§ flandrepo
22 regels · van kracht sinds 10 jun 2024

Artikel 7

§1. Het belastingreglement kan aan de belastingplichtige opleggen om aangifte te doen van gegevens op basis waarvan de belasting vastgesteld wordt.

Het belastingreglement vermeldt de uiterste datum voor de indiening van de aangifte.

Het lokaal of provinciaal bestuur kan, met toepassing van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, de mogelijkheid aanbieden om via elektronische weg belastingaangiften in te dienen.

Als de aangifte, vermeld in het eerste lid, verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

§2. De bevoegde overheid kan een voorstel van aangifte voorleggen aan de belastingplichtige, op basis van de gegevens uit eerdere aangiftes. Als de belastingplichtige geen opmerkingen bij het voorstel indient voor de aangiftedatum, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, is verstreken, geldt het voorstel als een regelmatige aangifte.

Als de opmerkingen, vermeld in het eerste lid, verzonden worden via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van hun indiening.

§3. Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, kan de bevoegde overheid de belasting ambtshalve vestigen, op basis van de gegevens waarover ze beschikt.

Voordat de belasting conform het eerste lid ambtshalve wordt gevestigd, brengt de bevoegde overheid of het personeelslid dat daarvoor is aangesteld conform artikel 5, de belastingplichtige aangetekend op de hoogte van:

  1. 1°de redenen waarom ze die procedure toepast;
  2. 2°de elementen waarop de belasting is gebaseerd en de wijze van bepaling van die elementen;
  3. 3°het bedrag van de belasting.

Als de belastingplichtige ingestemd heeft met de elektronische uitwisseling van fiscale berichten, met toepassing van paragraaf 1, derde lid, of artikel 4, §3, derde lid, is aan het vereiste van het aangetekend schrijven, vermeld in het tweede lid, voldaan als bewijs geleverd kan worden van het tijdstip van de elektronische verzending.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in het tweede en derde lid, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving. Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt de kennisgeving geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop ze toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

De belasting mag niet worden gevestigd voor de termijn, vermeld in het vierde lid, verstreken is, behalve als de rechten van de provinciale of gemeentelijke thesaurie in gevaar verkeren door een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen. De belastingplichtige levert het bewijs van de correctheid van de elementen die hij inroept.

Als de opmerkingen, vermeld in het vierde lid, verzonden worden via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van hun indiening.

In afwijking van de aanslagtermijn, vermeld in artikel 4, §2, kunnen ambtshalve gevestigde belastingen geldig worden ingekohierd binnen drie jaar vanaf 1 januari van het aanslagjaar. De voormelde termijn van drie jaar wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van het belastingreglement met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

§4. Het belastingreglement kan bepalen dat de ambtshalve gevestigde belastingen worden verhoogd met een bedrag dat vastgelegd wordt of berekend wordt op de wijze, vermeld in het belastingreglement. Het bedrag van de voormelde belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve gevestigde belasting ingekohierd en ingevorderd en bedraagt maximaal het dubbele van de ambtshalve gevestigde belasting.

De bevoegde overheid of het personeelslid dat daarvoor is aangesteld conform artikel 5, deelt de belastingverhoging, vermeld in het eerste lid, mee in het bericht, vermeld in paragraaf 3, tweede lid. Het voormelde bericht vermeldt ook de volgende elementen:

  1. 1°de toepasselijke bepalingen in het belastingreglement;
  2. 2°de manier waarop de belastingplichtige de aangifteplicht heeft geschonden;
  3. 3°de manier waarop de verhoging door de bevoegde overheid is aangerekend of berekend.

Elke persoon die gehouden is tot betaling van de belastingverhoging, vermeld in het eerste lid, kan bij de bevoegde overheid een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de belastingverhoging indienen. De bevoegde overheid beslist over het verzoek tot vrijstelling of vermindering van de belastingverhoging wanneer deze niet meer onderhevig is aan het bezwaar, vermeld in artikel 9, of enig rechterlijk beroep. De bevoegde overheid kan de belastingverhoging kwijtschelden of verminderen als persoonlijke en feitelijke omstandigheden eigen aan het geval dat redelijk verantwoorden en de belastingplichtige blijk geeft van goede trouw.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd