Tot wijziging van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp en binnen het kader van het decreet betreffende het jeugddelinquentierecht en tot wijziging van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp #2017
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 28 mrt 2024. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Definities In dit decreet wordt verstaan onder: | ||
| 2 | 1° afzondering: het verblijf van een persoon in een individuele afzonderingskamer die daarvoor speciaal is ingericht of het verblijf van een persoon in een ander lokaal voor één persoon dat de persoon niet zelfstandig kan verlaten; | ||
| 3 | 2° afzonderingskamer: een specifieke, veilig ingerichte, hoog beveiligde ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten; | ||
| 4 | 3° algemene verordening gegevensbescherming: de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); | ||
| 5 | 4° buitengerechtelijke jeugdhulp: jeugdhulp die wordt verstrekt zonder interventie van een rechterlijke beslissing; | ||
| 6 | 5° Commissie van toezicht: de Commissie van toezicht voor jeugdinstellingen, die werd opgericht op basis van artikel 16 van het decreet van 15 juli 1997 houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris en houdende oprichting van een Commissie van toezicht met betrekking tot voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren; | ||
| 7 | 6° context: het sociale netwerk rond de minderjarige en rond de ouders van die minderjarige en, in voorkomend geval, de opvoedingsverantwoordelijken van die minderjarige, dat afhankelijk van de hulpvraag van die personen van betekenis is. Het sociale netwerk omvat ook steunfiguren; | ||
| 8 | 7° decreet Integrale Jeugdhulp: het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp; | ||
| 9 | 8° dossier: alle gegevens die op een systematische wijze met betrekking tot een minderjarige worden verzameld en bijgehouden; | ||
| 10 | 9° fixatie: elke handeling of elk gebruik van materiaal of medicatie die de bewegingsvrijheid van personen beperkt, verhindert of belemmert, waarbij de personen niet zelfstandig hun bewegingsvrijheid kunnen herwinnen; | ||
| 11 | 10° gegevens over gezondheid: de gegevens over gezondheid, vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming; | ||
| 12 | 11° gemeenschapsinstelling: een gemeenschapsinstelling als vermeld in artikel 2, | ||
| 13 | 4°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht; | ||
| 14 | 12° gerechtelijke jeugdhulp: jeugdhulp die wordt opgelegd bij een rechterlijke beslissing; | ||
| 15 | 13° jeugdhulp: het geheel van de jeugdhulpverlening, alsook de indicatiestelling en de jeugdhulpregie die worden verricht door en voor de toegangspoort, en de opdrachten die worden uitgevoerd door de gemandateerde voorzieningen, vermeld in artikel 2, §1, 17°, van het decreet Integrale Jeugdhulp; | ||
| 16 | 14° jeugdhulpaanbieder: een persoon of een voorziening die jeugdhulpverlening aanbiedt als vermeld in artikel 3 van het decreet Integrale Jeugdhulp en een voorziening als vermeld in artikel 2, 6°, a) en d), van het decreet van 15 juli 1997 houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris en houdende oprichting van een Commissie van toezicht met betrekking tot voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren; | ||
| 17 | 15° jeugdhulpverlener: een persoon die of een team dat binnen een jeugdhulpvoorziening belast is met het verstrekken van jeugdhulpverlening; | ||
| 18 | 16° jeugdhulpverlening: de hulp- en zorgverlening die zich richt tot minderjarigen of tot minderjarigen en hun ouders, hun opvoedingsverantwoordelijken en/ of personen uit hun leefomgeving als vermeld in artikel 2, §1, 30°, van het decreet Integrale Jeugdhulp; | ||
| 19 | 17° jeugdhulpvoorziening: een voorziening die jeugdhulpverlening aanbiedt als vermeld in artikel 3 van het decreet Integrale Jeugdhulp en een voorziening als vermeld in artikel 2, 6°, a) en d), van het decreet van 15 juli 1997 houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris en houdende oprichting van een Commissie van toezicht met betrekking tot voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren; | ||
| 20 | 18° minderjarige: elke natuurlijke persoon jonger dan 18 jaar; | ||
| 21 | 19° niet-begeleide minderjarige vreemdeling: elke minderjarige, die valt onder de toepassing van titel XIII, hoofdstuk 6, van de programmawet (I) van 24 december 2002; | ||
| 22 | 20° ondersteuningscentrum Jeugdzorg: een orgaan als vermeld in artikel 33 van het decreet Integrale Jeugdhulp; | ||
| 23 | 21° opvoedingsverantwoordelijken: de natuurlijke personen, andere dan de ouders, die de minderjarige op duurzame wijze in feite onder hun bewaring hebben of bij wie de minderjarige geplaatst is door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid; | ||
| 24 | 22° ouders: de personen die titularis zijn van het ouderlijk gezag of, bij ontstentenis van deze personen, de wettelijke vertegenwoordiger; | ||
| 25 | 23° residentiële jeugdhulpverlening: jeugdhulpverlening met een verblijfscomponent waar een minderjarige aan toevertrouwd wordt; | ||
| 26 | 24° sanctie: de maatregel die genomen wordt binnen de semiresidentiële jeugdhulpverlening, residentiële jeugdhulpverlening of de gemeenschapsinstelling ten aanzien van de minderjarige naar aanleiding van regel- en normoverschrijdend gedrag, als de situatie gede-escaleerd is. Met deze maatregel wordt niet de sanctie bedoeld die kan worden opgelegd door de jeugdrechtbank, vermeld in artikel 2, 19°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht; | ||
| 27 | 25° sector: een bevoegdheidsdomein dat geregeld wordt door regelgeving als vermeld in artikel 3, §1, van het decreet Integrale Jeugdhulp, of toepasselijk verklaard krachtens artikel 3, §2, van dat decreet; | ||
| 28 | 26° semiresidentiële jeugdhulpverlening: collectieve dagondersteuning zonder overnachting; | ||
| 29 | 27° sociale dienst: de Sociale Dienst Jeugdrechtbank, vermeld in artikel 56 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp; | ||
| 30 | 28° toegangspoort: een orgaan als vermeld in artikel 17 van het decreet Integrale Jeugdhulp; | ||
| 31 | 29° Vlaams detentiecentrum: een instelling of afdeling van de gemeenschapsinstelling, bevoegd voor de uitvoering van de voorlopige hechtenis of de gevangenisstraf ten aanzien van uit handen gegeven jongeren tot de maximale leeftijd van 23 jaar op basis van artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 tot inrichting van de gemeenschapsinstellingen en tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet betreffende het jeugddelinquentierecht; | ||
| 32 | 30° voorziening met mandaat tot geslotenheid: het Vlaams detentiecentrum, een gemeenschapsinstelling of een voorziening die erkend is op basis van artikel 15 of 27/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp die onder toezicht staat van de Commissie van toezicht; | ||
| 33 | 31° vrijheidsbeperkende maatregelen: alle maatregelen die een beperking van de keuzevrijheid of de bewegingsvrijheid of contact met de buitenwereld van de minderjarige inhouden. Deze maatregelen kunnen worden toegepast door een voorziening en verschillen van de maatregelen die kunnen worden opgelegd door de jeugdrechtbank zoals omschreven in artikel 48 of 49 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp en de maatregelen, sancties of reacties zoals omschreven in artikel 2 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Het belang van de minderjarige vormt de belangrijkste overweging bij het verlenen van jeugdhulp. | 1 | Belang van de minderjarige Het belang van de minderjarige vormt de belangrijkste overweging en vereist dat de minderjarige gepaste bescherming en zorg krijgt. |
| 2 | Bij het vaststellen en het toepassen van het belang van de minderjarige wordt rekening gehouden met de mening van de minderjarige na dialoog als vermeld in artikel 16. | ||
| 2 | Het belang van de minderjarige wordt vastgesteld in dialoog met de minderjarige zelf. Aan de mening van de minderjarige wordt passend gevolg gegeven, rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit. Bij de vaststelling van het belang van de minderjarige is tevens respect vereist voor de mening en voor de verantwoordelijkheden van de ouders. | 3 | Bij het vaststellen en toepassen van het belang van de minderjarige wordt ook ten minste rekening gehouden met de identiteit van de minderjarige, diens fysieke en emotionele noden, het belang van het netwerk voor de minderjarige, de veiligheid en gezondheid van de minderjarige, de individuele kwetsbaarheid van de minderjarige en de ontwikkelingskansen voor de minderjarige. |
| 4 | Bij de vaststelling van het belang van de minderjarige is ook respect vereist voor de mening en voor de verantwoordelijkheden van de ouders, indien zij nog het ouderlijk gezag, vermeld in artikel 372 van het oud Burgerlijk Wetboek, uitoefenen over de minderjarige, of, in voorkomend geval, andere wettelijke vertegenwoordigers. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Binnen het beschikbare jeugdhulpaanbod heeft de minderjarige recht op jeugdhulp, zoals bepaald in artikel 6 van het decreet integrale jeugdhulp. | 1 | Recht op jeugdhulp Binnen het beschikbare jeugdhulpaanbod heeft de minderjarige recht op jeugdhulp op maat als vermeld in artikel 6 van het decreet Integrale Jeugdhulp. De jeugdhulp en het aanbod in het kader van het jeugddelinquentierecht, vermeld in artikel 3, |
| 2 | §1, omvatten ook afsluiting en nazorg. In de jeugdhulp en het aanbod in het kader van het jeugddelinquentierecht, vermeld in artikel 3, §1, heeft de minderjarige het recht om zo gewoon mogelijk op te groeien. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Recht op informatie | ||
| 2 | §1. De minderjarige heeft recht op duidelijke, toereikende, begrijpelijke en ondersteunende informatie op maat over diens begeleidingstraject, over de jeugdhulp en over alle zaken die daarmee verband houden en in voorkomend geval over het aanbod in het kader van het jeugddelinquentierecht, vermeld in artikel 3, §1, met inbegrip van de rechten van minderjarigen geregeld in dit decreet. | ||
| 3 | §2. Bij de opstart van en tijdens het verblijf in de residentiële jeugdhulpverlening of in een gemeenschapsinstelling of het Vlaams detentiecentrum heeft de minderjarige recht op een open dialoog waarin besproken wordt waarom de minderjarige in de jeugdhulpvoorziening of in pleegzorg verblijft, op welke wijze het leven er georganiseerd wordt, welke regels en afspraken er zijn en op welke wijze daarmee wordt omgegaan. | ||
| 4 | Conform paragraaf 1 krijgen de minderjarigen bij de opstart van het verblijf informatie over hun rechten, en in het bijzonder over: | ||
| 5 | 1° het recht om met hun vertrouwenspersoon en in voorkomend geval hun advocaat te communiceren; | ||
| 6 | 2° de rol van het personeel of de pleegzorgers; | ||
| 7 | 3° de klachtmechanismes. | ||
| 8 | In een gemeenschapsinstelling en het Vlaams detentiecentrum betreft de informatie, vermeld in dit artikel, ook het recht om hoger beroep aan te tekenen tegen de plaatsingsbeslissing. | ||
| 9 | Als persoonsgegevens verwerkt worden met cameratoezicht of andere methoden van toezicht die een belangrijke inbreuk op de privacy inhouden, wordt de minderjarige voorafgaand en in duidelijke en eenvoudige taal geïnformeerd over de modaliteiten van het voormelde toezicht, met behoud van de toepassing van de bepalingen van deze afdeling, afdeling 5 en indien van toepassing, de wetgeving over de regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s. De minderjarige wordt minstens geïnformeerd over de duurtijd van de verwerking en het recht op toegang tot, inzage in en aanpassing van de opnames. | ||
| 10 | Jeugdhulpvoorzieningen die vrijheidsbeperkende maatregelen toepassen, nemen de mogelijke vrijheidsbeperkende afspraken door, met in het bijzonder de afspraken over afzondering en fixatie, vermeld in artikel 28/1 tot en met 28/6. | ||
| 11 | Na de dialoog, vermeld in het eerste lid, ontvangt de minderjarige documentatie waarin de informatie, vermeld in dit artikel, toegankelijk wordt beschreven en op regelmatige tijdstippen in de loop van het traject van de minderjarige wordt herhaald. | ||
| 12 | Een voorziening met mandaat tot geslotenheid geeft de minderjarige bij opname de informatie die door de Commissie van Toezicht ter beschikking wordt gesteld. | ||
| 13 | §3. In het belang van de minderjarige, vermeld in artikel 5, kan worden beslist om de minderjarige niet te informeren over bepaalde zaken met betrekking tot de minderjarige of de context van de minderjarige. Een dergelijke beslissing wordt gemotiveerd en in het dossier van de minderjarige opgenomen. De vertrouwenspersoon, vermeld in artikel 24, heeft het recht om over de voormelde zaken geconsulteerd en geïnformeerd te worden. |
| 1 | De communicatie met de minderjarige verloopt in een voor hem begrijpelijke taal, afgestemd op zijn leeftijd en maturiteit . De Vlaamse regering bepaalt hoe dit recht wordt nageleefd ten aanzien van anderstalige minderjarigen. | 1 | Recht op begrijpelijke en ondersteunde communicatie De communicatie met de minderjarige verloopt in een begrijpelijke en als dat nodig is een ondersteunde taal, die is afgestemd op de leeftijd, maturiteit en ontwikkeling van de minderjarige. De Vlaamse Regering bepaalt op welke wijze het voormelde recht wordt nageleefd ten aanzien van anderstalige minderjarigen. |