§ flandrepo

Programmadecreet bij de begroting 2026

Vlaamse Regering #544 Staatsblad 30 december 2025 NUMAC 2025009813
6 artikels gewijzigd
+1 −1 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 77quater
1815° de projecten van de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.1815° de projecten van de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
19De Vlaamse regering kan de in het eerste lid bedoelde lijst uitbreiden met initiatieven en projecten die een bijzonder belang voor het onderwijs vertonen.19De Vlaamse regering kan de in het eerste lid bedoelde lijst uitbreiden met initiatieven en projecten die een bijzonder belang voor het onderwijs vertonen.
20De Vlaamse Regering stelt voor de verloven wegens bijzondere opdracht de nadere modaliteiten vast. Het totale aantal verloven wegens bijzondere opdracht zoals bepaald in het eerste lid, 15°, wordt voor het gemeenschaps- en het gesubsidieerd onderwijs samen vastgelegd op maximaal 42 voltijdse equivalenten, waarvan er minimaal 12 voltijdse equivalenten worden voorbehouden voor het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve groeperingen van inrichtende machten.20De Vlaamse Regering stelt voor de verloven wegens bijzondere opdracht de nadere modaliteiten vast. Het totale aantal verloven wegens bijzondere opdracht zoals bepaald in het eerste lid, 15°, wordt voor het gemeenschaps- en het gesubsidieerd onderwijs samen vastgelegd op maximaal 25,5 voltijdse equivalenten, waarvan er minimaal 12 voltijdse equivalenten worden voorbehouden voor het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve groeperingen van inrichtende machten.
21§ 3. De personeelsleden kunnen onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse regering een verlof wegens opdracht bekomen, mits een terugbetaling van het salaris, voor een dienst of project in het belang van het onderwijs.21§ 3. De personeelsleden kunnen onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse regering een verlof wegens opdracht bekomen, mits een terugbetaling van het salaris, voor een dienst of project in het belang van het onderwijs.
22De Vlaamse regering bepaalt naast de in het eerste lid bedoelde voorwaarde:22De Vlaamse regering bepaalt naast de in het eerste lid bedoelde voorwaarde:
+1 −1 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 51quater
1815° de projecten van de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.1815° de projecten van de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
19De Vlaamse regering kan de in het eerste lid bedoelde lijst uitbreiden met initiatieven en projecten die een bijzonder belang voor het onderwijs vertonen.19De Vlaamse regering kan de in het eerste lid bedoelde lijst uitbreiden met initiatieven en projecten die een bijzonder belang voor het onderwijs vertonen.
20De Vlaamse Regering stelt voor de verloven wegens bijzondere opdracht de nadere modaliteiten vast. Het totale aantal verloven wegens bijzondere opdracht zoals bepaald in het eerste lid, punt 15°, wordt voor het gemeenschaps- en het gesubsidieerd onderwijs samen vastgelegd op maximaal 42 voltijdse equivalenten, waarvan er minimaal 12 voltijdse equivalenten worden voorbehouden voor het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve groeperingen van inrichtende machten.20De Vlaamse Regering stelt voor de verloven wegens bijzondere opdracht de nadere modaliteiten vast. Het totale aantal verloven wegens bijzondere opdracht zoals bepaald in het eerste lid, punt 15°, wordt voor het gemeenschaps- en het gesubsidieerd onderwijs samen vastgelegd op maximaal 25,5 voltijdse equivalenten, waarvan er minimaal 12 voltijdse equivalenten worden voorbehouden voor het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve groeperingen van inrichtende machten.
21§ 3. De personeelsleden kunnen onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse regering een verlof wegens opdracht bekomen, mits een terugbetaling van het salaris, voor een dienst of project in het belang van het onderwijs.21§ 3. De personeelsleden kunnen onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse regering een verlof wegens opdracht bekomen, mits een terugbetaling van het salaris, voor een dienst of project in het belang van het onderwijs.
22De Vlaamse regering bepaalt naast de in het eerste lid bedoelde voorwaarde:22De Vlaamse regering bepaalt naast de in het eerste lid bedoelde voorwaarde:
+0 −2 decreet-2022-06-03-1037193/art. 44 opgeheven
1In aanvulling op artikel 26 van hetzelfde decreet wordt vanaf het begrotingsjaar 2023 en tot het einde van het schooljaar waarin er een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van de richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan in werking is, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van de richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan en die voor het eerst wordt ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde of gefinancierde school, een extra werkingsbudget van 150,7662 euro toegekend aan het centrum voor leerlingenbegeleiding dat samenwerkt met de school waarin de leerling aldus wordt ingeschreven om de kosten te compenseren voor het onthaal en de begeleiding van Oekraïense vluchtelingen.
2De betaling vindt plaats uiterlijk vier maanden na afloop van het schooljaar in kwestie.
+0 −2 decreet-2022-06-03-1037193/art. 45 opgeheven
1In aanvulling op artikel 29, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt vanaf het begrotingsjaar 2022 een extra werkingsbudget van 59.017 euro toegekend aan de permanente ondersteuningscellen die netoverstijgend samenwerken als vermeld in artikel 15 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
2De middelen worden onverdeeld toegekend aan een van de permanente ondersteuningscellen, vermeld in artikel 40 van hetzelfde decreet, en worden ingezet voor de aanstelling van een technisch personeelslid met als doel alle CLB's netoverstijgend te ondersteunen in hun opdracht om personen die ressorteren onder een uitvoeringsbesluit van richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 te onthalen en te begeleiden, met aandacht voor een traumasensitieve werking en een gelijkgerichte aanpak. Dat personeelslid fungeert ook als aanspreekpunt voor de CLB's, de vertegenwoordigers van de centrumnetten CLB, de overheid en de andere betrokken actoren op de leerlingenbegeleiding van de CLB's.
+0 −22 decreet-2022-06-03-1037193/art. 45/1 opgeheven
1§1. In aanvulling op artikel 42 en 43 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun wordt voor het schooljaar x-x+1 vanaf het schooljaar 2023-2024 bijkomende omkadering toegekend aan de leersteuncentra, vermeld in artikel 7, 8 en 9 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun, per leerling die een school voor gewoon onderwijs die aangesloten is bij het leersteuncentrum, op de eerste schooldag van oktober x meer telt dan op de teldag van de eerste schooldag van februari x, als die leerling aan de volgende voorwaarden voldoet:
21° ressorteren onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan;
32° voor het basisonderwijs: beschikken over een GC-verslag als vermeld in artikel 16 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of over een IAC-verslag als vermeld in artikel 15 van hetzelfde decreet, type basisaanbod, 3 en 9 als vermeld in respectievelijk artikel 10, §1, eerste lid, 1°, 3° en 8°, van hetzelfde decreet;
43° voor het secundair onderwijs: beschikken over een GC-verslag als vermeld in artikel 352 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of over een IAC-verslag of OV4-verslag als vermeld in artikel 294 van dezelfde codex, type basisaanbod, 3 en 9 als vermeld in respectievelijk artikel 259, §1, 1°, 3° en 8°, van dezelfde codex.
5De bijkomende omkadering per leerling bedraagt:
61° 7,65 punten voor leerlingen met een GC-verslag of IAC-verslag type basisaanbod, 3 en 9 als vermeld in artikel 10, §1, eerste lid, 1°, 3° en 8°, van het
7decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
82° 8,2 punten voor leerlingen met een GC-verslag, IAC-verslag of OV4-verslag type basisaanbod, 3 en 9 als vermeld in artikel 259, §1, 1°, 3° en 8°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
9§2. In aanvulling op artikel 42 en 43 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun wordt voor het schooljaar x-x+1 vanaf het schooljaar 2023-2024 bijkomende omkadering toegekend aan de leersteuncentra, vermeld in artikel 7, 8 en 9 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun, per leerling die een school voor gewoon onderwijs die aangesloten is bij het leersteuncentrum, op de eerste schooldag van oktober x meer telt dan op de teldag van de eerste schooldag van februari x, als die leerling aan de volgende voorwaarden voldoet:
101° voor het basisonderwijs:
11a) anderstalige nieuwkomer zijn als vermeld in artikel 3, 4°quater, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in artikel 3, 4°quater, a), van hetzelfde decreet, en niet ressorteren onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/ EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan;
12b) beschikken over een GC-verslag als vermeld in artikel 16 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of over een IAC-verslag als vermeld in artikel 15 van hetzelfde decreet, type basisaanbod, 3 en 9 als vermeld in respectievelijk artikel 10, §1, eerste lid, 1°, 3° en 8°, van hetzelfde decreet;
132° voor het secundair onderwijs:
14a) anderstalige nieuwkomer zijn als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex en niet ressorteren onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/ EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan;
15b) beschikken over een GC-verslag als vermeld in artikel 352 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of over een IAC-verslag of OV4-verslag als vermeld in artikel 294 van dezelfde codex, type basisaanbod, 3 en 9 als vermeld in respectievelijk artikel 259, §1, 1°, 3° en 8°, van dezelfde codex.
16De bijkomende omkadering per leerling bedraagt:
171° 7,65 punten voor leerlingen met een GC-verslag of IAC-verslag type basisaanbod, 3 en 9 als vermeld in artikel 10, §1, eerste lid, 1°, 3° en 8°, van het
18decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
192° 8,2 punten voor leerlingen met een GC-verslag, IAC-verslag of OV4-verslag type basisaanbod, 3 en 9 als vermeld in artikel 259, §1, 1°, 3° en 8°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
20§3. De bijkomende punten, berekend volgens paragraaf 1 en 2, worden over de scholen voor gewoon onderwijs heen die tot hetzelfde leersteuncentrum behoren, als volgt afgerond: als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal en als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.
21§4. De bijkomende punten, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, worden door de leersteuncentra aangewend conform de bepalingen van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun. De betrekkingen die georganiseerd worden met de bijkomende punten komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.
22§5. Voor de leerlingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, wordt een bijkomend werkingsbudget toegekend met toepassing van artikel 51 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.
+0 −1 decreet-2022-06-03-1037193/art. 46
1Artikel 1, 32, 34, 41 en 46 treden in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.1Artikel 1, 32, 34, 41 en 46 treden in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
2Artikel 45 en 45/1 treden in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad en treden buiten werking op het einde van het schooljaar waarin er een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van de richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan, in werking is.
3Artikel 44 treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.2Artikel 44 treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
4Artikel 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 23, 33 en 35 hebben uitwerking met ingang van 4 maart 2022.3Artikel 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 23, 33 en 35 hebben uitwerking met ingang van 4 maart 2022.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd