| | 1 | In afwijking van artikel 6 komen ook de onderstaande categorieën van personen in aanmerking voor de vergoeding, vermeld in artikel 6, § 1: |
| | 2 | 1° de natuurlijke personen die hun hoofdverblijfplaats hebben in het Vlaamse Gewest, maar die buiten België tewerkgesteld zijn en daar terechtkomen in een vergelijkbare toestand van tijdelijke werkloosheid als vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid; |
| | 3 | 2° de natuurlijke personen die hun hoofdverblijfplaats hebben buiten België, hetzij in een andere lidstaat van de Europese Unie, hetzij in een andere staat van de Europese Economische Ruimte, hetzij in Zwitserland, maar die in het Vlaamse Gewest tewerkgesteld zijn en die terechtkomen in een toestand van tijdelijke werkloosheid als vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid; |
| | 4 | 3° de zeevarenden die zijn ingeschreven op de lijst, vermeld in artikel 1bis, 1°, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij, die hun hoofdverblijfplaats hebben in het Vlaamse Gewest en die ten gevolge van de COVID-19-maatregelen wachtgeld ontvangen overeenkomstig titel III van het koninklijk besluit van 9 april 1965 betreffende de Pool van de zeelieden ter koopvaardij; |
| | 5 | 4° de zeevarenden die zijn ingeschreven op de lijst, vermeld in artikel 1bis, 1°, van dezelfde besluitwet, die worden tewerkgesteld door een rederij met exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest maar hun hoofdverblijfplaats buiten België hebben, hetzij in een andere lidstaat van de Europese Unie, hetzij in een andere staat van de Europese Economische Ruimte, hetzij in Zwitserland, en die ten gevolge van de COVID-19-maatregelen wachtgeld ontvangen overeenkomstig titel III van het koninklijk besluit van 9 april 1965 betreffende de Pool van de zeelieden ter koopvaardij. |
| | 6 | Om voor de vergoeding, vermeld in artikel 6, § 1, in aanmerking te komen, dienen de natuurlijke personen, vermeld in het eerste lid, een elektronische aanvraag in bij het Departement Financiën en Begroting. Die aanvraag bevat de nodige bewijsstukken die aantonen dat de aanvrager zich in een toestand als vermeld in het eerste lid bevindt. Het Departement Financiën en Begroting betaalt de vergoeding pas uit nadat het geverifieerd heeft dat de aanvrager voldoet aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid. De elektronische aanvraag wordt ingediend uiterlijk vier maanden na het verstrijken van de civiele noodsituatie. |
| | 7 | De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, afgekort RSZ, bezorgt tijdens de periode, vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid, aan het Departement Financiën en Begroting een bestand met de gegevens van de natuurlijke personen die zich in een toestand als vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, bevinden. Dat bestand wordt ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, vermeld in de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. |
| | 8 | Om na te gaan of de aanvragers zich in een toestand als vermeld in het eerste lid, 3°, bevinden of om de juistheid van de verstrekte gegevens na te gaan, doet het Departement Financiën en Begroting een beroep op het Rijksregister van de natuurlijke personen om toegang te krijgen tot de gegevens die noodzakelijk zijn om die controle mogelijk te maken. De toegang tot die gegevens kan ook worden gebruikt in het kader van de verdere afhandeling van de aanvraag. |
| | 9 | Om na te gaan of de aanvragers zich in een toestand als vermeld in het eerste lid, 4°, bevinden of om de juistheid van de verstrekte gegevens na te gaan, doet het Departement Financiën en Begroting een beroep op de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid om toegang te krijgen tot de gegevens die noodzakelijk zijn om die controle mogelijk te maken. De toegang tot die gegevens kan ook worden gebruikt in het kader van de nazorg van de aanvraag. |
| | 10 | Het opvragen van de gegevens, het nagaan van de juistheid van die gegevens en het gebruik ervan in kader van de verdere afhandeling van de aanvraag gebeuren in overeenstemming met de regelgeving met betrekking tot de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is gespecificeerd. |
| | 11 | De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen voor de aanvraagprocedure en voor de bewijsstukken die nodig zijn om de vergoeding te kunnen ontvangen. |