Tot oprichting van een Vlaams Mensenrechteninstituut #1357
Gemerged Vlaamse Regering voegde 11 artikels samen in decreet-1998-07-07decreet-2002-05-08decreet-2008-07-10-1017082 · 4 juli 2022 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op
26 oktober 2022 (2022-2023)
Amendementen
voorgesteld na indiening van het verslag
op het ontwerp van decreet
tot oprichting van een Vlaams Mensenrechteninstituut
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Amendementen
– Nr. 3: Verslag van de hoorzitting
– Nr. 1: Verslag
verzendcode: BIN
AMENDEMENT Nr. 16
voorgesteld door An Moerenhout, Celia Groothedde, Hannelore Goeman
en Jos D’Haese
na indiening van het verslag
Artikel 13
In paragraaf 4, eerste lid, de zinsnede “, als onafhankelijke en neutrale derde,
de communicatie vergemakkelijkt en de voormelde betrokken partijen er probeert
toe te brengen zelf een oplossing uit te werken” vervangen door de woorden
“een oplossing onderhandelt tussen beide partijen die rechtsherstel brengt in lijn
met de decretale en wettelijke bepalingen”.
VERANTWOORDING
Het Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI) in de rol van neutrale derde dwingen is, zoals aangegeven
door het advies dat tot stand kwam na overleg tussen verschillende gelijkekansen- en mensenrechtenorganisaties, niet conform de internationale standaarden.
De hoofdtaak van ‘equality bodies’ is bijstand, advies en ondersteuning bieden aan slachtoffers van
discriminatie. Ze moeten niet neutraal zijn. Ze moeten aan de kant van de wet staan, die discriminatie
verbiedt. Bemiddeling is ondergeschikt aan de eigenlijke rechtsbijstand. Waar mogelijk is bemiddeling
aangewezen, maar bij sommige klachten en meldingen is dat niet altijd een optie vanuit het perspectief
van het slachtoffer.
Onpartijdigheid en neutraliteit zijn enkel noodzakelijk voor een entiteit die oordelen uitspreekt. De
eerste betrachting van het VMRI moet de ondersteuning van het slachtoffer van discriminatie zijn.
Iets anders (bijvoorbeeld de positie van neutrale bemiddelaar die vooropstaat) versterkt de bestaande
machtsonevenwichten, waarin situaties van discriminatie net vaak voorkomen.
Zie ook de amendementen nr. 19 en 20.
AMENDEMENT Nr. 17
voorgesteld door An Moerenhout, Celia Groothedde, Hannelore Goeman
en Jos D’Haese
na indiening van het verslag
Artikel 16
In paragraaf 3 het eerste lid vervangen door twee leden, die luiden als
volgt:
“De geschillenkamer brengt de verweerder ervan op de hoogte dat de klacht voor
beoordeling is bezorgd, en maakt aanspraak op de overtuigingsstukken.
Elke partij is verplicht om de nodige informatie binnen de gestelde termijnen
en naar waarheid over te maken. Indien de aangezochte persoon de informatie niet
verstrekt, kan het VMRI de betrokkene in gebreke stellen. Indien hier geen gevolg
aan wordt gegeven, kan het VMRI de zaak aan de kortgedingrechter voorleggen.”.
VERANTWOORDING
De onderzoeksbevoegdheden van het VMRI zijn essentieel voor een goed functionerende geschillenkamer. In artikel 16, §3, worden zij niet sterk genoeg uiteengezet. In discriminatiezaken blijft de bewijslast nog steeds een van de grootste struikelblokken. Het kan niet de bedoeling zijn dat een onwillige
tegenpartij door het niet aanleveren van bewijs een negatieve beoordeling kan ontlopen.
Met de amendementen nr. 17 en 22 willen de indieners de algemene onderzoeksbevoegdheden
versterken zodat die breed inzetbaar kunnen zijn.
AMENDEMENT Nr. 18
voorgesteld door An Moerenhout, Celia Groothedde, Hannelore Goeman
en Jos D’Haese
na indiening van het verslag
Artikel 16
Aan paragraaf 4 een tweede lid toevoegen, dat luidt als volgt:
“De dossierbehandelaar van het VMRI staat het slachtoffer bij in de procedure voor
de geschillenkamer, zowel bij de schriftelijke voorbereiding en behandeling als tijdens de zitting zelf.”.
VERANTWOORDING
Het ontwerp van decreet voorziet niet in juridische bijstand aan slachtoffers van discriminatie die naar
de rechtbank of de geschillenkamer willen stappen. Door louter te kiezen voor een geschillenkamer die
niet-bindende oordelen zal vellen, zet men een stap achteruit in de bescherming die vandaag reeds bestaat. De indieners van dit amendement spelen in op deze lacune omdat het essentieel is dat het VRMI
zelf naar de rechtbank moet kunnen stappen en slachtoffers van discriminatie rechterlijke bijstand moet
kunnen bieden wanneer ze naar de rechtbank stappen.
Het VMRI dient juridische bijstand te bieden aan wie melding maakt van discriminatie. Deze bijstand
dient veel ruimer te worden opgevat dan neutrale bemiddeling in de geschillenkamer. Slachtoffers
hebben emotionele en persoonlijke ondersteuning nodig, juridisch advies en juridische bijstand voor de
geschillenkamer en de rechtbanken. Dat houdt ook de actieve ondersteuning in wanneer een slachtoffer
van discriminatie na een oordeel van de geschillenkamer toch nog naar de rechtbank wil stappen om
schadevergoeding te eisen of indien de discriminerende partij zich niet houdt aan het oordeel van de
geschillenkamer. Dat is een belangrijke stok achter de deur. Het bestaan van de mogelijkheid om naar
de rechter te stappen, zal er tevens toe bijdragen dat alle partijen serieus meewerken aan de onderhandeling in de geschillenkamer.
Als sterk mensenrechtenorgaan heeft het VMRI daarnaast nood aan de bevoegdheid bij te kunnen
treden als ‘amicus curiae’ in zaken die onder haar mandaat vallen. Daartoe dient het op de hoogte te
worden gebracht van elke zaak die aanhangig wordt gemaakt voor de rechtbank die strikt gezien onder
zijn bevoegdheid valt.
Zie ook amendement nr. 21.
AMENDEMENT Nr. 19
voorgesteld door An Moerenhout, Celia Groothedde, Hannelore Goeman
en Jos D’Haese
na indiening van het verslag
Artikel 21
In punt 1°, op de tweede regel, het woord “onpartijdige” schrappen.
VERANTWOORDING
Zie de verantwoording bij amendement nr. 16.
AMENDEMENT Nr. 20
voorgesteld door An Moerenhout, Celia Groothedde, Hannelore Goeman
en Jos D’Haese
na indiening van het verslag
Artikel 21
In punt 3°, op de tweede regel, het woord “onpartijdige” schrappen.
VERANTWOORDING
Zie de verantwoording bij amendement nr. 16.
AMENDEMENT Nr. 21
voorgesteld door An Moerenhout, Celia Groothedde, Hannelore Goeman
en Jos D’Haese
na indiening van het verslag …