§ flandrepo

Tot wijziging van het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen van 22 oktober 2021 #1974

Gemerged Bart TommeleinNadia SminateKatrien PartykaMaaike De VreeseBrecht WarnezPaul Van Miert Open Vld, N-VA, cd&v voegde 7 artikels samen in erkenningsdecreet-lokale-geloofsgemeenschappen-van-22-oktobe · 23 januari 2024 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet verzendcode: BIN ingediend op 17 april 2024 (2023-2024) Verslag namens de Commissie voor Binnenlands Bestuur, Gelijke Kansen en Inburgering uitgebracht door Bob Savenberg over het voorstel van decreet van Bart Tommelein, Nadia Sminate, Katrien Partyka, Maaike De Vreese, Brecht Warnez en Paul Van Miert tot wijziging van het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen van 22 oktober 2021 Samenstelling van de Commissie voor Binnenlands Bestuur, Gelijke Kansen en Inburgering: Voorzitter: Kris Van Dijck. Vaste leden: Maaike De Vreese, Nadia Sminate, Annabel Tavernier, Kris Van Dijck, Paul Van Miert; Yves Buysse, Chris Janssens, Sam Van Rooy; Katrien Partyka, Brecht Warnez; Bob Savenberg, Bart Tommelein; Staf Aerts, An Moerenhout; Maxim Veys. Plaatsvervangers: Andries Gryffroy, Liesbeth Homans, Bert Maertens, Freya Perdaens, Elke Sleurs; Adeline Blancquaert, Guy D’haeseleer, Kristof Slagmulder; Koen Van den Heuvel, Hilâl Yalçin; Stephanie D’Hose, Emmily Talpe; Celia Groothedde, Jeremie Vaneeckhout; Kurt De Loor. Toegevoegde leden: Lise Vandecasteele. De Commissie voor Binnenlands Bestuur, Gelijke Kansen en Inburgering besprak op 26 maart en 16 april 2024 het voorstel van decreet tot wijziging van het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen van 22 oktober 2021. 1. Toelichting door Bart Tommelein Bart Tommelein zegt dat het Vlaams Parlement met het decreet van 22 oktober 2021 tot regeling van de erkenning van lokale geloofsgemeenschappen, de verplichtingen van de besturen van de eredienst en het toezicht daarop en tot wijziging van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten een nieuw en duidelijk kader invoerde voor de erkenning van lokale geloofsgemeenschappen en voor de verplichtingen waaraan besturen van de eredienst als openbare instellingen blijvend moeten voldoen. Een belangrijk uitgangspunt van dat nieuw erkenningskader is dat buitenlandse beïnvloeding uit lokale geloofsgemeenschappen wordt geweerd. Dat uitte zich in twee verbodsbepalingen: − het verbod op de financiering of de ondersteuning die afbreuk doet aan de onafhankelijkheid van een lokale geloofsgemeenschap; − het verbod op de bezoldiging van eredienstbedienaars door een buitenlandse overheid. Tegen die twee nieuwe verbodsbepalingen werd een vernietigingsberoep ingesteld bij het Grondwettelijk Hof door een aantal organisaties zoals Diyanet België, de Belgische tak van het Turkse ministerie van Godsdienstzaken. Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat de Vlaamse decreetgever legitieme doelstellingen nastreefde met het verbod op buitenlandse financiering. Omdat die bepalingen als doel hadden de democratische rechtstaat te vrijwaren, door te verhinderen dat buitenlandse financiering en ondersteuning een kanaal vormen waarlangs nationalistisch, polariserend, segregerend of extremistisch en fundamentalistisch gedachtegoed (politiek en religieus) uit het buitenland worden gepropageerd in de Vlaamse lokale geloofsgemeenschappen. Hoewel het Grondwettelijk Hof de doelstellingen van de verbodsbepalingen over buitenlandse financiering of ondersteuning als legitiem beschouwde, stelde het echter vast dat die twee verbodsbepalingen in eerste instantie onvoldoende precies zijn en dus niet voldoen aan de voorzienbaarheidsvereiste. Volgens het Grondwettelijk Hof moet in het decreet zelf duidelijker worden geformuleerd welke elementen concreet wijzen op een ongewenste buitenlandse inmenging. Daarbij waren de bepalingen niet proportioneel tegenover de vrijheid van godsdienst. Daarop wordt al toegezien via de bestaande regels van het strafrecht waaraan naast lokale geloofsgemeenschappen, ook natuurlijke personen en rechtspersonen in België, zijn onderworpen. Een bijkomende regeling via erkenningscriteria alleen voor lokale geloofsgemeenschappen wordt dan ook als niet proportioneel beschouwd. Met het voorliggende voorstel van decreet worden de door het Grondwettelijk Hof vernietigde verbodsbepalingen over ongewenste buitenlandse inmenging geremedieerd. Wat de opmerking op het vlak van de voorzienbaarheidsvereiste betreft wordt er conform de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie in het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen een niet-limitatieve lijst opgenomen. Die lijst bestaat uit duidelijke elementen die wijzen op zaken die afbreuk kunnen doen aan de onafhankelijke uitoefening van de decretale opdrachten en verplichtingen van de openbare instelling zoals aan het ontvangen van richtlijnen van een buitenlandse actor, het expliciet opnemen in de statuten van een band van ondergeschiktheid tegenover buitenlandse actoren enzovoort. Wat de opmerking op het vlak van de proportionaliteit tegenover de vrijheid van godsdienst betreft, staat nu de vrijwaring van de onafhankelijke uitoefening van de decretale opdrachten en verplichtingen die rusten op het bestuur van de eredienst als Vlaamse openbare instelling centraal. Vanuit die doelstelling is het – in het licht van de vrijheid van godsdienst – proportioneel dat de decreetgever de nodige garanties inbouwt om te voorkomen dat buitenlandse of binnenlandse entiteiten via financiering en ondersteuning ervoor zorgen dat er niet langer sprake is van onafhankelijkheid van het bestuur van de eredienst als openbare instelling. Daarnaast worden met het voorstel van decreet volgende nieuwe erkenningscriteria ingevoerd: − het toekomstige bestuur van de eredienst mag geen banden hebben met personen, groepen of entiteiten die worden vermeld in de Europese en Belgische terreurlijst en in de OCAD-lijsten (OCAD: Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse) van haatpropagandisten, gewelddadige extremisten en ‘terrorist fighters’; − de lokale geloofsgemeenschap verbindt zich ertoe om haar bedienaar van de eredienst te laten bezoldigen via de federale overheid krachtens artikel 181 van de Grondwet; − de besturen van de eredienst moeten beschikken over een stabiel, langdurig en zeker recht over het …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd