Artikel 14octies
§1. Om de lokale besturen te ondersteunen bij het voeren van een inclusief lokaal gelijkekansenbeleid, kan de Vlaamse Regering een partnerorganisatie erkennen voor vijf jaar.
§2. Om erkend te worden en de erkenning te behouden, voldoet de partnerorganisatie aan al de volgende voorwaarden:
- 1°gevestigd zijn in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
- 2°expertise bezitten over het lokaal gelijkekansenbeleid;
- 3°ondersteunend werken voor lokale besturen;
- 4°bereid zijn de decretale opdracht uit te voeren ten aanzien van de lokale besturen in het Vlaamse Gewest, evenals de Vlaamse Gemeenschapscommissie als plaatsvervangend Vlaams lokaal bestuur;
- 5°een breed bereik hebben bij lokale besturen;
- 6°bereid zijn om nauw samen te werken met de Vlaamse overheid en de eigen activiteiten over het lokaal gelijkekansenbeleid af te stemmen op het beleid van de Vlaamse overheid;
- 7°bereid zijn om samen te werken met de andere organisaties die erkend of gefinancierd zijn door de Vlaamse overheid in het kader van het gelijkekansenbeleid, vermeld in artikel 5 en 6.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en bepaalt de procedure voor de erkenning van een partnerorganisatie als vermeld in het eerste lid.
Als de partnerorganisatie niet meer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan de Vlaamse Regering de erkenning intrekken.
§3. De partnerorganisatie, vermeld in paragraaf 1, vervult, met het oog op de ondersteuning van lokale besturen bij het voeren van een inclusief lokaal gelijkekansenbeleid, daarbij de volgende opdrachten:
- 1°informatie, kennis en expertise over het lokaal gelijkekansenbeleid verzamelen;
- 2°de informatie, kennis en expertise, vermeld in punt 1°, in bruikbare instrumenten voor de lokale besturen omzetten;
- 3°de informatie, kennis en expertise, vermeld in punt 1°, delen met de lokale besturen;
- 4°begeleiding en ondersteuning verzorgen aan lokale besturen voor het lokaal gelijkekansenbeleid.
De Vlaamse Regering kan de opdrachten, vermeld in het eerste lid, nader specificeren en uitbreiden.
Voor de praktische en concrete uitvoering van de opdrachten, vermeld in het eerste lid, sluit de partnerorganisatie, vermeld in paragraaf 1, voor vijf jaar een samenwerkingsovereenkomst met de Vlaamse Regering. De voormelde samenwerkingsovereenkomst omvat afspraken over de te realiseren opdrachten, vermeld in het eerste lid, met inbegrip van de strategische en operationele doelstellingen. Per operationele doelstelling worden een of meer indicatoren bepaald.
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in het derde lid.
§4. Binnen de beschikbare begrotingskredieten kan de Vlaamse Regering aan de erkende partnerorganisatie, vermeld in paragraaf 1, jaarlijks een algemene werkingssubsidie toekennen.
De subsidie, vermeld in het eerste lid, wordt toegekend op basis van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in paragraaf 3, derde lid.
Het bedrag van de werkingssubsidie, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks gekoppeld aan het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2, §1, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van ’s lands concurrentievermogen. De erkende partnerorganisatie, vermeld in paragraaf 1, kan een reserve aanleggen overeenkomstig artikel 75 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 en artikel 72 van het Besluit Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 17 mei 2019.
De werkingssubsidie, vermeld in het eerste lid, kan alleen aangewend worden voor niet-economische activiteiten. Uit de boekhouding van de erkende partnerorganisatie, vermeld in paragraaf 1, blijkt duidelijk welke kosten werden gemaakt voor economische activiteiten en welke kosten werden gemaakt voor niet-economische activiteiten. In de boekhouding worden de inkomsten opgesplitst in de ontvangen subsidie, andere ontvangen subsidies en eigen of andere inkomsten.
De Vlaamse Regering kan de nadere regels en modaliteiten bepalen voor de toekenning, de terugvordering en de verantwoording van de subsidie, vermeld in het eerste lid, de indiening van aanvragen en verantwoordingsstukken, de eenmalige gegevensopvraging en voor de onverenigbaarheden en de procedure voor de controle op de aanwending van de voormelde subsidie.