Artikel 103septiesdecies
§1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
- 1°een leersteuncentrum: een centrum als vermeld in artikel 20 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun;
- 2°een betrekking van ondersteuner: een betrekking die is opgericht op basis van de personeelsomkadering, vermeld in artikel 172quinquies en 172quinquies/1 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 314/8 en 314/9 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
- 3°een betrekking in het tijdelijke project van de prewaarborgregeling of waarborgregeling: een betrekking die is opgericht in het schooljaar 2015-2016 of 2016-2017 op basis van de personeelsomkadering, vermeld in artikel 172ter van het decreet basisonderwijs van 25 februari 2017 en artikel 314/6 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
§2. De diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een betrekking van ondersteuner of in het tijdelijke project van de prewaarborgregeling of waarborgregeling, gelden vanaf 1 september 2023 als diensten die zijn gepresteerd in een ambt van het leerondersteunend personeel in een leersteuncentrum.
§3. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 geldt voor een personeelslid dat uiterlijk op 30 juni 2023 aangesteld was in een betrekking van ondersteuner, en dat vanaf 1 september 2023 en uiterlijk op 15 november 2023 aangesteld wordt in een betrekking in het ambt van leerondersteuner in een leersteuncentrum, het volgende:
- 1°wie uiterlijk op 30 juni 2023 vastbenoemd is voor een ambt, is voor hetzelfde volume vastbenoemd voor het ambt van leerondersteuner, voor zover het leersteuncentrum dat ambt binnen de hem toegekende omkadering kan oprichten;
- 2°een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in een ambt die het personeelslid uiterlijk op 30 juni 2023 heeft, geldt voor ten minste hetzelfde volume voor het ambt van leerondersteuner waarin het personeelslid aangesteld wordt in een leersteuncentrum, voor zover het leersteuncentrum dat ambt binnen de hem toegekende omkadering kan oprichten.
Het personeelslid, vermeld in het eerste lid, 1°, moet op het ogenblik dat hij in een ambt van leerondersteuner vast benoemd wordt, voor het overeenkomstige volume van opdracht ontslag nemen in de school in het ambt van vaste benoeming.