§ flandrepo

Decreet tot wijziging van verschillende decreten van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de werking van de Vlaamse onderwijsinspectie

Vlaamse Regering #469 Staatsblad 11 december 2025 NUMAC 2025009306
29 artikels gewijzigd
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 2
54° consortium : het consortium zoals vermeld in artikel 2, 8°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenonderwijs;54° consortium : het consortium zoals vermeld in artikel 2, 8°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenonderwijs;
65° competenties : de kennis, vaardigheden en attitudes die het personeelslid nodig heeft om zijn taken naar behoren te kunnen uitoefenen;65° competenties : de kennis, vaardigheden en attitudes die het personeelslid nodig heeft om zijn taken naar behoren te kunnen uitoefenen;
76° decretale en reglementaire bepalingen inzake minimumdoelen : de specifieke reglementering per onderwijsniveau inzake ontwikkelingsdoelen, eindtermen, basiscompetenties, leerplannen, individueel aangepaste curricula, minimumleerplannen en minimumlessenroosters;
76° ...;
87° deeltijds kunstonderwijs : het deeltijds kunstonderwijs;87° deeltijds kunstonderwijs : het deeltijds kunstonderwijs;
97°/1 doorlichting : elke vorm van kwaliteitstoezicht door de onderwijsinspectie die resulteert in een verslag en in een advies aan de Vlaamse Regering over de voorlopige erkenning of erkenning van de instelling of van afzonderlijke structuuronderdelen;97°/1 doorlichting : elke vorm van kwaliteitstoezicht door de onderwijsinspectie die resulteert in een verslag en in een advies aan de Vlaamse Regering over de voorlopige erkenning of erkenning van de instelling of van afzonderlijke structuuronderdelen;
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 36
1Iedere instelling komt binnen een periode van zes jaar minimum een keer aan bod om te worden doorgelicht.1Iedere instelling komt binnen een periode van zes jaar minimum een keer aan bod om te worden doorgelicht.
2De doorlichtingscyclus van zes jaar start op 1 september 2018. Met het oog op de organisatie van de doorlichtingen zal de verkorte doorlichtingscyclus in 2021 geëvalueerd worden. Het doel van de evaluatie is de haalbaarheid van de verkorte cyclus en het effect op de personeelsbezetting in relatie met de totaliteit van de opdrachten na te gaan. De gevolgen van de verkorte cyclus op de uitvoerbaarheid van de opdrachten door de inspecteurs zal deel uitmaken van deze evaluatie. Deze evaluatie wordt besproken in de bevoegde onderhandelingscomités voor de sector onderwijs bij de Vlaamse overheid.2De doorlichtingscyclus van zes jaar start op 1 september 2018. Met het oog op de organisatie van de doorlichtingen zal de verkorte doorlichtingscyclus in 2030 geëvalueerd worden. Het doel van de evaluatie is de haalbaarheid van de verkorte cyclus en het effect op de personeelsbezetting in relatie met de totaliteit van de opdrachten na te gaan. De gevolgen van de verkorte cyclus op de uitvoerbaarheid van de opdrachten door de inspecteurs zal deel uitmaken van deze evaluatie. Deze evaluatie wordt besproken in de bevoegde onderhandelingscomités voor de sector onderwijs bij de Vlaamse overheid.
+3 −2 decreet-2009-05-08/art. 38
21§ 2. ...21§ 2. ...
22§3. De onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader onderwijskwaliteit, op basis van het referentiekader CLB-kwaliteit, op basis van het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun en op basis van het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vierde lid, het toezichtkader en de doorlichtingsinstrumenten op en maakt die bekend.22§3. De onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader onderwijskwaliteit, op basis van het referentiekader CLB-kwaliteit, op basis van het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun en op basis van het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vierde lid, het toezichtkader en de doorlichtingsinstrumenten op en maakt die bekend.
23Voor scholen peilt het toezichtkader in ieder geval vanuit het referentiekader onderwijskwaliteit naar de reglementaire verplichtingen van instellingen inzake de minimumdoelen, de erkenningsvoorwaarden en de financierings- en subsidiëringsvoorwaarden en naar de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van:23Voor scholen peilt het toezichtkader in ieder geval vanuit het referentiekader onderwijskwaliteit naar de reglementaire verplichtingen van instellingen inzake de onderwijsdoelen, de erkenningsvoorwaarden en de financierings- en subsidiëringsvoorwaarden en naar de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van:
241° het beleid inzake gelijke onderwijskansen;241° het beleid inzake gelijke onderwijskansen;
252° het zorgbeleid, de leerlingenbegeleiding en de leersteun;252° het zorgbeleid, de leerlingenbegeleiding met inbegrip van het antipestbeleid en de leersteun;
263° het talenbeleid;263° het talenbeleid;
274° het beleid inzake de oriëntering van leerlingen;274° het beleid inzake de oriëntering van leerlingen;
342° het vorige doorlichtingsverslag en, in voorkomend geval, de opvolgingsverslagen.342° het vorige doorlichtingsverslag en, in voorkomend geval, de opvolgingsverslagen.
35In afwijking van het eerste lid, kan de inspectie, naar aanleiding van ernstige klachten over een instelling, op vraag van de Vlaamse Regering een doorlichting uitvoeren.35In afwijking van het eerste lid, kan de inspectie, naar aanleiding van ernstige klachten over een instelling, op vraag van de Vlaamse Regering een doorlichting uitvoeren.
36In afwijking van het eerste lid kan de onderwijsinspectie altijd een onaangekondigde doorlichting uitvoeren.
36De inspectie kan een doorlichting uitvoeren op grond van herhaaldelijk mindere prestaties op de Vlaamse toetsen of minder leerwinst.37De inspectie kan een doorlichting uitvoeren op grond van herhaaldelijk mindere prestaties op de Vlaamse toetsen of minder leerwinst.
37§ 5. Het toezicht op de voorwaarden inzake hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid van gebouwen en lokalen, vermeld in de reglementering, kan afzonderlijk van de doorlichting uitgevoerd worden. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere procedure.38§ 5. Het toezicht op de voorwaarden inzake hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid van gebouwen en lokalen, vermeld in de reglementering, kan afzonderlijk van de doorlichting uitgevoerd worden. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere procedure.
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 42
32° de manier waarop personeelsleden van de instelling, ouders van leerlingen en internen, en leerlingen, internen of cursisten worden geïnformeerd over het resultaat van de doorlichting.32° de manier waarop personeelsleden van de instelling, ouders van leerlingen en internen, en leerlingen, internen of cursisten worden geïnformeerd over het resultaat van de doorlichting.
4§ 2. Het bestuur en de personeelsleden van de instelling, de ouders van leerlingen en internen, en leerlingen, internen of cursisten worden als eersten geïnformeerd over het resultaat van de doorlichting, vóór de verslagen openbaar worden, zoals bepaald door artikel 44 van dit decreet.4§ 2. Het bestuur en de personeelsleden van de instelling, de ouders van leerlingen en internen, en leerlingen, internen of cursisten worden als eersten geïnformeerd over het resultaat van de doorlichting, vóór de verslagen openbaar worden, zoals bepaald door artikel 44 van dit decreet.
5§ 3. Bij het bepalen van de verdere procedureregels, vermeld in paragraaf 1, draagt de Vlaamse Regering er zorg voor dat de start van de doorlichting tijdig aangekondigd wordt door de onderwijsinspectie. In afwijking hiervan, kan de doorlichting of opvolgingsdoorlichting slechts zeven kalenderdagen op voorhand worden aangekondigd, indien de doorlichting beperkt is tot een controle van de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne.5§ 3. Bij het bepalen van de verdere procedureregels, vermeld in paragraaf 1, draagt de Vlaamse Regering er zorg voor dat de start van de doorlichting tijdig aangekondigd wordt door de onderwijsinspectie. In afwijking hiervan kan de doorlichting ook onaangekondigd plaatsvinden.
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 3
64° bis afzondering: het verblijf van een persoon in een ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten;64° bis afzondering: het verblijf van een persoon in een ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten;
74° bis/1 afzonderingskamer: een specifieke, veilig ingerichte, hoog beveiligde ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten;74° bis/1 afzonderingskamer: een specifieke, veilig ingerichte, hoog beveiligde ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten;
84° bis/1/1 Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen: het agentschap, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;
84° bis/2 Agion : Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;94° bis/2 Agion : Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;
94° ter Agodi : Agentschap voor Onderwijsdiensten;104° ter Agodi : Agentschap voor Onderwijsdiensten;
+10 −7 decreet-1997-02-25/art. 44bis
1§1. Als een schoolbestuur oordeelt dat de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of er onverzoenbaar mee zijn, dient het bij de regering een aanvraag tot gelijk-waardigheid in door vervangende minimumdoelen voor te stellen. Het school-bestuur dient die aanvraag in, uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de vervangende minimumdoelen zullen gelden.1§1. Als een schoolbestuur oordeelt dat de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of er onverzoenbaar mee zijn, dient het bij de regering een aanvraag tot gelijk-waardigheid in door vervangende minimumdoelen voor te stellen. Het school-bestuur dient die aanvraag in, uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de vervangende minimumdoelen zullen gelden.
2In afwijking van het eerste lid kunnen aanvragen tot gelijkwaardigheid voor het schooljaar 2026-2027 ingediend worden tot en met 30 november 2025.2In afwijking van het eerste lid kunnen aanvragen tot gelijkwaardigheid voor het schooljaar 2026-2027 ingediend worden tot en met 15 januari 2026.
3Als de aanvraag wordt ingediend naar aanleiding van een wijziging van minimumdoelen, geldt een gedoogperiode van één volledig schooljaar waar-binnen de aanvrager nog met de oude eindtermen of minimumdoelen of ontwikkelingsdoelen of in voorkomend geval oude afwijkende eindtermen of minimum¬doelen of ontwikkelingsdoelen mag werken.3Als de aanvraag wordt ingediend naar aanleiding van een wijziging van minimumdoelen, geldt een gedoogperiode van één volledig schooljaar waar-binnen de aanvrager nog met de oude eindtermen of minimumdoelen of ontwikkelingsdoelen of in voorkomend geval oude afwijkende eindtermen of minimum¬doelen of ontwikkelingsdoelen mag werken.
4De aanvraag is alleen ontvankelijk als precies wordt aangegeven waarom de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of waarom ze er onverzoenbaar mee zijn. Het schoolbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende minimumdoelen voor.4De aanvraag is alleen ontvankelijk als precies wordt aangegeven waarom de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of waarom ze er onverzoenbaar mee zijn. Het schoolbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende minimumdoelen voor.
5§2. De regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en, zo ja, of de vervangende minimumdoelen in hun geheel gelijkwaardig zijn met die minimumdoelen goedgekeurd door het Vlaams Parlement, en bijgevolg toelaten gelijkwaardige studiebewijzen af te leveren. De regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag.5§2. De regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en, zo ja, of de vervangende minimumdoelen in hun geheel gelijkwaardig zijn met die minimumdoelen goedgekeurd door het Vlaams Parlement, en bijgevolg toelaten gelijkwaardige studiebewijzen af te leveren. De regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag.
6De gelijkwaardigheid wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:6De gelijkwaardigheid wordt in haar geheel beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
71° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden;71° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden;
82° de vereiste inhoud, in functie van de sleutelcompetenties, zoals bepaald in artikel 44;
82° de vereiste inhoud:
9a) het onderwijsaanbod in de minimumdoelen voor het kleuteronderwijs omvat de inhouden van de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, wetenschap en techniek, lichamelijke opvoeding, muzische vorming, attitudes;
10b) het onderwijsaanbod in de minimumdoelen voor het lager onderwijs omvat de inhouden van de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, wetenschap en techniek, ICT, lichamelijke opvoeding, muzische vorming, attitudes, en Frans naargelang van het geval;
93° de formulering113° de formulering:
10a) gebeurt onder de vorm van na te streven of te bereiken minimumdoelen, naargelang van het geval;12a) gebeurt in de vorm van te bereiken of na te streven minimumdoelen, naargelang van het geval;
11b) laat toe om na te gaan in welke mate bij een leerlingenpopulatie minimumdoelen worden nagestreefd of bereikt.13b) laat toe om na te gaan in welke mate bij een leerlingenpopulatie of een leerling minimumdoelen worden bereikt of nagestreefd, naargelang van het ge-val;
144° de ordening van de minimumdoelen, vermeld in artikel 44, §1, 1°.
12Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid wordt het gemotiveerd advies ingewonnen van een commissie van deskundigen en van de onderwijsinspectie en wordt telkens de aanvrager gehoord. De regering bepaalt de verdere regels voor de samenstelling van de commissie van deskundigen en van de procedure.15Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid wordt het gemotiveerd advies ingewonnen van een commissie van deskundigen en van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen en wordt telkens de aanvrager gehoord. De regering bepaalt de verdere regels voor de samenstelling van de commissie van deskundigen en van de procedure.
13§ 3. De vervangende na te streven of te bereiken minimumdoelen die door de regering ontvankelijk en gelijkwaardig zijn beoordeeld, worden binnen zes maanden ter goedkeuring ingediend bij het Vlaams Parlement.16§ 3. De vervangende na te streven of te bereiken minimumdoelen die door de regering ontvankelijk en gelijkwaardig zijn beoordeeld, worden binnen zes maanden ter goedkeuring ingediend bij het Vlaams Parlement.
+10 −7 decreet-1997-02-25/art. 44bis
1§1. Als een schoolbestuur oordeelt dat de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of er onverzoenbaar mee zijn, dient het bij de regering een aanvraag tot gelijk-waardigheid in door vervangende minimumdoelen voor te stellen. Het school-bestuur dient die aanvraag in, uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de vervangende minimumdoelen zullen gelden.1§1. Als een schoolbestuur oordeelt dat de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of er onverzoenbaar mee zijn, dient het bij de regering een aanvraag tot gelijk-waardigheid in door vervangende minimumdoelen voor te stellen. Het school-bestuur dient die aanvraag in, uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de vervangende minimumdoelen zullen gelden.
2In afwijking van het eerste lid kunnen aanvragen tot gelijkwaardigheid voor het schooljaar 2026-2027 ingediend worden tot en met 30 november 2025.2In afwijking van het eerste lid kunnen aanvragen tot gelijkwaardigheid voor het schooljaar 2026-2027 ingediend worden tot en met 15 januari 2026.
3Als de aanvraag wordt ingediend naar aanleiding van een wijziging van minimumdoelen, geldt een gedoogperiode van één volledig schooljaar waar-binnen de aanvrager nog met de oude eindtermen of minimumdoelen of ontwikkelingsdoelen of in voorkomend geval oude afwijkende eindtermen of minimum¬doelen of ontwikkelingsdoelen mag werken.3Als de aanvraag wordt ingediend naar aanleiding van een wijziging van minimumdoelen, geldt een gedoogperiode van één volledig schooljaar waar-binnen de aanvrager nog met de oude eindtermen of minimumdoelen of ontwikkelingsdoelen of in voorkomend geval oude afwijkende eindtermen of minimum¬doelen of ontwikkelingsdoelen mag werken.
4De aanvraag is alleen ontvankelijk als precies wordt aangegeven waarom de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of waarom ze er onverzoenbaar mee zijn. Het schoolbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende minimumdoelen voor.4De aanvraag is alleen ontvankelijk als precies wordt aangegeven waarom de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of waarom ze er onverzoenbaar mee zijn. Het schoolbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende minimumdoelen voor.
5§2. De regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en, zo ja, of de vervangende minimumdoelen in hun geheel gelijkwaardig zijn met die minimumdoelen goedgekeurd door het Vlaams Parlement, en bijgevolg toelaten gelijkwaardige studiebewijzen af te leveren. De regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag.5§2. De regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en, zo ja, of de vervangende minimumdoelen in hun geheel gelijkwaardig zijn met die minimumdoelen goedgekeurd door het Vlaams Parlement, en bijgevolg toelaten gelijkwaardige studiebewijzen af te leveren. De regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag.
6De gelijkwaardigheid wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:6De gelijkwaardigheid wordt in haar geheel beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
71° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden;71° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden;
82° de vereiste inhoud, in functie van de sleutelcompetenties, zoals bepaald in artikel 44;
82° de vereiste inhoud:
9a) het onderwijsaanbod in de minimumdoelen voor het kleuteronderwijs omvat de inhouden van de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, wetenschap en techniek, lichamelijke opvoeding, muzische vorming, attitudes;
10b) het onderwijsaanbod in de minimumdoelen voor het lager onderwijs omvat de inhouden van de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, wetenschap en techniek, ICT, lichamelijke opvoeding, muzische vorming, attitudes, en Frans naargelang van het geval;
93° de formulering113° de formulering:
10a) gebeurt onder de vorm van na te streven of te bereiken minimumdoelen, naargelang van het geval;12a) gebeurt in de vorm van te bereiken of na te streven minimumdoelen, naargelang van het geval;
11b) laat toe om na te gaan in welke mate bij een leerlingenpopulatie minimumdoelen worden nagestreefd of bereikt.13b) laat toe om na te gaan in welke mate bij een leerlingenpopulatie of een leerling minimumdoelen worden bereikt of nagestreefd, naargelang van het ge-val;
144° de ordening van de minimumdoelen, vermeld in artikel 44, §1, 1°.
12Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid wordt het gemotiveerd advies ingewonnen van een commissie van deskundigen en van de onderwijsinspectie en wordt telkens de aanvrager gehoord. De regering bepaalt de verdere regels voor de samenstelling van de commissie van deskundigen en van de procedure.15Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid wordt het gemotiveerd advies ingewonnen van een commissie van deskundigen en van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen en wordt telkens de aanvrager gehoord. De regering bepaalt de verdere regels voor de samenstelling van de commissie van deskundigen en van de procedure.
13§ 3. De vervangende na te streven of te bereiken minimumdoelen die door de regering ontvankelijk en gelijkwaardig zijn beoordeeld, worden binnen zes maanden ter goedkeuring ingediend bij het Vlaams Parlement.16§ 3. De vervangende na te streven of te bereiken minimumdoelen die door de regering ontvankelijk en gelijkwaardig zijn beoordeeld, worden binnen zes maanden ter goedkeuring ingediend bij het Vlaams Parlement.
+2 −1 decreet-1997-02-25/art. 62
1211° in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder eerbiedigt.1211° in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder eerbiedigt.
1312° een doeltreffend beleid voert om het rookverbod kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid zoals vermeld in het school- of arbeidsreglement;1312° een doeltreffend beleid voert om het rookverbod kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid zoals vermeld in het school- of arbeidsreglement;
1413° een doeltreffend beleid voert om het verbod op het gebruik van slimme apparaten bekend te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid dat is opgenomen in het schoolreglement.1413° een doeltreffend beleid voert om het verbod op het gebruik van slimme apparaten bekend te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid dat is opgenomen in het schoolreglement;
1514° een kwaliteitsbeleid voert als vermeld in artikel 4, §2, eerste lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, met het oog op het tegemoetkomen aan het referentiekader voor onderwijskwaliteit.
15§ 2. Een officiële school beantwoordt onverminderd § 1 aan volgende erkenningsvoorwaarden:16§ 2. Een officiële school beantwoordt onverminderd § 1 aan volgende erkenningsvoorwaarden:
161° een open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdien-stige opvattingen van de ouders en de leerling;171° een open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdien-stige opvattingen van de ouders en de leerling;
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 101
10§ 5. De oprichting vanaf 1 september van een nieuw type van vrije keuze kan pas na een gunstige beslissing van de regering.10§ 5. De oprichting vanaf 1 september van een nieuw type van vrije keuze kan pas na een gunstige beslissing van de regering.
11Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi.11Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi.
12De regering neemt deze beslissing na advies van AgODi en de onderwijsinspectie.12De regering neemt deze beslissing na advies van AgODi.
13§ 6. Als een schoolbestuur dat van de regering een goedkeuring heeft gekregen voor de oprichting van een nieuw type van vrije keuze, er, conform paragraaf 1, tweede lid, voor kiest om de oprichting ervan met een schooljaar uit te stellen, hoeft het schoolbestuur niet opnieuw een oprichtingsdossier in te dienen of een goedkeuring te krijgen van de regering, conform paragraaf 4 en 5.13§ 6. Als een schoolbestuur dat van de regering een goedkeuring heeft gekregen voor de oprichting van een nieuw type van vrije keuze, er, conform paragraaf 1, tweede lid, voor kiest om de oprichting ervan met een schooljaar uit te stellen, hoeft het schoolbestuur niet opnieuw een oprichtingsdossier in te dienen of een goedkeuring te krijgen van de regering, conform paragraaf 4 en 5.
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 111
11§ 4. De oprichting vanaf 1 september van een nieuw type kan pas na een gunstige beslissing van de regering.11§ 4. De oprichting vanaf 1 september van een nieuw type kan pas na een gunstige beslissing van de regering.
12Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt.12Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt.
13De regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi en de onderwijsinspectie.13De regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi.
14§ 5. De scholen voor buitengewoon basisonderwijs die tijdens het schooljaar 2014-2015 een aanbod type 1 of type 8 aanboden, bieden vanaf 1 september 2015 het basisaanbod aan als vermeld in artikel 10, § 1, 1°. Dit wordt niet beschouwd als een herstructurering.14§ 5. De scholen voor buitengewoon basisonderwijs die tijdens het schooljaar 2014-2015 een aanbod type 1 of type 8 aanboden, bieden vanaf 1 september 2015 het basisaanbod aan als vermeld in artikel 10, § 1, 1°. Dit wordt niet beschouwd als een herstructurering.
15De oprichting van type 9 in het schooljaar 2015-2016 wordt niet beschouwd als een herstructurering.15De oprichting van type 9 in het schooljaar 2015-2016 wordt niet beschouwd als een herstructurering.
+2 −2 decreet-1997-02-25/art. 112bis
8De regering kan nadere regels bepalen over de inhoud en de vorm van het oprichtingsdossier en over de wijze waarop de kwaliteitsvoorwaarden worden beoordeeld.8De regering kan nadere regels bepalen over de inhoud en de vorm van het oprichtingsdossier en over de wijze waarop de kwaliteitsvoorwaarden worden beoordeeld.
9§3. De oprichting vanaf 1 september van de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal kan pas na goedkeuring van de regering.9§3. De oprichting vanaf 1 september van de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal kan pas na goedkeuring van de regering.
10Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier, vermeld in paragraaf 2, naar de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, die de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad, de onderwijsinspectie en aan de adviescommissie Vlaamse Gebarentaal bezorgen.10Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier, vermeld in paragraaf 2, naar de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, die de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad en aan de adviescommissie Vlaamse Gebarentaal bezorgen.
11De regering neemt de beslissing, vermeld in het eerste lid, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad en de adviescommissie Vlaamse Gebarentaal over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en de onderwijsinspectie.11De regering neemt de beslissing, vermeld in het eerste lid, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad en de adviescommissie Vlaamse Gebarentaal over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
12§4. Een schoolbestuur kan zonder dat het een oprichtingsdossier hoeft in te dienen of de goedkeuring van de regering, vermeld in paragraaf 3, nodig heeft, de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal opnieuw inrichten in een school die maxi- maal twee schooljaren geleden voor het laatst de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal heeft ingericht, voor zover de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal in het laatste jaar van inrichting financierbaar of subsidieerbaar was.12§4. Een schoolbestuur kan zonder dat het een oprichtingsdossier hoeft in te dienen of de goedkeuring van de regering, vermeld in paragraaf 3, nodig heeft, de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal opnieuw inrichten in een school die maxi- maal twee schooljaren geleden voor het laatst de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal heeft ingericht, voor zover de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal in het laatste jaar van inrichting financierbaar of subsidieerbaar was.
+2 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 3
5niet zelfstandig kan verlaten;5niet zelfstandig kan verlaten;
61°/3 afzonderingskamer: een specifieke, veilig ingerichte, hoog beveiligde ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten;61°/3 afzonderingskamer: een specifieke, veilig ingerichte, hoog beveiligde ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten;
71°/4 Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen: het agentschap, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;
72° algemeen vormende component : het deel van het opleidingsprofiel dat tot doel heeft een lerende persoonsvorming en een maatschappelijk-culturele vorming bij te brengen;82° algemeen vormende component : het deel van het opleidingsprofiel dat tot doel heeft een lerende persoonsvorming en een maatschappelijk-culturele vorming bij te brengen;
82°/1 anderstalige nieuwkomer :92°/1 anderstalige nieuwkomer :
4414°/0/0/1 fixatie: elke handeling of elk gebruik van materiaal die de bewegingsvrijheid van een persoon beperkt, verhindert of belemmert, waarbij de persoon niet zelfstandig zijn bewegingsvrijheid kan herwinnen;4514°/0/0/1 fixatie: elke handeling of elk gebruik van materiaal die de bewegingsvrijheid van een persoon beperkt, verhindert of belemmert, waarbij de persoon niet zelfstandig zijn bewegingsvrijheid kan herwinnen;
4514°/0/1 GC-verslag: een verslag gemeenschappelijk curriculum, een verslag dat toegang geeft tot leersteun bij een gemeenschappelijk curriculum als vermeld in artikel 352 van deze codex;4614°/0/1 GC-verslag: een verslag gemeenschappelijk curriculum, een verslag dat toegang geeft tot leersteun bij een gemeenschappelijk curriculum als vermeld in artikel 352 van deze codex;
4614°/1 gemeenschappelijk curriculum: de goedgekeurde leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de eindtermen te bereiken of de ontwikkelingsdoelen na te streven en de schoolgebonden planning voor het nastreven van de vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen;4714°/1 gemeenschappelijk curriculum: de leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de eindtermen te bereiken of de ontwikkelingsdoelen na te streven;
4714°/2 ...;4814°/2 ...;
4814°/3 Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR);4914°/3 Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR);
+2 −2 codex-secundair-onderwijs/art. 15
1312° voor wat het gemeenschapsonderwijs en het gesubsidieerd officieel onderwijs betreft :1312° voor wat het gemeenschapsonderwijs en het gesubsidieerd officieel onderwijs betreft :
14a) een open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerling;14a) een open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerling;
15b) de leerplannen volgen van het Gemeenschapsonderwijs, het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap of het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen, of eigen leerplannen volgen die ermee verenigbaar zijn vanaf een door de Vlaamse Regering te bepalen datum;
15b) ...;
16c) een schoolwerkplan, schoolreglement en schoolboeken gebruiken in overeenstemming met het open karakter vermeld in punt a);16c) een schoolwerkplan, schoolreglement en schoolboeken gebruiken in overeenstemming met het open karakter vermeld in punt a);
17d) begeleid worden door de begeleidingsdienst van het Gemeenschapsonderwijs, het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap of het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen vanaf een door de Vlaamse Regering te bepalen datum;17d) begeleid worden door de begeleidingsdienst van het Gemeenschapsonderwijs, het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap of het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen vanaf een door de Vlaamse Regering te bepalen datum;
2519° uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs : maximale inspanningen leveren om het voltijds engagement voor elke jongere te realiseren;2519° uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs : maximale inspanningen leveren om het voltijds engagement voor elke jongere te realiseren;
2620° een doeltreffend beleid voert om het rookverbod, bedoeld in het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid zoals vermeld in het school-, centrum- of arbeidsreglement;2620° een doeltreffend beleid voert om het rookverbod, bedoeld in het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid zoals vermeld in het school-, centrum- of arbeidsreglement;
2721° beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen betreffende de organisatie van het onderwijs;
2721° een kwaliteitsbeleid voeren als vermeld in artikel 4, §2, eerste lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, met het oog op het tegemoetkomen aan het referentiekader voor onderwijskwaliteit;
2822° een doeltreffend beleid voert om het verbod op het gebruik van slimme apparaten bekend te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid opgenomen in het school- of centrumreglement.2822° een doeltreffend beleid voert om het verbod op het gebruik van slimme apparaten bekend te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid opgenomen in het school- of centrumreglement.
29§ 2. Alleen voor een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs dat wordt opgericht in het kader van de oprichting van een school die niet het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen, dient het schoolbestuur, uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de oprichting, een aanvraag tot financiering of subsidiëring in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Die termijn geldt als vervaltermijn. De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de voormelde aanvraag vast.29§ 2. Alleen voor een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs dat wordt opgericht in het kader van de oprichting van een school die niet het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen, dient het schoolbestuur, uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de oprichting, een aanvraag tot financiering of subsidiëring in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Die termijn geldt als vervaltermijn. De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de voormelde aanvraag vast.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 47
3§ 2. Per regelmatige leerling op de door de Vlaamse Regering te bepalen teldatum worden extra middelen toegekend.3§ 2. Per regelmatige leerling op de door de Vlaamse Regering te bepalen teldatum worden extra middelen toegekend.
4Om voor extra middelen in aanmerking te kunnen komen, moeten de betrokken scholen een investeringsplan opstellen. Het investeringsplan moet voldoen aan de door de Vlaamse Regering vastgelegde, minimale onderdelen.4Om voor extra middelen in aanmerking te kunnen komen, moeten de betrokken scholen een investeringsplan opstellen. Het investeringsplan moet voldoen aan de door de Vlaamse Regering vastgelegde, minimale onderdelen.
5§ 3. De beoordeling van de ingediende investeringsplannen gebeurt door een commissie die paritair is samengesteld uit drie afgevaardigden van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming en twee afgevaardigden van de onderwijsinspectie, enerzijds, en één afgevaardigde per onderwijsnet, voorgedragen door het Gemeenschapsonderwijs en de betrokken representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs, en één afgevaardigde van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, anderzijds.5§ 3. De beoordeling van de ingediende investeringsplannen gebeurt door een commissie die paritair is samengesteld uit vijf afgevaardigden van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, enerzijds, en één afgevaardigde per onderwijsnet, voorgedragen door het Gemeenschapsonderwijs en de betrokken representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs, en één afgevaardigde van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, anderzijds.
6De commissie stelt haar huishoudelijk reglement op en kan experten toelaten tot de vergadering.6De commissie stelt haar huishoudelijk reglement op en kan experten toelaten tot de vergadering.
7De commissie garandeert dat een aanvankelijk als « onvoldoende » bevonden plan, bijgestuurd kan worden en éénmaal opnieuw mag worden ingediend binnen een door haar vooropgestelde termijn, die evenwel nooit minder kan zijn dan 10 werkdagen te rekenen vanaf de beslissing van de commissie.7De commissie garandeert dat een aanvankelijk als « onvoldoende » bevonden plan, bijgestuurd kan worden en éénmaal opnieuw mag worden ingediend binnen een door haar vooropgestelde termijn, die evenwel nooit minder kan zijn dan 10 werkdagen te rekenen vanaf de beslissing van de commissie.
+2 −2 codex-secundair-onderwijs/art. 54
112° de scholengemeenschap werkt op het vlak van leerlingenoriëntering samen met één of meer andere aangrenzende scholengemeenschappen die het in de eerstbedoelde scholengemeenschap in het kader van de multisectoraliteit ontbrekend onderwijsaanbod, wèl organiseren.112° de scholengemeenschap werkt op het vlak van leerlingenoriëntering samen met één of meer andere aangrenzende scholengemeenschappen die het in de eerstbedoelde scholengemeenschap in het kader van de multisectoraliteit ontbrekend onderwijsaanbod, wèl organiseren.
12Na gemotiveerde aanvraag van het betrokken schoolbestuur, kan de Vlaamse Regering volgens het hierna vermeld criterium afwijking verlenen van de bepalingen van het eerste lid :12Na gemotiveerde aanvraag van het betrokken schoolbestuur, kan de Vlaamse Regering volgens het hierna vermeld criterium afwijking verlenen van de bepalingen van het eerste lid :
13De scholengemeenschap bestaat uitsluitend uit scholen van het gesubsidieerd vrij onderwijs, met dien verstande dat elk van bedoelde scholen beantwoordt aan de voorwaarde de enige school van het gesubsidieerd vrij onderwijs te zijn in één der 44 onderwijszones vastgelegd in bijlage I, die bij deze codex is gevoegd, die een bepaalde erkende godsdienst organiseert of levensbeschouwing aanhangt. Bij de toepassing van de voorwaarde "enige school" worden de scholen die noch het vak godsdienst noch het vak niet-confessionele zedenleer maar wel het vak cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie organiseren, én enkel eigen leerplannen van het schoolbestuur hanteren die door de Vlaamse Regering zijn goedgekeurd, buiten beschouwing gelaten.13De scholengemeenschap bestaat uitsluitend uit scholen van het gesubsidieerd vrij onderwijs, met dien verstande dat elk van bedoelde scholen beantwoordt aan de voorwaarde de enige school van het gesubsidieerd vrij onderwijs te zijn in één der 44 onderwijszones vastgelegd in bijlage I, die bij deze codex is gevoegd, die een bepaalde erkende godsdienst organiseert of levensbeschouwing aanhangt. Bij de toepassing van de voorwaarde "enige school" worden de scholen die noch het vak godsdienst noch het vak niet-confessionele zedenleer maar wel het vak cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie organiseren, én behoren tot een schoolbestuur dat uitsluitend leerplannen hanteert die het schoolbestuur zelf heeft ontwikkeld en die uitsluitend binnen dat schoolbestuur van toepassing zijn, buiten beschouwing gelaten.
14Na gemotiveerde aanvraag van het betrokken schoolbestuur, kan de Vlaamse Regering volgens het hierna vermeld criterium afwijking verlenen van de bepalingen van het eerste lid.14Na gemotiveerde aanvraag van het betrokken schoolbestuur, kan de Vlaamse Regering volgens het hierna vermeld criterium afwijking verlenen van de bepalingen van het eerste lid.
15De scholengemeenschap bestaat uitsluitend uit scholen van het gesubsidieerd vrij onderwijs, met dien verstande dat elk van bedoelde scholen beantwoordt aan de voorwaarden noch het vak godsdienst noch het vak niet-confessionele zedenleer maar wel het vak cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie te organiseren, én uitsluitend eigen leerplannen van het schoolbestuur te hanteren die door de Vlaamse Regering zijn goedgekeurd. (53)15De scholengemeenschap bestaat uitsluitend uit scholen van het gesubsidieerd vrij onderwijs, met dien verstande dat elk van bedoelde scholen beantwoordt aan de voorwaarden noch het vak godsdienst noch het vak niet-confessionele zedenleer maar wel het vak cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie te organiseren, én te behoren tot een schoolbestuur dat uitsluitend leerplannen hanteert die het schoolbestuur zelf heeft ontwikkeld en die uitsluitend binnen dat schoolbestuur van toepassing zijn. (53)
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 146
10a) gebeurt onder de vorm van eindtermen, uitbreidingsdoelen Nederlands, ontwikkelingsdoelen of specifieke eindtermen, naargelang van het geval;10a) gebeurt onder de vorm van eindtermen, uitbreidingsdoelen Nederlands, ontwikkelingsdoelen of specifieke eindtermen, naargelang van het geval;
11b) laat toe om na te gaan in welke mate bij een leerlingenpopulatie of een leerling eindtermen, uitbreidingsdoelen Nederlands of specifieke eindtermen worden bereikt of bij een leerlingenpopulatie ontwikkelingsdoelen worden nagestreefd.11b) laat toe om na te gaan in welke mate bij een leerlingenpopulatie of een leerling eindtermen, uitbreidingsdoelen Nederlands of specifieke eindtermen worden bereikt of bij een leerlingenpopulatie ontwikkelingsdoelen worden nagestreefd.
12Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid wordt het gemotiveerd advies ingewonnen van een commissie van deskundigen en de onderwijsinspectie en wordt telkens de aanvrager gehoord. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels voor de samenstelling van de commissie van deskundigen en van de procedure.12Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid wordt het gemotiveerd advies ingewonnen van een commissie van deskundigen en van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen en wordt telkens de aanvrager gehoord. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels voor de samenstelling van de commissie van deskundigen en van de procedure.
13§ 4. De vervangende eindtermen, uitbreidingsdoelen Nederlands, ontwikkelingsdoelen of specifieke eindtermen die door de Vlaamse Regering ontvankelijk en gelijkwaardig zijn beoordeeld, worden binnen zes maanden ter goedkeuring ingediend bij het Vlaams Parlement.13§ 4. De vervangende eindtermen, uitbreidingsdoelen Nederlands, ontwikkelingsdoelen of specifieke eindtermen die door de Vlaamse Regering ontvankelijk en gelijkwaardig zijn beoordeeld, worden binnen zes maanden ter goedkeuring ingediend bij het Vlaams Parlement.
14§ 5. In afwijking van de termijnen, bepaald in paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 3, eerste lid, gelden de volgende termijnen met betrekking tot een aanvraag tot gelijkwaardigheid van vervangende eindtermen voor de door het Vlaams Parlement goedgekeurde eindtermen van de tweede graad die een schoolbestuur geacht wordt in het kader van de modernisering van het secundair onderwijs geleidelijk toe te passen vanaf 1 september 2021:14§ 5. In afwijking van de termijnen, bepaald in paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 3, eerste lid, gelden de volgende termijnen met betrekking tot een aanvraag tot gelijkwaardigheid van vervangende eindtermen voor de door het Vlaams Parlement goedgekeurde eindtermen van de tweede graad die een schoolbestuur geacht wordt in het kader van de modernisering van het secundair onderwijs geleidelijk toe te passen vanaf 1 september 2021:
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 147/1
171° het bereiken van de doelen van het curriculumdossier van het structuuronderdeel in kwestie;171° het bereiken van de doelen van het curriculumdossier van het structuuronderdeel in kwestie;
182° het nastreven van de ontwikkelingsdoelen van het onthaaljaar.182° het nastreven van de ontwikkelingsdoelen van het onthaaljaar.
19De onderwijsinspectie baseert zich bij de doorlichting op de doelen die van toepassing zijn tijdens het schooljaar van de doorlichting en op die van het daaraan voorafgaande schooljaar. Waar echter een curriculumdossier nog niet of nog niet volledig van toepassing is, wordt de doorlichting gebaseerd op de volgende, naargelang van het structuuronderdeel of structuuronderdelen, toepasbare doelen: de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen, de specifieke eindtermen, de doelen leidend tot erkende beroepskwalificaties en de leerplannen.19De onderwijsinspectie baseert zich bij de doorlichting op de doelen die van toepassing zijn tijdens het schooljaar van de doorlichting en op die van het daaraan voorafgaande schooljaar. Waar echter een curriculumdossier nog niet of nog niet volledig van toepassing is, wordt de doorlichting gebaseerd op de volgende, naargelang van het structuuronderdeel of structuuronderdelen, toepasbare doelen: de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen, de specifieke eindtermen en de doelen die leiden tot erkende beroepskwalificaties.
+8 −7 codex-secundair-onderwijs/art. 147/3
1§1. In aansluiting op de curriculumdossiers die door de Vlaamse Regering zijn goedgekeurd, worden door het schoolbestuur in omvang beperkte leerplannen ontwikkeld die voldoende ruimte laten voor de inbreng van scholen, leraren, lerarenteams of leerlingen.1§1. In aansluiting op de curriculumdossiers die door de Vlaamse Regering zijn goedgekeurd, worden door het schoolbestuur in omvang beperkte leerplannen ontwikkeld die voldoende ruimte laten voor de inbreng van scholen, leraren, lerarenteams of leerlingen.
2In de leerplannen, vermeld in het eerste lid, zijn in elk geval alle betrokken eindtermen die het Vlaams Parlement heeft goedgekeurd, letterlijk opgenomen. Het leerplan bevat een concordantietabel met de overeenkomst tussen de onderwijsdoelen vastgelegd bij decreet of besluit, en de leerplandoelen.
3Leerplannen worden ter goedkeuring voorgelegd aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Voormeld agentschap toetst of de onderwijsdoelen vastgelegd bij decreet of besluit volledig en correct zijn omgezet in het leerplan en dit plan geen elementen bevat die tegenstrijdig zijn met de onderwijsdoelen vastgelegd bij decreet of besluit.
2In de leerplannen zijn in elk geval alle betrokken, door het Vlaams Parlement goedgekeurde eindtermen letterlijk opgenomen, waarbij transparant het onderscheid gemaakt wordt welke doelen de eindtermen realiseren en met welke doelen de ontwikkelingsdoelen worden nagestreefd. De leerplannenzijn voor de onderwijsinspectie een aanvullend instrument om het kwaliteitsbeleid van een school te kaderen.4De Vlaamse Regering kan nadere bepalingen vastleggen met betrekking tot de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen. Leerplannen zijn een aanvullend instrument voor de onderwijsinspectie om het kwaliteitsbeleid van een school te kaderen.
3Leerplannen worden door de onderwijsverstrekkers ingediend bij de onderwijsinspectie. Met het oog op het waarborgen van het studiepeil keurt de Vlaamse Regering volgens de vooraf door haar bepaalde criteria en op advies van de onderwijsinspectie, de leerplannen goed.
4§2. In afwijking op paragraaf 1, vormen curriculumdossiers niet de basis voor het opstellen van de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie en dienen deze leerplannen niet door de Vlaamse Regering te worden goedgekeurd. Deze leerplannen worden publiek bekendgemaakt.5§2. In afwijking van paragraaf 1 vormen curriculumdossiers niet de basis voor het opstellen van de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie en kunnen die leerplannen niet voor advies worden voorgelegd aan het agentschap, vermeld in paragraaf 1, derde lid.
5In afwijking van paragraaf 1, derde lid, mag in het schooljaar 2024-2025 een schoolbestuur in de eerste graad secundair onderwijs leerplannen toepassen die aansluiten bij de onderwijsdoelen van het decreet van 17 mei 2024 zonder dat die leerplannen door de Vlaamse Regering zijn goedgekeurd.
6De leerplannen, vermeld in het eerste lid, worden publiek bekendgemaakt.
6§3. Alle leerplannen, met inbegrip van de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie zijn in overeenstemming met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en respecteren de goedgekeurde eindtermen en ontwikkelingsdoelen. De leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie respecteren tevens de interlevensbeschouwelijke competenties.7§3. Alle leerplannen, met inbegrip van de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie zijn in overeenstemming met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en respecteren de goedgekeurde eindtermen en ontwikkelingsdoelen. De leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie respecteren tevens de interlevensbeschouwelijke competenties.
7De directeur kan de levensbeschouwelijke leerlingengroepen tijdens de levensbeschouwelijke les bezoeken om administratieve redenen, om algemeen pedagogische redenen, om na te gaan of de grondwettelijke rechten en vrijheden gevrijwaard worden of voor een bespreking met de leerlingen. De directeur - of een ander personeelslid dat aangesteld is als evaluator - kan de les ook bijwonen, gelet op zijn bevoegdheid als evaluator voor niet-vakinhoudelijke en niet-vaktechnische aspecten.8De directeur kan de levensbeschouwelijke leerlingengroepen tijdens de levensbeschouwelijke les bezoeken om administratieve redenen, om algemeen pedagogische redenen, om na te gaan of de grondwettelijke rechten en vrijheden gevrijwaard worden of voor een bespreking met de leerlingen. De directeur - of een ander personeelslid dat aangesteld is als evaluator - kan de les ook bijwonen, gelet op zijn bevoegdheid als evaluator voor niet-vakinhoudelijke en niet-vaktechnische aspecten.
8§4. Over het in overeenstemming zijn met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en het respecteren van de goedgekeurde eindtermen en ontwikkelingsdoelen, evenals over de uitvoering van de leerplannen, wordt jaarlijks aan het Vlaams Parlement een stand van zaken gerapporteerd door:9§4. Over het in overeenstemming zijn met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en het respecteren van de goedgekeurde eindtermen en ontwikkelingsdoelen, evenals over de uitvoering van de leerplannen, wordt jaarlijks aan het Vlaams Parlement een stand van zaken gerapporteerd door:
91° de onderwijsinspectie bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken: over de leerplannen godsdienst en niet-confessionele zedenleer; met inbegrip van de interlevensbeschouwelijke competenties;101° de onderwijsinspectie bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken: over de leerplannen godsdienst en niet-confessionele zedenleer; met inbegrip van de interlevensbeschouwelijke competenties;
102° de onderwijsinspectie bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs: over de leerplannen cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie.112° de onderwijsinspectie bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs: over de leerplannen cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 175
64° een school van het gesubsidieerd vrij onderwijs :64° een school van het gesubsidieerd vrij onderwijs :
7a) die noch het vak godsdienst noch het vak niet-confessionele zedenleer maar wel het vak cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie organiseert, en7a) die noch het vak godsdienst noch het vak niet-confessionele zedenleer maar wel het vak cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie organiseert, en
8b) waarvoor het schoolbestuur uitsluitend eigen leerplannen hanteert die door de Vlaamse Regering zijn goedgekeurd.
8b) die uitsluitend leerplannen hanteert die het schoolbestuur zelf heeft ontwikkeld en die uitsluitend binnen dat schoolbestuur van toepassing zijn.
9Bij de toepassing van 3° worden de scholen ressorterend onder 4° buiten beschouwing gelaten.9Bij de toepassing van 3° worden de scholen ressorterend onder 4° buiten beschouwing gelaten.
10Indien een schoolbestuur in één der bedoelde onderwijszones meer dan één school organiseert, dan kunnen desbetreffende scholen nooit onder toepassing van 4° vallen.10Indien een schoolbestuur in één der bedoelde onderwijszones meer dan één school organiseert, dan kunnen desbetreffende scholen nooit onder toepassing van 4° vallen.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 178
72° als de school tot een scholengemeenschap behoort: een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.72° als de school tot een scholengemeenschap behoort: een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.
8De Vlaamse Regering beslist over de programmatie na advies van de volgende instanties:8De Vlaamse Regering beslist over de programmatie na advies van de volgende instanties:
91° de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap;91° de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap;
102° de Vlaamse Onderwijsraad;102° de Vlaamse Onderwijsraad;
113° in geval van een structuuronderdeel met dubbele finaliteit of finaliteit arbeidsmarkt: de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.113° in geval van een structuuronderdeel met dubbele finaliteit of finaliteit arbeidsmarkt: de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.
+2 −2 codex-secundair-onderwijs/art. 179/3
1Voor de programmatie van het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers gelden de volgende bepalingen:1Voor de programmatie van het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers gelden de volgende bepalingen:
21° de programmatie wordt per scholengemeenschap bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd uiterlijk op 1 mei van het voorafgaande schooljaar. Bij die aanvraag wordt het protocol gevoegd van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap;21° de programmatie wordt per scholengemeenschap bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd uiterlijk op 1 mei van het voorafgaande schooljaar. Bij die aanvraag wordt het protocol gevoegd van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap;
32° na advies binnen tien werkdagen van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, neemt de Vlaamse Regering een beslissing over de programmatie.32° na advies binnen tien werkdagen van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, neemt de Vlaamse Regering een beslissing over de programmatie.
4Vanaf 1 november 2015 en tot op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum worden de bepalingen van het tweede lid buiten werking gesteld en gelden voor de programmatie van het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers de volgende bepalingen :4Vanaf 1 november 2015 en tot op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum worden de bepalingen van het tweede lid buiten werking gesteld en gelden voor de programmatie van het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers de volgende bepalingen :
51° de programmatie wordt voorafgaand bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd :51° de programmatie wordt voorafgaand bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd :
6a) hetzij per scholengemeenschap; in dat geval wordt bij de aanvraag het protocol gevoegd van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap;6a) hetzij per scholengemeenschap; in dat geval wordt bij de aanvraag het protocol gevoegd van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap;
7b) hetzij door het schoolbestuur per school die niet tot een scholengemeenschap behoort; in dat geval wordt bij de aanvraag het protocol gevoegd van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité;7b) hetzij door het schoolbestuur per school die niet tot een scholengemeenschap behoort; in dat geval wordt bij de aanvraag het protocol gevoegd van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité;
82° binnen tien werkdagen wordt een advies gegeven enerzijds door de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds door de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap;82° binnen tien werkdagen wordt een advies gegeven enerzijds door de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds door de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap;
93° uiterlijk twee maanden na indiening van de aanvraag neemt de Vlaamse Regering een beslissing. Die beslissing is gebaseerd op de verwachte instroom van anderstalige nieuwkomers versus het al dan niet behoeftedekkend bestaande aanbod van onthaalonderwijs. Bij gunstige beslissing wordt tevens bepaald vanaf welk tijdstip het onthaaljaar kan worden opgericht.93° uiterlijk twee maanden na indiening van de aanvraag neemt de Vlaamse Regering een beslissing. Die beslissing is gebaseerd op de verwachte instroom van anderstalige nieuwkomers versus het al dan niet behoeftedekkend bestaande aanbod van onthaalonderwijs. Bij gunstige beslissing wordt tevens bepaald vanaf welk tijdstip het onthaaljaar kan worden opgericht.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 192
212° een school van het gesubsidieerd vrij onderwijs :212° een school van het gesubsidieerd vrij onderwijs :
22a) die noch het vak godsdienst noch het vak niet-confessionele zedenleer maar wel het vak cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie organiseert; en22a) die noch het vak godsdienst noch het vak niet-confessionele zedenleer maar wel het vak cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie organiseert; en
23b) waarvoor het schoolbestuur uitsluitend eigen leerplannen hanteert die door de Vlaamse Regering zijn goedgekeurd; en
23b) die uitsluitend leerplannen hanteert die het schoolbestuur zelf heeft ontwikkeld en die uitsluitend binnen dat schoolbestuur van toepassing zijn; en
24c) die ressorteert onder een schoolbestuur dat in de betrokken gemeente slechts één school organiseert. (191)24c) die ressorteert onder een schoolbestuur dat in de betrokken gemeente slechts één school organiseert. (191)
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 194
6§ 2. In afwijking van artikel 190, § 2, wordt de rationalisatienorm voor een school van het gesubsidieerd vrij onderwijs :6§ 2. In afwijking van artikel 190, § 2, wordt de rationalisatienorm voor een school van het gesubsidieerd vrij onderwijs :
7a) die noch het vak godsdienst noch het vak niet-confessionele zedenleer maar wel het vak cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie organiseert; en7a) die noch het vak godsdienst noch het vak niet-confessionele zedenleer maar wel het vak cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie organiseert; en
8b) waarvoor het schoolbestuur uitsluitend eigen leerplannen hanteert die door de Vlaamse Regering zijn goedgekeurd; en
8b) die uitsluitend leerplannen hanteert die het schoolbestuur zelf heeft ontwikkeld en die uitsluitend binnen dat schoolbestuur van toepassing zijn; en
9c) die ressorteert onder een schoolbestuur dat in de betrokken gemeente slechts één school organiseert, als volgt vastgesteld :9c) die ressorteert onder een schoolbestuur dat in de betrokken gemeente slechts één school organiseert, als volgt vastgesteld :
101° met enkel een eerste graad : 37;101° met enkel een eerste graad : 37;
+4 −4 codex-secundair-onderwijs/art. 256/3
1§1. Onverminderd de examens die leiden tot het bewijs, vermeld in artikel 256/2, eerste lid, 5°, bepaalt de examencommissie over welke structuuronderdelen en onderliggende beroepskwalificaties van het voltijds secundair onderwijsaanbod, die de Vlaamse Regering vastlegt, examens kunnen worden afgelegd. De examencommissie houdt daarbij per structuuronderdeel en per onderliggende beroepskwalificatie ten minste rekening met de hiernavolgende criteria:1§1. Onverminderd de examens die leiden tot het bewijs, vermeld in artikel 256/2, eerste lid, 5°, bepaalt de examencommissie over welke structuuronderdelen en onderliggende beroepskwalificaties van het voltijds secundair onderwijsaanbod, die de Vlaamse Regering vastlegt, examens kunnen worden afgelegd. De examencommissie houdt daarbij per structuuronderdeel en per onderliggende beroepskwalificatie ten minste rekening met de hiernavolgende criteria:
21° de technische en praktische haalbaarheid van de organisatie van de examens;21° de technische en praktische haalbaarheid van de organisatie van de examens;
32° de financiële kost van de organisatie van de examens;32° de financiële kost van de organisatie van de examens;
43° het te verwachten aantal inschrijvingen van kandidaten;43° het te verwachten aantal inschrijvingen van kandidaten;
54° de mate waarin een doorsnee kandidaat er zelfstandig in slaagt om zich afdoende op het examenprogramma voor te bereiden.54° de mate waarin een doorsnee kandidaat er zelfstandig in slaagt om zich afdoende op het examenprogramma voor te bereiden.
6§2. Het examenprogramma voor een structuuronderdeel is opgebouwd uit vakken. Het wordt ontwikkeld door de examencommissie, rekening houdend met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden als referentiekader voor de ontwikkeling van een examenprogramma, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die zijn bepaald in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving, gehanteerd.6§2. Het examenprogramma voor een structuuronderdeel is opgebouwd uit vakken en wordt ontwikkeld door de examencommissie. Voor structuuronderdelen die leiden tot een onderwijskwalificatie wordt bij de ontwikkeling rekening gehouden met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Voor structuuronderdelen die niet leiden tot een onderwijskwalificatie, worden als referentiekader voor de ontwikkeling, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden, vermeld in Vlaamse regelgeving, gehanteerd.
7Elk examenprogramma dient, voorafgaand aan de invoering, door de onderwijsinspectie te worden goedgekeurd. De onderwijsinspectie kan de goedkeuring van een examenprogramma intrekken op grond van onvoldoende actualiteitswaarde.
7De Vlaamse Regering kan onderwijsdoelen uit onderwijskwalificaties of uit referentiekaders als vermeld in het eerste lid, aanduiden die binnen de context van de examencommissie niet evalueerbaar of niet haalbaar zijn en bijgevolg buiten beschouwing worden gelaten bij de ontwikkeling van examenprogramma’s.
8§3. In afwijking van paragraaf 1 en 2, eerste lid, bestaat, voor wat betreft de examens tot het behalen van een getuigschrift van de eerste graad, het examenprogramma uit de basisvorming van de A- stroom of de basisvorming van de B-stroom, naargelang van de keuze van de kandidaat.8§3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 bestaat, voor wat betreft de examens tot het behalen van een getuigschrift van de eerste graad, het examenprogramma uit de basisvorming van de A- stroom of de basisvorming van de B-stroom, naargelang van de keuze van de kandidaat.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 286
17Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt.17Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt.
18In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014.18In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014.
19De Vlaamse Regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi en de onderwijsinspectie.19De Vlaamse Regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi.
+3 −3 codex-secundair-onderwijs/art. 289
39Aanvragen die later worden ingediend, zijn onontvankelijk. Een observatiefase is een apart structuuronderdeel, dat in alle scholen met opleidingsvorm 3 wordt aangeboden, waarin met de structuuronderdelen die in de latere fases worden aangeboden kennis gemaakt kan worden, en is vrij programmeerbaar.39Aanvragen die later worden ingediend, zijn onontvankelijk. Een observatiefase is een apart structuuronderdeel, dat in alle scholen met opleidingsvorm 3 wordt aangeboden, waarin met de structuuronderdelen die in de latere fases worden aangeboden kennis gemaakt kan worden, en is vrij programmeerbaar.
40Indien de voormelde aanvraag betrekking heeft op de programmatie per 1 september 2021 of 2022 van een niet-gemoderniseerd structuuronderdeel van de kwalificatiefase en de integratiefase, dan moet de aanvraag eveneens de toekomstige concordantie naar het gemoderniseerde structuuronderdeel bevatten om ontvankelijk te zijn. Niet-gemoderniseerde structuuronderdelen zijn niet programmeerbaar in de opleidingsfase en vanaf 1 september 2023 in de kwalificatiefase en de integratiefase.40Indien de voormelde aanvraag betrekking heeft op de programmatie per 1 september 2021 of 2022 van een niet-gemoderniseerd structuuronderdeel van de kwalificatiefase en de integratiefase, dan moet de aanvraag eveneens de toekomstige concordantie naar het gemoderniseerde structuuronderdeel bevatten om ontvankelijk te zijn. Niet-gemoderniseerde structuuronderdelen zijn niet programmeerbaar in de opleidingsfase en vanaf 1 september 2023 in de kwalificatiefase en de integratiefase.
41De Vlaamse Onderwijsraad, de Onderwijsinspectie en het Agentschap voor Onderwijsdiensten brengen binnen een redelijke termijn en uiterlijk twee maanden na de ontvangst van de aanvragen, vakantieperioden niet inbegrepen, een advies uit aan de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs.41De Vlaamse Onderwijsraad en het Agentschap voor Onderwijsdiensten brengen binnen een redelijke termijn en uiterlijk twee maanden na de ontvangst van de aanvragen, vakantieperioden niet inbegrepen, een advies uit aan de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs.
42De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, legt een voorstel van beslissing voor aan de Vlaamse Regering.42De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, legt een voorstel van beslissing voor aan de Vlaamse Regering.
43Een bijkomende opleiding kan op 1 september in een school alleen worden opgericht na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering neemt een beslissing uiterlijk op 31 maart van het schooljaar waarin de aanvraag is ingediend. De voormelde beslissingstermijn geldt als ordetermijn.43Een bijkomende opleiding kan op 1 september in een school alleen worden opgericht na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering neemt een beslissing uiterlijk op 31 maart van het schooljaar waarin de aanvraag is ingediend. De voormelde beslissingstermijn geldt als ordetermijn.
63Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt. Dit advies wordt niet gevraagd aan de Vlaamse Onderwijsraad indien het pro- grammatievoorstel valt onder toepassing van paragraaf 2. De voormelde aanvraagtermijn geldt als vervaltermijn.63Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt. Dit advies wordt niet gevraagd aan de Vlaamse Onderwijsraad indien het pro- grammatievoorstel valt onder toepassing van paragraaf 2. De voormelde aanvraagtermijn geldt als vervaltermijn.
64In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014.64In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014.
65De Vlaamse Regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi en de onderwijsinspectie. Het advies van de Vlaamse Onderwijsraad is geen element in deze beslissing indien het programmatievoorstel valt onder toepassing van paragraaf 2.65De Vlaamse Regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi. Het advies van de Vlaamse Onderwijsraad is geen element in deze beslissing indien het programmatievoorstel valt onder toepassing van paragraaf 2.
