§ flandrepo

Tot wijziging van artikel 4.1.22/2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 #655

Gemerged Andries GryffroyRobrecht BothuyneWillem-Frederik SchiltzWilfried VandaeleTinne RomboutsInez De Coninck N-VA, cd&v, Open Vld voegde 1 artikel samen in energiedecreet · 24 februari 2021 1 checks vragen aandacht
Advies
DR de Raad van State 8 april 2021 · 10 blz.
655/2 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op655 (2020-2021) – Nr. 2 7 april 2021 (2020-2021) verzendcode: LEE Advies van de Raad van State over het voorstel van decreet van Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne, Willem-Frederik Schiltz, Wilfried Vandaele, Tinne Rombouts en Inez De Coninck tot wijziging van artikel 4.1.22/2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet Vlaams Parlement Vlaams Parlement655 (2020-2021) – Nr. 2 3 RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving advies 69.006/3 van 7 april 2021 over een voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest ‘tot wijziging van artikel 4.1.22/2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009’ (Parl.St . Vl.Parl. 2020-21, nr. 655/1) ‡LW-AHEVMDCFB-GJAAGVT‡ 2/8 advies Raad van State 69.006/3 Op 11 maart 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Voorzitster van het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest ‘tot wijziging van artikel 4.1.22/2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009’ (Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 655/1). Het voorstel is door de derde kamer onderzocht op 30 maart 2021. De kamer was samengesteld uit Wilfried VAN VAERENBERGH, kamervoorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE en Koen MUYLLE, staatsraden, Jan VELAERS en Bruno PEETERS, assessoren, en Astrid TRUYENS, griffier. Het verslag is uitgebracht door Tim CORTHAUT, auditeur. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 7 april 2021. * ‡LW-AHEVMDCFB-GJAAGVT‡ Vlaams Parlement69.006/3 advies Raad van State 3/8 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond1, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. * STREKKING VAN HET VOORONTWERP 2. Zoals uit het opschrift ervan blijkt, strekt het voor advies voorgelegde voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest tot wijziging van artikel 4.1.22/2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, waarin de plaatsing van een digitale meter bij netgebruikers met een laagspanningsaansluiting < 56 kVA wordt geregeld. In het eerste lid van die bepaling wordt punt 5°, naar luid waarvan de digitale meters bij voorrang worden geplaatst bij bestaande prosumenten2, opgeheven (artikel 2, 1°, van het voorstel). In het tweede lid wordt een verwijzing naar dat punt aangepast (artikel 2, 2°). Voorts wordt in het vierde lid een verwijzing aangepast (artikel 2, 3°), dit ten gevolge van de vernietiging, bij arrest nr. 5/2021 van het Grondwettelijk Hof van 14 januari 2021, van artikel 17 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 26 april 2019 ‘tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet’, “in zoverre het artikel 4.1.22/2, tweede lid, van het decreet van 8 mei 2009 ‘houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid’ invoegt”. Het aan te nemen decreet treedt in werking op de dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad (artikel 3). In de toelichting bij het voorstel wordt de voorgestelde regeling als volgt verantwoord: “Door het arrest nr. 5/2021 van 14 januari 2021 bestaat er geen noodzaak meer om de distributienetbeheerders in het kader van de planmatige uitrol van de digitale meter te verplichten om prosumenten te onderwerpen aan een afwijkende timing, die in zijn geheel genomen minder efficiënt is dan een methodische, planmatige geografische uitrol. Om die redenen wordt voorgesteld om artikel 4.1.22/2, eerste lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009 aan te passen. Het voordeel daarvan is dat de distributienetbeheerders de digitale meters efficiënter kunnen installeren: straat per straat, wijk per wijk, en gemeente per gemeente, in plaats van her en der, zoals nu het geval is. Dat heeft dan enerzijds het voordeel dat de gemiddelde plaatsingskosten per meter lager worden, onder meer omdat er minder verplaatsingskosten zijn, wat dan weer een gunstig effect heeft op de nettarieven. Anderzijds kunnen op die manier binnen eenzelfde tijdsbestek waarschijnlijk 1 Aangezien het om een voorstel van decreet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere rechtsnormen verstaan. 2 Zie de definitie in artikel 1.1.3, 104°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, namelijk “elektriciteitsdistributienetgebruiker met toegangspunt voor afname, al dan niet rechtstreeks op een transformator aangesloten, en met een decentrale productie-eenheid met een maximaal AC-vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 kVA die hem in staat stelt elektriciteit te injecteren op het elektriciteitsdistributienet”. ‡LW-AHEVMDCFB-GJAAGVT‡ 4/8 advies Raad van State 69.006/3 meer digitale meters worden geplaatst, wat de netbeheerder helpt om gemakkelijker het Europeesrechtelijk vereiste percentage van een uitrol van 80 procent tegen 2024 te behalen.” BEVOEGDHEID 3.1. Zoals de Raad van State heeft opgemerkt in advies 62.977/3 van 20 maart 2018 behoort in beginsel het uitrollen van de nieuwe, digitale meters en het beheer van de gegevens die worden verzameld door middel van (digitale, analoge of elektronische) meters tot de bevoegdheid van de gewesten voor de distributie van elektriciteit en voor de openbare gasdistributie (artikel 6, § 1, VII, eerste lid, a) en b), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 ‘tot hervorming der instellingen’).3 Op grond van die bevoegdheid vermag het Vlaamse Gewest te bepalen of de plaatsing van digitale meters bij bestaande prosumenten al dan niet met voorrang moet gebeuren. 3.2.1. Het aan te nemen decreet zal ertoe leiden dat, vermits digitale meters niet langer met voorrang bij bestaande prosumenten worden geplaatst, die prosumenten tijdelijk verder gebruik zullen kunnen maken van meters met een analoog telwerk (hierna: Ferrarismeter). Die meters hebben als intrinsieke eigenschap dat ze …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd