Artikel 253/59
§ 1. In geval van een weigering op basis van artikel 253/56, § 4, start het LOP een bemiddeling om een oplossing voor de geweigerde leerling te zoeken. Het LOP organiseert daartoe een bemiddelingscel, waarvan het de samenstelling en de werkingsprincipes bepaalt. In de volgende gevallen start het LOP een bemiddeling als de betrokken personen er uitdrukkelijk om verzoeken:
- 1°bij een weigering, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 1° ;
- 2°bij een weigering op basis van artikel 253/56, § 1, § 2 en § 3;
- 3°bij een ontbinding van de inschrijving, vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 4° ;
- 4°bij een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school, vermeld in artikel 253/36 en vermeld in artikel 253/58, eerste lid, 3°..
§ 2. Het LOP bemiddelt binnen tien kalenderdagen na het verzoek van de betrokken personen of na de afgifte van het weigeringsdocument, vermeld in artikel 253/57, §1, tussen de leerling en de betrokken personen en de schoolbesturen van de scholen binnen het werkingsgebied, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school. In geval van bemiddeling bij een ontbinding als vermeld in artikel 253/58, §1, 4°, betrekt het LOP ook de school die de weigering uitschreef. De bemiddeling schort de termijn van dertig kalenderdagen, vermeld in artikel 253/60, §1, tweede lid, op.
§ 3. Wanneer de bemiddeling van het LOP binnen de termijn, vermeld in paragraaf 2, niet resulteert in een definitieve inschrijving, wordt de CLR gevat om haar oordeel uit te spreken over de gegrondheid van de weigeringsbeslissing of de ontbinding van de inschrijving of de uitschrijving, conform artikel 253/60, § 2. De CLR formuleert dit oordeel binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen die ingaat de dag na het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 2.
Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of elektronisch verstuurd naar de betrokkenen.
§ 4. ...
§ 5. ...