§ flandrepo

Tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de plaatsing van een elektronische meter zonder communicatiemiddel en het vermijden van het meermaals aanrekenen van elektriciteitsdistributienettarieven voor het gebruik van het elektriciteitsdistributienet #772

Gemerged Andries GryffroyRobrecht BothuyneWillem-Frederik SchiltzWilfried VandaeleTinne RomboutsInez De Coninck N-VA, cd&v, Open Vld voegde 4 artikels samen in energiedecreet · 5 mei 2021 Alle checks geslaagd
Amendementen
26 mei 2021 · 3 blz.
772/3 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: LEE Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet – Nr. 2: Advies van de Raad van State 25 mei 2021 (2020-2021) Amendementen op het voorstel van decreet van Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne, Willem-Frederik Schiltz, Wilfried Vandaele, Tinne Rombouts en Inez De Coninck tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de plaatsing van een elektronische meter zonder communicatiemiddel en het vermijden van het meermaals aanrekenen van elektriciteitsdistributienettarieven voor het gebruik van het elektriciteitsdistributienet ingediend op — 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be AMENDEMENT Nr. 1 voorgesteld door Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne, Willem-Frederik Schiltz, Wilfried Vandaele, Tinne Rombouts en Inez De Coninck Artikel 3 De voorgestelde tekst vervangen door wat volgt: “2°/1 de tariefmethodologie zorgt ervoor dat het niet mogelijk is dat meermaals aardgas- of elektriciteitsdistributienettarieven worden aangerekend voor hetzelfde gebruik van het aardgasdistributienet of elektriciteitsdistributienet;”. VERANTWOORDING De Raad van State bevestigde in zijn advies nr. 69.407/3 expliciet dat het voorgestelde nieuwe richtsnoer (het voorgestelde artikel 4.1.32, §1, 2°/1, van het Energiedecreet) kan worden beschouwd als een toepassing van de vereiste uit artikel 60, lid 1, van richtlijn (EU) 2019/944 en dat dit daardoor geen verboden instructie betreft, en dat de bepaling dus doorgang kan vinden. De Raad suggereert wel om het richtsnoer te herformuleren zodat dit beter aansluit bij de bewoording uit de overgangsmaatregel uit het ontworpen artikel 15.3.5/23 van het Energiedecreet. Hieraan wordt gevolg gegeven. Dat moet ervoor zorgen dat de tariefmethodologie met betrekking tot eenzelfde gebruik van het distributienet (bijvoorbeeld eenzelfde hoeveelheid elektriciteit of aardgas die in een bepaalde periode is afgenomen of geïnjecteerd) het niet meer mogelijk maakt dat distributienettarieven voor het gebruik van het distributienet meermaals worden aangerekend voor hetzelfde gebruik. Op die manier wordt ook daarvoor dus het ‘non bis in idem’-beginsel geïntroduceerd. Het is dus mogelijk om verschillende tarieven aan te rekenen voor verschillend gebruik van het aardgas- of elektriciteitsdistributienet, maar niet voor hetzelfde verbruik. De Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) zal er dan ook voor dienen te zorgen dat, indien hij verschillende distributienettarieven introduceert voor het gebruik van het net (bijvoorbeeld een op volume gebaseerd tarief en een capaciteitstarief of prosumententarief), die tarieven complementair zijn, maar niet dubbelop zijn, zoals gebeurde met het effect dat ontstond bij de tarifaire afwikkeling van het stopzetten van de terugdraaiende teller. Dit richtsnoer dient dan ook in die zin te worden gelezen. De VREG zal zich dan ook bij toekomstige wijzigingen en herzieningen van de tariefmethodologie steeds moeten afvragen in welke mate zijn voorstel met betrekking tot de tariefmethodologie en tarieven geen dergelijke ongewenste neveneffecten kan meebrengen, alsook hoe toekomstzeker hij op dat punt is. ¢ AMENDEMENT Nr. 2 voorgesteld door Leo Pieters, Sam Van Rooy, Bart Claes en Chris Janssens Artikel 4 Dit artikel schrappen. VERANTWOORDING Met artikel 4 beogen de indieners van het voorstel van decreet een volledige vrijgeleide te verlenen aan de Vlaamse Regering om, zonder ook maar enige verdere vorm van parlementaire controle, aanvullende voorwaarden op te leggen die bovendien volledig losstaan van de doelstellingen voor het bevorderen van de toepassing van hernieuwbare-energietechnologieën en het rationeel energiegebruik, wanneer de Vlaamse Regering tegemoetkomingen toekent in het kader van het Energiedecreet. Zoals blijkt uit de bespreking van een mogelijke financiële compensatieregeling voor de Vlaamse eigenaars van zonnepanelen in de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie op 3 maart 2021, zet een bepaling zoals opgenomen in artikel 4 de deur wagenwijd open voor mogelijk zeer ernstig machtsmisbruik door de Vlaamse Regering. Zodra deze bepaling van artikel 4 in werking treedt, overweegt de Vlaamse Regering immers om als aanvullende voorwaarde voor de toekenning van een financiële compensatie aan de Vlaamse gezinnen die slachtoffer werden van de vernietiging van de terugdraaiende tellerregeling door het Grondwettelijk Hof, deze toekenning te koppelen aan de eis dat men niet naar de rechter stapt om op die manier mogelijk bijkomende schadevergoedingen te eisen. Dergelijke praktijk is niets meer dan een vorm van regeringschantage en een ongrondwettelijke belemmering van de toegang tot de rechter, die ontoelaatbaar zijn in een democratische rechtsstaat. De schrapping van artikel 4 is dan ook vereist om niet alleen de Vlaamse bevolking tegen verregaande regeringswillekeur te beschermen, maar ook om de controlebevoegdheid van het Vlaams Parlement over de handelingen van de Vlaamse Regering optimaal te vrijwaren. ¢ AMENDEMENT Nr. 3 voorgesteld door Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne, Willem-Frederik Schiltz, Wilfried Vandaele, Tinne Rombouts en Inez De Coninck Artikel 4 De woorden “voor het bevorderen van de toepassing van hernieuwbare energietechnologieën en het rationeel energiegebruik” vervangen door de woorden “van de steunregelingen”. VERANTWOORDING De Raad van State stelde in zijn advies nr. 69.407/3 dat het bevorderen van de toepassing van hernieuwbare-energietechnologieën en het rationeel energiegebruik doelstellingen zijn die gemeen zijn aan de steunregelingen die kunnen worden uitgewerkt op basis van artikel 8.2.1, 8.3.1 en 8.4.1 van het Energiedecreet, maar dat dit volgens de Raad van State niet de enige doelstellingen zijn van die regelingen. Het valt dan ook volgens de Raad van State niet uit te sluiten dat ook bij andere steunregelingen de nood kan ontstaan om aanvullende voorwaarden op te leggen. De indieners van het voorstel werd dan ook door de Raad van State …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd