§ flandrepo

Programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2026

Vlaamse Regering #869 Staatsblad 7 augustus 2026 NUMAC 2026005970
6 artikels gewijzigd
+5 −0 decreet-1997-02-25/art. 87octies nieuw
1In het begrotingsjaar 2026 wordt er, ter ondersteuning van de implementatie van de minimumdoelen in het kleuteronderwijs, een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon basisonderwijs met kleuteronderwijs en scholen buitengewoon basisonderwijs met kleuteronderwijs. Het extra werkingsbudget wordt ingezet voor de professionalisering van het personeel en de aankoop van didactisch materiaal in het kleuteronderwijs.
2Het extra werkingsbudget, vermeld in het eerste lid, kan tot en met 30 juni 2028 worden gebruikt voor de doelstelling, vermeld in het eerste lid.
3Voor de maatregel, vermeld in het eerste lid, is een budget van 13.552.000 euro voorzien.
4Het extra werkingsbudget per school is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal regelmatige kleuters op de eerste schooldag van februari 2026 of voor scholen opgericht op 1 september 2026 de eerste schooldag van oktober 2026 in de school met het binnen de begroting voorziene werkingsbudget, vermeld in het derde lid, gedeeld door het totale aantal regelmatige kleuters in de scholen voor gewoon basisonderwijs en scholen voor buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari 2026 of voor scholen opgericht op 1 september 2026 de eerste schooldag van oktober 2026.
5Het bedrag van het extra werkingsbudget, vermeld in het eerste lid, wordt uitbetaald voor 31 december 2026.
+2 −2 decreet-1997-02-25/art. 130
3Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030 maximaal 20% van de aan de school toegekende vacante lestijden, vermeld in artikel 132, 134, 135, 137bis, 138, § 1, eerste lid, 6°, 141, § 2, 173quater of 173quinquies/1, omzetten in punten of uren voor de aanwending ervan in ambten van het beleids- en ondersteunend personeel of van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel.3Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030 maximaal 20% van de aan de school toegekende vacante lestijden, vermeld in artikel 132, 134, 135, 137bis, 138, § 1, eerste lid, 6°, 141, § 2, 173quater of 173quinquies/1, omzetten in punten of uren voor de aanwending ervan in ambten van het beleids- en ondersteunend personeel of van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel.
4De omzettingen, vermeld in het tweede lid, kunnen telkens gebeuren vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar in kwestie en gelden voor de duur van het lopende schooljaar. In afwijking hiervan eindigt een omzetting van lestijden als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd ingericht in een ambt van het beleids- en ondersteunend personeel of in een ambt van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de lestijden vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.4De omzettingen, vermeld in het tweede lid, kunnen telkens gebeuren vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar in kwestie en gelden voor de duur van het lopende schooljaar. In afwijking hiervan eindigt een omzetting van lestijden als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd ingericht in een ambt van het beleids- en ondersteunend personeel of in een ambt van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de lestijden vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.
5In afwijking van het tweede en derde lid kan een schoolbestuur bij een tekort aan onderwijzend personeel voor haar scholen die gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, tijdens het schooljaar 2025-2026meer dan 20% van de aan de school toegekende vacante lestijden, ver-meld in het tweede lid, omzetten in punten voor de aanwending ervan in ambten van het beleids- en ondersteunend personeel of in uren voor de aanwending ervan in ambten van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. De omzettingen kunnen gebeuren vanaf 1 september 2025 onder al de volgende voorwaarden:5In afwijking van het tweede en derde lid kan een schoolbestuur bij een tekort aan onderwijzend personeel voor haar scholen die gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, tijdens het schooljaar 2026-2027 meer dan 20% van de aan de school toegekende vacante lestijden, vermeld in het tweede lid, omzetten in punten voor de aanwending ervan in ambten van het beleids- en ondersteunend personeel of in uren voor de aanwending ervan in ambten van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. De omzettingen kunnen gebeuren vanaf 1 september 2026 onder al de volgende voorwaarden:
61° het schoolbestuur legt per school een voorstel om af te wijken van de ingangsdatum van 1 oktober, vermeld in het derde lid, en van het maximum van 20% van de aan de school toegekende vacante lestijden, vermeld in het tweede lid, voor onderhandeling voor in het bevoegde lokaal comité;61° het schoolbestuur legt per school een voorstel om af te wijken van de ingangsdatum van 1 oktober, vermeld in het derde lid, en van het maximum van 20% van de aan de school toegekende vacante lestijden, vermeld in het tweede lid, voor onderhandeling voor in het bevoegde lokaal comité;
72° het schoolbestuur moet, voordat het overgaat tot omzetting van de vacante lestijden ten aanzien van die vacante lestijden op 1 september de verplichtingen tot reaffectatie of wedertewerkstelling, vermeld in artikel 34, §1, A, 2° tot en met 4°, artikel 34, §1, B, 2° tot en met 4bis°, en artikel 34, §1, C, 2° tot en met 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, zoals die van kracht waren op 31 augustus 2025, naleven;72° het schoolbestuur moet, voordat het overgaat tot omzetting van de vacante lestijden ten aanzien van die vacante lestijden op 1 september de verplichtingen tot reaffectatie of wedertewerkstelling, vermeld in artikel 34, §1, A, 2° tot en met 4°, artikel 34, §1, B, 2° tot en met 4bis°, en artikel 34, §1, C, 2° tot en met 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, zoals die van kracht waren op 31 augustus 2026, naleven;
83° het schoolbestuur moet voordat het overgaat tot omzetting van de vacante lestijden ten aanzien van die vacante lestijden op 1 september het recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur naleven van de tijdelijke personeelsleden die daar een beroep op kunnen doen volgens artikel 21 of 21bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 23 of 23bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.83° het schoolbestuur moet voordat het overgaat tot omzetting van de vacante lestijden ten aanzien van die vacante lestijden op 1 september het recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur naleven van de tijdelijke personeelsleden die daar een beroep op kunnen doen volgens artikel 21 of 21bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 23 of 23bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
9De punten of uren die verkregen worden door de omzetting, vermeld in het tweede en vierde lid, worden maximaal ter ondersteuning van de leraar in de scholen basisonderwijs aangewend zodat die zich kan focussen op zijn kerntaak: lesgeven.9De punten of uren die verkregen worden door de omzetting, vermeld in het tweede en vierde lid, worden maximaal ter ondersteuning van de leraar in de scholen basisonderwijs aangewend zodat die zich kan focussen op zijn kerntaak: lesgeven.
+1 −8 codex-secundair-onderwijs/art. 25
292° de som van het aantal wekelijkse uren-leraar van de tot de scholengemeenschap behorende scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs van het betreffende schooljaar, berekend in uitvoering van de bepalingen van artikel 209, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. De coëfficiënt is dezelfde voor alle scholen die onder toepassing van deze bepaling vallen. Het resultaat van elke vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal; en292° de som van het aantal wekelijkse uren-leraar van de tot de scholengemeenschap behorende scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs van het betreffende schooljaar, berekend in uitvoering van de bepalingen van artikel 209, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. De coëfficiënt is dezelfde voor alle scholen die onder toepassing van deze bepaling vallen. Het resultaat van elke vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal; en
303° de som van het aantal regelmatige leerlingen van de tot de scholengemeenschap behorende scholen voor buitengewoon secundair onderwijs op de gebruikelijke teldatum, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. De coëfficiënt is dezelfde voor alle scholen die onder toepassing van deze bepaling vallen. Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal.303° de som van het aantal regelmatige leerlingen van de tot de scholengemeenschap behorende scholen voor buitengewoon secundair onderwijs op de gebruikelijke teldatum, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. De coëfficiënt is dezelfde voor alle scholen die onder toepassing van deze bepaling vallen. Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal.
31§ 11. Een aantal punten wordt toegekend afhankelijk van het aantal regelmatige leerlingen van alle scholen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs,op de gebruikelijke teldatum, meer bepaald :
32a) tussen 900 en 3999 leerlingen : 120 punten;
33b) tussen 4.000 en 6.499 leerlingen : 180 punten;
34c) tussen 6.500 en 7.999 leerlingen : 240 punten;
35d) tussen 8.000 en 9.499 leerlingen : 300 punten;
36e) tussen 9.000 en 10.999 leerlingen : 360 punten;
37f) vanaf 11.000 leerlingen : 420 punten.
38Het aantal van 120 punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum van 900 leerlingen niet meer wordt bereikt.
31§ 11. ...
39§ 12. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan een school met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs.32§ 12. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan een school met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs.
40§ 13. Bij het bepalen van de diverse coëfficiënten, zoals vermeld in § 9 en § 10, houdt de Vlaamse Regering er rekening mee dat, op vergelijkbare basis, het eindresultaat van de berekening van de globale puntenenveloppe voordeliger is voor scholengemeenschappen dan voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren.33§ 13. Bij het bepalen van de diverse coëfficiënten, zoals vermeld in § 9 en § 10, houdt de Vlaamse Regering er rekening mee dat, op vergelijkbare basis, het eindresultaat van de berekening van de globale puntenenveloppe voordeliger is voor scholengemeenschappen dan voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren.
+7 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 29
2Voordat de scholengemeenschap overgaat tot de verdeling van de punten, kan ze een aantal punten voorafnemen om haar beleid inzake taak- en functiedifferentiatie op niveau van de scholengemeenschap gestalte te geven. Deze voorafname bedraagt maximum 10% van de puntenenveloppe.2Voordat de scholengemeenschap overgaat tot de verdeling van de punten, kan ze een aantal punten voorafnemen om haar beleid inzake taak- en functiedifferentiatie op niveau van de scholengemeenschap gestalte te geven. Deze voorafname bedraagt maximum 10% van de puntenenveloppe.
3Een overschrijding van de 10% voorafname is mogelijk :3Een overschrijding van de 10% voorafname is mogelijk :
41° als de voorafname minder bedraagt dan het aantal punten bedoeld in artikel 25, § 11. In dat geval kan de scholengemeenschap de 10% overschrijden tot het aantal punten overeenkomt met de punten die haar volgens artikel 25, § 11, toekomen op basis van het aantal leerlingen van de scholengemeenschap;41° als het aantal punten van de 10% voorafname minder bedraagt dan het aantal punten volgens het hierna volgend aantal regelmatige leerlingen dat de scholengemeenschap telt op 1 februari van het voorgaande schooljaar, mag de 10% voorafname worden overschreden tot het hierna volgend aantal punten:
5a) van 900 tot en met 3999 leerlingen: 120 punten;
6b) van 4000 tot en met 6499 leerlingen: 180 punten;
7c) van 6500 tot en met 7999 leerlingen: 240 punten;
8d) van 8000 tot en met 9499 leerlingen: 300 punten;
9e) van 9500 tot en met 10.999 leerlingen: 360 punten;
10f) 11.000 leerlingen of meer: 420 punten;
52° als zowel over de besteding van de punten als over de gevolgen hiervan op de personeelsleden, binnen het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap een akkoord wordt bereikt.112° als zowel over de besteding van de punten als over de gevolgen hiervan op de personeelsleden, binnen het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap een akkoord wordt bereikt.
6De scholengemeenschap verschaft ten aanzien van het lokaal comité van de scholengemeenschap en ten aanzien van het personeel van de scholen die tot de scholengemeenschap behoren, volledige klaarheid over de betrekkingen die ze op basis van voorafname van de puntenenveloppe creëert op het niveau van de scholengemeenschap. Tevens toont de scholengemeenschap aan dat de aldus ingerichte betrekkingen haar beleid inzake taak- en functiedifferentiatie op het niveau van de scholengemeenschap daadwerkelijk gestalte geven.12De scholengemeenschap verschaft ten aanzien van het lokaal comité van de scholengemeenschap en ten aanzien van het personeel van de scholen die tot de scholengemeenschap behoren, volledige klaarheid over de betrekkingen die ze op basis van voorafname van de puntenenveloppe creëert op het niveau van de scholengemeenschap. Tevens toont de scholengemeenschap aan dat de aldus ingerichte betrekkingen haar beleid inzake taak- en functiedifferentiatie op het niveau van de scholengemeenschap daadwerkelijk gestalte geven.
+2 −2 codex-secundair-onderwijs/art. 211
23§ 4. Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030 maximaal 20% van de aan de school toegekende vacante uren-leraar, vermeld in artikel 209, § 1, 1°, 226, 227, 234 en 235, omzetten in punten voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel.23§ 4. Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030 maximaal 20% van de aan de school toegekende vacante uren-leraar, vermeld in artikel 209, § 1, 1°, 226, 227, 234 en 235, omzetten in punten voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel.
24De omzettingen, vermeld in het eerste lid, kunnen telkens gebeuren vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar in kwestie en gelden voor de duur van het lopende schooljaar. In afwijking hiervan eindigt een omzetting van uren-leraar als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd opgericht in een ambt van het ondersteunend personeel, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de uren-leraar vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.24De omzettingen, vermeld in het eerste lid, kunnen telkens gebeuren vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar in kwestie en gelden voor de duur van het lopende schooljaar. In afwijking hiervan eindigt een omzetting van uren-leraar als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd opgericht in een ambt van het ondersteunend personeel, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de uren-leraar vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.
25In afwijking van het eerste en tweede lid kan een schoolbestuur bij een tekort aan onderwijzend personeel voor haar scholen die gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad tijdens het schooljaar 2025-2026meer dan 20% van de aan de school toegekende vacante uren-leraar, vermeld in het eerste lid, omzetten in punten voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel. De omzettingen kunnen gebeuren vanaf 1 september 2025 onder al de volgende voorwaarden:25In afwijking van het eerste en tweede lid kan een schoolbestuur bij een tekort aan onderwijzend personeel voor haar scholen die gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad tijdens het schooljaar 2026-2027 meer dan 20% van de aan de school toegekende vacante uren-leraar, vermeld in het eerste lid, omzetten in punten voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel. De omzettingen kunnen gebeuren vanaf 1 september 2026 onder al de volgende voorwaarden:
261° het schoolbestuur legt per school een voorstel om af te wijken van de ingangsdatum van 1 oktober, vermeld in het tweede lid, en van het maximum van 20% van de aan de school toegekende vacante uren-leraar, vermeld in het eerste lid, voor onderhandeling voor in het bevoegde lokaal comité;261° het schoolbestuur legt per school een voorstel om af te wijken van de ingangsdatum van 1 oktober, vermeld in het tweede lid, en van het maximum van 20% van de aan de school toegekende vacante uren-leraar, vermeld in het eerste lid, voor onderhandeling voor in het bevoegde lokaal comité;
272° het schoolbestuur moet, voordat het overgaat tot omzetting van de vacante uren-leraar ten aanzien van die vacante uren-leraar op 1 sep-tember de verplichtingen tot reaffectatie of wedertewerkstelling, ver-meld in artikel 36, §2, A, 1° tot en met 3°, artikel 36, §2, B, 1° en 2°, en artikel 36, §2, C, 1° tot en met 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wacht-geld of wachtgeldtoelage, zoals die van kracht waren op 31 augustus 2025, naleven;272° het schoolbestuur moet, voordat het overgaat tot omzetting van de vacante uren-leraar ten aanzien van die vacante uren-leraar op 1 sep-tember de verplichtingen tot reaffectatie of wedertewerkstelling, ver-meld in artikel 36, §2, A, 1° tot en met 3°, artikel 36, §2, B, 1° en 2°, en artikel 36, §2, C, 1° tot en met 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wacht-geld of wachtgeldtoelage, zoals die van kracht waren op 31 augustus 2026, naleven;
283° het schoolbestuur moet, voordat het overgaat tot omzetting van de vacante uren-leraar ten aanzien van die vacante uren-leraar op 1 sep-tember het recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur nale-ven van de tijdelijke personeelsleden die daar een beroep op kunnen doen volgens artikel 21 of 21bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 23 of 23bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.283° het schoolbestuur moet, voordat het overgaat tot omzetting van de vacante uren-leraar ten aanzien van die vacante uren-leraar op 1 sep-tember het recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur nale-ven van de tijdelijke personeelsleden die daar een beroep op kunnen doen volgens artikel 21 of 21bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 23 of 23bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
29De punten die verkregen worden door de omzetting, vermeld in het eerste en derde lid, worden maximaal ter ondersteuning van de leraar in de scholen aangewend zodat die zich kan focussen op zijn kerntaak: lesgeven.29De punten die verkregen worden door de omzetting, vermeld in het eerste en derde lid, worden maximaal ter ondersteuning van de leraar in de scholen aangewend zodat die zich kan focussen op zijn kerntaak: lesgeven.
+2 −2 codex-secundair-onderwijs/art. 308/3
1Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030 maximaal 20% van de aan de school toegekende vacante lesuren, vermeld in artikel 298, 318 en 319, omzetten in punten en uren voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel of van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel.1Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030 maximaal 20% van de aan de school toegekende vacante lesuren, vermeld in artikel 298, 318 en 319, omzetten in punten en uren voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel of van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel.
2De omzettingen, vermeld in het eerste lid, kunnen telkens gebeuren vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar in kwestie en gelden voor de duur van het lopende schooljaar. In afwijking hiervan eindigt een omzetting van lesuren als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd opgericht in een ambt van het ondersteunend personeel of in een ambt van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de lesuren vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.2De omzettingen, vermeld in het eerste lid, kunnen telkens gebeuren vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar in kwestie en gelden voor de duur van het lopende schooljaar. In afwijking hiervan eindigt een omzetting van lesuren als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd opgericht in een ambt van het ondersteunend personeel of in een ambt van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de lesuren vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.
3In afwijking van het eerste en tweede lid kan een schoolbestuur bij een tekort aan onderwijzend personeel voor haar scholen die gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad tijdens het schooljaar 2025-2026meer dan 20% van de aan de school toegekende vacante lesuren, vermeld in het eerste lid, omzetten in punten voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel of in uren voor de aanwending in ambten van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel. De omzettingen kunnen gebeuren vanaf 1 september 2025 onder al de volgende voorwaarden:3In afwijking van het eerste en tweede lid kan een schoolbestuur bij een tekort aan onderwijzend personeel voor haar scholen die gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad tijdens het schooljaar 2026-2027 meer dan 20% van de aan de school toegekende vacante lesuren, vermeld in het eerste lid, omzetten in punten voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel of in uren voor de aanwending in ambten van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel. De omzettingen kunnen gebeuren vanaf 1 september 2026 onder al de volgende voorwaarden:
41° het schoolbestuur legt per school een voorstel om af te wijken van de ingangsdatum van 1 oktober, vermeld in het tweede lid, en van het maximum van 20% van de aan de school toegekende vacante lesuren, vermeld in het eerste lid, voor onderhandeling voor in het bevoegde lokaal comité;41° het schoolbestuur legt per school een voorstel om af te wijken van de ingangsdatum van 1 oktober, vermeld in het tweede lid, en van het maximum van 20% van de aan de school toegekende vacante lesuren, vermeld in het eerste lid, voor onderhandeling voor in het bevoegde lokaal comité;
52° het schoolbestuur moet voordat het overgaat tot omzetting van de vacante lesuren ten aanzien van die vacante lesuren op 1 september de verplichtingen tot reaffectatie of wedertewerkstelling, vermeld in artikel 36, §2, A, 1° tot en met 3°, artikel 36, §2, B, 1° tot en met 2bis°, en artikel 36, §2, C, 1° tot en met 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaf-fectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, zoals die van kracht waren op 31 augustus 2025, naleven;52° het schoolbestuur moet voordat het overgaat tot omzetting van de vacante lesuren ten aanzien van die vacante lesuren op 1 september de verplichtingen tot reaffectatie of wedertewerkstelling, vermeld in artikel 36, §2, A, 1° tot en met 3°, artikel 36, §2, B, 1° tot en met 2bis°, en artikel 36, §2, C, 1° tot en met 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaf-fectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, zoals die van kracht waren op 31 augustus 2026, naleven;
63° het schoolbestuur moet voordat het overgaat tot omzetting van de vacante lesuren ten aanzien van die vacante lesuren op 1 september het recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur naleven van de tijdelijke personeelsleden die daar een beroep op kunnen doen volgens artikel 21 of 21bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 23 of 23bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.63° het schoolbestuur moet voordat het overgaat tot omzetting van de vacante lesuren ten aanzien van die vacante lesuren op 1 september het recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur naleven van de tijdelijke personeelsleden die daar een beroep op kunnen doen volgens artikel 21 of 21bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 23 of 23bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
7De punten of uren die verkregen worden door de omzetting, vermeld in het eerste en derde lid, worden maximaal ter ondersteuning van de leraar in de scholen aangewend zodat die zich kan focussen op zijn kerntaak: lesgeven.7De punten of uren die verkregen worden door de omzetting, vermeld in het eerste en derde lid, worden maximaal ter ondersteuning van de leraar in de scholen aangewend zodat die zich kan focussen op zijn kerntaak: lesgeven.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd