§ flandrepo

Decreet tot wijziging van de regelgeving over duaal leren, de aanloopfase en het stelsel van leren en werken

Vlaamse Regering #1249 Staatsblad 13 juli 2022 NUMAC 2022015108
17 artikels gewijzigd
+8 −4 codex-secundair-onderwijs/art. 2
2In afwijking van het eerste lid:2In afwijking van het eerste lid:
31° ...31° ...
42° gelden artikel 96 tot en met 99, 110/19 tot en met 110/27, 115/1 en 116 tot en met 120 niet voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs;42° gelden artikel 96 tot en met 99, 115/1 en 116 tot en met 120 niet voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
53° gelden artikel 110/1 tot en met 110/18, 111 en 112, 123/2 tot en met 123/4, 123/6 tot en met 123/25 ook voor de leertijd.53° gelden artikel 110/1 tot en met 110/18, 111 en 112, 123/2 tot en met 123/4, 123/6 tot en met 123/25 ook voor de leertijd.
6§ 2. De bepalingen van deel IV van de codificatie zijn van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs.6§ 2. De bepalingen van deel IV van de codificatie zijn van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs.
7De artikelen 216 en 242 tot en met 251/1 gelden ook voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs.7De artikelen 216 en 242 tot en met 251/1 gelden ook voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
8De artikelen 253/1 tot en met 253/31 zijn enkel van toepassing op de scholen gelegen in het Nederlandse taalgebied. De artikelen 253/33 tot en met 253/63 zijn enkel van toepassing op de scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
9Artikel 253/1 tot en met 253/6, artikel 253/21 tot en met 253/37, en artikel 253/52 tot en met 253/61 gelden ook voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd.
10Artikel 253/1 tot en met 253/61 zijn niet van toepassing op de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs.
8§ 2/1. De bepalingen van deel III en deel IV van de codificatie zijn ook van toepassing op de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld en met behoud van toepassing van de bepalingen van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs.11§ 2/1. De bepalingen van deel III en deel IV van de codificatie zijn ook van toepassing op de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld en met behoud van toepassing van de bepalingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.
9§ 3. De bepalingen van deel V van de codificatie zijn van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd buitengewoon secundair onderwijs, met uitzondering van artikel 357, dat niet van toepassing is op het buitengewoon secundair onderwijs, maar enkel op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs.12§ 3. De bepalingen van deel V van de codificatie zijn van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd buitengewoon secundair onderwijs, met uitzondering van artikel 357, dat niet van toepassing is op het buitengewoon secundair onderwijs, maar enkel op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
13De artikelen 295/1 tot en met 295/15 zijn niet van toepassing op de ziekenhuisscholen.
10De artikelen 351 tot en met 356 gelden ook voor het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs.14De artikelen 351 tot en met 356 gelden ook voor het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs.
11§ 3/1. De bepalingen van deel V/1 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs, centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.15§ 3/1. De bepalingen van deel V/1 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs, centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.
12De bepalingen van deel V/2 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs, centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.16De bepalingen van deel V/2 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs, centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.
13§ 3/2. De bepalingen van deel V/3 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 3 en 4 met duale structuuronderdelen.17§ 3/2. De bepalingen van deel V/3 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 3 en 4 met duale structuuronderdelen.".
14§ 4. Deel VI bevat een overzicht van de uitwerkingsdatum van de artikelen van de codificatie en deel VII wijzigt de verwijzingen naar artikelen die opgenomen zijn in de codificatie betreffende het secundair onderwijs.18§ 4. Deel VI bevat een overzicht van de uitwerkingsdatum van de artikelen van de codificatie en deel VII wijzigt de verwijzingen naar artikelen die opgenomen zijn in de codificatie betreffende het secundair onderwijs.
15§ 5. De codificatie is niet van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde internaten en semi-internaten. (1)19§ 5. De codificatie is niet van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde internaten en semi-internaten. (1)
16§ 6. Op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen, ingericht door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, zijn de volgende artikelen van toepassing: artikel 4 tot en met 10, artikel 12, artikel 15, uitgezonderd paragraaf 1, 16°, artikel 35 tot en met 38, artikel 41 tot en met 43, artikel 47, 48, artikel 70, artikel 100 tot en met 103, artikel 106 tot en met 108, artikel 110/1 tot en met 110/18, artikel 111, 112, artikel 115 tot en met 117/1, artikel 122 tot en met 123/19, artikel 136 tot en met 136/6, artikel 150, artikel 157/1, artikel 169 tot en met 173, artikel 252, 252/1, 253en 256/11.20§ 6. Op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen, ingericht door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, zijn de volgende artikelen van toepassing: artikel 4 tot en met 10, artikel 12, artikel 14, § 1 en § 3, artikel 15, uitgezonderd paragraaf 1, 16°, artikel 35 tot en met 38, artikel 41 tot en met 43, artikel 47, 48, artikel 70, artikel 100 tot en met 103, artikel 106 tot en met 108, artikel 110/1 tot en met 110/18, artikel 111, 112, artikel 115 tot en met 117/1, artikel 122 tot en met 123/19, artikel 136 tot en met 136/6, artikel 150, artikel 157/1, artikel 169 tot en met 173, artikel 252, 252/1, 253, artikel 253/1 tot en met 253/6, artikel 253/21 tot en met 253/37, artikel 253/54 tot en met 253/63, 256/11, 314/8 en 314/9.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 133/4
90Het Se-n-Se in het derde leerjaar van de derde graad waarmee een diploma behaald kan worden dat toegang verleent tot een bacheloropleiding, leidt tot een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 4.90Het Se-n-Se in het derde leerjaar van de derde graad waarmee een diploma behaald kan worden dat toegang verleent tot een bacheloropleiding, leidt tot een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 4.
91De studierichtingen van de finaliteit arbeidsmarkt leiden in het tweede leerjaar van de derde graad tot een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 3.91De studierichtingen van de finaliteit arbeidsmarkt leiden in het tweede leerjaar van de derde graad tot een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 3.
92De studierichtingen van de finaliteit arbeidsmarkt leiden in het tweede leerjaar van de tweede graad tot een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 2 .92De studierichtingen van de finaliteit arbeidsmarkt kunnen in het tweede leerjaar van de tweede graad tot een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 2 leiden, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.
93Het Se-n-Se in het derde leerjaar van de derde graad als beroepsgerichte specialisatie leidt tot een of meer bewijzen van beroepskwalificaties niveau 3 of 4, eventueel aangevuld met een of meer bewijzen van deelkwalificaties.93Het Se-n-Se in het derde leerjaar van de derde graad als beroepsgerichte specialisatie leidt tot een of meer bewijzen van beroepskwalificaties niveau 3 of 4, eventueel aangevuld met een of meer bewijzen van deelkwalificaties.
+4 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 147/1
74° het eerste en het tweede leerjaar van de derde graad samen, per structuuronderdeel;74° het eerste en het tweede leerjaar van de derde graad samen, per structuuronderdeel;
85° het derde leerjaar van de derde graad, per structuuronderdeel.85° het derde leerjaar van de derde graad, per structuuronderdeel.
9Voor het onthaaljaar wordt geen curriculumdossier gemaakt.9Er wordt geen curriculumdossier gemaakt voor:
101° het onthaaljaar;
112° een aanloopstructuuronderdeel.
12De doelen van een aanloopstructuuronderdeel worden opgenomen in het curriculumdossier van een of meer inhoudelijk verwante structuuronderdelen..
10§ 3. Voor de kwaliteitscontrole in functie van de erkenning en de doorlichting, zoals bedoeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van scholen voor het secundair onderwijs richt de onderwijsinspectie zich op, naargelang van het geval:13§ 3. Voor de kwaliteitscontrole in functie van de erkenning en de doorlichting, zoals bedoeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van scholen voor het secundair onderwijs richt de onderwijsinspectie zich op, naargelang van het geval:
111° het bereiken van de doelen van het curriculumdossier van het structuuronderdeel in kwestie;141° het bereiken van de doelen van het curriculumdossier van het structuuronderdeel in kwestie;
+2 −2 codex-secundair-onderwijs/art. 357/6
1Een aanbieder duaal leren kan een duaal structuuronderdeel opstarten tot en met de eerste lesdag van oktober. Wanneer dit een structuuronderdeel Se-n-Se betreft, kan dit eveneens opgestart worden op de eerste lesdag van februari van het lopende schooljaar. 1Een aanbieder duaal leren kan een duaal structuuronderdeel opstarten tot en met de eerste lesdag van oktober. Een structuuronderdeel Se-n-Se kan ook opgestart worden op de eerste lesdag van februari van het lopende schooljaar. Als een aanbieder duaal leren ten minste één regelmatige leerling in een duaal structuuronderdeel of aanloopstructuuronderdeel als vermeld in 357/43, eerste lid, 1° of 2°, die zijn opgenomen in hetzelfde standaardtraject, heeft ingeschreven op de eerste lesdag van oktober, is de duale opleiding opgenomen in het studieaanbod van de aanbieder.
2In afwijking van het eerste lid kan een duaal structuuronderdeel ook opstarten na de eerste lesdag van oktober als de instroom in het voormelde structuuronderdeel voorbehouden wordt voor leerlingen die bij dezelfde aanbieder duaal leren overstappen van een aanloopstructuuronderdeel als vermeld in deel V/2, naar een duaal structuuronderdeel die allebei op hetzelfde standaardtraject zijn gebaseerd. In voorkomend geval wordt de eerste lesdag van juni als referentiedatum beschouwd voor de vaststelling of het duale structuuronderdeel in het schooljaar in kwestie al dan niet in het studieaanbod van de aanbieder duaal leren in kwestie voorkomt.2In afwijking van het eerste lid kan een duaal structuuronderdeel ook opstarten na de eerste lesdag van oktober als de instroom in dat structuuronderdeel op dat moment al voorbehouden wordt voor leerlingen die bij dezelfde aanbieder duaal leren kunnen overstappen van een aanloopstructuuronderdeel als vermeld in deel V/2, naar een duaal structuuronderdeel dat aan dat aanloopstructuuronderdeel gekoppeld is. In voorkomend geval wordt de eerste lesdag van juni als tweede referentiedatum beschouwd voor de vaststelling of het aanloopstructuuronderdeel of het duale structuuronderdeel in het schooljaar in kwestie al dan niet in het studieaanbod van de aanbieder duaal leren in kwestie voorkomt.
+0 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/11
32° beantwoorden aan de specifieke toelatingsvoorwaarden tot het duale structuuronderdeel in kwestie zoals bepaald in het standaardtraject; in afwijking hiervan geldt voor leerlingen die hetzij overstappen van een school met een buitenlands onderwijssysteem of van een school die is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België en al dan niet onthaalonderwijs hebben gevolgd, hetzij overstappen van een school voor buitengewoon secundair onderwijs, behoudens opleidingsvorm 4, een gunstige beslissing met betrekking tot vereiste vooropleiding of studiebewijzen van de klassenraad die beslist over de toelating als toelatingsvoorwaarde, zonder afbreuk te doen aan de specifieke toelatingsvoorwaarden van het duale structuuronderdeel;32° beantwoorden aan de specifieke toelatingsvoorwaarden tot het duale structuuronderdeel in kwestie zoals bepaald in het standaardtraject; in afwijking hiervan geldt voor leerlingen die hetzij overstappen van een school met een buitenlands onderwijssysteem of van een school die is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België en al dan niet onthaalonderwijs hebben gevolgd, hetzij overstappen van een school voor buitengewoon secundair onderwijs, behoudens opleidingsvorm 4, een gunstige beslissing met betrekking tot vereiste vooropleiding of studiebewijzen van de klassenraad die beslist over de toelating als toelatingsvoorwaarde, zonder afbreuk te doen aan de specifieke toelatingsvoorwaarden van het duale structuuronderdeel;
43° voor zijinstromers een gunstige beslissing van de klassenraad gekregen hebben.43° voor zijinstromers een gunstige beslissing van de klassenraad gekregen hebben.
5In afwijking van de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 1°, kan een leerling bijzondere toelating krijgen om vanaf het begin van het schooljaar waarin hij deeltijds leerplichtig wordt, een duaal structuuronderdeel te volgen. Het bestuur van de aanbieder duaal leren geeft die toelating op advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de instelling voor voltijds onderwijs waar de jongere de lessen volgt, samenwerkt.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/16
1Als een duaal structuuronderdeel modulair wordt georganiseerd, is studievoortgang van rechtswege toegelaten als een onderliggende beroepskwalificatie behaald wordt, ongeacht of een onderwijskwalificatie behaald wordt.1In een duaal structuuronderdeel is studievoortgang van rechtswege toegelaten als een onderliggende beroepskwalificatie behaald wordt, ongeacht of een onderwijskwalificatie behaald wordt.
2In het standaardtraject wordt opgenomen wat beschouwd kan worden als een onderliggende beroepskwalificatie voor een duaal structuuronderdeel als vermeld in het eerste lid.2In het standaardtraject wordt opgenomen wat beschouwd kan worden als een onderliggende beroepskwalificatie voor een duaal structuuronderdeel als vermeld in het eerste lid.
+1 −9 codex-secundair-onderwijs/art. 357/25
1§ 1. De duale structuuronderdelen worden, voor de berekening van de financiering of subsidiëring in de vorm van:
21° het kader onderwijzend personeel op basis van een pakket uren-leraar;
32° het kader bestuurspersoneel, met uitzondering van het ambt van directeur, en het kader ondersteunend personeel op basis van een globale puntenenveloppe;
43° het werkingsbudget;
5zoals bepaald respectievelijk in deze codex en in het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, beschouwd als:
6a) voltijds gewoon secundair onderwijs: als de aanbieder een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs is;
7b) deeltijds beroepssecundair onderwijs: als de aanbieder een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs is;
8c) deeltijds beroepssecundair onderwijs: als de aanbieder een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen is.
9§ 2. Als de aanbieder van een duaal structuuronderdeel een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs is, worden aanvullende werkingsmiddelen toegekend op basis van het aantal dagen dat de jongeren effectief gepresteerd hebben binnen de fase arbeidsdeelname of de aanloopfase tijdens het voorafgaande schooljaar. De Vlaamse Regering legt de overeenkomstige financierings- of subsidiebedragen vast en kan bijkomende voorwaarden bepalen.
1Uitsluitend voor de financiering of subsidiëring in de vorm van personeelsomkadering van duale structuuronderdelen als voltijds secundair onderwijs, ingericht door een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, gelden de berekeningsmodaliteiten van het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/26
2Voor de vaststelling van de subsidiëring van duale structuuronderdelen georganiseerd door centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen worden de regelmatige leerlingen geteld op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar voor zolang in die centra ook opleidingen worden georganiseerd die niet duaal zijn maar gebaseerd op het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap. Vanaf het schooljaar dat laatstbedoelde opleidingen niet meer in die centra worden georganiseerd, worden de regelmatige leerlingen geteld op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar.2Voor de vaststelling van de subsidiëring van duale structuuronderdelen georganiseerd door centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen worden de regelmatige leerlingen geteld op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar voor zolang in die centra ook opleidingen worden georganiseerd die niet duaal zijn maar gebaseerd op het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap. Vanaf het schooljaar dat laatstbedoelde opleidingen niet meer in die centra worden georganiseerd, worden de regelmatige leerlingen geteld op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar.
3Het resultaat van de berekening, uitgedrukt in een globale puntenenveloppe, wordt voor elk centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen omgezet in een krediet op basis van de gemiddelde bruto loonkosten op jaarbasis van een punt in het secundair onderwijs. Het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar van toekenning, wordt als jaarbasis genomen.3Het resultaat van de berekening, uitgedrukt in een globale puntenenveloppe, wordt voor elk centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen omgezet in een krediet op basis van de gemiddelde bruto loonkosten op jaarbasis van een punt in het secundair onderwijs. Het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar van toekenning, wordt als jaarbasis genomen.
4Het aldus toegekende totale krediet kan door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen uitsluitend voor de personeelsomkadering van duale structuuronderdelen worden aangewend. Het toegekende werkingsbudget kan door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen uitsluitend voor de werking van duale structuuronderdelen worden aangewend. 4Het aldus toegekende totale krediet kan door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen uitsluitend voor de personeelsomkadering van duale structuuronderdelen worden aangewend. Het toegekende werkingsbudget kan door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen uitsluitend voor de werking van duale structuuronderdelen worden aangewend. In afwijking van de bepalingen uit dit lid kunnen vanaf schooljaar 2023-2024 de personeelsomkadering en het werkingsbudget die worden gegenereerd door inschrijvingen in duale opleidingen, ook aangewend worden in de leertijd. Dit kan enkel toegepast worden als alle subsidies voor de leertijd, toegekend conform de geldende regelgeving betreffende de subsidiëring van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen in uitvoering van hoofdstuk VI, afdeling 6, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", zijn uitgeput.
5Het krediet voor de personeelsomkadering en het werkingsbudget worden aan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen gelijktijdig toegekend volgens de voorschot- en saldoregeling die van toepassing is voor de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs.5Het krediet voor de personeelsomkadering en het werkingsbudget worden aan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen gelijktijdig toegekend volgens de voorschot- en saldoregeling die van toepassing is voor de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/30
2Onverminderd het eerste lid, wordt voor duale structuuronderdelen het kwaliteitstoezicht gezamenlijk uitgevoerd door de onderwijsinspectie en het Departement Werk en Sociale Economie. De onderwijsinspectie neemt de coördinerende rol op voor het geheel van het kwaliteitstoezicht op het leertraject. De onderwijsinspectie coördineert het kwaliteitstoezicht op de schoolcomponent. Het Departement Werk en Sociale Economie wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de doorlichting als extern deskundige, vermeld in artikel 37 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het Departement Werk en Sociale Economie coördineert het kwaliteitstoezicht van de werkplekcomponent binnen het leertraject. De onderwijsinspectie wordt uitgenodigd voor dat toezicht.2Onverminderd het eerste lid, wordt voor duale structuuronderdelen het kwaliteitstoezicht gezamenlijk uitgevoerd door de onderwijsinspectie en het Departement Werk en Sociale Economie. De onderwijsinspectie neemt de coördinerende rol op voor het geheel van het kwaliteitstoezicht op het leertraject. De onderwijsinspectie coördineert het kwaliteitstoezicht op de schoolcomponent. Het Departement Werk en Sociale Economie wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de doorlichting als extern deskundige, vermeld in artikel 37 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het Departement Werk en Sociale Economie coördineert het kwaliteitstoezicht van de werkplekcomponent binnen het leertraject. De onderwijsinspectie wordt uitgenodigd voor dat toezicht.
3De Vlaamse Regering kan de verdere modaliteiten van het toezicht bepalen.3De Vlaamse Regering kan de verdere modaliteiten van het toezicht bepalen.
4Tussen de onderwijsinspectie en het Vlaams Agentschap voor Ondernemers-vorming - SYNTRA Vlaanderen - wordt een samenwerkingsovereenkomst over de operationalisering van het toezicht gesloten.4Tussen de onderwijsinspectie en het Departement Werk en Sociale Economie wordt een samenwerkingsovereenkomst over de operationalisering van het toezicht gesloten.
5In het tweede lid wordt verstaan onder leertraject: het geheel van de schoolcomponent en de werkplekcomponent.5In het tweede lid wordt verstaan onder leertraject: het geheel van de schoolcomponent en de werkplekcomponent.
+3 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/43
1Voor de invulling van een aanloopstructuuronderdeel zijn er twee mogelijkheden:
1Een aanloopstructuuronderdeel is gebaseerd op een standaardtraject als vermeld in artikel 357/7.21° een aanloopstructuuronderdeel is een bundeling van competenties uit een standaardtraject als vermeld in artikel 357/7;
32° een aanloopstructuuronderdeel is een bundeling van competenties uit standaardtrajecten als vermeld in artikel 357/7, die gekoppeld zijn aan een studiedomein of een afgebakend geheel binnen een studiedomein. Deze invulling is enkel mogelijk op niveau van de tweede graad.
2De Vlaamse Regering bepaalt de invulling van een aanloopstructuuronderdeel.4De Vlaamse Regering bepaalt de invulling van een aanloopstructuuronderdeel.
3Een aanloopstructuuronderdeel kan modulair worden georganiseerd.5Een aanloopstructuuronderdeel kan modulair worden georganiseerd.
+2 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/44
1De programmatie van een aanloopstructuuronderdeel volgt uit de programmatie van een duaal structuuronderdeel. Bij de programmatie van het duale structuuronderdeel, vermeld in artikel 357/9, kan een aanbieder van de aanloopfase ook de bijbehorende aanloopstructuuronderdelen programmeren.1Voor aanloopstructuuronderdelen als vermeld in artikel 357/43, eerste lid, 1° en 2°, volgt de programmatie van een aanloopstructuuronderdeel uit de goedkeuring tot programmatie van een duaal structuuronderdeel als vermeld in artikel 357/8.
2Op de programmaties, bedoeld in dit artikel, zijn eveneens de bepalingen van artikel 176/1 van toepassing.
+2 −2 codex-secundair-onderwijs/art. 357/47
1Na de inschrijving volgt een screening die de klassenraad moet toelaten om te beslissen of de leerling het aanloopstructuuronderdeel al dan niet kan volgen. De screening verloopt op de volgende wijze:1Na de inschrijving volgt een screening die de klassenraad moet toelaten om te beslissen of de leerling het aanloopstructuuronderdeel al dan niet kan volgen. De screening verloopt op de volgende wijze:
21° de screening wordt uitgevoerd door de aanbieder van de aanloopfase en heeft betrekking op arbeidsrijpheid, arbeidsbereidheid, studieoriëntatie, interesses, motivatie en eerder verworven competenties;21° de screening wordt uitgevoerd door de aanbieder van de aanloopfase en heeft betrekking op arbeidsrijpheid, arbeidsbereidheid, studieoriëntatie, interesses, motivatie en eerder verworven competenties;
32° de screening vindt zo spoedig mogelijk en uiterlijk tien opleidingsdagen na de start van de effectieve lesbijwoning plaats;32° de screening vindt zo spoedig mogelijk en uiterlijk vijfentwintig opleidingsdagen na de start van de effectieve lesbijwoning plaats;
43° de middelen of methodieken voor de screening worden door de Vlaamse Regering gevalideerd met het oog op kwaliteitsborging;43° de middelen of methodieken voor de screening worden door de Vlaamse Regering gevalideerd met het oog op kwaliteitsborging;
54° als uit het resultaat van de screening blijkt dat de jongere kan starten in het aanloopstructuuronderdeel, geeft die screening de invulling van de aanloopcomponent aan als vermeld in artikel 357/46;54° als uit het resultaat van de screening blijkt dat de jongere kan starten in het aanloopstructuuronderdeel, geeft die screening de invulling van de aanloopcomponent aan als vermeld in artikel 357/46;
65° als de klassenraad op basis van de screening beslist dat de jongere het aanloopstructuuronderdeel niet kan aanvatten, is die beslissing bindend voor de jongere en wordt hij uit het aanloopstructuuronderdeel uitgeschreven. 65° als de klassenraad op basis van de screening beslist dat de jongere het aanloopstructuuronderdeel niet kan aanvatten, is die beslissing bindend voor de jongere en wordt hij uit het aanloopstructuuronderdeel uitgeschreven. Indien de leerling, na uitschrijving uit het aanloopstructuuronderdeel, terugkeert naar de vorige school waar hij ingeschreven was voor de inschrijving in het aanloopstructuuronderdeel, mag een eventuele volzetverklaring of capaciteitsoverschrijding nooit op die leerling van toepassing zijn.
7In het eerste lid, 1° en 2°, wordt verstaan onder:7In het eerste lid, 1° en 2°, wordt verstaan onder:
81° arbeidsbereid: gemotiveerd om te leren en te participeren op de werkplek;81° arbeidsbereid: gemotiveerd om te leren en te participeren op de werkplek;
+2 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/50
1Bij de leerlingenevaluatie doet de klassenraad, naast de studievoortgang, eveneens uitspraak over de wenselijkheid tot verderzetting en invulling van de aanloopfase.1Bij de leerlingenevaluatie doet de klassenraad, naast de studievoortgang, eveneens uitspraak over de wenselijkheid tot verderzetting en invulling van de aanloopfase.
2Studievoortgang binnen een aanloopstructuuronderdeel of tussen aanloopstructuuronderdelen van hetzelfde standaardtraject is van rechtswege mogelijk op basis van het behalen van een afgewerkte set van beroepsgerichte competenties, ongeacht de voortgang in de algemeenvormende competenties.2Studievoortgang binnen een aanloopstructuuronderdeel of tussen aanloopstructuuronderdelen van hetzelfde standaardtraject is van rechtswege mogelijk op basis van het behalen van een afgewerkte set van beroepsgerichte competenties, ongeacht de voortgang in de algemeenvormende competenties.
3Voor een regelmatige leerling die zijn opleiding in de loop van of op het einde van het schooljaar beëindigt, beslist de klassenraad, na evaluatie, over de studiebekrachtiging. De studiebekrachtiging in aanloopstructuuronderdelen is gebaseerd op onderwijs- en beroepskwalificaties of op onderdelen ervan.3Voor een regelmatige leerling die zijn aanloopstructuuronderdeel in de loop van of op het einde van het schooljaar beëindigt, beslist de klassenraad, na evaluatie, over de studiebekrachtiging. De studiebekrachtiging in aanloopstructuuronderdelen is gebaseerd op beroepskwalificaties of op onderdelen ervan.
4Voor leerlingen op niveau van de tweede graad, ingeschreven in een aanloopstructuuronderdeel als vermeld in artikel 357/43, eerste lid, 1°, waarvoor gedurende het traject in de aanloopfase blijkt dat de overstap naar het bovenliggende structuuronderdeel "duaal" 2e graad niet mogelijk is, kan de klassenraad beslissen om de doelen van het bovenliggende structuuronderdeel "duaal" 2e graad na te streven in een kwalificerend traject op maat. De school moet deze noodzaak kunnen aantonen. Dit moet voorgelegd kunnen worden aan de onderwijsinspectie bij een doorlichting als bedoeld in artikel 36 tot en met 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Aan een leerling die voldoet aan de bepalingen uit dit lid, en die alle doelen behaalt van het bovenliggende structuuronderdeel "duaal" 2e graad, als vastgelegd in het standaardtraject, vermeld in artikel 357/7, kan de studiebekrachtiging uitgereikt worden zoals die is opgenomen in het standaardtraject van het duale structuuronderdeel.
4De Vlaamse Regering legt de lijst van studiebewijzen vast die uitgereikt kunnen worden in aanloopstructuuronderdelen.5De Vlaamse Regering legt de lijst van studiebewijzen vast die uitgereikt kunnen worden in aanloopstructuuronderdelen.
+1 −10 codex-secundair-onderwijs/art. 357/52
1§ 1. Voor de berekening van de financiering of subsidiëring in de vorm van:
21° het kader onderwijzend personeel op basis van een pakket uren-leraar;
32° het kader bestuurspersoneel, met uitzondering van het ambt van directeur, en het kader ondersteunend personeel op basis van een globale puntenenveloppe;
43° het werkingsbudget;
5zoals bepaald in respectievelijk deze codex en in het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, worden de aanloopstructuuronderdelen beschouwd als:
6a) voltijds gewoon secundair onderwijs: als de aanbieder een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs is;
7b) deeltijds beroepssecundair onderwijs: als de aanbieder een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs is;
8c) deeltijds beroepssecundair onderwijs: als de aanbieder een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen is.1Uitsluitend voor de financiering of subsidiëring in de vorm van personeelsomkadering van aanloopstructuuronderdelen als voltijds secundair onderwijs, ingericht door een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, gelden de berekeningsmodaliteiten van het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
9Artikel 357/26 tot en met 357/28 over de financiering of subsidiëring van duale structuuronderdelen, zijn ook van toepassing op aanloopstructuuronderdelen.
10§ 2. Als de aanbieder van een aanloopstructuuronderdeel een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs is, worden aanvullende werkingsmiddelen toegekend op basis van het aantal dagen dat jongeren binnen de fase arbeidsdeelname of de aanloopfase tijdens het voorafgaande schooljaar effectief gepresteerd hebben. De Vlaamse Regering legt de overeenkomstige financierings- of subsidiebedragen vast en kan bijkomende voorwaarden bepalen.
+2 −2 codex-secundair-onderwijs/art. 357/60
1De Vlaamse Regering legt de lijst van duale structuuronderdelen voor opleidingsvorm 4 vast en deelt die in in studiegebieden en onderwijsvormen van de tweede en de derde graad.1De Vlaamse Regering legt de lijst van duale structuuronderdelen voor opleidingsvorm 4 vast en deelt die in in studiegebieden en onderwijsvormen van de tweede en de derde graad.
2Duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 4 zijn voorbehouden voor scholen buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 4. Een duaal structuuronderdeel, met uitzondering van de Se-n-Se in opleidingsvorm 4, kan slechts georganiseerd worden als tijdens het schooljaar voorafgaand aan de programmatie van de duale opleiding een nauwverwante niet-duale opleiding wordt aangeboden in de school in kwestie.
2Duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 4 zijn voorbehouden voor scholen buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 4.
3De Vlaamse Regering legt de lijst van duale structuuronderdelen voor opleidingsvorm 3 vast en deelt die in in de kwalificatiefase en integratiefase.3De Vlaamse Regering legt de lijst van duale structuuronderdelen voor opleidingsvorm 3 vast en deelt die in in de kwalificatiefase en integratiefase.
4Duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 3 zijn voorbehouden voor scholen buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 3. Een duaal structuuronderdeel kan slechts georganiseerd worden als tijdens het schooljaar voorafgaand aan de programmatie van de duale opleiding een nauwverwante niet-duale opleiding wordt aangeboden in de school in kwestie.
4Duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 3 zijn voorbehouden voor scholen buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 3.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/62
97° de omvang van de werkplekcomponent;97° de omvang van de werkplekcomponent;
108° welke cluster van competenties of welke combinatie van clusters van competenties die een leerling met vrucht beëindigt, recht geeft op een studiebekrachtiging;108° welke cluster van competenties of welke combinatie van clusters van competenties die een leerling met vrucht beëindigt, recht geeft op een studiebekrachtiging;
119° de verwante niet-duale opleiding(en).
119° ...
12Een duaal structuuronderdeel kan modulair worden georganiseerd.12Een duaal structuuronderdeel kan modulair worden georganiseerd.
+1 −1 decreet-2008-07-10/art. 86
21° personeelsomkadering, zoals hierna bepaald;21° personeelsomkadering, zoals hierna bepaald;
32° het werkingsbudget als vermeld in de codificatie betreffende het secundair onderwijs;32° het werkingsbudget als vermeld in de codificatie betreffende het secundair onderwijs;
43° aanvullende werkingsmiddelen die worden toegekend op basis van het aantal dagen dat de jongeren effectief gepresteerd hebben binnen de fase arbeidsdeelname of de aanloopcomponent tijdens het voorafgaande schooljaar. De Vlaamse Regering legt de overeenkomstige financieringsof subsidiebedragen vast en kan bijkomende voorwaarden bepalen.
43° aanvullend werkingsbudget dat wordt berekend op basis van het aantal regelmatig ingeschreven leerlingen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs in het centrum op de teldatum van 1 februari van het voorafgaande schooljaar. Het bedrag dat toegekend wordt per leerling wordt bekomen door het beschikbare krediet te verdelen door het totaal aantal regelmatig ingeschreven leerlingen in de centra voor deeltijds onderwijs op dezelfde teldatum van 1 februari van het voorafgaande schooljaar. De Vlaamse Regering bepaalt het beschikbare krediet.
5§ 2. Voor de toepassing van de financierings- en subsidiëringsnormen geldt als datum voor de telling van het aantal jongeren dat in het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs is ingeschreven, 1 februari van het voorafgaande schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna als de voormelde datum op een vrije dag valt, met uitzondering van het in artikel 89, § 1, tweede lid, gestelde.5§ 2. Voor de toepassing van de financierings- en subsidiëringsnormen geldt als datum voor de telling van het aantal jongeren dat in het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs is ingeschreven, 1 februari van het voorafgaande schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna als de voormelde datum op een vrije dag valt, met uitzondering van het in artikel 89, § 1, tweede lid, gestelde.
6Als een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt opgericht door fusie van bestaande centra of door afsplitsing van een of meer vestigingsplaatsen van een bestaand centrum, of als een centrum toetreedt tot of uittreedt uit een scholengemeenschap, dan wordt voor de berekening van de financiering of subsidiëring, respectievelijk de fusie, de afsplitsing, de toetreding of de uittreding geacht op de voormelde datum te hebben plaatsgevonden. Als een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs niet langer verbonden is aan een instelling met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs en autonoom wordt, dan wordt die omschakeling geacht op de voormelde datum te hebben plaatsgevonden.6Als een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt opgericht door fusie van bestaande centra of door afsplitsing van een of meer vestigingsplaatsen van een bestaand centrum, of als een centrum toetreedt tot of uittreedt uit een scholengemeenschap, dan wordt voor de berekening van de financiering of subsidiëring, respectievelijk de fusie, de afsplitsing, de toetreding of de uittreding geacht op de voormelde datum te hebben plaatsgevonden. Als een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs niet langer verbonden is aan een instelling met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs en autonoom wordt, dan wordt die omschakeling geacht op de voormelde datum te hebben plaatsgevonden.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd