Tot wijziging van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, het decreet van 12 juli 2013 houdende toekenning van subsidies voor gebouwen van de eredienst, gebouwen voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, wat betreft de eventuele her- of nevenbestemming van parochiekerken #1413
Gemerged Vlaamse Regering voegde 8 artikels samen in decreet-2004-05-07-1013380decreet-2013-07-12-1023177onroerenderfgoeddecreet-van-12-juli-2013 · 21 september 2022 Alle checks geslaagd
8 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 14 nov 2022. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 1 | Het meerjarenplan, vermeld in artikel 41, en eventuele wijzigingen ervan, is gebaseerd op een kerkenbeleidsplan. | ||
| 2 | Een kerkenbeleidsplan is een schriftelijk document dat een lokaal gedragen langetermijnvisie bevat voor alle parochiekerken op het grondgebied van de gemeente. Het is goedgekeurd en ondertekend door het representatief orgaan van de rooms-katholieke eredienst en door het gemeentebestuur. Het kerkenbeleidsplan bevat minstens al de volgende gegevens: | ||
| 3 | 1° een beschrijving van de betrokken kerken, met hun cultuurhistorische waarde, hun beschermingsstatuut en hun bouwfysische toestand; | ||
| 4 | 2° informatie over de eigendomstoestand; | ||
| 5 | 3° de situering van elke kerk in zijn ruimtelijke omgeving; | ||
| 6 | 4° een beschrijving van het actuele gebruik en de actuele functie van de betrokken kerken; | ||
| 7 | 5° een onderbouwde visie op het toekomstige gebruik en de toekomstige functie van de betrokken kerken, inclusief een plan van aanpak over de wijze waarop de toekomstige invulling (eredienst, valorisatie, medegebruik, neven- en herbestemming) kan worden gerealiseerd. | ||
| 8 | Het kerkenbeleidsplan, of de ondertekende bevestiging van een bestaand kerkenbeleidsplan, is niet ouder dan zes maanden als het meerjarenplan wordt ingediend met toepassing van artikel 42, eerste lid. Als dat nog niet het geval is op het ogenblik dat het meerjarenplan wordt ingediend, dan kan de gemeenteraad in het meerjarenplan investeringsuitgaven voor het gebouw van de eredienst waarvoor er geen overeenstemming bestaat over de toekomstige functie opschorten tot het ogenblik dat er een aangepast meerjarenplan wordt goedgekeurd dat wel gebaseerd is op een nieuw of herbevestigd kerkenbeleidsplan. |
| 2 | 1° decreet van 7 mei 2004 : het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten; | 2 | 1° decreet van 7 mei 2004 : het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten; |
| 3 | 2° gebouw van de eredienst : de gebouwen vermeld in artikel 4, 81, 117, 153, 189 en 232 van het decreet van 7 mei 2004, met inbegrip van de pastorieën en de bisschoppelijke seminaries; | 3 | 2° gebouw van de eredienst : de gebouwen vermeld in artikel 4, 81, 117, 153, 189 en 232 van het decreet van 7 mei 2004, met inbegrip van de pastorieën en de bisschoppelijke seminaries; |
| 4 | 2°/1 gewezen gebouw van de eredienst: een gebouw dat, op het moment van de subsidieaanvraag, maximaal vijf jaar geleden is onttrokken aan de eredienst. | ||
| 4 | 3° betrokken gemeente- of provinciebestuur : het gemeente- of provinciebestuur dat met toepassing van artikel 52/1 van het decreet van 7 mei 2004 de eventuele tekorten van de exploitatie moet bijpassen van het bestuur van de eredienst dat met toepassing van artikel 4, 81, 117, 153, 189 of 232 van het decreet van 7 mei 2004 belast is met het onderhoud en de bewaring van het gebouw van de eredienst waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of het provinciebestuur dat moet tussenkomen in de tekorten van de instelling voor morele dienstverlening van de Centrale Vrijzinnige Raad, met toepassing van 26, 4°, van de wet van 21 juni 2002 betreffende de Centrale Raad der niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen van België, de afgevaardigden en de instellingen belast met het beheer van de materiële en financiële belangen van de erkende niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen. | 5 | 3° betrokken gemeente- of provinciebestuur : het gemeente- of provinciebestuur dat met toepassing van artikel 52/1 van het decreet van 7 mei 2004 de eventuele tekorten van de exploitatie moet bijpassen van het bestuur van de eredienst dat met toepassing van artikel 4, 81, 117, 153, 189 of 232 van het decreet van 7 mei 2004 belast is met het onderhoud en de bewaring van het gebouw van de eredienst waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of het provinciebestuur dat moet tussenkomen in de tekorten van de instelling voor morele dienstverlening van de Centrale Vrijzinnige Raad, met toepassing van 26, 4°, van de wet van 21 juni 2002 betreffende de Centrale Raad der niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen van België, de afgevaardigden en de instellingen belast met het beheer van de materiële en financiële belangen van de erkende niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen. |
| 3 | 2° aankoop en verbouwing; | 3 | 2° aankoop en verbouwing; |
| 4 | 3° renovatie; | 4 | 3° renovatie; |
| 5 | 4° studiesvoor herbestemming; | 5 | 4° studies, opmetingsplannen en trajectbegeleiding voor neven- of herbestemming; |
| 6 | 5° studies en aanpassingsinvesteringen voor nevenbestemming. | 6 | 5° aanpassingsinvesteringen voor nevenbestemming. |
| 7 | De subsidie kan voor gewezen gebouwen van de eredienst worden toegekend voor: | ||
| 8 | 1° studies, opmetingsplannen en trajectbegeleiding voor herbestemming; | ||
| 9 | 2° noodzakelijke basisinvesteringen die een herbestemming mogelijk maken, tot een subsidiebedrag van maximaal 250.000 euro. | ||
| 7 | De Vlaamse Regering kan prioriteiten bepalen voor de toekenning van de subsidie. | 10 | De Vlaamse Regering kan prioriteiten bepalen voor de toekenning van de subsidie. |
| 1 | Alleen de investeringen aan gebouwen van de eredienst die eigendom zijn van een publieke rechtspersoon en die niet als monument beschermd zijn met toepassing van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, komen in aanmerking voor deze subsidie. | 1 | Alleen de investeringen aan gebouwen van de eredienst of gewezen gebouwen van de eredienst die eigendom zijn van een publieke rechtspersoon en die niet als monument beschermd zijn met toepassing van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, komen in aanmerking voor deze subsidie. |
| 2 | Voor de investeringen, vermeld in artikel 5, eerste lid, 3°, wordt voor toepassing van het eerste lid van dit artikel met eigendom gelijkgesteld een zakelijk recht dat voldoet aan de volgende voorwaarden : | 2 | Voor de investeringen, vermeld in artikel 5, eerste lid, 3°, wordt voor toepassing van het eerste lid van dit artikel met eigendom gelijkgesteld een zakelijk recht dat voldoet aan de volgende voorwaarden : |
| 3 | 1° het zakelijk recht verzekert het bestuur van de eredienst het genot van het goed gedurende nog ten minste dertig jaar; | 3 | 1° het zakelijk recht verzekert het bestuur van de eredienst het genot van het goed gedurende nog ten minste dertig jaar; |
| 2 | 1° het bestuur van de eredienst dat met toepassing van artikel 4, 81, 117, 153, 189 of 232 van het decreet van 7 mei 2004 belast is met het onderhoud en de bewaring van het gebouw van de eredienst waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; | 2 | 1° het bestuur van de eredienst dat met toepassing van artikel 4, 81, 117, 153, 189 of 232 van het decreet van 7 mei 2004 belast is met het onderhoud en de bewaring van het gebouw van de eredienst waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; |
| 3 | 2° het bisschoppelijk seminarie, voor de investeringen aan een bisschoppelijk seminarie; | 3 | 2° het bisschoppelijk seminarie, voor de investeringen aan een bisschoppelijk seminarie; |
| 4 | 3° het gemeente- of provinciebestuur of het bestuur van de eredienst dat eigenaar is van het gebouw van de eredienst waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; | 4 | 3° het gemeente- of provinciebestuur of het bestuur van de eredienst dat eigenaar is van het gebouw van de eredienst of het gewezen gebouw van de eredienst waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; |
| 5 | 4° het betrokken gemeente- of provinciebestuur. | 5 | 4° het betrokken gemeente- of provinciebestuur. |
| 1 | De subsidieaanvraag voor de eredienstgebouwen of de gewezen gebouwen van de eredienst van de rooms-katholieke eredienst past in het laatst goedgekeurde kerkenbeleidsplan, vermeld in artikel 33/2 van het decreet van 7 mei 2004. | ||
| 1 | Bij de subsidieaanvraag moet een advies van het erkend representatief orgaan van de eredienst worden gevoegd en een advies van het college van burgemeester en schepenen of de deputatie van het betrokken gemeente- of provinciebestuur. Behalve bij een subsidieaanvraag voor de studies, vermeld in artikel 5, 4°, moet uit die adviezen blijken dat het gebouw waarvoor de subsidie wordt aangevraagd een gebouw van de eredienst blijft, zowel voor het erkend representatief orgaan van de eredienst als voor de gemeente- of provincieraad, in de langetermijnvisie op de gebouwen van die eredienst in die gemeente of provincie. Uit die adviezen moet ook blijken dat de investeringen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, passen in die langetermijnvisie . | 2 | Bij de subsidieaanvraag voor de eredienstgebouwen of gewezen gebouwen van de eredienst van de andere erkende erediensten wordt een positief advies gevoegd van het erkende representatief orgaan van de eredienst en van het college van burgemeester en schepenen of de deputatie van het betrokken gemeente- of provinciebestuur. Uit die adviezen moet blijken dat de investeringen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, passen in een langetermijnvisie met betrekking tot het gebouw. |
| 39 | 30° intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst : een intergemeentelijke dienst die ter uitvoering van dit decreet met betrekking tot het onroerend erfgoed beleidsuitvoerende taken opneemt; | 39 | 30° intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst : een intergemeentelijke dienst die ter uitvoering van dit decreet met betrekking tot het onroerend erfgoed beleidsuitvoerende taken opneemt; |
| 40 | 31° inventaris : een oplijsting van onroerende goederen en gehelen van onroerende goederen met erfgoedwaarde; | 40 | 31° inventaris : een oplijsting van onroerende goederen en gehelen van onroerende goederen met erfgoedwaarde; |
| 41 | 31°/1 kerkenbeleidsplan: een schriftelijk document dat eerst door het representatief orgaan van de betrokken eredienst en vervolgens door de gemeente- of de provincieraad werd goedgekeurd en dat een lokaal gedragen langetermijnvisie biedt voor alle gebouwen die bestemd zijn voor de betrokken eredienst op het grondgebied van de gemeente of provincie. De langetermijnvisie moet minimaal volgende basisgegevens bevatten: a) een beschrijving van de betrokken gebouwen bestemd voor de eredienst, met onder meer hun cultuurhistorische waarde, hun architecturale mogelijkheden, hun bouwfysische toestand; b) de situering van elk gebouw bestemd voor de eredienst in zijn ruimtelijke omgeving; c) een beschrijving van het actueel gebruik en de actuele functie van de betrokken gebouwen bestemd voor de eredienst en d) een onderbouwde visie op het toekomstig gebruik en de toekomstige functie van de betrokken gebouwen, inclusief een plan van aanpak hoe de toekomstige invulling met nevenfuncties of herbestemming ervan zal worden onderzocht; | ||
| 41 | 31°/1 ... | ||
| 42 | 32° kleine landschapselementen : lijn- of puntvormige elementen, met inbegrip van de bijbehorende vegetaties, waarvan het uitzicht, de structuur of de aard al dan niet het resultaat zijn van menselijk handelen en die deel uitmaken van het landschap zoals bermen, bomen, bronnen, dijken, grachten, houtkanten, hagen, holle wegen, hoogstamboomgaarden, perceelsrandbegroeiingen, sloten, struwelen, poelen, veedrinkputten en waterlopen; | 42 | 32° kleine landschapselementen : lijn- of puntvormige elementen, met inbegrip van de bijbehorende vegetaties, waarvan het uitzicht, de structuur of de aard al dan niet het resultaat zijn van menselijk handelen en die deel uitmaken van het landschap zoals bermen, bomen, bronnen, dijken, grachten, houtkanten, hagen, holle wegen, hoogstamboomgaarden, perceelsrandbegroeiingen, sloten, struwelen, poelen, veedrinkputten en waterlopen; |
| 43 | 33° landschap : een deel van het grondgebied, zoals dat door de menselijke bevolking wordt waargenomen en waarvan het karakter bepaald wordt door natuurlijke of menselijke factoren en de wisselwerking daartussen; | 43 | 33° landschap : een deel van het grondgebied, zoals dat door de menselijke bevolking wordt waargenomen en waarvan het karakter bepaald wordt door natuurlijke of menselijke factoren en de wisselwerking daartussen; |
| 1 | De aanvragen van een premie overeenkomstig het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg en het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium die bij het agentschap per beveiligde zending ter kennis werden gebracht voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 10, afdeling 2, worden afgehandeld overeenkomstig de regels die golden voorafgaand aan die datum met uitzondering van de kwaliteitseisen voor de uitvoering van de beheersmaatregelen, werkzaamheden en diensten. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de kwaliteitseisen. | 1 | De aanvragen van een premie overeenkomstig het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg en het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium die bij het agentschap per beveiligde zending ter kennis werden gebracht voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 10, afdeling 2, worden afgehandeld overeenkomstig de regels die golden voorafgaand aan die datum met uitzondering van de kwaliteitseisen voor de uitvoering van de beheersmaatregelen, werkzaamheden en diensten. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de kwaliteitseisen. |
| 2 | Voor de in het eerste lid vermelde aanvragen voor een premie voor beschermde monumenten die bestemd zijn voor een erkende eredienst kan geen premie worden toegekend zolang er geen actueel kerkenbeleidsplan aan het agentschap is bezorgd. Als het agentschap op 1 oktober 2017 geen kennis heeft genomen van een actueel kerkenbeleidsplan, moet een nieuwe premieaanvraag overeenkomstig artikel 10.2.1 worden ingediend. | ||
| 3 | Voor de berekening van de restauratiepremie op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001 houdende vaststelling van het premiestelsel voor restauratiewerkzaamheden aan beschermde monumenten wordt de aanvaarde kostenraming niet vermeerderd met de btw. | 2 | Voor de berekening van de restauratiepremie op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001 houdende vaststelling van het premiestelsel voor restauratiewerkzaamheden aan beschermde monumenten wordt de aanvaarde kostenraming niet vermeerderd met de btw. |