Over het vervoer van koolstofdioxide via pijpleidingen in het Vlaamse Gewest #2009
Gemerged Vlaamse Regering voegde 5 artikels samen in decreet-2009-05-08-1018090energiedecreet · 7 februari 2024 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
verzendcode: LEE
ingediend op 20 maart 2024 (2023-2024)
Verslag
namens de Commissie voor Leefmilieu,
Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie
uitgebracht door Andries Gryffroy
over het ontwerp van decreet
over het vervoer van koolstofdioxide
via pijpleidingen in het Vlaamse Gewest
Samenstelling van de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie:
Voorzitter: Gwenny De Vroe.
Vaste leden:
Inez De Coninck, Andries Gryffroy, Freya Perdaens, Jeroen Tiebout, Wilfried Vandaele;
Bart Claes, Leo Pieters, Sam Van Rooy;
Stijn De Roo, Tinne Rombouts;
Steven Coenegrachts, Gwenny De Vroe;
Staf Aerts, Mieke Schauvliege;
Bruno Tobback.
Plaatsvervangers:
Annick De Ridder, Marius Meremans, Joris Nachtergaele, Axel Ronse, Nadia Sminate;
Carmen Ryheul, Stefaan Sintobin, Wim Verheyden;
Robrecht Bothuyne, Brecht Warnez;
Bart Tommelein, Bart Van Hulle;
Johan Danen, Chris Steenwegen;
Hannes Anaf.
Toegevoegde leden:
Jos D'Haese.
INHOUD
1. Toelichting .......................................................................................... 4
1.1. Context en noodzaak .................................................................... 4
1.2. Totstandkoming van het ontwerp van decreet .................................. 4
1.3. Belangrijkste elementen ............................................................... 4
1.4. Monitoring en rapportering ............................................................ 5
2. Vraag om een hoorzitting ...................................................................... 5
3. Bespreking .......................................................................................... 6
4. Stemming ........................................................................................... 7
Gebruikte afkortingen .................................................................................. 8
Op 20 maart 2024 werd in de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie het ontwerp van decreet over het vervoer van koolstofdioxide
via pijpleidingen in het Vlaamse Gewest besproken (Parl.St. Vl.Parl. 2023-24, nr.
2009/1).
1. Toelichting
1.1. Context en noodzaak
Minister Zuhal Demir licht het ontwerp van decreet toe. Ze gaat eerst in op de
context en noodzaak van het ontwerp. Koolstofafvang, -hergebruik en -opslag of
‘carbon capture, use and storage’ is een techniek die een rol zal spelen bij het
decarboniseren van de industrie in Vlaanderen. De Vlaamse Regering heeft in diverse beleidsdocumenten aangegeven dat de techniek deel zal uitmaken van het
klimaatbeleid. Diverse stakeholders gaven aan dat het bestaande kader onvoldoende is om het transport van koolstofdioxide via pijpleidingen te faciliteren.
Daarom introduceert het ontwerp van decreet een faciliterend kader voor het vervoer van koolstofdioxide. Door duidelijke regels uit te werken wil het ontwerp van
decreet rechtszekerheid bieden aan investeerders en bedrijven die hun uitstoot via
CCUS willen reduceren.
Er bestond al Europese regelgeving die ondergrondse CO2-opslagprojecten reguleert, zoals de CCS-richtlijn. Maar het huidige Europese wetgevende kader focust
veeleer op de geologische opslag zelf dan op het transport van koolstofdioxide. De
Europese Commissie heeft recent aangekondigd dat ze in 2024 voorbereidend werk
zal leveren voor een nieuw regelgevend kader voor het transport van koolstofdioxide. Met dit ontwerp van decreet voert het Vlaamse Gewest al een uitgewerkt
kader in, dat als voorbeeld voor het Europese kader kan dienen.
1.2. Totstandkoming van het ontwerp van decreet
Het ontwerp van het decreet is het resultaat van een uitgebreid voorbereidend
traject. In de eerste helft van 2022 werd een juridisch-economisch advies ingewonnen over het regelgevend kader. Op basis daarvan werd in oktober 2022 een
blauwdruk met krachtlijnen voor het nieuwe regelgevende kader opgesteld. Daarna
volgden uiteraard meerdere consultaties met stakeholders over de ontwerpteksten. Uiteraard werden ook adviezen ingewonnen van de VREG, de Minaraad, de
SERV en de Raad van State.
1.3. Belangrijkste elementen
De ruggengraat van het Vlaamse net voor het vervoer van koolstofdioxide wordt
gevormd door de lokale clusters en het vervoersnetwerk. Lokale projecten kunnen
gebruikmaken van de rechtsfiguur van de lokale cluster om lokale vervoersinfrastructuur op poten te zetten. Het vervoersnetwerk zorgt daarnaast voor het aansluiten van projecten die niet binnen het gebied van een lokale cluster vallen, de
connecties tussen de diverse lokale projecten, de connecties met de andere gewesten en de connecties met het buitenland. Het toezicht op deze netten wordt
waargenomen door de VREG.
Om samenwerking tussen bedrijven te faciliteren, wordt daarnaast ook de figuur
van het gesloten industrieel net voor koolstofdioxide in het leven geroepen. Via die
figuur kunnen bedrijven nauwer gaan samenwerken rond de uitwisseling van koolstofdioxide wegens specifieke technische of veiligheidseisen. Daarnaast zijn er ook
directe leidingen tussen één producent en één verbruiker of één terminal voor
vloeibaarmaking mogelijk.
Ook terminals voor vloeibaarmaking zullen een belangrijke rol spelen in de CCS-
markt. In zo’n terminal wordt CO2 vloeibaar gemaakt om die te kunnen verschepen. In de beginjaren van de markt zal het verschepen van koolstofdioxide een
belangrijke schakel in de keten zijn. Dat blijkt ook uit concrete projecten in de
Antwerpse haven. Het zal immers nog meerdere jaren duren voor de offshorepijpleidingen naar geologische opslaglocaties in het buitenland aangelegd zijn. Daarom
voert het ontwerp van decreet ook regulering in voor die terminals voor vloeibaarmaking.
Het ontwerp van decreet bevat ook diverse bepalingen rond veiligheidsaspecten
van het vervoer van koolstofdioxide, met inbegrip van regels voor inspecties. Het
voert ook diverse monitoringsverplichtingen in en voorziet uiteraard ook in een
grondslag voor rapporteringsverplichtingen.
1.4. Monitoring en rapportering
Over …