66§ 6. In aanvulling op paragraaf 1, 5° en 6°, en paragrafen 2, 4 en 5, moet een schoolbestuur dat opleidingsvorm 3 wil oprichten eveneens een programmatieaanvraag en een oprichtingsdossier indienen voor de oprichting van een of meer nieuwe structuuronderdelen in opleidingsvorm 3 en een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering krijgen om deze te kunnen oprichten. Hierbij moeten de bepalingen van paragraaf 3 toegepast worden op de nieuwe structuuronderdelen in de nieuw op te richten opleidingsvorm 3 in een bestaande school en niet op bijkomende structuuronderdelen in een opleidingsvorm 3 dat aan de rationalisatienorm voldoet in een bestaande school.66§ 6. In aanvulling op paragraaf 1, 5° en 6°, en paragrafen 2, 4 en 5, moet een schoolbestuur dat opleidingsvorm 3 wil oprichten eveneens een programmatieaanvraag en een oprichtingsdossier indienen voor de oprichting van een of meer nieuwe structuuronderdelen in opleidingsvorm 3 en een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering krijgen om deze te kunnen oprichten. Hierbij moeten de bepalingen van paragraaf 3 toegepast worden op de nieuwe structuuronderdelen in de nieuw op te richten opleidingsvorm 3 in een bestaande school en niet op bijkomende structuuronderdelen in een opleidingsvorm 3 dat aan de rationalisatienorm voldoet in een bestaande school.
67§ 7. Structuuronderdelen die in het voltijds gewoon secundair onderwijs vrij programmeerbaar zijn, zijn ook in scholen van het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, waar geen type 9 wordt aangeboden of geprogrammeerd, vrij programmeerbaar. Structuuronderdelen die in het voltijds gewoon secundair onderwijs programmeerbaar zijn na goedkeuring van de Vlaamse Regering, zijn ook in scholen van het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, waar geen type 9 wordt aangeboden of geprogrammeerd, programmeerbaar na goedkeuring van de Vlaamse Regering. Structuuronderdelen in scholen van het buitengewoon secundair onderwijs, waar opleidingsvorm 4, type 9 wordt aangeboden of geprogrammeerd, zijn programmeerbaar na goedkeuring van de Vlaamse Regering. In afwijking van de voormelde bepalingen is:67§ 7. Structuuronderdelen die in het voltijds gewoon secundair onderwijs vrij programmeerbaar zijn, zijn ook in scholen van het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, waar geen type 9 wordt aangeboden of geprogrammeerd, vrij programmeerbaar. Structuuronderdelen die in het voltijds gewoon secundair onderwijs programmeerbaar zijn na goedkeuring van de Vlaamse Regering, zijn ook in scholen van het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, waar geen type 9 wordt aangeboden of geprogrammeerd, programmeerbaar na goedkeuring van de Vlaamse Regering. Structuuronderdelen in scholen van het buitengewoon secundair onderwijs, waar opleidingsvorm 4, type 9 wordt aangeboden of geprogrammeerd, zijn programmeerbaar na goedkeuring van de Vlaamse Regering. In afwijking van de voormelde bepalingen is:
714° artikel 179 niet van toepassing op het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4.714° artikel 179 niet van toepassing op het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4.
72Een vrije programmatie wordt bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap gemeld uiterlijk bij de oprichting van het structuuronderdeel in kwestie.72Een vrije programmatie wordt bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap gemeld uiterlijk bij de oprichting van het structuuronderdeel in kwestie.
73Een programmatie waarover de Vlaamse Regering beslist, wordt bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap aangevraagd uiterlijk op 30 november of uiterlijk op 31 maart vóór de oprichting van het structuuronderdeel in kwestie. De voormelde aanvraagtermijn geldt als vervaltermijn. Na advies van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en de onderwijsinspectie beslist de Vlaamse Regering binnen twee maanden na de respectieve uiterste indieningsdatum. De voormelde beslissingstermijn geldt als ordetermijn. De motivering van de voormelde aanvraag en de voormelde beslissing houden rekening met de cumulatieve criteria, vermeld in artikel 178, vierde lid, voor niet-duale structuuronderdelen en voor duale structuuronderdelen.73Een programmatie waarover de Vlaamse Regering beslist, wordt bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap aangevraagd uiterlijk op 30 november of uiterlijk op 31 maart vóór de oprichting van het structuuronderdeel in kwestie. De voormelde aanvraagtermijn geldt als vervaltermijn. Na advies van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap beslist de Vlaamse Regering binnen twee maanden na de respectieve uiterste indieningsdatum. De voormelde beslissingstermijn geldt als ordetermijn. De motivering van de voormelde aanvraag en de voormelde beslissing houden rekening met de cumulatieve criteria, vermeld in artikel 178, vierde lid, voor niet-duale structuuronderdelen en voor duale structuuronderdelen.
74Bij de melding of aanvraag gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.74Bij de melding of aanvraag gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 290/1
13Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het programmatiedossier aan AgODi, dat de aanvraag voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt.13Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het programmatiedossier aan AgODi, dat de aanvraag voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt.
14In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014.14In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014.
15De Vlaamse Regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi en de onderwijsinspectie.15De Vlaamse Regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi.
16§ 3. De scholen voor buitengewoon secundair onderwijs die tijdens het schooljaar 2014- 2015 een aanbod type 1 aanboden, bieden vanaf 1 september 2015 het basisaanbod aan als vermeld in artikel 259, § 1, 1°. Dit wordt niet beschouwd als een herstructurering.16§ 3. De scholen voor buitengewoon secundair onderwijs die tijdens het schooljaar 2014- 2015 een aanbod type 1 aanboden, bieden vanaf 1 september 2015 het basisaanbod aan als vermeld in artikel 259, § 1, 1°. Dit wordt niet beschouwd als een herstructurering.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 350/1
3§ 3. Op basis van de behoeften van de leerlingen mag men in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan het preventorium, op ieder tijdstip van het schooljaar een structuuronderdeel van het gewoon voltijds secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs inrichten, ook indien de onderliggende structuuronderdelen niet ingericht zijn. De school kan op die wijze onderdelen van het volledig studieaanbod van het gewoon voltijds secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs inrichten of onderdelen van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. Naargelang de keuze van de ouders mag men in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan het Zeepreventorium verschillende leerplannen aanbieden.3§ 3. Op basis van de behoeften van de leerlingen mag men in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan het preventorium, op ieder tijdstip van het schooljaar een structuuronderdeel van het gewoon voltijds secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs inrichten, ook indien de onderliggende structuuronderdelen niet ingericht zijn. De school kan op die wijze onderdelen van het volledig studieaanbod van het gewoon voltijds secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs inrichten of onderdelen van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. Naargelang de keuze van de ouders mag men in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan het Zeepreventorium verschillende leerplannen aanbieden.
4§ 4. In de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan het preventorium worden dezelfde studiebewijzen uitgereikt als in het gewoon voltijds secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs of in de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. De school van opleidingsvorm 4, type 5, bij het preventorium staat zelf in voor de studiebekrachtiging.4§ 4. In de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan het preventorium worden dezelfde studiebewijzen uitgereikt als in het gewoon voltijds secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs of in de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. De school van opleidingsvorm 4, type 5, bij het preventorium staat zelf in voor de studiebekrachtiging.
5§ 5. Voor zover de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan het Zeepreventorium, die behoort tot het gemeenschapsonderwijs, leerplannen aanbiedt van het vrij onderwijs, gebeurt dit in afwijking van de voorwaarde, vermeld in artikel 15, § 1, 12°, b).
5§ 5. ...
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/63
1De programmatie van een duaal structuuronderdeel wordt door het bestuur van de aanbieder duaal leren bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd uiterlijk op 30 november van het voorafgaand schooljaar. Die termijn geldt als vervaltermijn; aanvragen die later worden ingediend zijn onontvankelijk. De motivering van de aanvraag houdt in elk geval rekening met de criteria, vermeld in het derde lid, 1° tot en met 8°. Bij de aanvraag zitten, in voorkomend geval, het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.1De programmatie van een duaal structuuronderdeel wordt door het bestuur van de aanbieder duaal leren bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd uiterlijk op 30 november van het voorafgaand schooljaar. Die termijn geldt als vervaltermijn; aanvragen die later worden ingediend zijn onontvankelijk. De motivering van de aanvraag houdt in elk geval rekening met de criteria, vermeld in het derde lid, 1° tot en met 8°. Bij de aanvraag zitten, in voorkomend geval, het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.
2De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de programmatie na advies van:2De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de programmatie na advies van:
31° de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap;31° de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap;
42° de Vlaamse Onderwijsraad;42° de Vlaamse Onderwijsraad;
53° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.53° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd