Artikel 13
Op het einde van de maanden januari tot en met oktober van elk jaar worden, onverminderd de bepalingen van artikel 21, aan elke gemeente en aan elk OCMW een voorschot uitbetaald dat gelijk is aan één tiende van hun aandeel, volgens de verhouding bepaald in artikel 12, en zonder de jaarlijkse inhouding bepaald in artikel 19sexies, § 1, en de vermindering bepaald in artikel 19septies van het laatste jaar waarvoor de Vlaamse regering de definitieve verdeling heeft bepaald.
Als gemeenten worden samengevoegd, bestaat in het eerste jaar van de samenvoeging elk voorschot aan de nieuwe gemeente en elk voorschot aan het nieuwe OCMW uit de som van de voorschotten aan respectievelijk de oude gemeenten en de oude OCMW’s, die volgens het eerste lid zijn berekend.