§ flandrepo
12 regels · van kracht sinds 1 sep 2023

Artikel 46

§ 1. De inspectie bestaat voor minstens 35 % uit personeelsleden afkomstig uit instellingen die behoren tot het gemeenschapsonderwijs of het gesubsidieerd officieel onderwijs, en voor minstens 35 % uit personeelsleden afkomstig uit de instellingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs.

De afkomst wordt bepaald door de laatste instelling waar de kandidaat functioneert voor hij aangesteld wordt tot inspecteur en door de instelling waar de kandidaat de grootste opdracht heeft. Bij gelijke opdracht telt de instelling waarin het personeelslid de meeste dienstanciënniteit heeft.

§ 2. De inspectie bestaat voor :

  1. 1°minstens 40 % uit personeelsleden met relevante beroepservaring in het gewoon basisonderwijs;
  2. 2°minstens 26 % uit personeelsleden met relevante beroepservaring in het gewoon secundair onderwijs;
  3. 3°minstens 3 % uit personeelsleden met relevante beroepservaring in het volwassenenonderwijs of in de basiseducatie;
  4. 4°minstens 2 % van de personeelsleden met relevante beroepservaring inzake de coördinatie van leerlingenbegeleiding of in de CLB's;
  5. 5°minstens 2 % van de personeelsleden met relevante beroepservaring in het kunstonderwijs of in kunstvakken;
  6. 6°minstens 7 % van de personeelsleden met relevante beroepservaring in het buitengewoon onderwijs;
  7. 7°minstens 3% uit personeelsleden met relevante beroepservaring in het onderwijsinternaatsgebeuren.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt wat moet verstaan worden onder relevante beroepservaring.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de samenstelling van de inspectie, rekening houdend met de bepalingen, vermeld in § 1 en § 2.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd