§ flandrepo
42 regels · van kracht sinds

Artikel 3

In dit decreet wordt verstaan onder:

  1. 1°algemene verordening gegevensbescherming: de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
  2. 2°bedwelming: iedere bewust gebruikte methode die een dier pijnloos in een staat van bewusteloosheid en gevoelloosheid brengt, met inbegrip van methodes die onmiddellijk de dood tot gevolg hebben;
  3. 3°departement: het Departement Omgeving;
  4. 4°dierenasiel: een inrichting die beschikt over de gepaste uitrusting om onderdak en nodige zorgen te verschaffen aan afgestane, verloren, achter-gelaten, verwaarloosde, in beslag genomen of verbeurdverklaarde dieren;
  5. 5°dierenpension: een inrichting waar gedurende beperkte tijd en tegen vergoeding, onderdak en nodige zorgen worden verleend aan honden en katten die door hun eigenaar zijn toevertrouwd;
  6. 6°dierentuin: elke inrichting die voor het publiek toegankelijk is waar levende dieren van niet-gedomesticeerde soorten worden gehouden om te worden tentoongesteld, met inbegrip van dierenparken, safariparken, dolfinaria, aquaria en gespecialiseerde verzamelingen, evenwel met uitzondering van circussen, rondreizende tentoonstellingen en handelszaken voor dieren of andere inrichtingen die de Vlaamse Regering aanwijst;
  7. 7°dierproef: elke al dan niet invasieve handeling ten aanzien van een dier voor experimentele of andere wetenschappelijke doeleinden, waarvan het resultaat bekend of onbekend is, of voor onderwijskundige doeleinden die bij het dier evenveel, of meer, pijn, lijden, angst of blijvende schade kan veroorzaken als het inbrengen van een naald volgens goed diergeneeskun-dig vakmanschap. Dit omvat iedere handeling waarvan het doel of het mogelijke gevolg de geboorte of het uit het ei breken van een dier is, dan wel het in een dergelijke toestand brengen en houden van een genetisch gemodificeerde dierenvariëteit, maar omvat niet het doden van dieren met als enig doel het gebruik van hun organen of weefsels;
  8. 8°doden: iedere bewust gebruikte methode die resulteert in de dood van een dier;
  9. 9°dwangvoedering: het onder dwang toedienen van voeder of drinken;
  10. 10°fokker: elke natuurlijke persoon of elke rechtspersoon die dieren fokt die de Vlaamse Regering bepaalt om hen te gebruiken in proeven of hun weefsels of organen voor wetenschappelijke doeleinden te gebruiken, of die hoofdzakelijk voor die doeleinden andere dieren fokt, al dan niet met winstoogmerk;
  11. 10°/1gastgezin: een natuurlijke persoon die op initiatief van een dierenasiel dieren opvangt op een andere plaats dan in het dierenasiel zelf;
  12. 11°gebruiker: elke natuurlijke persoon of elke rechtspersoon die, al dan niet met winstoogmerk, dieren in dierproeven gebruikt;
  13. 12°handelszaak voor dieren: inrichting, met uitzondering van het landbouwbedrijf en van het opleidingscentrum voor interventiehonden en al dan niet toegankelijk voor het publiek, waar dieren worden gehouden met het doel om ze te verhandelen;
  14. 13°hondenkwekerij: een inrichting waarin teven voor de kweek worden gehouden en honden worden verhandeld uit eigen nesten of nesten van andere kwekerijen;
  15. 14°inrichting: elke installatie, elk gebouw, elke groep van gebouwen of elk ander pand, met inbegrip van ruimten die niet volledig zijn afgeperkt of overdekt, en ook verplaatsbare voorzieningen;
  16. 15°interventiehond: een hond die getraind is of getraind wordt om te worden ingezet door het leger, de politie, de operationele diensten van de civiele veiligheid, of ondernemingen of diensten die vergund zijn met toepassing van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid;
  17. 16°kattenkwekerij: een inrichting waarin kattinnen voor de kweek worden gehouden en katten worden verhandeld uit eigen nesten of nesten van andere kwekerijen;
  18. 17°landcommissie: een landcommissie als vermeld in artikel 2.2.1 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting;
  19. 18°leverancier: elke natuurlijke persoon of elke rechtspersoon die geen fokker is en die dieren levert voor gebruik in proeven of voor het gebruik van hun weefsels of organen voor wetenschappelijke doeleinden, al dan niet met winstoogmerk;
  20. 19°markt: voor het publiek toegankelijke plaats waar verzamelingen van dieren worden gehouden met het doel ze te verhandelen;
  21. 20°opleidingscentrum voor interventiehonden: een inrichting waar honden worden opgeleid tot interventiehonden met het doel ze als interventiehond te verhandelen;
  22. 21°opvangcentrum voor uitheemse wilde dieren in nood: gespecialiseerd opvangcentrum voor verloren, achtergelaten, verwaarloosde of in beslag genomen wilde uitheemse dieren in nood, die er in regel permanent ver-blijven en permanente verzorging krijgen, en dat ook toegankelijk is voor bezoekers;
  23. 22°pelsdier: een dier dat is gehouden met als hoofddoel om het te doden om de pels te verkrijgen;
  24. 23°proefdieren:
  25. a)de levende koppotigen die worden gebruikt of bestemd zijn om te worden gebruikt in dierproeven, of die specifiek worden gehouden op-dat hun organen of weefsels voor wetenschappelijke doeleinden kun-nen worden gebruikt;
  26. b)de levende niet-menselijke gewervelden die worden gebruikt of be-stemd zijn om te worden gebruikt in dierproeven, of die specifiek wor-den gehouden opdat hun organen of weefsels voor wetenschappelijke doeleinden kunnen worden gebruikt, met inbegrip van hun zich zelf-standig voedende larvale vormen, en ook foetale vormen van zoogdie-ren met ingang van het laatste derde deel van hun normale ontwikke-ling;
  27. c)dieren die in dierproeven gebruikt worden en die zich in een vroeger ontwikkelingsstadium bevinden dan een ontwikkelingsstadium als vermeld in punt b), als die dieren voorbij dat ontwikkelingsstadium in leven moeten blijven en door de uitgevoerde dierproeven gevaar lopen om na het bereiken van dat stadium pijn, lijden, angst of blijvende schade te ondervinden;
  28. 24°proefleider: elke persoon die de leiding heeft over een dierproef;
  29. 25°project: elk werkprogramma met een welomschreven wetenschappelijk doel dat een of meer dierproeven omvat;
  30. 26°slachten: het doden van dieren die bestemd zijn voor menselijke consumptie;
  31. 27°slachthuis: elke voor het slachten van landdieren gebruikte inrichting die onder verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoor-schriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong valt;
  32. 28°tentoonstelling: een verzameling van dieren die gehouden wordt met het doel de eigenschappen van de dieren te laten beoordelen en vergelijken of ze voor educatieve doelen voor te stellen en waarvan het hoofddoel niet van handelsaard is;
  33. 29°verantwoordelijke: de natuurlijke persoon, eigenaar of houder van een dier, die er gewoonlijk een onmiddellijk beheer of toezicht op uitoefent;
  34. 30°verhandelen:
  35. a)in de handel brengen;
  36. b)te koop aanbieden;
  37. c)ruilen;
  38. d)verkopen;
  39. e)ten kosteloze of bezwarende titel afstaan;
  40. f)houden, verwerven, vervoeren of tentoonstellen met het oog op de verkoop;
  41. 31°wedstrijd: een evenement waarbij dieren in een competitief verband beoordeeld en gerangschikt worden op basis van uiterlijke kenmerken, gedrag, kracht, snelheid en/of behendigheid.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd