Decreet over de programmatische aanpak stikstof
13 artikels gewijzigd
| 1 | Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 of artikel 52, vaststelt dat een onregelmatigheid die kan leiden tot een vernietiging van de beslissing, is begaan, kan ze de onregelmatigheid herstellen. | 1 | Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 of artikel 52, vaststelt dat een onregelmatigheid die kan leiden tot een vernietiging van de beslissing, is begaan, kan ze de onregelmatigheid herstellen. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, kan ook van die mogelijkheid gebruikmaken om onregelmatigheden te herstellen die de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, heeft begaan. |
| 2 | De bevoegde overheid kan in voorkomend geval: | 2 | De bevoegde overheid kan in voorkomend geval: |
| 3 | 1° een nieuw openbaar onderzoek organiseren; | 3 | 1° een nieuw openbaar onderzoek organiseren; |
| 1 | §1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, neemt een beslissing over een vergunningsaanvraag binnen een termijn van: | 1 | §1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, neemt een beslissing over een vergunningsaanvraag binnen een termijn van: |
| 2 | 1° honderdenvijf dagen als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is; | 2 | 1° honderdenvijf dagen als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is; |
| 3 | 2° honderdtwintig dagen als een advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is. | 3 | 2° honderdtwintig dagen als een advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is. |
| 4 | §2. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, worden van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in de volgende gevallen: | 4 | §2. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, worden van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in de volgende gevallen: |
| 5 | 1° als met toepassing van artikel 30, derde lid, een openbaar onderzoek georganiseerd wordt; | 5 | 1° als met toepassing van artikel 30, derde lid, een openbaar onderzoek georganiseerd wordt; |
| 6 | 2° als toepassing wordt gemaakt van de administratieve lus, vermeld in artikel 13; | 6 | 2° als toepassing wordt gemaakt van de administratieve lus, vermeld in artikel 13; |
| 7 | 3° als de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft. | 7 | 3° als de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft. |
| 8 | De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager verzonden vóór de einddatum van de normale beslissingstermijn. | 8 | De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager verzonden vóór de einddatum van de normale beslissingstermijn. |
| 9 | §3. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, gaan altijd in op de dag na de datum dat de vergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop de aanvraag is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten. | 9 | §3. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, gaan altijd in op de dag na de datum dat de vergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop de aanvraag is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten. |
| 10 | §4. Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt de omgevingsvergunning geacht te zijn geweigerd. | 10 | §4. Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt de omgevingsvergunning geacht te zijn geweigerd. |
| 11 | In afwijking van het eerste lid, worden de termijnen, vermeld in paragraaf 1, als termijnen van orde beschouwd als de vergunningsaanvraag het gevolg is van een wijziging of aanvulling van de indelingslijst waardoor een milieueffectrapport of een omgevingsveiligheidsrapport moet worden opgesteld of een passende beoordeling moet worden uitgevoerd. In voorkomend geval mag de exploitatie worden voortgezet tot een definitieve beslissing wordt genomen over de vergunningsaanvraag. | 11 | In afwijking van het eerste lid, worden de termijnen, vermeld in paragraaf 1, als termijnen van orde beschouwd als de vergunningsaanvraag het gevolg is van een wijziging of aanvulling van de indelingslijst waardoor een milieueffectrapport of een omgevingsveiligheidsrapport moet worden opgesteld of een passende beoordeling moet worden uitgevoerd. In voorkomend geval mag de exploitatie worden voortgezet tot een definitieve beslissing wordt genomen over de vergunningsaanvraag. |
| 12 | §5. De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd. Als er geen archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd. | 12 | §5. De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd. Als er geen archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd. |
| 13 | §6. Een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan pas verleend worden na goedkeuring over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad overeenkomstig artikel 31. | 13 | §6. Een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan pas verleend worden na goedkeuring over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad overeenkomstig artikel 31. |
| 14 | Als de gemeenteraad de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing niet heeft goedgekeurd, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd. | 14 | Als de gemeenteraad de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing niet heeft goedgekeurd, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd. |
| 15 | §7. Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, geen beslissing kan nemen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn doordat de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, is de gemeente aan de aanvrager van de vergunning een eenmalige vergoeding van 5000 euro verschuldigd. | 15 | §7. Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, geen beslissing kan nemen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn doordat de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, is de gemeente aan de aanvrager van de vergunning een eenmalige vergoeding van 5000 euro verschuldigd. |
| 16 | Binnen negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, vraagt de vergunningsaanvrager met een beveiligde zending de betaling van de eenmalige vergoeding aan de gemeente. Hij verwijst daarbij naar het dossier en naar zijn IBAN- en BIC-gegevens. De gemeente betaalt zonder verdere formaliteiten de eenmalige vergoeding aan de aanvrager. | 16 | Binnen negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, vraagt de vergunningsaanvrager met een beveiligde zending de betaling van de eenmalige vergoeding aan de gemeente. Hij verwijst daarbij naar het dossier en naar zijn IBAN- en BIC-gegevens. De gemeente betaalt zonder verdere formaliteiten de eenmalige vergoeding aan de aanvrager. |
| 17 | Als de vergunningsaanvrager de betaling van de eenmalige vergoeding niet vraagt binnen de termijn van negentig dagen, vermeld in het tweede lid, wordt de aanvrager geacht afstand gedaan te hebben van zijn recht op de eenmalige vergoeding. | 17 | Als de vergunningsaanvrager de betaling van de eenmalige vergoeding niet vraagt binnen de termijn van negentig dagen, vermeld in het tweede lid, wordt de aanvrager geacht afstand gedaan te hebben van zijn recht op de eenmalige vergoeding. |
| 18 | §8. Als de exploitatie van een IIOA stopgezet is of wordt overeenkomstig artikel 39, derde lid, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, wordt een vergunning voor de exploitatie van een veehouderij die betrekking heeft op een of meer van de percelen van de IIOA waarvoor de stopzetting geldt en die leidt tot een verhoging van de stikstofemissies, na de stopzetting geweigerd. | ||
| 19 | Een veehouderij als vermeld in het eerste lid is een vergunningsplichtige IIOA als vermeld in rubriek 9 van de indelingslijst van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, voor zover er dieren worden gehouden die behoren tot een diersoort die opgenomen is in de lijst, vermeld in artikel 27, §1, van het Mestdecreet van 22 december 2006. |
| 1 | §1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, neemt een beslissing over een vergunningsaanvraag binnen een termijn van zestig dagen. | 1 | §1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, neemt een beslissing over een vergunningsaanvraag binnen een termijn van zestig dagen. |
| 2 | De termijn gaat altijd in op de dag na de datum dat de vergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop de aanvraag is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten. | 2 | De termijn gaat altijd in op de dag na de datum dat de vergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop de aanvraag is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten. |
| 3 | §2. Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde termijn, wordt de omgevingsvergunning geacht te zijn geweigerd. | 3 | §2. Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde termijn, wordt de omgevingsvergunning geacht te zijn geweigerd. |
| 4 | §3. De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd. Als er geen archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd. | 4 | §3. De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd. Als er geen archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd. |
