Artikel IV.55
§1. Hogescholen en universiteiten kunnen op grond van een formele beslissing van het instellingsbestuur deelnemen in volgende rechtspersonen:
- 1°de spin-off bedrijven en spin-offondersteunende bedrijven, bedoeld in hoofdstuk 2 en 3;
- 2°de in artikel II.12, 2° bedoelde voor valorisatie bevoegde dienst;
- 3°de instanties bedoeld in artikel II.12, 3°, a) en IV.48, §8;
- 4°de rechtspersonen zonder winstoogmerk die het beheer of de coördinatie van sociale voorzieningen tot doel hebben;
- 5°de rechtspersonen zonder winstoogmerk met een maatschappelijk doel gericht op onderzoek, de organisatie of coördinatie van contractonderwijs, sociaal-culturele dienstverlening of de organisatie of coördinatie van administratieve diensten of dienstverlening;
- 6°de rechtspersonen met als maatschappelijk doel het verwerven of beheren van gebouwen en infrastructuur bestemd voor onderwijs, onderzoek, wetenschappelijke of maatschappelijke dienstverlening, verblijven van studenten, onderzoekers, gastprofessoren en gastdocenten of voor de valorisatie van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek.
De bepalingen van het eerste lid doen geen afbreuk aan:
- 1°de bepalingen van deel 2, titel 1, hoofdstuk 2;
- 2°de mogelijkheid om effecten aan te houden in de zin van artikel 2 van de wet van 22 april 2003 betreffende de openbare aanbiedingen van effecten.
§2. Instellingsbesturen kunnen een personeelslid met zijn instemming belasten met een taak bij de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde rechtspersonen.
Het betrokken personeelslid blijft gedurende de opdracht juridisch en administratief behoren tot de terbeschikkingstellende hogeschool of universiteit.
§3. Aan een in paragraaf 1, eerste lid bedoelde rechtspersoon kan een gebruiksrecht worden toegekend op lokalen, infrastructuur, diensten of personeel van de hogeschool of de universiteit. Dit gebruiksrecht moet het voorwerp uitmaken van een overeenkomst tussen het instellingsbestuur en de rechtspersoon.
Het in het eerste lid bedoelde gebruiksrecht kan niet in een rechtspersoon worden ingebracht.
§4. De in paragraaf 1, eerste lid bedoelde rechtspersonen leggen de jaarrekeningen en jaarverslagen ter kennisgeving aan het instellingsbestuur voor. Deze verplichting doet geen afbreuk aan eventuele bijkomende of zwaardere rapporteringsverplichtingen die door bijzondere regelgeving of op grond van een overeenkomst worden opgelegd.
§5. Indien de rechtspersonen waarin hogescholen en universiteiten deelnemen, niet voldoen aan de bij of krachtens decreet gestelde voorwaarden:
- 1°ontzegt het instellingsbestuur aan deze rechtspersoon elk gebruik van lokalen, infrastructuur, diensten en personeel, en
- 2°neemt het instellingsbestuur de nodige maatregelen opdat de hogeschool of de universiteit zich uit de rechtspersoon terugtrekt, behoudens indien de onregelmatigheid onverwijld kan worden rechtgezet.
§6. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder “deelnemen” verstaan:
- 1°een rechtspersoon oprichten, of
- 2°een participatie in een rechtspersoon verwerven of houden, of
- 3°zich in een rechtspersoon laten vertegenwoordigen.