Artikel 21
§ 1. Iedere student kan een studietoelage krijgen voor het behalen van een diploma voor twee bachelors, twee graduaten, een master, een lerarenopleiding en voor het voltooien van een voorbereidingsprogramma en een schakelprogramma.
Als een student een educatieve graduaatsopleiding heeft voltooid of in het betrokken academiejaar ingeschreven is in een educatieve graduaatsopleiding, dan heeft de student recht op een krediet voor een derde graduaatsopleiding.
Als een student een educatieve bacheloropleiding of een bacheloropleiding uit het studiegebied Onderwijs heeft voltooid of in het betrokken academiejaar ingeschreven is in een educatieve bacheloropleiding, dan heeft de student recht op een krediet voor een derde bacheloropleiding.
Als de student een educatieve masteropleiding heeft voltooid of in het betrokken academiejaar ingeschreven is in een educatieve masteropleiding, dan heeft de student recht op een krediet voor een tweede masteropleiding.
De kredieten, vermeld in het tweede tot en met het vierde lid, kunnen niet worden gecumuleerd.
§ 2. Elke student heeft een studietoelagekrediet dat op het einde van elk academiejaar aangevuld wordt met het aantal verworven studiepunten dat de student dat academiejaar verworven heeft bij zijn studies, zoals bedoeld in § 1.
De verworven studiepunten worden in meerdering aangebracht op het studietoelagekrediet, ongeacht het feit of de student voor deze verworven studiepunten een studietoelage zal aanvragen.
§ 3. In afwijking van § 2 kan het studietoelagekrediet nooit meer dan zestig bedragen.