Artikel V.28
Een lid van het zelfstandig academisch personeel met een voltijdse opdracht wordt benoemd.
Een lid van het zelfstandig academisch personeel met een deeltijdse opdracht kan ofwel benoemd worden, ofwel tijdelijk worden aangesteld voor hernieuwbare termijnen van ten hoogste 6 jaar.
Het universiteitsbestuur kan in geval van eerste benoeming tot lid van het zelfstandig academisch personeel de personen aanstellen in een tijdelijk dienstverband als lid van het zelfstandig academisch personeel voor een periode van ten hoogste 3 jaar met uitzicht op een vaste benoeming zonder nieuwe vacature, indien het universiteitsbestuur de prestaties en de wijze van functioneren van de betrokkene gunstig beoordeelt. In geval van zwangerschap of langdurige en ernstige ziekte tijdens de termijn van de aanstelling wordt op verzoek van het betrokken zelfstandig academisch personeelslid de aanstelling met een bijkomende termijn van een jaar verlengd. Als de beoordeling gunstig is, maar het betrokken personeelslid niet voldoet aan de taalvereiste, vermeld in artikel II.270, § 2, kan het personeelslid niet benoemd worden maar kan de aanstelling met een bijkomende termijn worden verlengd om het vereiste beheersingsniveau van de Nederlandse taal te bereiken. Als de termijn wordt verlengd, wordt het personeelslid in principe benoemd zonder nieuwe beoordeling van zodra het aan het vereiste beheersingsniveau van de Nederlandse taal voldoet. De totale duur van de initiële aanstelling en de bijkomende termijn mag niet meer dan 5 jaar bedragen.