§ flandrepo

Tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat de uitwisseling van gegevens tussen kredietgevers en het VEKA betreft #606

Gemerged Andries GryffroyRobrecht BothuyneWillem-Frederik SchiltzInez De ConinckTinne RomboutsFreya Perdaens N-VA, cd&v, Open Vld voegde 3 artikels samen in energiedecreet · 13 januari 2021 Alle checks geslaagd
Advies
DR de Raad van State 23 februari 2021 · 10 blz.
606/2 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op606 (2020-2021) – Nr. 2 22 februari 2021 (2020-2021) verzendcode: LEE Advies van de Raad van State over het voorstel van decreet van Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne, Willem-Frederik Schiltz, Inez De Coninck, Tinne Rombouts en Freya Perdaens tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat de uitwisseling van gegevens tussen kredietgevers en het VEKA betreft Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet Vlaams Parlement Vlaams Parlement606 (2020-2021) – Nr. 2 3 RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving advies 68.727/3 van 17 februari 2021 over een voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest ‘tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat de uitwisseling van gegevens tussen kredietgevers en het VEKA betreft’ (Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 606/1) ‡LW-CCCVOAIDD-GIHCHQW‡ 2/8 advies Raad van State 68.727/3 Op 20 januari 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Voorzitster van het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest ‘tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat de uitwisseling van gegevens tussen kredietgevers en het VEKA betreft’ (Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 606/1). Het voorstel is door de derde kamer onderzocht op 9 februari 2021. De kamer was samengesteld uit Wilfried VAN VAERENBERGH, kamervoorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE en Koen MUYLLE, staatsraden, Jan VELAERS en Bruno PEETERS, assessoren, en Annemie GOOSSENS, griffier. Het verslag is uitgebracht door Cedric JENART, adjunct-auditeur. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 17 februari 2021. * ‡LW-CCCVOAIDD-GIHCHQW‡ Vlaams Parlement68.727/3 advies Raad van State 3/8 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond1, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. * STREKKING VAN HET VOORSTEL 2. De artikelen 7.9.2/0 en 7.15.1 van het Energiebesluit van 19 november 2010, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020 ‘houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010’, voorzien in een energielening+ en in een rentesubsidie voor de grondige energetische renovatie of de sloop-en-heropbouw van niet-energiezuinige woningen of appartementen. Voor de uitvoering van die regeling moeten er persoonsgegevens worden uitgewisseld tussen, enerzijds, de kredietgevers en de energiehuizen en, anderzijds, het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (hierna: VEKA). Het voor advies voorgelegde voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest strekt tot de regeling van de verwerking van persoonsgegevens die hiermee gepaard gaat. Zo worden in het voorgestelde artikel 8.2.3, § 3, van het Energiedecreet van 8 mei 2009 (artikel 2 van het voorstel) de door de kredietgevers te verwerken en aan het VEKA te bezorgen persoonsgegevens bepaald, evenals de verwerkingsverantwoordelijken. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om de nadere voorwaarden en modaliteiten (lees: nadere regels) te bepalen van de gegevensuitwisseling tussen de kredietgevers en het VEKA. In het voorgestelde artikel 9.1.2, derde lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009 (artikel 3 van het voorstel) worden de energiehuizen aangeduid als de verwerkingsverantwoordelijken voor de verwerking van de persoonsgegevens in het kader van de energieleningen. Ten slotte worden in het voorgestelde artikel 9.1.4 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 (artikel 4 van het voorstel) de persoonsgegevens bepaald die de energiehuizen aan het VEKA bezorgen en worden de verwerkingsverantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het beheer van de energieleningen aangewezen. Deze bepaling machtigt tevens de Vlaamse Regering om de nadere voorwaarden en modaliteiten (lees: nadere regels) van deze gegevensuitwisseling te bepalen. Het aan te nemen decreet treedt in werking op de dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad (artikel 5). 1 Aangezien het om een voorstel van decreet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere rechtsnormen verstaan. ‡LW-CCCVOAIDD-GIHCHQW‡ 4/8 advies Raad van State 68.727/3 BEVOEGDHEID 3.1. Uit de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof2 over artikel 22 van de Grondwet blijkt dat de federale wetgever bevoegd is voor de algemene regels inzake de beperking van het recht op eerbiediging van het privéleven en dat de gemeenschappen en de gewesten, in een aangelegenheid die tot hun bevoegdheid behoort, het recht op eerbiediging van het privéleven nader kunnen regelen, rekening houdend met de door de federale wetgever vastgestelde regels. 3.2. De in het Energiebesluit van 19 november 2010 vervatte regeling van de rentesubsidie en de energielening+ behoort tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest inzake de nieuwe energiebronnen en het rationeel energieverbruik (artikel 6, § 1, VII, eerste lid, f) en h), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 ‘tot hervorming der instellingen’). Bijgevolg is de decreetgever bevoegd om in specifieke regels te voorzien voor de verwerking van de persoonsgegevens die met die regeling gepaard gaat. 3.3. De voorgestelde regeling kan als een dergelijke specifieke regeling worden beschouwd ten opzichte van de regels voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van kredietovereenkomsten vervat in het Wetboek van Economisch Recht. Het toepassingsgebied van de voorgestelde regeling is immers beperkt tot energieleningen en rentesubsidies. Die nadere regeling houdt ook voldoende rekening met de federale regels, aangezien uit de toelichting bij het voor advies voorgelegde voorstel blijkt dat de voorgestelde regeling “wordt aangevuld door de bepalingen uit het Wetboek Economisch Recht”. Bijgevolg is het niet nodig om voor de voorgestelde regeling een beroep te doen op de impliciete …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd