§ flandrepo
7 regels · van kracht sinds 1 sep 2019

Artikel II.352

§ 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten stelt de Vlaamse Regering een mobiliteitstoelage ter beschikking voor studenten die een periode in het buitenland doorbrengen in het kader van hun opleiding onder de volgende voorwaarden:

  1. 1°de student is op het moment van de aanvraag ingeschreven aan een Vlaamse ambtshalve geregistreerde instelling onder een diplomacontract in een opleiding die valt onder kwalificatieniveau 5, 6, 7 en 8;
  2. 2°de student is door deze instelling voorgedragen of geselecteerd om via een uitwisselingsprogramma een periode in het buitenland door te brengen; de instelling legt de criteria en de voorwaarden voor selectie vast en maakt deze op duidelijke wijze kenbaar aan de student ruim voor de start van de selectieprocedure;
  3. 3°de periode in het buitenland bedraagt minimum één maand en maximum twaalf maanden;
  4. 4°de student heeft een leerovereenkomst of een vormingsovereenkomst in het kader van een stage afgesloten met deze instelling, waarin onder meer de erkenning of validatie van de uitwisseling door deze instelling wordt geregeld;
  5. 5°er wordt voldaan aan de bijkomende criteria en voorwaarden vastgelegd in het specifieke uitwisselingsprogramma waarvoor de student zich kandidaat stelt.

§ 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat de mobiliteitsbeurzen prioritair toegekend worden aan studenten ingeschreven in een initiële opleiding van kwalificatieniveau 5, 6 of 7 als de omvang van de begrotingskredieten beperkt is. De Vlaamse Regering neemt dit besluit vóór 1 maart voorafgaand aan het academiejaar waarin de selectie van de studenten plaatsvindt.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd