Tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 #1440
Gemerged Vlaamse Regering voegde 2 artikels samen in vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013decreet · 10 oktober 2022 1 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet + Erratum
– Nr. 2: Amendement
21 oktober 2022 (2022-2023)
Amendementen
op het ontwerp van decreet
tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit
van 13 december 2013
ingediend op
verzendcode: FIN
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
INHOUD
Amendementen ..........................................................................................3
Bijlage 1: Ontwerpen van amendement .........................................................7
Bijlage 2: Advies van de Raad van State op de ontwerpen van amendement.....15
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door de Vlaamse Regering
Artikel 21/1 (nieuw)
Een artikel 21/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“Art. 21/1. In artikel 2.9.4.2.12, §2, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 2018 en het laatst gewijzigd bij het decreet van
23 december 2021, worden de woorden “twee jaar” vervangen door de woorden
“drie jaar”.”.
VERANTWOORDING
Met voorliggende bepalingen wordt een aanpassing voorgesteld aan de regeling betreffende de zogenaamde tolerantie van het ‘causaal verband’.
In deze tolerantie werd decretaal voorzien bij de verlaagde tarieven van artikel 2.9.4.2.11, 2.9.4.2.12
en 2.9.4.2.14 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF). Deze tarieven hebben als gemeenschappelijk
uitgangspunt dat ze bedoeld zijn voor de aankoop van de ‘enige’ woning van de koper(s). Om die reden
werd in een uitsluitingsregel voorzien: om voor de bovenvermelde tarieven in aanmerking te komen,
mag de verkrijger op datum van de authentieke aankoopakte niet voor de geheelheid volle eigenaar zijn
van een andere woning of bouwgrond.
Een verkrijger die onder de uitsluitingsregel valt, kan evenwel onmiddellijk aanspraak maken op deze
verlaagde tarieven als hij de decretaal verankerde tolerantie voor causaal verband inroept. In dat geval
wordt er geen rekening gehouden met het verhinderend bezit indien de betrokken koper(s) er zich in
de authentieke aankoopakte toe verbind(t)en de verhinderende woning of bouwgrond volledig en onder
bezwarende titel te vervreemden binnen een termijn van twee jaar en aantonen dat er een causaal
verband bestaat tussen de vervreemding en de verkrijging van de nieuwe woning.
Deze tolerantie werd vroeger, buiten iedere wettekst om, administratief aanvaard bij aankoop van een
‘bescheiden’ woning met toepassing van het zogenaamde ‘klein beschrijf’. Ze was gestoeld op een
‘gunstige interpretatie’ van artikel 54 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
(W.Reg). De termijn tussen de aankoop van de nieuwe woning en de verkoop van de oude woning was
toen op twee jaar bepaald (zie standpunt nr. 15102 van 16 juni 2015). Gelet op het feit dat het evenwel een louter administratieve tolerantie betrof, was ze niet afdwingbaar voor de rechtbank. Door het
decreet van 19 december 2014 tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013
werd de administratieve tolerantie dan ook decretaal verankerd, waarbij de termijn tussen de aankoop
van de nieuwe woning en de verkoop van de oude woning evenwel werd beperkt tot één jaar. In het
decreet van 18 mei 2018, dat voorzag in de introductie van de bovenvermelde verlaagde tarieven voor
de enige woning, werd de regeling voor causaal verband integraal overgenomen. Met het Programmadecreet van 23 december 2021 bij de begroting 2022 (Parl.St. Vl.Parl. 2021-22, nr 986/1-10)werd de
termijn van het causaal verband voor de bovenvermelde gunsttarieven eenvormig verlengd van één
jaar tot twee jaar.
Uit een bevraging van tal van direct betrokken actoren blijkt evenwel dat deze termijn bij de toepassing
van artikel 2.9.4.2.12 en artikel 2.9.4.2.14, VCF, vaak nog te kort is, waardoor er voor de koper moeilijke situaties dreigen te ontstaan.
Om het tarief van 2.9.4.2.12, VCF, te genieten, is vereist dat de verkrijger een verbintenis aangaat om
op het aangekochte goed een ingrijpende energetische renovatie (IER) (artikel 1.1.1, §2, 50°, van het
Energiebesluit van 19 november 2010) of een sloop en (gedeeltelijke) herbouw (artikel 1.1.1, §2, 46/2°
en 47/2°, van het voormelde besluit) uit te voeren. De verkrijger van het tarief van 2.9.4.2.14, VCF,
moet zich er op zijn beurt toe verbinden om minstens het bedrag van het fiscale voordeel te investeren
in beheersmaatregelen, werken of diensten die kaderen in het behoud of de herwaardering van het
beschermde monument.
De werken die gepaard gaan met enerzijds een IER of sloop en herbouw en anderzijds een onroerend
erfgoed, zijn vrij verregaand. Daarnaast vergt het ook de nodige tijd om de administratie en de werken
in de praktijk uitgevoerd te krijgen. Daarbij kan gedacht worden aan onder andere het verkrijgen van
een omgevingsvergunning, het verkrijgen van de nodige materialen enzovoort. Dit is dan ook de reden
waarom enkele jaren geleden voor de toepassing van deze verlaagde tarieven al in langere domicilietermijnen werd voorzien. Er wordt nu besloten om ook de termijn waarbinnen het verhinderend onroerend
bezit moet worden vervreemd, beter af te stemmen op de praktijk en die met één jaar te verlengen. De
voorwaarde van het causaal verband blijft evenwel ongewijzigd behouden.
In navolging van het advies van de Raad van State van 13 oktober 2022 met het nummer 72.170/3,
wordt nader verduidelijkt waarom de werken in geval van toepassing van artikel 2.9.4.2.14, VCF, eveneens van die aard zijn dat ze een termijnverlenging verantwoorden. Ook voor de toepassing van artikel
2.9.4.2.14, VCF, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Om van het verlaagde tarief gebruik te kunnen maken, moeten de verkrijgers het fiscale voordeel dat ze hebben genoten door de toepassing van het verlaagde tarief, binnen vijf jaar vanaf de datum van de authentieke akte investeren in
beheermaatregelen, werken of diensten die noodzakelijk zijn voor het behoud of de herwaardering van
erfgoedkenmerken en -elementen van het beschermde monument. Voormelde maatregelen moeten bovendien in een goedgekeurd …