van de gebruiker kan administratief beroep aantekenen tegen de beslissingen van de zorgkas over de terugvordering. De Vlaamse Regering regelt de administratieve beroepsprocedure. Ze kan een multidisciplinair samengestelde administratieve beroepscommissie oprichten of bepalen wie het administratief beroep behandelt. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van deze beroepscommissie en kan binnen die administratieve beroepscommissie verschillende kamers instellen. Ze kan presentiegelden en vergoedingen bepalen. |
| 8 | Na uitputting van de administratieve beroepsprocedure, vermeld in het eerste lid, kan door de gebruiker of zijn vertegenwoordiger bij de arbeidsrechtbank beroep aangetekend worden. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing. | 8 | Na uitputting van de administratieve beroepsprocedure, vermeld in het eerste lid, kan door de zorgvoorziening, de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, de deelnemer aan het multidisciplinair overleg, de vervoerder, de gebruiker of de vertegenwoordiger van de gebruiker bij de arbeidsrechtbank beroep aangetekend worden. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing. |
| 1 | § 1. Het is de zorgvoorzieningen, de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen en de deelnemers aan het multidisciplinair overleg verboden: | ||
| 2 | 1° de documenten die de betaling van de tegemoetkomingen toestaan, op te stellen of te laten opstellen, af te leveren of te laten afleveren als de zorg niet werd verleend of als de zorg werd verleend tijdens een periode waarvoor de zorgvoorziening, de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen of de deelnemer aan het multidisciplinair overleg geen goedkeuring heeft ontvangen; | ||
| 3 | 2° de documenten die de betaling van de tegemoetkomingen toestaan, op te stellen of te laten opstellen, af te leveren of te laten afleveren als die niet conform dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn; | ||
| 4 | 3° de documenten die de betaling van de tegemoetkomingen toestaan, niet af te leveren als de aflevering ervan verplicht is; | ||
| 5 | 4° de documenten die de betaling van de tegemoetkomingen toestaan, op te stellen of te laten opstellen als die onregelmatig zijn doordat ze de administratieve formaliteiten met betrekking tot de vergoedingsvoorwaarden van de zorg niet respecteren. | ||
| 6 | De Vlaamse Regering bepaalt wat wordt verstaan onder documenten die de betaling van de tegemoetkomingen toestaan als vermeld in het eerste lid. Die documenten betreffen de papieren documenten en de documenten in elektronische versie conform artikel 48. | ||
| 7 | § 2. In de gevallen van paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, is de zorgvoorziening, de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen of de deelnemer aan het multidisciplinair overleg ertoe gehouden de volledige waarde van de tegemoetkomingen die ten onrechte ten laste werden gelegd van de Vlaamse Gemeenschap terug te betalen. | ||
| 8 | § 3. Bij een inbreuk op paragraaf 1, eerste lid, 1°, slaat de terugbetaling op de volledige waarde van de zorg die ten onrechte ten laste van de Vlaamse Gemeenschap werd gelegd. | ||
| 9 | Bij een inbreuk op paragraaf 1, eerste lid, 2°, komt de terugbetaling overeen met de door de Vlaamse Gemeenschap geleden financiële schade als de schade nog niet werd vergoed op basis van een andere bepaling van dit decreet. | ||
| 10 | § 4. De inbreuken op paragraaf 1, eerste lid, kunnen aanleiding geven tot een administratieve geldboete, opgelegd door het agentschap. | ||
| 11 | De inbreuken op paragraaf 1, eerste lid, 1°, kunnen aanleiding geven tot een administratieve geldboete van 50% tot 200% van de waarde van de terugbetaling. | ||
| 12 | De inbreuken op paragraaf 1, eerste lid, 2°, kunnen aanleiding geven tot een administratieve geldboete van 5% tot 150% van de waarde van de terugbetaling. | ||
| 13 | De inbreuken op paragraaf 1, eerste lid, 3° en 4°, kunnen aanleiding geven tot een administratieve geldboete van 50 euro tot 500 euro. | ||
| 14 | Het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in het tweede en derde lid, bedraagt maximaal 5000 euro. | ||
| 15 | Artikel 68, § 2 tot en met § 5, is van overeenkomstige toepassing. | ||
| 16 | De administratieve geldboete kan enkel worden opgelegd, voor zover het Openbaar Ministerie oordeelt dat er geen strafvervolging moet worden ingesteld of geen toepassing maakt van de artikelen 216bis en 216ter van het Wetboek van Strafvordering. | ||
| 17 | Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde administratie een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde wetboek voor te stellen. | ||
| 18 | § 5. De zorg waarvan is vastgesteld dat ze in strijd is met de regels, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, kan niet nogmaals ter uitbetaling worden ingediend bij de zorgkas. |
| 1 | Als er bij de zorgvoorziening, de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen of de deelnemer aan het multidisciplinair overleg sprake is van ernstige, nauwkeurige en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen van bedrog, kunnen de uitbetalingen door de zorgkassen volledig of gedeeltelijk worden geschorst voor een periode van maximaal twaalf maanden. | ||
| 2 | Elke zorgkas of elke gebruiker kan de aanwijzingen, vermeld in het eerste lid, melden aan het agentschap, dat ook op eigen initiatief kan handelen. Als een zorgkas aanwijzingen meldt aan het agentschap, deelt ze die gelijktijdig mee aan de andere zorgkassen. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de procedure om de schorsing, vermeld in het eerste lid, op te leggen. | ||
| 4 | De zorgvoorziening, de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen of de deelnemer aan het multidisciplinair overleg kan binnen drie maanden na de kennisgeving van de beslissing tot schorsing een niet-schorsend beroep instellen bij de arbeidsrechtbank. |
| 8 | § 4. De zorgkas kan de beslissing over de tegemoetkoming herzien als zich een wijziging voordoet in de toestand van de gebruiker. De Vlaamse Regering regelt de herzieningsprocedure. | 8 | § 4. De zorgkas kan de beslissing over de tegemoetkoming herzien als zich een wijziging voordoet in de toestand van de gebruiker. De Vlaamse Regering regelt de herzieningsprocedure. |
| 9 | § 5. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan administratief beroep aantekenen tegen de beslissing van de zorgkas. De Vlaamse Regering regelt de administratieve beroepsprocedure. Ze kan een multidisciplinair samengestelde administratieve beroepscommissie oprichten of bepalen wie het administratief beroep behandelt. De Vlaamse Regering kan binnen die administratieve beroepscommissie verschillende kamers instellen. Ze kan presentiegelden en vergoedingen bepalen. | 9 | § 5. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan administratief beroep aantekenen tegen de beslissing van de zorgkas. De Vlaamse Regering regelt de administratieve beroepsprocedure. Ze kan een multidisciplinair samengestelde administratieve beroepscommissie oprichten of bepalen wie het administratief beroep behandelt. De Vlaamse Regering kan binnen die administratieve beroepscommissie verschillende kamers instellen. Ze kan presentiegelden en vergoedingen bepalen. |
| 10 | § 6. Elke gebruiker die een administratief beroep indient, is een dossiertaks verschuldigd aan het agentschap op straffe van onontvankelijkheid van het beroep. | ||
| 11 | De dossiertaks, vermeld in het eerste lid, bedraagt 75 euro. | ||
| 12 | [... (vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023)] | ||
| 13 | In afwijking van het eerste lid zijn de volgende gebruikers vrijgesteld van de betaling van een dossiertaks: | ||
| 14 | 1° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard; | ||
| 15 | 2° de gebruiker die het voorwerp is van budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende instelling voor schuldbemiddeling of van een minnelijke schuldbemiddeling, vermeld in artikel 519, § 2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek; | ||
| 16 | 3° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie; | ||
| 17 | 4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap; | ||
| 18 | 5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering als vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering; | ||
| 19 | 6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen als vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen | ||
| 20 | [Commentaar : het vierde lid werd vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023 in zoverre die bepalingen niet voorzien in een volledige vrijstelling van de dossiertaks ten aanzien van rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming krachtens artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, die niet tot de zes categorieën van volledig vrijgestelden behoren)] | ||
| 21 | In de gevallen waarin het administratief beroep gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort | ||
| 22 | [Commentaar: het vijfde lid werd vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023 in zoverre het niet voorziet in de integrale terugbetaling van de dossiertaks indien de arbeidsrechtbank oordeelt dat in het kader van het administratief beroep ten onrechte werd geoordeeld dat de indiener van het beroep geen recht heeft op het gevraagde zorgbudget of de aanpassing ervan)] | ||
| 23 | De Vlaamse Regering kan nadere regels inzake de dossiertaks bepalen. | ||
| 1 | Het bedrag van het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood varieert op de volgende wijze volgens de graad van zelfredzaamheid en volgens de categorie waartoe de gebruiker behoort: | 1 | Het bedrag van het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood varieert op de volgende wijze volgens de categorie waartoe de gebruiker behoort: |
| 2 | 1° de gebruiker van wie de graad van zelfredzaamheid op 7 of 8 punten wordt vastgesteld, behoort tot de categorie 1. Hij ontvangt een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood dat gelijk is aan een jaarbedrag van 1021,34 euro; | 2 | 1° de gebruiker die tot de categorie 1 behoort, ontvangt een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood dat gelijk is aan een jaarbedrag van 1.062,60 euro; |
| 3 | 2° de gebruiker van wie de graad van zelfredzaamheid op 9 tot 11 punten wordt vastgesteld, behoort tot de categorie 2. Hij ontvangt een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood dat gelijk is aan een jaarbedrag van 3898,70 euro; | 3 | 2° de gebruiker die tot de categorie 2 behoort, ontvangt een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood dat gelijk is aan een jaarbedrag van 4.056,21 euro; |
| 4 | 3° de gebruiker van wie de graad van zelfredzaamheid op 12 tot 14 punten wordt vastgesteld, behoort tot de categorie 3. Hij ontvangt een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood dat gelijk is aan een jaarbedrag van 4740,17 euro; | 4 | 3° de gebruiker die tot de categorie 3 behoort, ontvangt een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood dat gelijk is aan een jaarbedrag van 4.931,67 euro; |
| 5 | 4° de gebruiker van wie de graad van zelfredzaamheid op 15 of 16 punten wordt vastgesteld, behoort tot de categorie 4. Hij ontvangt een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood dat gelijk is aan een jaarbedrag van 5581,42 euro; | 5 | 4° de gebruiker die tot de categorie 4 behoort, ontvangt een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood dat gelijk is aan een jaarbedrag van 5.806,91 euro; |
| 6 | 5° de gebruiker van wie de graad van zelfredzaamheid op ten minste 17 punten wordt vastgesteld, behoort tot de categorie 5. Hij ontvangt een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood dat gelijk is aan een jaarbedrag van 6855,99 euro. | 6 | 5° de gebruiker die tot de categorie 5 behoort, ontvangt een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood dat gelijk is aan een jaarbedrag van 7.132,97 euro. |
| 7 | De Vlaamse Regering bepaalt tot welke categorie de gebruiker behoort en houdt daarbij rekening met de vermindering van de zelfredzaamheid van de gebruiker. | ||
| 7 | De bedragen, vermeld in het eerste lid, worden gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der werknemers, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. | 8 | De bedragen, vermeld in het eerste lid, worden gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der werknemers, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. |
| 8 | De zorgkas voert uit op basis van de criteria, vermeld in het eerste lid. | 9 | De zorgkas voert uit op basis van de criteria, vermeld in het eerste lid. |
| 3 | § 2. De zorgkas herziet de beslissing over de tegemoetkoming ambtshalve als nieuwe gegevens aanleiding geven tot een wijziging van het bedrag van de tegemoetkoming. De Vlaamse Regering regelt de herzieningsprocedure. | 3 | § 2. De zorgkas herziet de beslissing over de tegemoetkoming ambtshalve als nieuwe gegevens aanleiding geven tot een wijziging van het bedrag van de tegemoetkoming. De Vlaamse Regering regelt de herzieningsprocedure. |
| 4 | § 3. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan administratief beroep aantekenen tegen de beslissing van de zorgkas. De Vlaamse Regering regelt de administratieve beroepsprocedure. Ze kan een multidisciplinair samengestelde administratieve beroepscommissie oprichten of bepalen wie het administratieve beroep behandelt. De Vlaamse Regering kan binnen die administratieve beroepscommissie verschillende kamers instellen. Ze kan presentiegelden en vergoedingen bepalen. | 4 | § 3. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan administratief beroep aantekenen tegen de beslissing van de zorgkas. De Vlaamse Regering regelt de administratieve beroepsprocedure. Ze kan een multidisciplinair samengestelde administratieve beroepscommissie oprichten of bepalen wie het administratieve beroep behandelt. De Vlaamse Regering kan binnen die administratieve beroepscommissie verschillende kamers instellen. Ze kan presentiegelden en vergoedingen bepalen. |
| 5 | § 4. Elke gebruiker die een administratief beroep indient, is een dossiertaks verschuldigd aan het agentschap op straffe van onontvankelijkheid van het beroep. | ||
| 6 | De dossiertaks, vermeld in het eerste lid, bedraagt 75 euro. | ||
| 7 | [... (vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023)] | ||
| 8 | In afwijking van het eerste lid zijn de volgende gebruikers vrijgesteld van de betaling van een dossiertaks: | ||
| 9 | 1° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard; | ||
| 10 | 2° de gebruiker die het voorwerp is van budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende instelling voor schuldbemiddeling of van een minnelijke schuldbemiddeling, vermeld in artikel 519, § 2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek; | ||
| 11 | 3° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie; | ||
| 12 | 4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap; | ||
| 13 | 5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering als vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering; | ||
| 14 | 6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen als vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen (vierde lid | ||
| 15 | [Commentaar: het vierde lid werd vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023 in zoverre die bepalingen niet voorzien in een volledige vrijstelling van de dossiertaks ten aanzien van rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming krachtens artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, die niet tot de zes categorieën van volledig vrijgestelden behoren)] | ||
| 16 | In de gevallen waarin het administratief beroep gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort. | ||
| 17 | [Commentaar: het vijfde lid werd vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023 in zoverre het niet voorziet in de integrale terugbetaling van de dossiertaks indien de arbeidsrechtbank oordeelt dat in het kader van het administratief beroep ten onrechte werd geoordeeld dat de indiener van het beroep geen recht heeft op het gevraagde zorgbudget of de aanpassing ervan)] | ||
| 18 | De Vlaamse Regering kan nadere regels inzake de dossiertaks bepalen. | ||
| 7 | § 4. De zorgkas kan de beslissing over de tegemoetkoming herzien als zich een wijziging voordoet in de toestand van de gebruiker. De Vlaamse Regering regelt de herzieningsprocedure. | 7 | § 4. De zorgkas kan de beslissing over de tegemoetkoming herzien als zich een wijziging voordoet in de toestand van de gebruiker. De Vlaamse Regering regelt de herzieningsprocedure. |
| 8 | § 5. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan administratief beroep aantekenen tegen de beslissing van de zorgkas. De Vlaamse Regering regelt de administratieve beroepsprocedure, waarbij ze een aparte en gedifferentieerde administratieve beroepsprocedure kan instellen betreffende de duidelijk vast te stellen behoefte aan zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 91, eerste lid. Ze kan een multidisciplinair samengestelde administratieve beroepscommissie oprichten of bepalen wie het administratief beroep behandelt. De Vlaamse Regering kan binnen die administratieve beroepscommissie verschillende kamers instellen. Ze kan presentiegelden en vergoedingen bepalen. | 8 | § 5. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan administratief beroep aantekenen tegen de beslissing van de zorgkas. De Vlaamse Regering regelt de administratieve beroepsprocedure, waarbij ze een aparte en gedifferentieerde administratieve beroepsprocedure kan instellen betreffende de duidelijk vast te stellen behoefte aan zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 91, eerste lid. Ze kan een multidisciplinair samengestelde administratieve beroepscommissie oprichten of bepalen wie het administratief beroep behandelt. De Vlaamse Regering kan binnen die administratieve beroepscommissie verschillende kamers instellen. Ze kan presentiegelden en vergoedingen bepalen. |
| 9 | § 6. Elke gebruiker die een administratief beroep indient, is een dossiertaks verschuldigd aan het agentschap op straffe van onontvankelijkheid van het beroep. | ||
| 10 | De dossiertaks, vermeld in het eerste lid, bedraagt 75 euro. | ||
| 11 | [... (vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023)] | ||
| 12 | In afwijking van het eerste lid zijn de volgende gebruikers vrijgesteld van de betaling van een dossiertaks: | ||
| 13 | 1° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard; | ||
| 14 | 2° de gebruiker die het voorwerp is van budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende instelling voor schuldbemiddeling of van een minnelijke schuldbemiddeling, vermeld in artikel 519, § 2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek; | ||
| 15 | 3° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie; | ||
| 16 | 4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap; | ||
| 17 | 5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering als vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering; | ||
| 18 | 6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen als vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen | ||
| 19 | [Commentaar: het vierde lid werd vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023 in zoverre die bepalingen niet voorzien in een volledige vrijstelling van de dossiertaks ten aanzien van rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming krachtens artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, die niet tot de zes categorieën van volledig vrijgestelden behoren)] | ||
| 20 | In de gevallen waarin het administratief beroep gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort. | ||
| 21 | [Commentaar: het vijfde lid werd vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023 in zoverre het niet voorziet in de integrale terugbetaling van de dossiertaks indien de arbeidsrechtbank oordeelt dat in het kader van het administratief beroep ten onrechte werd geoordeeld dat de indiener van het beroep geen recht heeft op het gevraagde zorgbudget of de aanpassing ervan)] | ||
| 22 | De Vlaamse Regering kan nadere regels inzake de dossiertaks bepalen. | ||
| 4 | 2° onder de door de Vlaamse Regering vastgestelde voorwaarden voor het ontvangen van zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie, in een andere staat die partij is bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland conform de Patiëntenrichtlijn of conform de overeenkomsten gesloten tussen de Vlaamse overheid en zorgvoorzieningen in andere lidstaten van de Europese Unie; | 4 | 2° onder de door de Vlaamse Regering vastgestelde voorwaarden voor het ontvangen van zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie, in een andere staat die partij is bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland conform de Patiëntenrichtlijn of conform de overeenkomsten gesloten tussen de Vlaamse overheid en zorgvoorzieningen in andere lidstaten van de Europese Unie; |
| 5 | 3° onder de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering, of op grond van afspraken gemaakt in het kader van samenwerkingsakkoorden met andere deelstaten, voor het ontvangen of het verlenen van zorg in andere deelstaten. | 5 | 3° onder de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering, of op grond van afspraken gemaakt in het kader van samenwerkingsakkoorden met andere deelstaten, voor het ontvangen of het verlenen van zorg in andere deelstaten. |
| 6 | De zorgkas neemt de beslissing tot toekenning van de tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, na eensluidend advies van de Expertencommissie. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de tegemoetkomingen, vermeld in deze paragraaf. | 6 | De Vlaamse Regering kan de voorwaarden en de procedure bepalen voor de toekenning van de tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid. De zorgkas neemt de beslissing tot toekenning van de tegemoetkomingen, in voorkomend geval na eensluidend advies van de Expertencommissie. |
| 1 | Tegen de beslissingen van de zorgkas, vermeld in artikel 103, kan door de gebruiker of zijn vertegenwoordiger beroep worden aangetekend bij de arbeidsrechtbank binnen een termijn van drie maanden na de ontvangst van de bestreden beslissing. Met het beroep tegen de beslissing van de zorgkas wordt tegelijkertijd beroep aangetekend tegen het eensluidend advies van de Expertencommissie . | 1 | Als de gebruiker of de vertegenwoordiger van de gebruiker beroep instelt tegen de beslissing van de zorgkas die na een eensluidend advies van de Expertencommissie is genomen, vermeld in artikel 103, § 2, tweede lid, brengt de zorgkas het agentschap daarvan op de hoogte. De zorgkas deelt het agentschap de beroepsakte mee. Het agentschap kan vrijwillig tussenkomen in de procedure voor de arbeidsrechtbank conform artikel 813 van het Gerechtelijk Wetboek. |
| 2 | In de gevallen, vermeld in het eerste lid, wordt zowel de zorgkas als het agentschap opgeroepen om als verweerder te verschijnen in de procedure voor de arbeidsrechtbank. Als de gebruiker nalaat om beide partijen te laten oproepen conform het door hem neergelegde verzoekschrift, betrekt het Openbaar Ministerie bij de arbeidsgerechten de ontbrekende partij alsnog in de procedure conform artikel 138bis van het Gerechtelijk Wetboek. | ||
| 3 | Het agentschap kan een beroep doen op de Expertencommissie in het kader van het verweer voor de arbeidsrechtbank. | 2 | Het agentschap kan een beroep doen op de Expertencommissie in het kader van het verweer voor de arbeidsrechtbank. |
| 1 | § 1. De aan de gebruiker verleende tegemoetkoming, vermeld in artikel 105, wordt bepaald in functie van het mobiliteitshulpmiddel waarvoor de gebruiker in aanmerking komt, afhankelijk van de beperking van zijn mobiliteit, zijn functionele noden en zijn levensdoelen. | 1 | § 1. De aan de gebruiker verleende tegemoetkoming, vermeld in artikel 105, wordt bepaald in functie van het mobiliteitshulpmiddel waarvoor de gebruiker in aanmerking komt, afhankelijk van de beperking van zijn mobiliteit, zijn functionele noden en zijn levensdoelen. |
| 2 | § 2. De beperking van de mobiliteit van de gebruiker, zijn functionele noden en zijn levensdoelen worden geëvalueerd aan de hand van ICF, door indicatiestellers die daarvoor zijn aangewezen in de door de Vlaamse Regering conform artikel 126 bepaalde aanvraagprocedures, ingevolge de toepassing van een indicatiestelling door een indicatiesteller. | 2 | § 2. De beperking van de mobiliteit van de gebruiker, zijn functionele noden en zijn levensdoelen worden geëvalueerd aan de hand van ICF, door indicatiestellers die daarvoor zijn aangewezen in de door de Vlaamse Regering conform artikel 126 bepaalde aanvraagprocedures, ingevolge de toepassing van een indicatiestelling door een indicatiesteller. |
| 3 | De Vlaamse Regering erkent indicatiestellers en bepaalt de voorwaarden en de procedures voor de toekenning, de weigering, de schorsing en de intrekking van de erkenning. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedures voor de erkenning van indicatiestellers en legt de procedures vast voor de toepassing door indicatiestellers van indicatiestellingen en voor de evaluatie door de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen van het mobiliteitshulpmiddel waarvoor de gebruiker op basis van de indicatiestelling in aanmerking komt. | 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de duur van de erkenning van de indicatiestellers en bepaalt in voorkomend geval de voorwaarden en de procedures voor de verlenging van de erkenning. |
| 5 | De Vlaamse Regering kan de opdrachten van de indicatiestellers nader specificeren en voorwaarden en procedures bepalen voor de toepassing door de indicatiestellers van indicatiestellingen | ||
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder de indicatiesteller wordt vergoed voor de toepassing van indicatiestellingen en legt het bedrag van de vergoedingen vast. | 6 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder de indicatiesteller wordt vergoed voor de toepassing van indicatiestellingen en legt het bedrag van de vergoedingen vast. |
| 5 | § 2/1. Verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen of andere personen die betrokken zijn bij de verstrekking van mobiliteitshulpmiddelen zijn niet aanwezig bij de toepassing van de indicatiestelling door de indicatiesteller. | 7 | § 2/1. Verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen of andere personen die betrokken zijn bij de verstrekking van mobiliteitshulpmiddelen zijn niet aanwezig bij de toepassing van de indicatiestelling door de indicatiesteller. |
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedures voor de erkenning van indicatiestellers en legt de procedures vast voor de toepassing door indicatiestellers van indicatiestellingen en voor de evaluatie door de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen van het mobiliteitshulpmiddel waarvoor de gebruiker op basis van de indicatiestelling in aanmerking komt. | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedures voor de erkenning van indicatiestellers en legt de procedures vast voor de toepassing door indicatiestellers van indicatiestellingen en voor de evaluatie door de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen van het mobiliteitshulpmiddel waarvoor de gebruiker op basis van de indicatiestelling in aanmerking komt. |
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder de indicatiesteller wordt vergoed voor de toepassing van indicatiestellingen en legt het bedrag van de vergoedingen vast. | 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder de indicatiesteller wordt vergoed voor de toepassing van indicatiestellingen en legt het bedrag van de vergoedingen vast. |
| 5 | § 2/1. Verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen of andere personen die betrokken zijn bij de verstrekking van mobiliteitshulpmiddelen zijn niet aanwezig bij de toepassing van de indicatiestelling door de indicatiesteller. | ||
| 5 | § 3. Conform de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden en procedures kan de gebruiker met een snel degeneratieve aandoening die al in het bezit is van een mobiliteitshulpmiddel ingevolge de toepassing van een indicatiestelling als vermeld in paragraaf 2, een gemotiveerde aanvraag indienen voor een tegemoetkoming voor een ander mobiliteitshulpmiddel zonder dat daarvoor een nieuwe indicatiestelling vereist is. | 6 | § 3. Conform de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden en procedures kan de gebruiker met een snel degeneratieve aandoening die al in het bezit is van een mobiliteitshulpmiddel ingevolge de toepassing van een indicatiestelling als vermeld in paragraaf 2, een gemotiveerde aanvraag indienen voor een tegemoetkoming voor een ander mobiliteitshulpmiddel zonder dat daarvoor een nieuwe indicatiestelling vereist is. |
| 6 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedures voor de indiening van de gemotiveerde aanvragen, vermeld in het eerste lid. | 7 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedures voor de indiening van de gemotiveerde aanvragen, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | § 1. De Vlaamse Regering bepaalt de tarieven die de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen mag aanrekenen in het kader van de verkoop en de verhuur van mobiliteitshulpmiddelen. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de tarieven worden geïndexeerd. | 1 | § 1. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de tarieven worden bepaald die de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen mag aanrekenen in het kader van de verkoop en de verhuur van mobiliteitshulpmiddelen. |
| 2 | De tarieven, vermeld in het eerste lid, worden aangerekend aan de zorgkassen ten belope van het bedrag van de tegemoetkoming waarop de gebruiker recht heeft, conform artikel 105. | 2 | De tarieven, vermeld in het eerste lid, worden aangerekend aan de zorgkassen ten belope van het bedrag van de tegemoetkoming waarop de gebruiker recht heeft, conform artikel 105. |
| 3 | In de mate dat de tarieven het bedrag van de tegemoetkoming waarop de gebruiker recht heeft, overschrijden, worden ze aangerekend aan de gebruiker in de vorm van een supplement. | 3 | In de mate dat de tarieven het bedrag van de tegemoetkoming waarop de gebruiker recht heeft, overschrijden, worden ze aangerekend aan de gebruiker in de vorm van een supplement. |
| 5 | 3° bijkomende competenties of kwalificaties met het oog op de verkoop of de verhuur van mobiliteitshulpmiddelen aan gebruikers met snel degeneratieve aandoeningen; | 5 | 3° bijkomende competenties of kwalificaties met het oog op de verkoop of de verhuur van mobiliteitshulpmiddelen aan gebruikers met snel degeneratieve aandoeningen; |
| 6 | 4° administratieve verplichtingen. | 6 | 4° administratieve verplichtingen. |
| 7 | De verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen mogen hun praktijkvoering aan het publiek alleen bekendmaken onder de volgende voorwaarden: | ||
| 8 | 1° de praktijkinformatie is waarheidsgetrouw, objectief, relevant en verifieerbaar en ze is wetenschappelijk onderbouwd; | ||
| 9 | 2° de praktijkinformatie zet niet aan tot overconsumptie; | ||
| 10 | 3° de praktijkinformatie vermeldt de bijzondere beroepstitels waarover de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen beschikt. De voormelde voorwaarde sluit niet uit dat de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen ook kan informeren over bepaalde opleidingen waarvoor geen bijzondere beroepstitel bestaat. | ||
| 7 | De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de toepassing van de bijkomende voorwaarden, vermeld in het eerste lid, en organiseert de controle op de toepassing hiervan. | 11 | De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de toepassing van de bijkomende voorwaarden, vermeld in het eerste lid, en organiseert de controle op de toepassing hiervan. |
| 1 | Als er tekortkomingen worden vastgesteld in het kader van de procedures en de voorwaarden, vermeld in artikel 123, of als wordt vastgesteld dat de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen systematisch een verkeerde evaluatie maakt van de mobilteitshulpmiddelen waarvoor gebruikers in aanmerking komen, kan de machtiging van de betreffende verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, vermeld in artikel 122, worden geschorst of ingetrokken. | 1 | Als er tekortkomingen worden vastgesteld in het kader van de naleving van de voorwaarde, vermeld in artikel 108, § 2/1, van de voorwaarden, vermeld in artikel 122, derde lid, of van de procedures en de voorwaarden, vermeld in artikel 123, of als wordt vastgesteld dat de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen systematisch een verkeerde evaluatie maakt van de mobiliteitshulpmiddelen waarvoor gebruikers in aanmerking komen, kan de machtiging van de betreffende verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, vermeld in artikel 122, worden geschorst of ingetrokken. |
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt door wie de machtiging wordt geschorst of ingetrokken. De Vlaamse Regering bepaalt wat wordt verstaan onder een systematisch verkeerde evaluatie van de mobiliteitshulpmiddelen waarvoor gebruikers in aanmerking komen als vermeld in het eerste lid, en legt de periode van de schorsing van de machtiging vast. | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt door wie de machtiging wordt geschorst of ingetrokken. De Vlaamse Regering bepaalt wat wordt verstaan onder een systematisch verkeerde evaluatie van de mobiliteitshulpmiddelen waarvoor gebruikers in aanmerking komen als vermeld in het eerste lid, en legt de periode van de schorsing van de machtiging vast. |
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende voorwaarden en procedures voor de oplegging van de schorsing of de intrekking van de machtiging, inclusief de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen bij de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers. | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende voorwaarden en procedures voor de oplegging van de schorsing of de intrekking van de machtiging, inclusief de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen bij de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers. |
| 1 | § 1. Als er tekortkomingen worden vastgesteld in het kader van de procedures en de voorwaarden, vermeld in artikel 123, kan het agentschap een administratieve geldboete opleggen aan de betreffende verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen of aan de onderneming in opdracht waarvan de betreffende verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen werkt. | 1 | § 1. Als er tekortkomingen worden vastgesteld in het kader van de naleving van de voorwaarde, vermeld in artikel 108, § 2/1, van de voorwaarden, vermeld in artikel 122, derde lid, of van de procedures en de voorwaarden, vermeld in artikel 123, kan het agentschap een administratieve geldboete opleggen aan de betreffende verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen of aan de onderneming in opdracht waarvan de betreffende verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen werkt. |
| 2 | Het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, bedraagt minstens 500 euro en maximaal 5000 euro. | 2 | Het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, bedraagt minstens 500 euro en maximaal 5000 euro. |
| 3 | § 2. Artikel 68, § 2 tot en met § 5, is van overeenkomstige toepassing. | 3 | § 2. Artikel 68, § 2 tot en met § 5, is van overeenkomstige toepassing. |
| 1 | Tegen de beslissingen van de zorgkas over de toekenning van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 105, kan door de gebruiker of zijn vertegenwoordiger beroep worden aangetekend bij de arbeidsrechtbank binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van de bestreden beslissing. Met het beroep tegen de beslissing van de zorgkas wordt tegelijkertijd beroep aangetekend tegen het eensluidend advies van de Zorgkassencommissie, verleend conform artikel 126, § 3. | 1 | Als de gebruiker of de vertegenwoordiger van de gebruiker beroep instelt tegen de beslissing van de zorgkas die na een eensluidend advies van de Zorgkassencommissie als vermeld in artikel 126, § 3, is genomen, brengt de zorgkas het agentschap daarvan op de hoogte. De zorgkas deelt het agentschap de beroepsakte mee. Het agentschap kan vrijwillig tussenkomen in de procedure voor de arbeidsrechtbank conform artikel 813 van het Gerechtelijk Wetboek. |
| 2 | In de gevallen, vermeld in het eerste lid, worden zowel de zorgkas als het agentschap opgeroepen om als verweerder te verschijnen in de procedure voor de arbeidsrechtbank. Als de gebruiker nalaat om beide partijen te laten oproepen conform het door hem neergelegde verzoekschrift, betrekt het Openbaar Ministerie bij de arbeidsgerechten de ontbrekende partij alsnog in de procedure conform artikel 138bis van het Gerechtelijk Wetboek. | ||
| 3 | Het agentschap kan een beroep doen op de Zorgkassencommissie in het kader van het verweer voor de arbeidsrechtbank. | 2 | Het agentschap kan een beroep doen op de Zorgkassencommissie in het kader van het verweer voor de arbeidsrechtbank. |
| 2 | De zorgkas behandelt de aanvragen, vermeld in het eerste lid, conform de voorwaarden en de procedures, bepaald door de Vlaamse Regering. De zorgkas stuurt de aanvragen, als ze ontvankelijk zijn, door naar de Bijzondere Technische Commissie, vermeld in artikel 133. De Bijzondere Technische Commissie beoordeelt de aanvragen op basis van de beoordelingscriteria en binnen de termijnen bepaald door de Vlaamse Regering en geeft een eensluidend advies aan de zorgkas. | 2 | De zorgkas behandelt de aanvragen, vermeld in het eerste lid, conform de voorwaarden en de procedures, bepaald door de Vlaamse Regering. De zorgkas stuurt de aanvragen, als ze ontvankelijk zijn, door naar de Bijzondere Technische Commissie, vermeld in artikel 133. De Bijzondere Technische Commissie beoordeelt de aanvragen op basis van de beoordelingscriteria en binnen de termijnen bepaald door de Vlaamse Regering en geeft een eensluidend advies aan de zorgkas. |
| 3 | De Vlaamse Regering legt de voorwaarden, procedures en termijnen vast voor de indiening, de ontvankelijkheidsverklaring en de beoordeling van de aanvragen, vermeld in het eerste lid. Ze kan, wat de ontvankelijkheidsverklaring betreft, een beroep doen op de Zorgkassencommissie. | 3 | De Vlaamse Regering legt de voorwaarden, procedures en termijnen vast voor de indiening, de ontvankelijkheidsverklaring en de beoordeling van de aanvragen, vermeld in het eerste lid. Ze kan, wat de ontvankelijkheidsverklaring betreft, een beroep doen op de Zorgkassencommissie. |
| 4 | Tegen de beslissingen van de zorgkas, genomen conform het tweede en derde lid, kan de gebruiker of zijn vertegenwoordiger beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank binnen een termijn van drie maanden na de ontvangst van de bestreden beslissing. Met het beroep tegen de beslissing van de zorgkas wordt tegelijkertijd beroep aangetekend tegen het eensluidend advies van de Bijzondere Technische Commissieof de Zorgkassencommissie . | 4 | Als de gebruiker of de vertegenwoordiger van de gebruiker beroep instelt tegen de beslissing van de zorgkas die na een eensluidend advies van de Bijzondere Technische Commissie, vermeld in artikel 133, of de Zorgkassencommissie is genomen, brengt de zorgkas het agentschap daarvan op de hoogte. De zorgkas deelt het agentschap de beroepsakte mee. Het agentschap kan vrijwillig tussenkomen in de procedure voor de arbeidsrechtbank conform artikel 813 van het Gerechtelijk Wetboek. |
| 5 | In de gevallen, vermeld in het vierde lid, wordt zowel de zorgkas als het agentschap opgeroepen om als verweerder te verschijnen in de procedure voor de arbeidsrechtbank. Als de gebruiker nalaat om beide partijen te laten oproepen conform het door hem neergelegde verzoekschrift, betrekt het Openbaar Ministerie bij de arbeidsgerechten de ontbrekende partij alsnog in de procedure conform artikel 138bis van het Gerechtelijk Wetboek. | ||
| 6 | Het agentschap kan een beroep doen op de Bijzondere Technische Commissie of de Zorgkassencommissie in het kader van het verweer voor de arbeidsrechtbank. | 5 | Het agentschap kan een beroep doen op de Bijzondere Technische Commissie of de Zorgkassencommissie in het kader van het verweer voor de arbeidsrechtbank. |
| 7 | § 3. Periodiek, op de tijdstippen die de Vlaamse Regering vastlegt en conform de door de Vlaamse Regering bepaalde procedure, brengt de Bijzondere Technische Commissie verslag uit aan de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen over de individuele beoordelingsprocedures, vermeld in paragraaf 2, eerste lid. De Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen neemt de verslagen in overweging bij het opstellen van haar advies en bij het formuleren van haar voorstellen, vermeld in artikel 132, § 2, 1° en 2°. | 7 | § 3. Periodiek, op de tijdstippen die de Vlaamse Regering vastlegt en conform de door de Vlaamse Regering bepaalde procedure, brengt de Bijzondere Technische Commissie verslag uit aan de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen over de individuele beoordelingsprocedures, vermeld in paragraaf 2, eerste lid. De Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen neemt de verslagen in overweging bij het opstellen van haar advies en bij het formuleren van haar voorstellen, vermeld in artikel 132, § 2, 1° en 2°. |
| 8 | § 4. De Vlaamse Regering kan bijkomende taken opleggen aan de Bijzondere Technische Commissie. | 8 | § 4. De Vlaamse Regering kan bijkomende taken opleggen aan de Bijzondere Technische Commissie. |
| 9 | § 5. De Bijzondere Technische Commissie beschikt over de gegevens van de gebruikersdie noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar taken. | 9 | § 5. De Bijzondere Technische Commissie beschikt over de gegevens van de gebruikers, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar taken. |
| 10 | § 6. De leden van de Bijzondere Technische Commissie zijn gebonden door de geheimhoudingsplicht met betrekking tot de gegevens waarvan ze bij de uitoefening van hun opdracht kennis krijgen en die daarmee verband houden. | 10 | § 6. De leden van de Bijzondere Technische Commissie zijn gebonden door de geheimhoudingsplicht met betrekking tot de gegevens waarvan ze bij de uitoefening van hun opdracht kennis krijgen en die daarmee verband houden. |
| 11 | Elke overtreding van deze paragraaf wordt gestraft met een geldboete van honderd euro tot duizend euro. | 11 | Elke overtreding van deze paragraaf wordt gestraft met een geldboete van honderd euro tot duizend euro. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan initiatieven nemen ter bevordering van de aantrekkelijkheid van de gezondheidszorgberoepen in zorgvoorzieningen waarvan de Vlaamse Gemeenschap de financiële weerslag ten laste neemt. Die initiatieven kunnen onder meer betrekking hebben op de werkomstandigheden, de vergoedingsvoorwaarden, arbeidsduurvermindering en vermindering van werklast, opleiding, kwalificatie en vorming en betrokkenheid in het besluitvormingsproces. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure met het oog op de vaststelling van de financiële weerslag, het bedrag en de betaling van de financiële tegemoetkoming. |
| 6 | 4° het eventuele bedrag van de waarborgsom en de mogelijke aanwending ervan; | 6 | 4° het eventuele bedrag van de waarborgsom en de mogelijke aanwending ervan; |
| 7 | 5° de regeling en de tarieven voor terugbetaling van de niet-gebruikte leveringen en diensten, in het bijzonder bij tijdelijke afwezigheid of bij overlijden; | 7 | 5° de regeling en de tarieven voor terugbetaling van de niet-gebruikte leveringen en diensten, in het bijzonder bij tijdelijke afwezigheid of bij overlijden; |
| 8 | 6° de regeling voor de transparantie van de bewonersfactuur. | 8 | 6° de regeling voor de transparantie van de gebruikersfactuur. |
| 9 | In dit artikel wordt verstaan onder: | 9 | In dit artikel wordt verstaan onder: |
| 10 | 1° dagprijs: de prijs per dag die de bewoner of zijn vertegenwoordiger moet betalen en die minimaal de kostprijselementen voor huisvesting en verzorging van de bewoner omvat, die beschouwd worden als deel van de normale activiteiten van een woonzorgcentrum, centrum voor dagverzorging of centrum voor kortverblijf; | 10 | 1° dagprijs: de prijs per dag die de bewoner of zijn vertegenwoordiger moet betalen en die minimaal de kostprijselementen voor huisvesting en verzorging van de bewoner omvat, die beschouwd worden als deel van de normale activiteiten van een woonzorgcentrum, centrum voor dagverzorging of centrum voor kortverblijf; |
| 1 | In het kader van de uitvoering van de sociale akkoorden die betrekking hebben op de gezondheidssector en in de mate dat de sociale akkoorden betrekking hebben op de woonzorgcentra, centra voor dagverzorging en centra voor kortverblijf, bepaalt de Vlaamse Regering de maatregelen waarvan de Vlaamse Gemeenschap de financiële weerslag ten laste neemt en legt de Vlaamse Regering de voorwaarden en de procedure vast met het oog op de vaststelling van de financiële weerslag, het bedrag en de betaling van de financiële tegemoetkoming. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan initiatieven nemen ter bevordering van de aantrekkelijkheid van de gezondheidszorgberoepen in zorgvoorzieningen waarvan de Vlaamse Gemeenschap de financiële weerslag ten laste neemt. Die initiatieven kunnen onder meer betrekking hebben op de werkomstandigheden, de vergoedingsvoorwaarden, arbeidsduurvermindering en vermindering van werklast, opleiding, kwalificatie en vorming en betrokkenheid in het besluitvormingsproces. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure met het oog op de vaststelling van de financiële weerslag, het bedrag en de betaling van de financiële tegemoetkoming. |
| 1 | Als een dagverzorgingscentrum het agentschap opzettelijk verkeerde gegevens verstrekt om een hogere tegemoetkoming te verkrijgen dan de tegemoetkoming waarop het op basis van de reële gegevens recht heeft, kan het agentschap, naast de terugvordering van de tegemoetkomingen die ten onrechte zijn uitbetaald, aan het dagverzorgingscentrum in kwestie een administratieve geldboete opleggen. | 1 | Als een centrum voor dagverzorging het agentschap opzettelijk verkeerde gegevens verstrekt om een hogere tegemoetkoming te verkrijgen dan de tegemoetkoming waarop het op basis van de reële gegevens recht heeft, kan het agentschap, naast de terugvordering van de tegemoetkomingen die ten onrechte zijn uitbetaald, aan het centrum voor dagverzorging in kwestie een administratieve geldboete opleggen. |
| 2 | Het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, bedraagt minstens 500 euro en maximaal 50.000 euro. | 2 | Het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, bedraagt minstens 500 euro en maximaal 50.000 euro. |
| 3 | Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar een administratieve geldboete opleggen die lager is dan het minimumbedrag, vermeld in het tweede lid. Het bedrag van de administratieve geldboete kan evenwel niet lager zijn dan 50% van het minimumbedrag, vermeld in het tweede lid. | 3 | Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar een administratieve geldboete opleggen die lager is dan het minimumbedrag, vermeld in het tweede lid. Het bedrag van de administratieve geldboete kan evenwel niet lager zijn dan 50% van het minimumbedrag, vermeld in het tweede lid. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de criteria om de opnemingsprijs in psychiatrische verzorgingstehuizen te berekenen en om de prijs per verblijfdag in initiatieven van beschut wonen te berekenen. |
| 1 | De Vlaamse Regering legt de opnemingsprijs per psychiatrisch verzorgingstehuis en de prijs per verblijfdag per initiatief van beschut wonen vast. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering kan categorieën van gebruikers in psychiatrische verzorgingstehuizen bepalen voor wie de opnemingsprijs verschillend is, afhankelijk van de met de categorie gerelateerde kosten voor herstelondersteunende zorg. Die categorieën kunnen verschillen van de categorieën, vermeld in artikel 154/7, tweede lid. | ||
| 3 | In dit artikel wordt verstaan onder herstelondersteunende zorg: de herstelondersteunende zorg, vermeld in artikel 2, 6°, van het decreet van 6 juli 2018. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan de financiering en de financieringsvoorwaarden vastleggen voor de zorgvernieuwende initiatieven, vermeld in artikel 59 van het decreet van 6 juli 2018. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van het aanbod aan zorg dat wordt gedekt door de tegemoetkoming, vermeld in artikel 154/4. |
| 1 | Een gebruiker betaalt aan het psychiatrische verzorgingstehuis een persoonlijke bijdrage in de opnemingsprijs. Die persoonlijke bijdrage is de opnemingsprijs verminderd met de tegemoetkoming, vermeld in artikel 154/4. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering kan categorieën van gebruikers in psychiatrische verzorgingstehuizen bepalen voor wie de persoonlijke bijdrage, vermeld in het eerste lid, wordt verminderd met een bijkomende forfaitaire tegemoetkoming, die een andere | ||
| 3 | is dan de tegemoetkoming, vermeld in artikel 154/4. De Vlaamse Regering kan het bedrag van de bijkomende forfaitaire tegemoetkoming per categorie bepalen. |
| 1 | Als dat van toepassing is, betaalt de gebruiker de kosten voor het verblijf in beschut wonen zoals die vastgelegd zijn in een overeenkomst tussen de gebruiker en het initiatief van beschut wonen. | ||
| 2 | De initiatieven van beschut wonen kunnen geen andere bedragen aanrekenen dan de bedragen die vastgelegd zijn in de overeenkomst, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | De revalidatieverstrekkingen worden vergoed in de vorm van een tegemoetkoming als ze in een revalidatieovereenkomst zijn opgenomen en worden toegekend onder de voorwaarden die daarin worden vermeld. De tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de revalidatievoorziening. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de regels en voorwaarden voor de samenstelling, berekening, wijziging en uitbetaling van de tegemoetkomingen voor revalidatieverstrekkingen. De voormelde regels en voorwaarden worden verder geconcretiseerd en uitgewerkt in de revalidatieovereenkomst die gesloten wordt met elke revalidatievoorziening. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering kan via de revalidatieovereenkomsten het bedrag van de tegemoetkoming per revalidatieverstrekking en het maximum aantal revalidatieverstrekkingen per kalenderjaar dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming bepalen voor elke revalidatievoorziening. |
| 1 | De begeleiding die multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging aanbieden, wordt vergoed in de vorm van een tegemoetkoming als ze in de overeenkomst met de multidisciplinaire begeleidingsequipe voor palliatieve verzorging is opgenomen en als de begeleiding voldoet aan de voorwaarden die zijn vermeld in die overeenkomst. De vergoeding wordt rechtstreeks uitbetaald aan de multidisciplinaire begeleidingsequipe voor palliatieve verzorging. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de regels en voorwaarden voor de samenstelling, de berekening, de wijziging en de uitbetaling van de tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, en de regels om het maximum aantal begeleidingen te berekenen waarvoor de tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, per kalenderjaar mag worden aangerekend. De voormelde regels en voorwaarden worden door de Vlaamse Regering verder geconcretiseerd en uitgewerkt in de overeenkomst die met de multidisciplinaire begeleidingsequipe voor palliatieve verzorging wordt gesloten. | ||
| 3 | In afwijking van het tweede lid kan de Vlaamse Regering in de overeenkomst met de multidisciplinaire begeleidingsequipe voor palliatieve verzorging het bedrag van de tegemoetkoming per begeleiding bepalen. |
| 1 | De regels en de voorwaarden, vermeld in artikel 60, vijfde lid, voor de aanvragen van tegemoetkomingen voor de begeleiding door multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging worden geconcretiseerd in de overeenkomsten met de multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging. |
| 1 | De organisatie van en de deelname aan een multidisciplinair overleg rond een gebruiker kan vergoed worden in de vorm van een tegemoetkoming. De Vlaamse Regering bepaalt de regels en de voorwaarden waaraan het multidisciplinair overleg rond een gebruiker moet voldoen om voor vergoeding in aanmerking te komen. | ||
| 2 | De tegemoetkoming wordt rechtstreeks uitbetaald aan de deelnemers aan het multidisciplinair overleg. De Vlaamse Regering bepaalt welke deelnemers aan het multidisciplinair overleg een tegemoetkoming kunnen krijgen, welke taken die deelnemers moeten uitoefenen en aan welke voorwaarden die deelnemers moeten voldoen om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de regels om de tegemoetkoming aan te vragen en om het bedrag van de tegemoetkoming te berekenen en ze bepaalt de wijze van uitbetaling van de tegemoetkoming voor de organisatie van en de deelname aan een multidisciplinair overleg. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedures voor de financiële en administratieve betrekkingen tussen de gebruikers, de deelnemers aan het multidisciplinaire overleg en de zorgkassen. |
| 1 | Artikel 103 en 104 zijn van overeenkomstige toepassing op de toekenning van tegemoetkomingen voor de organisatie van en de deelname aan een multidisciplinair overleg. |
| 1 | Gebruikers die op basis van een valse verklaring die ze hebben afgelegd of op basis van een vals document dat ze hebben opgemaakt ten onrechte rechtstreeks een tegemoetkoming voor reiskosten hebben gekregen, betalen de waarde ervan terug. Die verplichting geldt ook als de tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller. | ||
| 2 | Vervoerders, revalidatievoorzieningen of indicatiestellers die een tegemoetkoming voor reiskosten hebben gekregen op basis van een vals document die ze hebben opgemaakt of op basis van een valse verklaring die de gebruiker heeft afgelegd, betalen de waarde ervan terug. | ||
| 3 | Naast de terugbetaling, vermeld in het eerste en het tweede lid, en op voorwaarde dat het Openbaar Ministerie oordeelt dat er geen strafvervolging moet worden ingesteld of ze geen toepassing maakt van de mogelijkheden, vermeld in artikel 216bis en 216ter van het Wetboek van Strafvordering, kan de ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst bijkomend de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller, vermeld in het eerste en het tweede lid, een administratieve geldboete opleggen, die niet meer kan bedragen dan 100% van het terug te betalen bedrag. Die administratieve geldboete kan ook volledig of gedeeltelijk met uitstel van de uitvoering ervan worden opgelegd. Het uitstel kan toegestaan worden gedurende een termijn van twee jaar vanaf de datum van de beslissing als bij het uitspreken van een administratieve geldboete is vastgesteld dat aan de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller in kwestie geen administratieve geldboete is opgelegd in het voorgaande jaar. Als de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller gedurende de voormelde termijn van twee jaar een nieuwe inbreuk pleegt, worden de uitgestelde en de nieuwe sanctie samengevoegd. In geval van herhaling van dezelfde inbreuk binnen een tijdspanne van drie jaar na de beslissing, kan het bedrag van de boete worden verdubbeld. | ||
| 4 | Artikel 68, § 2 tot en met § 5, is van overeenkomstige toepassing. | ||
| 5 | Het bedrag van de administratieve geldboete bedraagt maximaal 500 euro. Het Openbaar Ministerie bezorgt aan de bevoegde administratie een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde wetboek voor te stellen. |
| 1 | Tot op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum, moet `zorgticket' worden gelezen als `tegemoetkoming voor zorg in een woonzorgcentrum, een centrum voor dagverzorging of een centrum voor kortverblijf'. | 1 | Tot op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum, moet `zorgticket' worden gelezen als `tegemoetkoming voor zorg in een woonzorgcentrum, een centrum voor dagverzorging een centrum voor kortverblijf, een psychiatrisch verzorgingstehuis, een initiatief van beschut wonen, een revalidatievoorziening of een revalidatieziekenhuis of een tegemoetkoming voor begeleiding door een multidisciplinaire begeleidingsequipe voor palliatieve verzorging. |
| 1 | In het kader van de vergoeding van indicatiestellers conform artikel 108, § 2, vierde lid, kan de Vlaamse Regering overgangsmaatregelen bepalen voor de tijdelijke voortzetting van de toekenning van vergoedingen aan multidisciplinaire teams overeenkomstig revalidatieovereenkomsten voor het opstellen van multidisciplinaire functioneringsrapporten in het raam van de nomenclatuur van de mobiliteitshulpmiddelen. | 1 | In het kader van de vergoeding van indicatiestellers conform artikel 108, § 2, vijfde lid, kan de Vlaamse Regering overgangsmaatregelen bepalen voor de tijdelijke voortzetting van de toekenning van vergoedingen aan multidisciplinaire teams overeenkomstig revalidatieovereenkomsten voor het opstellen van multidisciplinaire functioneringsrapporten. |
| 1 | De adviserend artsen voeren verder de controles uit conform artikel 153, § 1, eerste lid, 4), van de Ziekteverzekeringswet zolang geen beroep kan worden gedaan op de Zorgkassencommissie voor de uitvoering van de controles, vermeld in artikel 109, 145, § 2, 148, § 2, 150, § 2, en 152, § 2, van dit decreet. | 1 | De adviserend artsen voeren verder de controles uit conform artikel 153, § 1, eerste lid, 4), van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 zolang geen beroep kan worden gedaan op de Zorgkassencommissie voor de uitvoering van de controles, vermeld in artikel 109, 145, § 2, 148, § 2, 150, § 2, en 152, § 2, van dit decreet. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan overgangsmaatregelen bepalen voor de behandeling van dossiers in verband met tegemoetkomingen voor zorg in woonzorgcentra, centra voor dagverzorging of centra voor kortverblijf, voor revalidatie, voor geestelijke gezondheidszorg, voor thuiszorg of voor mobiliteitshulpmiddelen, die betrekking hebben op de periode vóór de inwerkingtreding van de betreffende bepalingen van dit decreet. | 1 | De Vlaamse Regering kan overgangsmaatregelen bepalen voor de behandeling van dossiers in verband met tegemoetkomingen voor zorg in woonzorgcentra, centra voor dagverzorging of centra voor kortverblijf, voor revalidatie, voor geestelijke gezondheidszorg, voor thuiszorg of voor mobiliteitshulpmiddelen, die betrekking hebben op de periode vóór de inwerkingtreding van de betreffende bepalingen van dit decreet. |
| 2 | De Vlaamse Regering kan voorwaarden en procedures bepalen voor de behandeling van en de beslissing over de aanvragen, vermeld in het eerste lid en, in voorkomend geval, voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen. Daarvoor kan een overeenkomst worden gesloten tussen de Vlaamse Gemeenschap en de verzekeringsinstellingen bedoeld in artikel 2, i), van de Ziekteverzekeringswet. | 2 | De Vlaamse Regering kan voorwaarden en procedures bepalen voor de behandeling van en de beslissing over de aanvragen, vermeld in het eerste lid en, in voorkomend geval, voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen. Daarvoor kan een overeenkomst worden gesloten tussen de Vlaamse Gemeenschap en de verzekeringsinstellingen bedoeld in artikel 2, i), van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. |
| 1 | Voor de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° en 9°, van dit decreet, kan de Vlaamse Regering in maatregelen voorzien voor de overgang van uitgaven in dat kader door het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering aan de verzekeringsinstellingen, vermeld in artikel 2, i), van de Ziekteverzekeringswet naar uitgaven in dat kader door het agentschap aan de zorgkassen. | 1 | Voor de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° en 9°, van dit decreet, kan de Vlaamse Regering in maatregelen voorzien voor de overgang van uitgaven in dat kader door het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering aan de verzekeringsinstellingen, vermeld in artikel 2, i), van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 naar uitgaven in dat kader door het agentschap aan de zorgkassen. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan de bepalingen van dit decreet en de bepalingen van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, het decreet van 25 april 2014 betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg, het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het welzijns- en gezondheidsbeleiden , wat het basisondersteuningsbudget betreft, het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap coördineren, met inachtneming van de wijzigingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn aangebracht tot aan het tijdstip van de coördinatie. | 1 | De Vlaamse Regering kan de bepalingen van dit decreet en de bepalingen van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, het decreet van 25 april 2014 betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg, het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het welzijns- en gezondheidsbeleid, het decreet van 6 juli 2018, het decreet van 5 april 2019 betreffende de organisatie en ondersteuning van het geestelijke gezondheidsaanbod, het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders" en, wat het basisondersteuningsbudget betreft, het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap coördineren, met inachtneming van de wijzigingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn aangebracht tot aan het tijdstip van de coördinatie. |
| 2 | Daartoe kan de Vlaamse Regering: | 2 | Daartoe kan de Vlaamse Regering: |
| 3 | 1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen; | 3 | 1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen; |
| 1 | De bepalingen van dit decreet treden in werking op 1 januari 2019, met uitzondering van artikel 4, 5°, 6°, 7° en 8°, artikel 7, artikel 34, eerste lid, 3°, artikel 38, tweede lid, wat de pijler vermeld in artikel 4, 7° betreft, de artikelen 55 en 56, artikel 58, derde lid, 2°, 3°, 4° en 5°, de artikelen 63 tot en met 72, artikel 95, artikel 96, de artikelen 97 tot en met 101 en artikel 136, waarvoor de Vlaamse Regering per bepaling de datum van inwerkingtreding bepaalt, en met uitzondering van artikel 139 dat in werking treedt de tiende dag na de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad. | 1 | De bepalingen van dit decreet treden in werking op 1 januari 2019, met uitzondering van artikel 4, 5°, 6°, 7° en 8°, artikel 7, artikel 34, eerste lid, 3°, artikel 38, tweede lid, wat de pijler vermeld in artikel 4, 7° betreft, de artikelen 55 en 56, artikel 58, derde lid, 2°, 3°, 4° en 5°, de artikelen 63 tot en met 72, artikel 95, artikel 96, de artikelen 97 tot en met 101 en artikel 136, waarvoor de Vlaamse Regering per bepaling de datum van inwerkingtreding bepaalt, en met uitzondering van artikel 139 dat in werking treedt de tiende dag na de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad. |
| 2 | Artikel 140 tot en met 154treden buiten werking op een door de Vlaamse Regering per bepaling vast te stellen datum. | 2 | Artikel 139/1 tot en met 154/21 treden buiten werking op een door de Vlaamse Regering per bepaling vast te stellen datum. |
| 2 | 1° Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming: het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 mei 2018; | 2 | 1° Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming: het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 mei 2018; |
| 3 | 2° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); | 3 | 2° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); |
| 4 | 3° buitengewone zorg: de zorg in het kader van revalidatie of geestelijke gezondheidszorg, al dan niet verleend buiten het Nederlandse taalgebied en buiten de door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorzieningen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, waarvoor, in het concrete geval, in geen tegemoetkoming is voorzien krachtens de reglementaire bepalingen van de Belgische verzekering voor geneeskundige verzorging, krachtens het decreet van 18 mei 2018, krachtens de bepalingen van dit decreet, met uitzondering van artikel 39, of krachtens de wettelijke bepalingen van een buitenlandse regeling voor verplichte verzekering; | ||
| 4 | 3° ...; | ||
| 5 | 4° decreet van 18 mei 2018: het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming; | 5 | 4° decreet van 18 mei 2018: het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming; |
| 6 | 5° Expertencommissie: de commissie, vermeld in artikel 39 van het decreet van 18 mei 2018; | 6 | 5° Expertencommissie: de commissie, vermeld in artikel 39 van het decreet van 18 mei 2018; |
| 12 | 11° multidisciplinaire begeleidingsequipe: een multidisciplinaire begeleidingsequipe voor palliatieve verzorging als vermeld in artikel 90; | 12 | 11° multidisciplinaire begeleidingsequipe: een multidisciplinaire begeleidingsequipe voor palliatieve verzorging als vermeld in artikel 90; |
| 13 | 12° psychiatrisch verzorgingstehuis: een psychiatrisch verzorgingstehuis als vermeld in artikel 54; | 13 | 12° psychiatrisch verzorgingstehuis: een psychiatrisch verzorgingstehuis als vermeld in artikel 54; |
| 14 | 13° rechthebbende: een persoon als vermeld in artikel 32 van de wet gecoördineerd op 14 juli 1994, die voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in het kader van de wet gecoördineerd op 14 juli 1994, opgenomen in die wet en in de uitvoeringsbesluiten ervan; | ||
| 15 | 14° revalidatie: de diagnostiek, behandeling of ondersteuning die verleend wordt in een revalidatieziekenhuis of in een revalidatievoorziening, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is conform artikel 128, § 1, van de Grondwet, met inbegrip van de opmaak van rolstoeladviesrapporten; | ||
| 16 | 15° revalidatieverstrekking: de volledige therapeutische activiteit per tijdsdeel, in contact met de rechthebbende of zijn context, en de ondersteunende werking om die activiteit mogelijk te maken; | ||
| 14 | 13°...; | ||
| 15 | 14° ...; | ||
| 16 | 15° ...; | ||
| 17 | 16° revalidatievoorziening: een zorgvoorziening die uitgebaat wordt door een rechtspersoon waarmee de Vlaamse Regering een revalidatieovereenkomst heeft gesloten; | 17 | 16° revalidatievoorziening: een zorgvoorziening die uitgebaat wordt door een rechtspersoon waarmee de Vlaamse Regering een revalidatieovereenkomst heeft gesloten; |
| 18 | 17° revalidatieziekenhuis: een zorgvoorziening voor gezondheidszorg als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen waarin passende zorg wordt aangeboden aan patiënten van wie de gezondheidstoestand de opname of het verblijf vereisen, met als doel de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren door de ziekte te bestrijden of de patiënt te revalideren; | 18 | 17° revalidatieziekenhuis: een zorgvoorziening voor gezondheidszorg als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen waarin passende zorg wordt aangeboden aan patiënten van wie de gezondheidstoestand de opname of het verblijf vereisen, met als doel de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren door de ziekte te bestrijden of de patiënt te revalideren; |
| 19 | 18° sectorale adviescommissies: de commissies, vermeld in artikel 38 van het decreet van 18 mei 2018; | 19 | 18° sectorale adviescommissies: de commissies, vermeld in artikel 38 van het decreet van 18 mei 2018; |
| 20 | 19° toezichthoudende autoriteit: een toezichthoudende autoriteit als vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming; | 20 | 19° toezichthoudende autoriteit: een toezichthoudende autoriteit als vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming; |
| 21 | 20° vervoerder: een professionele vervoerder die een rechthebbende of zorggebruiker vervoert in een voertuig dat aangepast is voor het vervoer in een rolstoel, en dat vervoer naar en van een revalidatievoorziening doet; | ||
| 21 | 20° ...; | ||
| 22 | 21° verzekeringsinstelling: een landsbond, de Hulpkas en de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail; | 22 | 21° verzekeringsinstelling: een landsbond, de Hulpkas en de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail; |
| 23 | 22° ziekenhuisdienst of -onderdeel: een medische dienst, een medisch-technische dienst, een zorgprogramma of een ander onderdeel dat deel kan of moet uitmaken van een revalidatieziekenhuis en dat afzonderlijk erkend kan worden; | 23 | 22° ziekenhuisdienst of -onderdeel: een medische dienst, een medisch-technische dienst, een zorgprogramma of een ander onderdeel dat deel kan of moet uitmaken van een revalidatieziekenhuis en dat afzonderlijk erkend kan worden; |
| 15 | 14° revalidatie: de diagnostiek, behandeling of ondersteuning die verleend wordt in een revalidatieziekenhuis of in een revalidatievoorziening, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is conform artikel 128, § 1, van de Grondwet, met inbegrip van de opmaak van rolstoeladviesrapporten; | 15 | 14° revalidatie: de diagnostiek, behandeling of ondersteuning die verleend wordt in een revalidatieziekenhuis of in een revalidatievoorziening, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is conform artikel 128, § 1, van de Grondwet, met inbegrip van de opmaak van rolstoeladviesrapporten; |
| 16 | 15° revalidatieverstrekking: de volledige therapeutische activiteit per tijdsdeel, in contact met de rechthebbende of zijn context, en de ondersteunende werking om die activiteit mogelijk te maken; | 16 | 15° revalidatieverstrekking: de volledige therapeutische activiteit per tijdsdeel, in contact met de rechthebbende of zijn context, en de ondersteunende werking om die activiteit mogelijk te maken; |
| 17 | 16° revalidatievoorziening: een zorgvoorziening die uitgebaat wordt door een rechtspersoon die uitsluitend de uitbating van een of meer zorgvoorzieningen als statutair doel heeft, en waarmee de Vlaamse Regering een revalidatieovereenkomst heeft gesloten; | 17 | 16° revalidatievoorziening: een zorgvoorziening die uitgebaat wordt door een rechtspersoon waarmee de Vlaamse Regering een revalidatieovereenkomst heeft gesloten; |
| 18 | 17° revalidatieziekenhuis: een zorgvoorziening voor gezondheidszorg als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen waarin passende zorg wordt aangeboden aan patiënten van wie de gezondheidstoestand de opname of het verblijf vereisen, met als doel de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren door de ziekte te bestrijden of de patiënt te revalideren; | 18 | 17° revalidatieziekenhuis: een zorgvoorziening voor gezondheidszorg als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen waarin passende zorg wordt aangeboden aan patiënten van wie de gezondheidstoestand de opname of het verblijf vereisen, met als doel de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren door de ziekte te bestrijden of de patiënt te revalideren; |
| 19 | 18° sectorale adviescommissies: de commissies, vermeld in artikel 38 van het decreet van 18 mei 2018; | 19 | 18° sectorale adviescommissies: de commissies, vermeld in artikel 38 van het decreet van 18 mei 2018; |
| 5 | 4° revalidatieziekenhuizen; | 5 | 4° revalidatieziekenhuizen; |
| 6 | 5° multidisciplinaire begeleidingsequipes. | 6 | 5° multidisciplinaire begeleidingsequipes. |
| 7 | Met behoud van de toepassing van bijkomende voorwaarden waaraan zorggebruikers, conform dit decreet, moeten voldoen om aanspraak te maken op tegemoetkomingen voor zorg verleend in de zorgvoorzieningen als vermeld in het eerste lid, moeten zij rechthebbende zijn. | ||
| 8 | De zorggebruikers moeten geen rechthebbende zijn, als ze aanspraak willen maken op volgende tegemoetkomingen: | ||
| 9 | 1° de tegemoetkomingen in het kader van revalidatieovereenkomsten gesloten voor de opmaak van rolstoeladviesrapporten; | ||
| 10 | 2° de tegemoetkomingen voor reiskosten die verband houden met de opmaak van rolstoeladviesrapporten, bepaald conform artikel 78, § 2. | ||
| 11 | Als de betaling van de tegemoetkomingen, vermeld in het derde lid, wordt geweigerd door de verzekeringsinstelling, kan de betreffende revalidatievoorziening een administratief beroep indienen bij het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, dat de tegemoetkomingen alsnog kan uitbetalen. De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en procedures bepalen voor deze administratieve beroepsprocedure. | ||
| 1 | § 1. De tegemoetkomingen voor zorg in zorgvoorzieningen worden toegekend op voorwaarde dat de rechthebbende: | ||
| 2 | 1° zijn woonplaats heeft in het Nederlandse taalgebied en verblijft in of gebruikmaakt van een zorgvoorziening; | ||
| 3 | 2° zijn woonplaats heeft in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en: | ||
| 4 | a) verblijft in of gebruikmaakt van een zorgvoorziening gelegen in het Nederlandse taalgebied of; | ||
| 5 | b) verblijft in of gebruikmaakt van een zorgvoorziening gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad op voorwaarde dat het verblijf of gebruik berust op vrijwilligheid. | ||
| 6 | Daarnaast worden de tegemoetkomingen voor zorg verleend aan: | ||
| 7 | 1° de rechthebbende die zijn woonplaats heeft in het Franse of Duitse taalgebied en die verblijft in of gebruikmaakt van een zorgvoorziening; | ||
| 8 | 2° de persoon ten aanzien van wie België de bevoegde lidstaat is krachtens titel II van verordening 883/2004 en die rechthebbende is, alsook de gezinsleden ervan, voor zover de rechthebbende of zijn gezinsleden verblijven in of gebruikmaken van een zorgvoorziening; | ||
| 9 | 3° de rechthebbende die zijn woonplaats heeft in het Franse of Duitse taalgebied en tewerkgesteld is buiten het Belgische grondgebied, alsook de gezinsleden ervan, voor zover de rechthebbende of zijn gezinsleden verblijven in of gebruikmaken van een zorgvoorziening; | ||
| 10 | 4° de pensioengerechtigden en hun gezinsleden die op grond van verordening 883/2004 en onder de daarin bepaalde voorwaarden recht hebben op verstrekkingen in een zorgvoorziening of zorginstelling in België en dit voor zover ze verblijven in of gebruikmaken van een zorgvoorziening; | ||
| 11 | 5° de persoon die op grond van artikel 19 van verordening 883/2004 gerechtigd is op verstrekkingen welke tijdens het verblijf medisch noodzakelijk worden, met inachtneming van de aard van de verstrekkingen de verwachte duur van het verblijf, in een zorgvoorziening of zorginstelling in België en dit voor zover ze verblijven in of gebruikmaken van een zorgvoorziening; | ||
| 12 | 6° de persoon die op grond van artikel 20 van verordening 883/2004 naar België reist met het oogmerk gedurende zijn verblijf verstrekkingen te ontvangen in een zorgvoorziening, alsook de gezinsleden ervan, op voorwaarde dat zij daarvoor toestemming hebben gekregen van het bevoegd orgaan in toepassing van artikel 20 van verordening 883/2004; | ||
| 13 | 7° de persoon die op grond van een associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en een derde land of de besluiten genomen ter uitvoering hiervan, gerechtigd is op verstrekkingen in een zorgvoorziening of zorginstelling in België en dit voor zover de persoon verblijft in of gebruikmaakt van een zorgvoorziening. | ||
| 14 | De toekenning van tegemoetkomingen voor zorg ten behoeve van voormelde personen geldt onverminderd het recht waarover de Vlaamse Gemeenschap krachtens internationale en Europese bepalingen of krachtens samenwerkingsakkoorden beschikt om de tegemoetkoming te recupereren van een ander land of deelstaat. | ||
| 15 | In dit artikel wordt onder verordening 883/2004 verstaan: verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. | ||
| 16 | § 2. Onder voorbehoud van het tweede en vierde lid van deze paragraaf, worden de tegemoetkomingen voor zorg geweigerd indien de persoon verblijft in of gebruikmaakt van een buitenlandse zorginstelling of indien de persoon verblijft in of gebruikmaakt van een zorginstelling in het Franse of Duitse taalgebied of een zorginstelling in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die wegens zijn organisatie niet kan worden beschouwd als uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap. | ||
| 17 | In afwijking van het eerste lid zijn de personen met woonplaats in het Nederlandse taalgebied die rechthebbende zijn, gerechtigd op tegemoetkomingen voor zorg voor verstrekkingen buiten het Belgische grondgebied: | ||
| 18 | 1° onder de voorwaarden bedoeld in artikel 136, § 1, van de wet gecoördineerd op 14 juli 1994 en de bepalingen die ter uitvoering hiervan aangenomen zijn; | ||
| 19 | 2° in de gevallen en onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in akkoorden gesloten tussen de Vlaamse overheid en een buitenlandse zorginstelling. | ||
| 20 | Wanneer een tegemoetkoming voor buitenlandse zorg afhankelijk is van een voorafgaandelijke toestemming, gelden de bijkomende voorwaarden en procedureregels, vermeld in artikel 24, § 1, eerste en tweede lid. De in artikel 24, § 1, eerste en tweede lid, vermelde verzekeringsinstelling neemt de beslissing tot toekenning van een tegemoetkoming voor buitenlandse zorg na het eensluidend advies van de Expertencommissie, vermeld in artikel 11. | ||
| 21 | In afwijking van het eerste lid zijn de personen met woonplaats in het Nederlandse taalgebied die rechthebbende zijn, gerechtigd op tegemoetkomingen voor zorg voor verstrekkingen in een zorginstelling in het Franse of Duitse taalgebied of in een zorginstelling in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die wegens zijn organisatie niet kan worden beschouwd als uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap, indien een samenwerkingsakkoord daarin voorziet. |
| 1 | Tegen de beslissingen van de verzekeringsinstelling, vermeld in artikel 4, § 2, kan door de rechthebbende beroep worden aangetekend bij de arbeidsrechtbank binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van de bestreden beslissing. Met het beroep tegen de beslissing van de verzekeringsinstelling wordt tegelijkertijd beroep aangetekend tegen het eensluidend advies van de Expertencommissie. | ||
| 2 | In de gevallen, vermeld in het eerste lid, worden zowel de verzekeringsinstelling als het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming opgeroepen om als verweerder te verschijnen in de procedure voor de arbeidsrechtbank. Als de rechthebbende nalaat om beide partijen te laten oproepen conform het door hem neergelegde verzoekschrift, betrekt het Openbaar Ministerie bij de arbeidsgerechten de ontbrekende partij alsnog in de procedure conform artikel 138bis van het Gerechtelijk Wetboek. | ||
| 3 | Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming kan een beroep doen op de Expertencommissie in het kader van het verweer voor de arbeidsrechtbank. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en modaliteiten waaronder de verzekeringsinstellingen de opdrachten vervullen die hun door dit decreet zijn toevertrouwd. | ||
| 2 | De voorwaarden en modaliteiten, vermeld in het eerste lid, worden geconcretiseerd in een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en de betrokken verzekeringsinstellingen. |
| 1 | De Vlaamse Regering sluit een overeenkomst als vermeld in artikel 6, tweede lid, met: | ||
| 2 | 1° de landsbonden; | ||
| 3 | 2° de Hulpkas; | ||
| 4 | 3° de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt: | ||
| 2 | 1° de duur en verlengingsvoorwaarden van de overeenkomst, vermeld in artikel 6, tweede lid; | ||
| 3 | 2° de taken die de verzekeringsinstellingen op zich nemen ter vervulling van de opdrachten die hun zijn toevertrouwd; | ||
| 4 | 3° de doelstellingen voor de efficiëntie en de kwaliteit van deze taken; | ||
| 5 | 4° de methodes voor het meten en het opvolgen van de mate waarin de doelstellingen worden nageleefd; | ||
| 6 | 5° de berekeningswijze, de vaststelling en de vereffening van de kredieten die voor de uitvoering van deze taken ter beschikking worden gesteld en de werkingskosten; | ||
| 7 | 6° de remediërende maatregelen bij niet-naleving door een van de partijen van haar verbintenissen op grond van die overeenkomst; | ||
| 8 | 7° de boekhoudkundige verplichtingen; | ||
| 9 | 8° het aanleveren van boekhoudkundige en statistische documenten. |
| 1 | §1. Met behoud van de toepassing van eventuele strafrechtelijke gevolgen legt de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar de verzekeringsinstellingen de volgende administratieve geldboeten op voor de volgende inbreuken: | ||
| 2 | 1° een administratieve geldboete van 125 euro per rechthebbende of per vervoerder als de verzekeringsinstellingen ten gevolge van een fout, vergissing of nalatigheid onverschuldigde tegemoetkomingen of te hoge tegemoetkomingen betalen aan een zorgvoorziening of, in voorkomend geval, aan de rechthebbende of de vervoerder; | ||
| 3 | 2° een administratieve geldboete van 125 euro per rechthebbende als de verzekeringsinstellingen door een fout, vergissing of nalatigheid nalaten om een tegemoetkoming conform dit decreet te betalen of een bedrag betalen dat lager is dan het bedrag dat werkelijk verschuldigd is, tenzij in de gevallen dat dit is toegestaan door Vlaamse Regering; | ||
| 4 | 3° een administratieve geldboete van 1250 euro als de verzekeringsinstellingen onjuiste inlichtingen en documenten bezorgen aan een agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst met het oog op de analyse, vermeld in artikel 13, § 6, eerste lid, of in het kader van het toezicht, vermeld in artikel 41. | ||
| 5 | Als de inbreuken, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, een gevolg zijn van terugkerende tekortkomingen, wordt de administratieve geldboete opgelegd als de verzekeringsinstelling ondanks een schriftelijke waarschuwing de terugkerende tekortkomingen niet oplost binnen twaalf maanden vanaf de datum waarop de waarschuwing werd ontvangen. Als uitzonderlijke omstandigheden dat rechtvaardigen, kan die regularisatietermijn van twaalf maanden worden verlengd op verzoek van de verzekeringsinstelling conform de door de Vlaamse Regering bepaalde procedure en voorwaarden. | ||
| 6 | §2. Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar, een administratieve geldboete opleggen die lager is dan de administratieve geldboeten, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, maar die niet lager kan zijn dan 50% van de bedragen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. Hij kan overigens volledig of gedeeltelijk uitstel van betaling van de administratieve geldboete toekennen als er tijdens de twee vorige jaren geen enkele administratieve geldboete voor soortgelijke inbreuken als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, is uitgesproken. | ||
| 7 | Als hetzelfde feit verschillende inbreuken uitmaakt, wordt alleen de zwaarste sanctie toegepast. Bij samenloop van verschillende inbreuken als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en artikel 37, § 1, worden de administratieve geldboeten, vermeld in de voormelde bepalingen, samengevoegd. | ||
| 8 | §3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de oplegging, betaling en bestemming van de administratieve geldboeten. | ||
| 9 | De wijze waarop de inbreuken, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, worden vastgesteld, zowel bij de interne als de externe controles, maakt deel uit van de overeenkomst met de verzekeringsinstellingen, vermeld in artikel 6, tweede lid. | ||
| 10 | §4. Een administratieve geldboete kan niet meer worden uitgesproken als er twee jaar verlopen is vanaf het einde van de maand waarin de inbreuk is gepleegd. De kennisgeving van het verslag met de vaststelling van de inbreuk stuit de verjaring. | ||
| 11 | De betrokken verzekeringsinstelling beschikt over een termijn van twee maanden vanaf de dag die volgt op de dag waarop het verslag is ontvangen, om verweermiddelen te laten gelden door een aangetekende zending te sturen naar de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar. | ||
| 12 | De door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar beslist of een administratieve geldboete wordt opgelegd nadat hij de verzekeringsinstelling uitgenodigd heeft om verweermiddelen te laten gelden. | ||
| 13 | Als de verzekeringsinstelling de administratieve geldboete niet betaalt, wordt de beslissing van de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar die niet is betwist of de gerechtelijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, aan de Vlaamse Belastingdienst bezorgd om het bedrag van de administratieve geldboete in te vorderen. | ||
| 14 | §5. De uitgesproken administratieve geldboete verjaart na vijf jaar. De verjaringstermijn begint op de dag na de dag van de kennisgeving. | ||
| 15 | Als de verzekeringsinstelling beroep heeft ingesteld bij de arbeidsrechtbank, wordt de verjaring geschorst totdat een beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, een einde heeft gemaakt aan het geding. De verjaring wordt verder gestuit conform artikel 2244 tot en met 2250 van het Burgerlijk Wetboek. | ||
| 16 | Als de inbreuk aanleiding heeft gegeven tot strafrechtelijke vervolging, wordt de verjaring geschorst totdat een beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, een einde heeft gemaakt aan het geding. |
| 1 | Artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de overeenkomst, vermeld in artikel 6, tweede lid. De partij tegenover wie een verbintenis in de overeenkomst niet is uitgevoerd, kan alleen de uitvoering van de verbintenis vorderen, met behoud van de toepassing van eventuele bijzondere sancties, vermeld in artikel 8, 6°. |
| 1 | § 1. De Expertencommissie wordt onder meer belast met de volgende taken: | ||
| 2 | 1° een eensluidend advies verlenen met het oog op de door de verzekeringsinstelling te verlenen voorafgaande toestemmingen aan de zorggebruiker conform de verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels; | ||
| 3 | 2° een eensluidend advies verlenen met het oog op de door de verzekeringsinstelling te verlenen voorafgaande toestemmingen voor geplande zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in IJsland, in Liechtenstein, in Noorwegen en in Zwitserland conform de richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg; | ||
| 4 | 3° een eensluidend advies verlenen met het oog op de door de verzekeringsinstelling te nemen beslissingen over vragen om tegemoetkomingen voor buitengewone zorg, conform artikel 39; | ||
| 5 | 4° advies verlenen aan de Vlaamse Regering over het sluiten, wijzigen en beëindigen van de revalidatieovereenkomsten, vermeld in artikel 75, in dialoog met de betrokken sectorale adviescommissie; | ||
| 6 | 5° advies verlenen aan de bevoegde minister over het sluiten van in de tijd beperkte overeenkomsten met een experimenteel karakter als vermeld in artikel 83, in dialoog met de betrokken sectorale adviescommissie; | ||
| 7 | 6° advies verlenen aan de Vlaamse Regering over het sluiten, wijzigen en beëindigen van overeenkomsten met multidisciplinaire begeleidingsequipes, conform artikel 91, in dialoog met de betrokken sectorale adviescommissie. | ||
| 8 | De adviezen, vermeld in het eerste lid, 4°, 5° en 6°, worden bekendgemaakt op de website van het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. | ||
| 9 | § 2. De Vlaamse Regering kan de Expertencommissie belasten met bijkomende taken. | ||
| 10 | De Vlaamse Regering kan, na advies van de Expertencommissie en de sectorale adviescommissie uitzonderingen voorzien op paragraaf 1, 4° en 6°. |
| 1 | De sectorale adviescommissies hebben, naast hun taken in het kader van het decreet van 18 mei 2018, als taak advies te geven aan de bevoegde minister over het beleid en de regelgeving voor de sectoren waarop titel 2 en titel 3 van dit decreet betrekking hebben. |
| 1 | § 1. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit decreet is op elk moment in overeenstemming met de geldende regelgeving inzake privacy en gegevensbescherming. | 1 | § 1. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit decreet is op elk moment in overeenstemming met de regelgeving over privacy en gegevensbescherming. |
| 2 | De persoonsgegevens over gezondheid worden verwerkt, door of onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die aan het beroepsgeheim is gebonden, of door een andere persoon die tot geheimhouding is gehouden. | 2 | De persoonsgegevens over gezondheid worden verwerkt, door of onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die aan het beroepsgeheim is gebonden, of door een andere persoon die tot geheimhouding is gehouden. |
| 3 | § 2. Een agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst, verwerkt de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de aan het agentschap bij of krachtens dit decreet toevertrouwde opdrachten tot: | ||
| 4 | 1° het aansturen van de controles op de conformiteit van de zorg, vermeld in artikel 25 van dit decreet; | ||
| 5 | 2° het uitoefenen van de controle op de betaalde tegemoetkomingen zoals bedoeld in de artikelen 14, 38 en 41 van dit decreet. | ||
| 6 | De verzekeringsinstellingen verwerken de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de hen bij of krachtens dit decreet toevertrouwde opdrachten: | ||
| 7 | 1° tot beslissing over een aanvraag tot tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 4 van dit decreet; | ||
| 8 | 2° tot toekenning en de uitbetaling van de tegemoetkomingen zoals bedoeld in artikel 18 van dit decreet; | ||
| 9 | 3° tot adviesverlening zoals bedoeld in artikel 19 van dit decreet; | ||
| 10 | 4° tot controle op de cumul van tegemoetkomingen zoals bedoeld in artikel 14, artikel 18 en artikel 21 van dit decreet; | ||
| 11 | 5° tot controle op de aanvragen tot tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 24, § 1, van dit decreet; | ||
| 12 | 6° tot terugvordering van de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen zoals bedoeld in artikel 31 van dit decreet. | ||
| 13 | De zorgvoorzieningen verwerken de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de hen bij of krachtens dit decreet toevertrouwde opdrachten: | ||
| 14 | 1° tot aanvraag van een tegemoetkoming, zoals bedoeld in artikel 4 van dit decreet; | ||
| 15 | 2° tot facturering van de tegemoetkomingen, zoals bedoeld in artikel 33 van dit decreet. | ||
| 16 | De Expertencommissie verwerkt de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de haar bij of krachtens dit decreet toevertrouwde adviesopdrachten: | ||
| 17 | 1° voor de toekenning van een tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 4 van dit decreet; | ||
| 18 | 2° de taken bedoeld in artikel 11 van dit decreet; | ||
| 19 | 3° voor de toekenning van de tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 39 van dit decreet; | ||
| 20 | 4° voor het sluiten van overeenkomsten zoals bedoeld in de artikelen 75, 83 en 91 van dit decreet. | ||
| 21 | De Zorgkassencommissie verwerkt de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de haar bij of krachtens dit decreet toevertrouwde controletaken: | ||
| 22 | 1° op de aanvragen tot tegemoetkoming voor zorg, zoals bedoeld in artikel 14, § 1, en artikel 24, § 1, van dit decreet; | ||
| 23 | 2° op de conformiteit van de zorg, zoals bedoeld in artikel 25 van dit decreet. | ||
| 3 | § 2. De zorgvoorzieningen verwerken de persoonsgegevens van de zorggebruikers, met als doel over de noodzakelijke informatie te beschikken die nodig is voor het verlenen van de zorg en ondersteuning aan de gebruiker, en om de zorg en ondersteuning af te stemmen op de evoluerende behoeften van de gebruiker. | ||
| 24 | De Vlaamse Regering kan, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, nadere regels bepalen voor de vorm waarin en de wijze waarop de persoonsgegevens, inclusief de gegevens over de gezondheidworden uitgewisseld. | 4 | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vorm waarin en de wijze waarop de persoonsgegevens, inclusief de gegevens over de gezondheid, worden uitgewisseld. |
| 25 | De Vlaamse Regering kan, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, de persoonsgegevens, vermeld in deze paragraaf, die door een agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst, de verzekeringsinstellingen, de zorgvoorzieningen, de Zorgkassencommissie of de Expertencommissie worden verwerkt, bepalen. | 5 | De Vlaamse Regering bepaalt de persoonsgegevens, vermeld in deze paragraaf, die door de zorgvoorzieningen worden verwerkt. |
| 26 | § 3. De verwerkingsverantwoordelijkenin de zin van artikel 4.7 van de algemene verordening gegevensbeschermingzijn: | 6 | § 3. De verwerkingsverantwoordelijken, vermeld in artikel 4.7 van de algemene verordening gegevensbescherming, zijn: |
| 7 | 1° de voorzieningen voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van hun opdrachten en hun zorgrelatie met de gebruiker; | ||
| 27 | 1° het agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst, in het kader van de aansturing van de Zorgkassencommissie en de werking van de Expertencommissie, in het kader van het toezicht, vermeld in artikel 41 en in het kader van de opvraging van de lijsten, vermeld in artikel 49; | 8 | 2° het agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst voor de analyse van die persoonsgegevens in het kader van de evidencebased beleidsvoering en in het kader van de monitoring en handhaving van een kwaliteitsvol zorgaanbod. |
| 28 | 2° de verzekeringsinstellingen, in het kader van de opdrachten voortvloeiend uit dit decreet. | ||
| 29 | § 4. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, gedurende welke termijn de verwerkte persoonsgegevens maximaal zullen worden bewaard. | 9 | § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarvoor de verwerkte persoonsgegevens maximaal worden bewaard. |
| 30 | § 5. De verzekeringsinstellingen zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van informatie in hun individuele communicatie en interactie met rechthebbenden en hun vertegenwoordigers, met inbegrip van de contactgegevens van de functionaris van de gegevensbescherming als bedoeld in artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming. | ||
| 31 | § 6. De zorgvoorzieningen, de verzekeringsinstellingen, de Expertencommissie en de Zorgkassencommissie bezorgen aan het agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst de noodzakelijke gegevens met het oog op analyse van die gegevens, evidence based beleidsvoering voor het Vlaamse welzijns- en gezondheidsbeleid en de informatieverstrekking daarover. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, welke gegevens bezorgd worden, alsook de wijze waarop en de periodiciteit waarmee de gegevens bezorgd worden. | 10 | § 5. De zorgvoorzieningen bezorgen aan het agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst de noodzakelijke gegevens met het oog op analyse van die gegevens, evidencebased beleidsvoering voor het Vlaamse welzijnsen gezondheidsbeleid en de informatieverstrekking daarover. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens bezorgd worden, en de wijze waarop en de periodiciteit waarmee de gegevens bezorgd worden. |
| 32 | De zorgvoorzieningen bezorgen aan het agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst persoonsgegevens met betrekking tot het personeel dat werkzaam is en de zelfstandigen die zorg verlenen in de voorziening. Deze gegevens zijn noodzakelijk voor de uitvoering van de sociale akkoorden en voor de berekening van de dagprijs, het forfait of de financiering per voorziening. | ||
| 33 | § 7. De verzekeringsinstellingen bezorgen aan het Intermutualistisch Agentschap de gegevens van de bij hun aangesloten rechthebbenden met betrekking tot de verleende zorg, met het oog op de analyse van die gegevens door het Intermutualistisch Agentschap. De doorgifte en analyse vindt plaats met het doel verdere beleidsvorming te informeren. Die gegevens zijn gepseudonimiseerd. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, welke gegevens worden bezorgd , de wijze waarop en de periodiciteit waarmee de gegevens worden bezorgd . | 11 | De zorgvoorzieningen bezorgen aan het agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst persoonsgegevens over het personeel dat er werkt en de zelfstandigen die zorg verlenen in de voorziening. Die gegevens zijn noodzakelijk om een kwaliteitsvol zorgaanbod te kunnen monitoren en handhaven. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, welke gegevens bezorgd worden, alsook de wijze waarop en de periodiciteit waarmee de gegevens bezorgd worden. |
| 34 | In het eerste lid wordt verstaan onder Intermutualistisch Agentschap: het Intermutualistisch Agentschap, vermeld in artikel 278 van de Programmawet I van 24 december 2002. |
| 1 | De verzekeringsinstellingen enerzijds en de verzekeringsinstellingen en, naargelang het geval, de zorgkassen of het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming anderzijds, wisselen onder elkaar gegevens uit die noodzakelijk zijn in het kader van de toepassing van de bepalingen, vermeld in dit decreet, conform een daartoe afgesloten overeenkomst. | ||
| 2 | In het eerste lid wordt verstaan onder zorgkas: een zorgkas die opgericht is door een instantie als vermeld in artikel 18 van het decreet van 18 mei 2018, en erkend conform artikel 19 van het voormelde decreet. | ||
| 3 | De gegevens, vermeld in het eerste lid, hebben betrekking op gegevens die noodzakelijk zijn voor het vermijden van dubbele financiering van zorgkosten. | ||
| 4 | De adviserend artsen, vermeld in artikel 154 van de wet gecoördineerd op 14 juli 1994, hebben toegang tot de persoonsgegevens, inclusief gegevens over gezondheid, van zorggebruikers die worden verwerkt in het kader van dit decreet en die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun opdrachten, vermeld in artikel 153 van de voormelde wet en in het kader van dit decreet. | ||
| 5 | De openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 1 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, hebben toegang tot de persoonsgegevens, inclusief gegevens over gezondheid, van zorggebruikers die worden verwerkt in het kader van dit decreet en die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun taken, vermeld in hoofdstuk IV van de voormelde wet. |
| 1 | § 1. De verzekeringsinstellingen zijn gehouden zich tot het Rijksregister van de natuurlijke personen te richten om de informatiegegevens, vermeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, te verkrijgen of om de juistheid van deze informatiegegevens na te gaan. | ||
| 2 | In afwijking van het eerste lid, kunnen de verzekeringsinstellingen een beroep doen op een andere bron in de mate dat de informatiegegevens niet bij het Rijksregister kunnen worden verkregen. | ||
| 3 | § 2. De informatiegegevens, vermeld in paragraaf 1, die bij het Rijksregister van de natuurlijke personen verkregen zijn, in een elektronisch bestand opgeslagen zijn en aan het dossier toegevoegd zijn, hebben bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en procedures volgens welke de informatiegegevens, vermeld in het eerste lid, moeten worden bewaard om hun bewijswaarde naar herkomst en datum te garanderen. | ||
| 5 | Als het bewijs van het tegendeel, vermeld in het eerste lid, door de betrokken instelling wordt aanvaard, deelt die de inhoud van het aldus aanvaarde informatiegegeven, als inlichting, mee aan het Rijksregister van de natuurlijke personen en voegt bij die mededelingen de bewijsstukken daarvan. |
| 1 | In alle gevallen waarin dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan voorzien in het toezenden van stukken of het doen van betalingen op de hoofdverblijfplaats, moet gebruik worden gemaakt van het informatiegegeven betreffende de hoofdverblijfplaats, vermeld in artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. | ||
| 2 | Van de verplichting, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeweken op schriftelijk verzoek van de betrokkene. |
| 1 | De documenten voor de tegemoetkomingen, vermeld in dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan, mogen, zodra ze beschikbaar zijn, in elektronische versie worden ingediend op voorwaarde dat die documenten in elektronische versie bewijswaarde bezitten conform artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering legt de technische toepassingsregels voor het vorige lid vast. |
| 1 | De verzekeringsinstellingen worden belast met de toekenning en de uitbetaling van de tegemoetkomingen voor de bij hen op de datum van de verleende zorg aangesloten of ingeschreven rechthebbenden, conform de door de Vlaamse Regering bepaalde procedure, via verplichte derdebetalersregeling, met uitzondering van de tegemoetkomingen voor reiskosten, die rechtstreeks aan de rechthebbende of vervoerder kunnen worden uitbetaald. | ||
| 2 | De verzekeringsinstellingen kunnen geen andere voorwaarden aan de tegemoetkomingen verbinden dan de voorwaarden die door of krachtens dit decreet vastgesteld zijn. | ||
| 3 | De verzekeringsinstellingen beschikken over persoonsgegevens, inclusief gegevens over gezondheid, van aangesloten of ingeschreven rechthebbenden. Deze gegevens zijn nodig voor de controle van de verzekerbaarheid, en om eventuele cumulcontroles uit te voeren. |
| 1 | De verzekeringsinstellingen staan, naast de taken, vermeld in en voortvloeiend uit artikel 18, ook in voor de communicatie en advies aan hun leden over de rechten in het kader van dit decreet. |
| 1 | De Vlaamse Regering regelt de financiële betrekkingen met en tussen de verzekeringsinstellingen, de zorgvoorzieningen en de rechthebbenden in het kader van de uitbetaling van de tegemoetkomingen die worden toegekend op basis van dit decreet. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de eventuele onderlinge cumulatie van tegemoetkomingen die worden toegekend op basis van dit decreet. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering kan ook regels bepalen over de eventuele cumulatie van tegemoetkomingen die voortvloeien uit dit decreet enerzijds en de wet gecoördineerd op 14 juli 1994, het decreet van 18 mei 2018 en krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen anderzijds. | ||
| 3 | De verzekeringsinstellingen controleren de onderlinge cumulatie van tegemoetkomingen die worden toegekend op basis van dit decreet. De verzekeringsinstellingen controleren ook de cumulatie van tegemoetkomingen die worden toegekend op basis van dit decreet enerzijds en de prestaties ten laste van de verplichte ziekteverzekering op basis van de wet gecoördineerd op 14 juli 1994, het decreet van 18 mei 2018 en krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen anderzijds. |
| 1 | De tegemoetkomingen die worden toegekend op basis van dit decreet worden, conform de regels en de voorwaarden die de Vlaamse Regering kan vaststellen, geweigerd of verminderd als voor de schade voortvloeiend uit ziekte, letsels, functionele stoornissen of overlijden, krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen, krachtens vreemde wetten, krachtens gemeen recht of krachtens een overeenkomst werkelijk schadeloosstelling is verleend voor dezelfde schade en op grond van dezelfde behoefte aan zorg. De Vlaamse Regering kan bepalen wat onder "werkelijk schadeloosstelling is verleend" wordt verstaan. | ||
| 2 | De tegemoetkomingen worden, onder door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden, toegekend in afwachting dat de schade effectief wordt vergoed krachtens een andere Belgische wetgeving, een vreemde wetgeving of het gemeen recht. | ||
| 3 | De verzekeringsinstelling treedt in de plaats van de rechthebbende en informeert de rechthebbende daarover, en vordert de tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, terug van diegene die schadeloosstelling verschuldigd is. Die indeplaatsstelling geldt, tot beloop van het bedrag van de verleende tegemoetkomingen, voor het geheel van de sommen die krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen, krachtens vreemde wetten, krachtens gemeen recht of krachtens een overeenkomst verschuldigd zijn en die de schade, vermeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk vergoeden. | ||
| 4 | Een overeenkomst die gesloten is tussen de rechthebbende en degene die schadeloosstelling verschuldigd is, kan niet tegen de verzekeringsinstelling worden aangevoerd zonder haar instemming. | ||
| 5 | Degene die schadeloosstelling verschuldigd is, licht de verzekeringsinstelling in over zijn voornemen om de rechthebbende schadeloos te stellen; hij bezorgt aan de verzekeringsinstelling, als deze geen partij is, een afschrift van de tot stand gekomen akkoorden of gerechtelijke beslissingen. De verzekeringsmaatschappijen burgerlijke aansprakelijkheid worden gelijkgesteld met degene die schadeloosstelling is verschuldigd. | ||
| 6 | Als degene die schadeloosstelling verschuldigd is, nalaat de verzekeringsinstelling in te lichten conform het vijfde lid, kan hij de betalingen die hij verrichtte ten gunste van de rechthebbende niet aanvoeren tegen de verzekeringsinstelling. In geval van dubbele betaling blijven deze definitief verworven voor de rechthebbende. | ||
| 7 | De verzekeringsinstelling heeft een eigen recht van terugvordering van de verleende tegemoetkomingen tegenover het Gemeenschappelijk Waarborgfonds, vermeld in artikel 15, 85°, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, in de gevallen, vermeld in artikel 19bis-11 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. | ||
| 8 | De schade, in de zin van deze bepaling, wordt niet geacht volledig vergoed te zijn als de tegemoetkomingen voortvloeiend uit ziekte, letsels of functionele stoornissen het bedrag van de toegekende schadeloosstelling overtreffen. | ||
| 9 | De tegemoetkomingen die worden toegekend op grond van dit decreet zijn in dit geval terugvorderbaar van diegene die de schadevergoeding oorspronkelijk verschuldigd is of zijn verzekeraar, ongeacht of er dading is geweest of niet. | ||
| 10 | Dit artikel is niet van toepassing op de vergoedingen toegekend met toepassing van de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg, met uitzondering van de gevallen, vermeld in artikel 3 van de voormelde wet. |
| 1 | Om de zorg, die op basis van dit decreet wordt toegekend, te verkrijgen, wenden de rechthebbenden zich, naargelang het geval, tot de psychiatrische verzorgingstehuizen, de initiatieven van beschut wonen, de revalidatievoorzieningen, de revalidatieziekenhuizen en de multidisciplinaire begeleidingsequipes die erkend zijn door de Vlaamse Gemeenschap. | ||
| 2 | Publiciteit waarin de kosteloosheid van de zorg, vermeld in dit decreet, wordt vermeld of waarin wordt verwezen naar een tegemoetkoming die voortvloeit uit de toepassing van dit decreet, is in alle gevallen verboden. |
| 1 | § 1. Elke aanvraag voor een tegemoetkoming voor zorg wordt, conform de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden en procedures, ingediend bij de verzekeringsinstelling, waarbij de rechthebbende is aangesloten of ingeschreven conform de bepalingen van de wet gecoördineerd op 14 juli 1994. | ||
| 2 | De verzekeringsinstellingen worden belast met de controle van de aanvragen, conform de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden, modaliteiten en procedures. | ||
| 3 | In de door de Vlaamse Regering aangewezen gevallen stuurt de verzekeringsinstelling de aanvraag door naar de Zorgkassencommissie. De Zorgkassencommissie wordt belast met de uitvoering van de door de Vlaamse Regering bepaalde controles van de aanvragen en brengt daarover eensluidend advies uit aan de verzekeringsinstelling. | ||
| 4 | § 2. Tegen de beslissingen van de verzekeringsinstelling, die worden genomen op eensluidend advies van de Zorgkassencommissie, conform paragraaf 1, derde lid, kan door de rechthebbende beroep worden aangetekend bij de arbeidsrechtbank binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van de bestreden beslissing. Met het beroep tegen de beslissing van de verzekeringsinstelling wordt tegelijkertijd beroep aangetekend tegen het eensluidend advies van de Zorgkassencommissie. | ||
| 5 | In de gevallen, vermeld in het eerste lid, worden zowel de verzekeringsinstelling als het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming opgeroepen om als verweerder te verschijnen in de procedure voor de arbeidsrechtbank. Als de rechthebbende nalaat om beide partijen te laten oproepen conform het door hem neergelegde verzoekschrift, betrekt het Openbaar Ministerie bij de arbeidsgerechten de ontbrekende partij alsnog in de procedure conform artikel 138bis van het Gerechtelijk Wetboek. | ||
| 6 | Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming kan een beroep doen op de Zorgkassencommissie in het kader van het verweer voor de arbeidsrechtbank. |
| 1 | De Zorgkassencommissie voert aan de hand van de door de Vlaamse Regering bepaalde criteria steekproefsgewijs en a-posterioricontroles uit op de conformiteit van de verleende zorg die wordt toegekend op grond van dit decreet. | ||
| 2 | Met behoud van de toepassing van artikel 24, § 1, derde lid, kan de Vlaamse Regering tot het moment dat de criteria krachtens het eerste lid zijn bepaald, bepalen dat de controles, vermeld in het eerste lid, voorafgaand gedaan worden. | ||
| 3 | De controles, vermeld in het eerste lid, worden aangestuurd door een agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst. |
| 1 | De ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen die via de derdebetalersregeling worden betaald conform artikel 18, worden door de zorgvoorziening die de decretale bepalingen of uitvoeringsbesluiten niet heeft nageleefd, terugbetaald aan de verzekeringsinstelling, met uitzondering van de tegemoetkomingen voor reiskosten, die van de rechthebbende of die van de vervoerder kunnen worden teruggevorderd. |
| 1 | Als een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, andere dan de zorgvoorziening, de tegemoetkomingen via de derdebetalersregeling voor eigen rekening heeft geïnd, is die samen met de zorgvoorziening hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling ervan. |
| 1 | De verzekeringsinstelling vordert de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen, die ze heeft toegekend, terug binnen de termijnen en met de middelen, de gerechtelijke inbegrepen, bepaald door de Vlaamse Regering. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen, in welke mate en onder welke voorwaarden de terugvordering van ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen kan worden beperkt, of in welke gevallen aan de terugvordering kan worden verzaakt. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de bestemming en de boekingswijze van de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen. |
| 1 | De invordering door de verzekeringsinstellingen van de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen kan worden verricht conform artikel 35, eerste lid. | ||
| 2 | Voor de tegemoetkomingen waarvan het niet terugvorderen door de verzekeringsinstellingen als gewettigd is beschouwd krachtens artikel 29 kan de invordering van de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen worden verricht conform artikel 35, tweede lid. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden van de terugvordering van de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen voor reiskosten, waarvan het onverschuldigde karakter het gevolg is van het overlijden van de rechthebbende, bij de financiële instelling waar de rekening geopend is waarop de tegemoetkomingen voor reiskosten worden betaald. |
| 1 | Met behoud van de toepassing van de andere verplichtingen die voortvloeien uit dit decreet, is de zorgvoorziening als verantwoordelijke voor de facturering van tegemoetkomingen verplicht procedures te volgen die de facturering van onrechtmatige tegemoetkomingen voorkomen. |
| 1 | Als een verzekeringsinstelling vaststelt dat een zorgvoorziening ondanks schriftelijke aanmaning bij herhaling onverschuldigde tegemoetkomingen aanrekent, kan de verzekeringsinstelling, onder de door de Vlaamse Regering vastgestelde voorwaarden, het teruggevorderde bedrag vermeerderen met een vergoeding waarvan de omvang wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering. | ||
| 2 | De betrokken vergoeding wordt voor het door de Vlaamse Regering vastgestelde aandeel geboekt als inkomsten van de Vlaamse Gemeenschap. |
| 1 | De tegemoetkomingen die de verzekeringsinstellingen via de derdebetalersregeling aan een zorgvoorziening betalen, kunnen de verzekeringsinstellingen van rechtswege aanwenden om aan de verzekeringsinstellingen de door de zorgvoorziening verschuldigde bedragen die ze ten onrechte heeft ontvangen, te betalen, of om te voldoen aan iedere andere schuldvordering die is ontstaan krachtens dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan of de overeenkomst, vermeld in artikel 6, tweede lid. | ||
| 2 | Als de schuldenaar in gebreke blijft, kan de Vlaamse Regering de verschuldigde bedragen invorderen conform het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren. | ||
| 3 | De bedragen die worden gerecupereerd zijn inkomsten van de Vlaamse Gemeenschap. |
| 1 | § 1. De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen die niet werden teruggevorderd ingevolge artikel 29, als werkingskosten worden beschouwd. | ||
| 2 | § 2. De bedragen van de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen waarvan het niet terugvorderen als gewettigd is beschouwd onder de voorwaarden en volgens de regels door de Vlaamse Regering bepaald, worden niet beschouwd als werkingskosten, tenzij in de gevallen bepaald door de Vlaamse Regering. | ||
| 3 | Deze bedragen worden vastgelegd door de Vlaamse Regering. | ||
| 4 | § 3. De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden de werkingskosten worden verhoogd in geval van subrogatoire vordering of terugvordering van de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen. | ||
| 5 | § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de verzekeringsinstellingen het bewijs leveren dat het onverschuldigde bedrag of het bedrag van de administratieve geldboete ten laste van de werkingskosten wordt genomen. |
| 1 | §1. Met behoud van de toepassing van eventuele strafrechtelijke vervolging kan de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar de verzekeringsinstellingen de volgende administratieve geldboeten opleggen voor de volgende inbreuken: | ||
| 2 | 1° een administratieve geldboete van 62,50 euro als de verzekeringsinstellingen de verjaring niet hebben gestuit voor de terugvordering van onverschuldigde betalingen; | ||
| 3 | 2° een administratieve geldboete van 50 euro per bedrag als de verzekeringsinstellingen ten onrechte bedragen meedelen aan het agentschap om werkingskosten te verwerven voor terugvorderingen die het gevolg zijn van een fout of nalatigheid van de verzekeringsinstellingen; | ||
| 4 | 3° een administratieve geldboete van 125 euro per bedrag als de verzekeringsinstellingen onverschuldigde bedragen niet conform artikel 30 boeken en in mindering brengen van de uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap. | ||
| 5 | §2. Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar een administratieve geldboete opleggen die lager is dan de administratieve geldboeten, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, maar die niet lager kan zijn dan 50% van de bedragen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. Hij kan overigens volledig of gedeeltelijk uitstel van betaling van de administratieve geldboete toekennen als er tijdens de twee vorige jaren geen enkele administratieve geldboete voor soortgelijke inbreuken als vermeld in paragraaf 1, is uitgesproken. | ||
| 6 | Als hetzelfde feit verschillende inbreuken uitmaakt, wordt alleen de zwaarste sanctie toegepast. Bij samenloop van verschillende inbreuken als vermeld in paragraaf 1, en artikel 9, § 1, eerste lid, worden de administratieve geldboeten, vermeld in de voormelde bepalingen, samengevoegd. | ||
| 7 | §3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de oplegging, betaling en bestemming van de administratieve geldboeten. | ||
| 8 | De wijze waarop de inbreuken, vermeld in paragraaf 1, worden vastgesteld, zowel bij de interne als de externe controles, maakt deel uit van de overeenkomst met de verzekeringsinstellingen, vermeld in artikel 6, tweede lid. | ||
| 9 | §4. Een administratieve geldboete kan niet meer worden uitgesproken als er twee jaar verlopen is vanaf het einde van de maand waarin de inbreuk is gepleegd. De kennisgeving van het verslag met de vaststelling van de inbreuk stuit de verjaring. | ||
| 10 | De betrokken verzekeringsinstelling beschikt over een termijn van twee maanden vanaf de dag die volgt op de dag waarop ze het verslag heeft ontvangen, om verweermiddelen te laten gelden door een aangetekende zending te sturen naar de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar. | ||
| 11 | De door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar beslist of een administratieve geldboete wordt opgelegd nadat hij de verzekeringsinstelling uitgenodigd heeft om verweermiddelen te laten gelden. | ||
| 12 | Als de verzekeringsinstelling de administratieve geldboete niet betaalt, wordt de beslissing van de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar die niet is betwist of de gerechtelijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, aan de Vlaamse Belastingdienst bezorgd om het bedrag van de administratieve geldboete in te vorderen. | ||
| 13 | §5. De uitgesproken administratieve geldboete verjaart na vijf jaar. De verjaringstermijn begint op de dag na de dag van de kennisgeving. | ||
| 14 | Als de verzekeringsinstelling beroep heeft ingesteld bij de arbeidsrechtbank, wordt de verjaring geschorst totdat een beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, een einde heeft gemaakt aan het geding. De verjaring wordt verder gestuit conform artikel 2244 tot en met 2250 van het Burgerlijk Wetboek. | ||
| 15 | Als de inbreuk aanleiding heeft gegeven tot strafrechtelijke vervolging, wordt de verjaring geschorst totdat een beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, een einde heeft gemaakt aan het geding. |
| 1 | Als een agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst in het kader van haar toezichtsbevoegdheid, vermeld in artikel 41, vaststelt dat een onrechtmatige betaling werd verricht of dat een tegemoetkoming moet worden betaald of aangevuld, kan de verzekeringsinstelling het eventuele geschil aanbrengen bij de arbeidsrechtbank binnen een termijn van drie maanden nadat de verzekeringsinstelling ervan kennis heeft genomen. |
| 1 | Binnen de perken van de vastgelegde begrotingskredieten kunnen aan rechthebbenden tegemoetkomingen worden toegekend voor buitengewone zorg. | ||
| 2 | Rechthebbenden hebben recht op de tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, als ze hun rechten hebben doen gelden krachtens Belgische, buitenlandse of supranationale wetgeving of krachtens een individueel of collectief gesloten overeenkomst, als de gevraagde bedragen daadwerkelijk verschuldigd zijn en als voldaan is aan de bijkomende voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering. | ||
| 3 | De verzekeringsinstelling beslist over de toekenning van de tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, na eensluidend advies van de Expertencommissie. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere criteria waaraan voldaan moet zijn om zorg als buitengewone zorg te beschouwen en de voorwaarden en de procedures voor de aanvraag en de uitbetaling van de tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid. | ||
| 5 | In de gevallen waarin buitengewone zorg wordt verleend buiten het Nederlandse taalgebied en buiten de zorgvoorzieningen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, kan aan de rechthebbende of aan de persoon die de rechthebbende vergezelt een tegemoetkoming in de reis- en verblijfskosten worden verleend, conform de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden en procedures. |
| 1 | Tegen de beslissingen van de verzekeringsinstelling, vermeld in artikel 39, kan door de rechthebbende beroep worden aangetekend bij de arbeidsrechtbank binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van de bestreden beslissing. Met het beroep tegen de beslissing van de verzekeringsinstelling wordt tegelijkertijd beroep aangetekend tegen het eensluidend advies van de Expertencommissie. | ||
| 2 | In de gevallen, vermeld in het eerste lid, worden zowel de verzekeringsinstelling als het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming opgeroepen om als verweerder te verschijnen in de procedure voor de arbeidsrechtbank. Als de rechthebbende nalaat om beide partijen te laten oproepen conform het door hem neergelegde verzoekschrift, betrekt het Openbaar Ministerie bij de arbeidsgerechten de ontbrekende partij alsnog in de procedure conform artikel 138bis van het Gerechtelijk Wetboek. | ||
| 3 | Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming kan een beroep doen op de Expertencommissie in het kader van het verweer voor de arbeidsrechtbank. |
| 1 | Het toezicht op de tegemoetkomingen in het kader van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan en op de uitvoering ervan door de verzekeringsinstellingen wordt uitgeoefend conform het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het welzijn- en gezondheidsbeleid en zijn uitvoeringsbesluiten, behoudens de afwijkingen die de Vlaamse Regering bepaalt. |
| 1 | De zorggebruiker die op basis van een door hem afgelegde valse verklaring of een door hem opgemaakt vals document ten onrechte rechtstreeks een tegemoetkoming voor reiskosten heeft gekregen, is verplicht de waarde ervan terug te betalen. Die verplichting geldt ook in het geval de tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de vervoerder. Een vervoerder die een tegemoetkoming voor reiskosten heeft gekregen op basis van een door hem zelf opgemaakt vals document dan wel een hem door de zorggebruiker afgelegde valse verklaring, is verplicht die terug te betalen. | ||
| 2 | Met behoud van de toepassing van eventuele strafrechtelijke sancties, kan de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar bijkomend de rechthebbende of de vervoerder, vermeld in het eerste lid, een administratieve geldboete opleggen die niet meer kan bedragen dan 100% van het terug te betalen bedrag. Die administratieve geldboete kan ook geheel of gedeeltelijk met uitstel van de tenuitvoerlegging ervan worden opgelegd. Het uitstel kan toegestaan worden gedurende een termijn van twee jaar vanaf de datum van de beslissing wanneer bij het uitspreken van een administratieve geldboete is vastgesteld dat de rechthebbende generlei administratieve geldboete is opgelegd in het voorgaande jaar. De beslissing waarin het uitstel wordt toegestaan of geweigerd, moet met redenen omkleed zijn. Als de verzekerde gedurende deze termijn van twee jaar een nieuwe inbreuk pleegt, worden de uitgestelde en de nieuwe sanctie samengevoegd. In het geval van herhaling van dezelfde inbreuk binnen een tijdsspanne van drie jaar na de beslissing, kan het bedrag van de boete worden verdubbeld. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de oplegging, betaling en bestemming van de administratieve geldboete en de verjaring van de inbreuk die wordt bestraft met de administratieve geldboete. | ||
| 4 | Het bedrag van de administratieve geldboete bedraagt maximaal 500 euro. | ||
| 5 | De administratieve geldboete kan enkel worden opgelegd, voor zover het Openbaar Ministerie oordeelt dat er geen strafvervolging moet worden ingesteld of geen toepassing maakt van de artikelen 216bis en 261ter van het Wetboek van Strafvordering. |
| 1 | § 1. Met behoud van de toepassing van eventuele strafrechtelijke vervolging, is het de zorgvoorzieningen verboden: | ||
| 2 | 1° de documenten die de betaling van de tegemoetkomingen toestaan, op te stellen of te laten opstellen, af te leveren of te laten afleveren als de zorg niet werd verleend of als de zorg werd verleend tijdens een periode waarvoor de zorgvoorziening geen betalingsverbintenis, akkoord of toestemming heeft ontvangen; | ||
| 3 | 2° de documenten die de betaling van de tegemoetkomingen toestaan, op te stellen of te laten opstellen, af te leveren of te laten afleveren als die niet conform dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn; | ||
| 4 | 3° de documenten die de betaling van de tegemoetkomingen toestaan, op te stellen of te laten opstellen of af te leveren of te laten afleveren als de verleende zorg overbodig is; | ||
| 5 | 4° de documenten die de betaling van de tegemoetkomingen toestaan, niet af te leveren als de aflevering ervan verplicht is; | ||
| 6 | 5° de documenten die de betaling van de tegemoetkomingen toestaan, op te stellen of te laten opstellen als die onregelmatig zijn doordat ze de administratieve formaliteiten met betrekking tot de vergoedingsvoorwaarden van de zorg niet respecteren; | ||
| 7 | 6° andere zorgvoorzieningen of zorgverleners, zoals de zorgvoorzieningen of de zorgverleners, vermeld in artikel 2, n), van de wet gecoördineerd op 14 juli 1994, aan te zetten tot het voorschrijven of het uitvoeren van overbodige zorg. | ||
| 8 | De Vlaamse Regering bepaalt: | ||
| 9 | 1° wat wordt verstaan onder documenten die de betaling van de tegemoetkomingen toestaan als vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 5°. Die documenten betreffen zowel de papieren documenten als de documenten in elektronische versie conform artikel 17; | ||
| 10 | 2° wat wordt verstaan onder overbodige zorg als vermeld in het eerste lid, 6°, na advies van de Expertencommissie in dialoog met de sectorale adviescommissie. | ||
| 11 | § 2. In de gevallen van paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2° en 3°, is de zorgvoorziening ertoe gehouden de volledige waarde van de tegemoetkomingen die ten onrechte ten laste werden gelegd van de Vlaamse Gemeenschap terug te betalen. | ||
| 12 | § 3. Bij een inbreuk op paragraaf 1, eerste lid, 1°, slaat de terugbetaling op de volledige waarde van de zorg die ten onrechte ten laste van de Vlaamse Gemeenschap werd gelegd. | ||
| 13 | Bij een inbreuk op paragraaf 1, eerste lid, 2° en 3°, komt de terugbetaling overeen met de door de Vlaamse Gemeenschap geleden financiële schade als de schade nog niet werd vergoed op basis van een andere bepaling van dit decreet. | ||
| 14 | § 4. Met behoud van de toepassing van eventuele strafrechtelijke gevolgen kunnen de inbreuken op paragraaf 1, eerste lid, aanleiding geven tot een administratieve geldboete. De administratieve boete wordt vastgesteld door een door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar. | ||
| 15 | De inbreuken op paragraaf 1, eerste lid, 1°, kunnen aanleiding geven tot een administratieve geldboete van 50% tot 200% van de waarde van de terugbetaling. | ||
| 16 | De inbreuken op paragraaf 1, eerste lid, 2°, kunnen aanleiding geven tot een administratieve geldboete van 5% tot 150% van de waarde van de terugbetaling. | ||
| 17 | De inbreuken op paragraaf 1, eerste lid, 3°, kunnen aanleiding geven tot een administratieve geldboete van 5% tot 100% van de waarde van de terugbetaling. | ||
| 18 | De inbreuken op paragraaf 1, eerste lid, 4° en 5°, kunnen aanleiding geven tot een administratieve geldboete van 50 euro tot 500 euro. | ||
| 19 | De inbreuken op paragraaf 1, eerste lid, 6°, kunnen aanleiding geven tot een administratieve geldboete van maximaal 150% van de tegemoetkoming voor de betreffende verstrekkingen. | ||
| 20 | Het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in het tweede, derde en vierde lid, bedraagt maximaal 5000 euro. | ||
| 21 | Het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in het zesde lid, bedraagt maximaal 250.000 euro. | ||
| 22 | De administratieve geldboete kan enkel worden opgelegd, voor zover het Openbaar Ministerie oordeelt dat er geen strafvervolging moet worden ingesteld of geen toepassing maakt van de artikelen 216bis en 261ter van het Wetboek van Strafvordering. | ||
| 23 | § 5. Als de Vlaamse Gemeenschap zich burgerlijke partij stelt met het oog op de terugvordering van de door de verzekeringsinstelling onverschuldigde betaalde tegemoetkomingen die worden toegekend op basis van dit decreet, worden de teruggevorderde bedragen geboekt als inkomsten van de Vlaamse Gemeenschap. | ||
| 24 | §6. Met behoud van de toepassing van artikel 41 bepaalt de Vlaamse Regering de nadere regels voor de oplegging, betaling en bestemming van de administratieve geldboete en de verjaring van de inbreuk die wordt bestraft met de administratieve geldboete. |
| 1 | Als er bij de zorgvoorziening ernstige, nauwkeurige en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen van bedrog voorhanden zijn, kunnen de uitbetalingen door de verzekeringsinstellingen, geheel of gedeeltelijk worden geschorst voor een periode van maximaal twaalf maanden. | ||
| 2 | Elke verzekeringsinstelling of elke rechthebbende kan de aanwijzingen, vermeld in het eerste lid, melden aan het agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst, die ook op eigen initiatief kan handelen. Als een verzekeringsinstelling aanwijzingen meldt aan het voormelde agentschap, deelt ze die gelijktijdig mee aan de andere verzekeringsinstellingen. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de procedure om de schorsing, vermeld in het eerste lid, op te leggen. | ||
| 4 | De zorgvoorziening kan binnen de drie maanden een niet-schorsend beroep instellen bij de arbeidsrechtbank. |
| 1 | De zorg waarvan is vastgesteld dat ze in strijd is met de regels, vermeld in artikel 43, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, kan niet nogmaals ter uitbetaling worden ingediend bij de verzekeringsinstelling. |
| 1 | De administratieve geldboeten, vermeld in artikel 42 en 43, § 6, verhoogd met de invorderingskosten, kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd. | ||
| 2 | Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling. | ||
| 3 | De bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op het dwangbevel. | ||
| 4 | De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit conform artikel 2244 tot en met 2250 van het Burgerlijk Wetboek. |
| 1 | De zorgvoorzieningen, en de rechthebbenden, alsook hun aangestelden of gevolmachtigden, zijn ertoe gehouden alle inlichtingen en documenten te verstrekken die in het kader van het toezicht, vermeld in artikel 41, vereist zijn. De Vlaamse Regering bepaalt binnen welke termijn die inlichtingen worden verstrekt. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens de verzekeringsinstellingen daartoe ter beschikking stellen van de instanties die belast zijn met het toezicht en van de Vlaamse Regering en regelt de vormvereisten daarvan. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan bepalen welke procedure wordt gevolgd om te bepalen welke documenten en gegevens door de verzekeringsinstellingen worden opgesteld, bewaard, voorgelegd of verzameld conform de krachtens dit decreet voorgeschreven vormen, termijnen of voorwaarden, op een papieren dan wel elektronische drager. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering kan bepalen op welke wijze de documenten of de gegevens, vermeld in het eerste lid, ter beschikking worden gesteld in het kader van het toezicht, vermeld in artikel 41. | ||
| 3 | Aan de gegevens die met toepassing van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan vereist zijn, en die de verzekeringsinstellingen met toepassing van het eerste en het tweede lid, op een andere dan een papieren drager opslaan en bewaren, en aan de weergave ervan op een leesbare drager, wordt in afwijking van artikel 17, bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel verleend. |
| 1 | § 1. De verzekeringsinstellingen stellen bij ernstige aanwijzingen van fouten of fraude of op verzoek van een agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst met behulp van elektronisch opgeslagen en verwerkte gegevens, lijsten op in de vorm van geïntegreerde bestanden. Die lijsten bevatten de gegevens voor de volledige identificering van de zorg die wordt toegekend op grond van dit decreet, van de zorgvoorzieningen die de zorg hebben voorgeschreven, uitgevoerd of afgeleverd en van de begunstigden. Die gegevens kunnen zowel slaan op zorg die in rekening werd gebracht, als op zorg die de Vlaamse Gemeenschap heeft terugbetaald. | ||
| 2 | Na waarmerking door een gevolmachtigde van de verzekeringsinstelling, gelden de lijsten, vermeld in het eerste lid, tot bewijs van het tegendeel, ook ten aanzien van derden. | ||
| 3 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de gevolgen als de gegevens op de lijsten, vermeld in paragraaf 1, niet overeenkomen met de authentieke bron of als de lijsten, vermeld in paragraaf 1, niet de nodige gegevens bevatten voor de volledige identificering van de zorg die de zorgverstrekkers hebben voorgeschreven, uitgevoerd of afgeleverd en van de begunstigden, hetzij bij gebreke aan waarmerking door een gevolmachtigde. |
| 1 | De betwistingen over de rechten en plichten in het kader van dit decreet behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank. | ||
| 2 | De bestreden administratieve rechtshandelingen worden, op straffe van verval, binnen drie maanden na de kennisgeving ervan aan de bevoegde arbeidsrechtbank voorgelegd. | ||
| 3 | De vordering die voor de arbeidsrechtbank ingeleid wordt, werkt niet schorsend. | ||
| 4 | Met behoud van de toepassing van artikel 5, 38, 40 en 44 kan de Vlaamse Regering compromissen en dadingen aangaan in zaken waarbij haar belangen betrokken zijn. |
| 1 | De vordering tot betaling van tegemoetkomingen verjaart twee jaar na het einde van de maand waarin de zorg die aanleiding geeft tot de tegemoetkoming is verstrekt. | ||
| 2 | De vordering tot betaling van sommen die de betaling voor de tegemoetkomingen die verleend werden, tot een hoger bedrag zouden opvoeren, verjaart twee jaar na het einde van de maand waarin die betaling is gedaan. | ||
| 3 | De vordering tot terugvordering van de waarde van de ten laste genomen ten onrechte verleende tegemoetkomingen, verjaart twee jaar na het einde van de maand waarin die zorg is vergoed. | ||
| 4 | Na een termijn van twee jaar, met ingang van het einde van de maand waarin een tegemoetkoming op onrechtmatige wijze door een verzekeringsinstelling betaald is, moet deze niet worden geboekt conform artikel 30. | ||
| 5 | Van de verjaringen, vermeld in het eerste en het tweede lid, mag niet worden afgezien. | ||
| 6 | De verjaringen, vermeld in het derde en het vierde lid, gelden niet als ten onrechte verleende tegemoetkomingen het gevolg zouden zijn van bedrog. In dat geval bedraagt de verjaringstermijn vijf jaar. | ||
| 7 | De verjaring, vermeld in het derde lid, geldt niet voor de feiten, vermeld in artikel 43, die het voorwerp uitmaken van het toezicht, vermeld in artikel 41. | ||
| 8 | Een aangetekende brief volstaat om een verjaring als vermeld in dit artikel te stuiten. De Vlaamse Regering bepaalt de criteria waaraan die brief moet voldoen. De verjaringen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, kunnen ook worden gestuit door een elektronisch bericht. | ||
| 9 | De verjaringen, vermeld in het eerste en het tweede lid, worden geschorst door overmacht. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de overmacht kan worden ingeroepen. |
| 1 | In het kader van de uitvoering van de sociale akkoorden die betrekking hebben op de gezondheidssector, en in de mate dat de sociale akkoorden betrekking hebben op de sectoren, vermeld in artikel 3, eerste lid, bepaalt de Vlaamse Regering de maatregelen waarvan de Vlaamse Gemeenschap de financiële weerslag ten laste neemt en legt de Vlaamse Regering de voorwaarden en de procedure vast om de financiële weerslag, het bedrag en de betaling van de financiële tegemoetkoming vast te stellen. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan initiatieven nemen ter bevordering van de aantrekkelijkheid van de gezondheidszorgberoepen in de sectoren, vermeld in artikel 3, eerste lid, waarvan de Vlaamse Gemeenschap de financiële weerslag ten laste neemt. Die initiatieven kunnen onder meer betrekking hebben op de werkomstandigheden, de vergoedingsvoorwaarden, arbeidsduurvermindering en vermindering van werklast, opleiding, kwalificatie en vorming en betrokkenheid in het besluitvormingsproces. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure met het oog op de vaststelling van de financiële weerslag, het bedrag en de betaling van de financiële tegemoetkoming. |
| 1 | Met behoud van de toepassing van de financiering in het kader van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 en in het kader van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, kan de Vlaamse Regering, binnen de begrotingskredieten, subsidies verlenen aan de zorgvoorzieningen, vermeld in artikel 3 van dit decreet. | ||
| 2 | De subsidies, vermeld in het eerste lid, mogen niet hetzelfde voorwerp hebben als financieringen in het kader van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de aanvraag, de vaststelling, de toekenning en de vereffening van de subsidies. | ||
| 4 | Bij het bepalen van de subsidie aan een zorgvoorziening legt de Vlaamse Regering de opdrachten van die zorgvoorziening vast, en desgevallend ook de personeelsformatie die ze moet inzetten, de subsidievoorwaarden waaraan ze moet voldoen, de resultaten die ze moet bereiken en de wijze waarop de subsidie verantwoord moet worden. | ||
| 5 | Als ter uitvoering van dit decreet staatssteun in de zin van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt verleend aan een onderneming, wordt die staatssteun toegekend met inachtneming van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de criteria voor de berekening van de opnemingsprijs in psychiatrische verzorgingstehuizen en voor de berekening van de prijs per verblijfdag in initiatieven van beschut wonen. |
| 1 | De Vlaamse Regering legt de opnemingsprijs per psychiatrisch verzorgingstehuis en de prijs per verblijfdag per initiatief van beschut wonen vast. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering kan categorieën van rechthebbenden in psychiatrische verzorgingstehuizen bepalen voor wie de opnemingsprijs verschillend is, afhankelijk van de met de categorie gerelateerde kosten voor herstelondersteunende zorg. Deze categorieën kunnen verschillen van de categorieën, vermeld in artikel 69, tweede lid. |
| 1 | De Vlaamse Regering legt de financiering en de financieringsvoorwaarden vast voor de zorgvernieuwende initiatieven, vermeld in artikel 59. | 1 | De Vlaamse Regering kan de financiering en de financieringsvoorwaarden vastleggen voor de zorgvernieuwende initiatieven, vermeld in artikel 59. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de omvang van de tegemoetkoming voor zorg in de opnemingsprijs in psychiatrische verzorgingstehuizen en in de prijs per verblijfdag in initiatieven van beschut wonen. | ||
| 2 | De tegemoetkomingen worden verleend aan de psychiatrische verzorgingstehuizen en de initiatieven van beschut wonen. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van het aanbod aan zorg dat wordt gedekt door de tegemoetkoming, vermeld in artikel 66. |
| 1 | § 1. De Vlaamse Regering kan aanvullende financiering voor opname in psychiatrische verzorgingstehuizen en verblijf in initiatieven van beschut wonen vastleggen, naast de tegemoetkoming, vermeld in artikel 66. | ||
| 2 | § 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat een toelage wordt verleend aan een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn die een tegemoetkoming heeft verleend ten voordele van behoeftigen voor de zorg in psychiatrische verzorgingstehuizen krachtens dit decreet. |
| 1 | Een rechthebbende betaalt aan het psychiatrische verzorgingstehuis een persoonlijke bijdrage in de opnemingsprijs. Die persoonlijke bijdrage is de opnemingsprijs verminderd met de tegemoetkoming, vermeld in artikel 66. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering kan categorieën van rechthebbenden in psychiatrische verzorgingstehuizen bepalen voor wie de persoonlijke bijdrage wordt verminderd met een bijkomende forfaitaire tegemoetkoming, die een andere is dan de tegemoetkoming, vermeld in artikel 66. |
| 1 | Als dat van toepassing is, betaalt de rechthebbende de kosten voor het verblijf in beschut wonen zoals die vastgelegd zijn in een overeenkomst tussen de rechthebbende en het initiatief van beschut wonen. | ||
| 2 | De initiatieven van beschut wonen kunnen geen andere bedragen aanrekenen dan de bedragen die vastgelegd zijn in de overeenkomst, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | De verminderingen van de inkomstenbronnen van de psychiatrische verzorgingstehuizen of initiatieven van beschut wonen door de toepassing van sanctiebepalingen of andere financiële maatregelen, kunnen niet aan de rechthebbenden worden aangerekend. |
| 1 | § 1. Als de zorg in initiatieven van beschut wonen krachtens dit decreet aanleiding geeft tot een tegemoetkoming als vermeld in dit decreet, van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor de overzeese sociale zekerheid, van de Hulpkas voor de oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers en de zeevarenden, elk in het raam van hun eigen reglementering, of van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ten voordele van behoeftigen, kan de Vlaamse Gemeenschap een toelage van een door de Vlaamse Regering bepaald percentage verlenen. | ||
| 2 | Het resterend gedeelte valt, naargelang van het geval, ten laste van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor de overzeese sociale zekerheid, van de Hulpkas voor de oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers en de zeevarenden, of van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. | ||
| 3 | § 2. Een overeenkomst tussen de Vlaamse Regering en de instellingen, vermeld in paragraaf 1, bepaalt de financiële verrekeningen tussen de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen, vermeld in paragraaf 1. |
| 2 | 1° het revalidatieprogramma met inbegrip van de doelgroep; | 2 | 1° het revalidatieprogramma met inbegrip van de doelgroep; |
| 3 | 2° het personeelskader; | 3 | 2° het personeelskader; |
| 4 | 3° de cumulatieregels; | 4 | 3° ...; |
| 5 | 4° de financiële en administratieve betrekkingen tussen de rechthebbenden en de verzekeringsinstellingen, tussen de rechthebbenden en de revalidatievoorzieningen en tussen de revalidatievoorzieningen en de verzekeringsinstellingen, onder meer wat betreft het revalidatieprogramma en de daarin opgenomen revalidatieverstrekkingen, de prijzen van de revalidatieverstrekkingen en de betalingswijze van die prijzen. | ||
| 5 | 4° ... | ||
| 6 | In het eerste lid wordt onder revalidatieprogramma de omschrijving verstaan van de revalidatieverstrekkingen die onderdeel uitmaken van de in de revalidatievoorziening verleende zorg. | 6 | In het eerste lid wordt onder revalidatieprogramma de omschrijving verstaan van de revalidatieverstrekkingen die onderdeel uitmaken van de in de revalidatievoorziening verleende zorg. |
| 1 | § 1. De Vlaamse Regering sluit, wijzigt en beëindigt de revalidatieovereenkomsten met de revalidatievoorzieningen. | 1 | § 1. De Vlaamse Regering sluit, wijzigt en beëindigt de revalidatieovereenkomsten met de revalidatievoorzieningen. |
| 2 | De Vlaamse Regering wint bij het voormelde sluiten, wijzigen of beëindigen van revalidatieovereenkomstenhet advies van de Expertencommissie in. Het advies van de Expertencommissie wordt in dialoog met de betrokken sectorale adviescommissie opgesteld. | 2 | De Vlaamse Regering kan bij het sluiten, wijzigen of beëindigen van revalidatieovereenkomsten, vermeld in het eerste lid, het advies van de Expertencommissie inwinnen. |
| 3 | De Vlaamse Regering kan, na advies van de Expertencommissie en de sectorale adviescommissie uitzonderingen voorzien op het tweede lid. | ||
| 4 | In afwijking van het tweede lid wordt het advies van de Expertencommissie niet ingewonnen bij wijzigingen die voortvloeien uit de bepalingen van de revalidatieovereenkomst zelf. | ||
| 5 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure en de algemene voorwaarden waaronder de revalidatieovereenkomsten worden gesloten, gewijzigd en beëindigd. | 3 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure en de algemene voorwaarden waaronder de revalidatieovereenkomsten worden gesloten, gewijzigd en beëindigd. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de regels en voorwaarden voor de financiële en administratieve betrekkingen tussen de rechthebbenden en de verzekeringsinstellingen, tussen de rechthebbenden en de revalidatievoorzieningen en tussen de revalidatievoorzieningen en de verzekeringsinstellingen. |
| 1 | § 1. De Vlaamse Regering bepaalt de regels en voorwaarden betreffende de samenstelling, berekening, wijziging en vereffening van de tegemoetkomingen voor revalidatieverstrekkingen. Deze regels en voorwaarden worden door de minister verder geconcretiseerd en uitgewerkt in de revalidatieovereenkomst die gesloten wordt met elke revalidatievoorziening. | ||
| 2 | In afwijking van het eerste lid, kan de Vlaamse Regering via de revalidatieovereenkomsten het bedrag van de tegemoetkoming per revalidatieverstrekking en het maximumaantal revalidatieverstrekkingen per kalenderjaar dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming bepalen voor elke revalidatievoorziening. | ||
| 3 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkomingen voor reiskosten, die verband houden met de revalidatieverstrekkingen. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering kan regels en voorwaarden bepalen voor de samenstelling, de berekening en de vereffening van deze tegemoetkomingen. |
| 1 | De revalidatieverstrekkingen worden vergoed in de vorm van een tegemoetkoming als ze in een revalidatieovereenkomst zijn opgenomen en worden verleend onder de voorwaarden die daarin worden vermeld. | ||
| 2 | De tegemoetkoming wordt verleend aan de revalidatievoorziening. |
| 1 | De reiskosten, vermeld in artikel 78, kunnen worden vergoed in de vorm van een tegemoetkoming. | ||
| 2 | Conform de door de Vlaamse Regering vastgelegde voorwaarden, wordt de tegemoetkoming voor reiskosten, naargelang het geval, verleend aan de rechthebbende of de vervoerder. |
| 1 | De Vlaamse Regering legt de regels en voorwaarden vast waaronder de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 79 en 80, worden verleend. |
| 1 | § 1. Aan de rechthebbende aan wie zorg wordt verleend in een revalidatievoorziening kan een eigen bijdrage worden aangerekend. | ||
| 2 | De eigen bijdrage ten laste van de rechthebbende kan bestaan uit een persoonlijk aandeel en extra vergoedingen. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling en de omvang van de eigen bijdrage ten laste van de rechthebbende. | ||
| 4 | § 2. De Vlaamse Regering kan sociale correcties toepassen op de rechthebbenden met recht op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering, vermeld in artikel 37, § 19, van de wet gecoördineerd op 14 juli 1994. | ||
| 5 | § 3. De verminderingen van de inkomstenbronnen van de revalidatievoorzieningen door de toepassing van sanctiebepalingen of andere financiële maatregelen, kunnen niet aan de rechthebbenden worden aangerekend. |
| 1 | In afwijking van artikel 74 kan de Vlaamse Regering met zorgvoorzieningen in de tijd beperkte overeenkomsten met een experimenteel karakter sluiten voor het onderzoek en de vergelijkende studie van bepaalde nieuwe modellen voor het financieren en het verlenen van revalidatieverstrekkingen. De Vlaamse Regering wint daarvoor het advies van de Expertencommissie in. Het advies van de Expertencommissie wordt in dialoog met de betrokken sectorale adviescommissie opgesteld. | 1 | In afwijking van artikel 74 kan de Vlaamse Regering met zorgvoorzieningen in de tijd beperkte overeenkomsten met een experimenteel karakter sluiten voor het onderzoek en de vergelijkende studie van bepaalde nieuwe modellen voor het financieren en het verlenen van revalidatieverstrekkingen. De Vlaamse Regering kan daarvoor het advies van de Expertencommissie inwinnen. |
| 2 | De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder de overeenkomsten, vermeld in het eerste lid, worden gesloten. | 2 | De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder de overeenkomsten, vermeld in het eerste lid, worden gesloten. |
| 3 | De Vlaamse Regering kan in specifieke financieringswijzen voorzien voor de overeenkomsten, vermeld in het eerste lid. | 3 | De Vlaamse Regering kan in specifieke financieringswijzen voorzien voor de overeenkomsten, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | § 1. De Vlaamse Regering sluit, wijzigt en beëindigt overeenkomsten met de multidisciplinaire begeleidingsequipes en kan hun werkgebied bepalen. | 1 | § 1. De Vlaamse Regering sluit, wijzigt en beëindigt overeenkomsten met de multidisciplinaire begeleidingsequipes en kan hun werkgebied bepalen. |
| 2 | Bij het sluiten, wijzigen of beëindigen als vermeld in het eerste lid, wint de Vlaamse Regering het advies in van de Expertencommissie. Het advies van de Expertencommissie wordt in dialoog met de betrokken sectorale adviescommissie opgesteld. | 2 | Bij het sluiten, wijzigen of beëindigen, vermeld in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering het advies inwinnen van de Expertencommissie. |
| 3 | De Vlaamse Regering kan, na advies van de Expertencommissie en de sectorale adviescommissie, uitzonderingen voorzien op het tweede lid. | ||
| 4 | In afwijking van het tweede lid wordt het advies van de Expertencommissie niet ingewonnen bij wijzigingen die voortvloeien uit de bepalingen van de overeenkomst zelf. | ||
| 5 | § 2. De Vlaamse Regering kan de procedure en de algemene voorwaarden bepalen waaronder de overeenkomsten met de multidisciplinaire begeleidingsequipes worden gesloten, gewijzigd en beëindigd. | 3 | § 2. De Vlaamse Regering kan de procedure en de algemene voorwaarden bepalen waaronder de overeenkomsten met de multidisciplinaire begeleidingsequipes worden gesloten, gewijzigd en beëindigd. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de regels en voorwaarden voor de financiële en administratieve betrekkingen tussen de rechthebbenden en de verzekeringsinstellingen, tussen de rechthebbenden en de multidisciplinaire begeleidingsequipes en tussen de multidisciplinaire begeleidingsequipes en de verzekeringsinstellingen. |
| 1 | § 1. De begeleiding door multidisciplinaire begeleidingsequipes wordt vergoed in de vorm van een tegemoetkoming, die door de verzekeringsinstellingen rechtstreeks wordt uitbetaald aan de multidisciplinaire begeleidingsequipes en die wordt opgenomen in de overeenkomst gesloten conform artikel 91. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de regels en voorwaarden voor de samenstelling, de berekening en de wijziging van de tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, en voor de berekening van het maximumaantal rechthebbenden waarvoor de tegemoetkoming per kalenderjaar mag worden aangerekend. | ||
| 3 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de regels en voorwaarden waaronder de tegemoetkomingen, vermeld in paragraaf 1, worden verleend. |