| 5 | §4. Als de exploitatie van een IIOA stopgezet is of wordt overeenkomstig artikel 39, derde lid, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, wordt een vergunningsaanvraag voor de exploitatie van een veehouderij die betrekking heeft op een of meer van de percelen van de IIOA waarvoor de stopzetting geldt en die leidt tot een verhoging van de stikstofemissies na de stopzetting, geweigerd. | ||
| 6 | Een veehouderij als vermeld in het eerste lid is een vergunningsplichtige IIOA als vermeld in rubriek 9 van de indelingslijst van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, voor zover er dieren worden gehouden die behoren tot een diersoort die opgenomen is in de lijst, vermeld in artikel 27, §1, van het Mestdecreet van 22 december 2006. |
| 1 | De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, onderzoekt de vergunningsaanvraag in haar totaliteit. | ||
| 1 | De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, onderzoekt de vergunningsaanvraag in haar totaliteit. Daarbij kan ze ook de ontvankelijkheid en volledigheid van het aanvraagdossier en de project-m.e.r.-screening opnieuw beoordelen, en vragen of toestaan dat de indiener van het aanvraagdossier onvolledigheden herstelt. Artikel 19, tweede lid, 20 en 21, zijn van overeenkomstige toepassing. |
| 1 | In beroep kunnen wijzigingen aan de vergunningsaanvraag worden aangebracht. | ||
| 1 | In beroep kunnen wijzigingen aan de vergunningsaanvraag worden aangebracht. Daarbij kunnen ook gegevens of documenten aan het aanvraagdossier worden toegevoegd, of kunnen gegevens of documenten van het aanvraagdossier worden gewijzigd of vervangen. | ||
| 2 | Het openbaar onderzoek over de gewijzigde vergunningsaanvraag is niet vereist als aan de volgende voorwaarden is voldaan: | 2 | Het openbaar onderzoek over de gewijzigde vergunningsaanvraag is niet vereist als aan de volgende voorwaarden is voldaan: |
| 3 | 1° de wijzigingen doen geen afbreuk aan de bescherming van de mens of het milieu of de goede ruimtelijke ordening; | 3 | 1° de wijzigingen doen geen afbreuk aan de bescherming van de mens of het milieu of de goede ruimtelijke ordening; |
| 1 | §1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, neemt een definitieve beslissing over de vergunningsaanvraag binnen een termijn van: | 1 | §1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, neemt een definitieve beslissing over de vergunningsaanvraag binnen een termijn van: |
| 2 | 1° honderdtwintig dagen als de aanvraag in eerste administratieve aanleg overeenkomstig de gewone vergunningsprocedure behandeld werd; | 2 | 1° honderdtwintig dagen als de aanvraag in eerste administratieve aanleg overeenkomstig de gewone vergunningsprocedure behandeld werd; |
| 3 | 2° zestig dagen als de aanvraag in eerste administratieve aanleg overeenkomstig de vereenvoudigde vergunningsprocedure behandeld werd. | 3 | 2° zestig dagen als de aanvraag in eerste administratieve aanleg overeenkomstig de vereenvoudigde vergunningsprocedure behandeld werd. |
| 4 | §2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2/1 wordt de beslissingstermijn van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in de volgende gevallen: | 4 | §2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2/1 wordt de beslissingstermijn van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in de volgende gevallen: |
| 5 | 1° als met toepassing van artikel 64, derde lid, een openbaar onderzoek georganiseerd wordt; | 5 | 1° als met toepassing van artikel 64, derde lid, een openbaar onderzoek georganiseerd wordt; |
| 6 | 2° als toepassing wordt gemaakt van de administratieve lus, vermeld in artikel 13; | 6 | 2° als toepassing wordt gemaakt van de administratieve lus, vermeld in artikel 13; |
| 7 | 3° als de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft en de gemeenteraad in de loop van de beroepsprocedure samengeroepen wordt met toepassing van artikel 65. | 7 | 3° als de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft en de gemeenteraad in de loop van de beroepsprocedure samengeroepen wordt met toepassing van artikel 65. |
| 8 | De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager en de beroepsindiener verzonden vóór de einddatum van de beslissingstermijn. | 8 | De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager en de beroepsindiener verzonden vóór de einddatum van de beslissingstermijn. |
| 9 | §2/1. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 wordt de beslissingstermijn op gemotiveerd verzoek van de vergunningsaanvrager eenmalig met zestig dagen verlengd. | 9 | §2/1. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 wordt de beslissingstermijn op gemotiveerd verzoek van de vergunningsaanvrager eenmalig met zestig dagen verlengd. |
| 10 | De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager en de beroepsindiener verzonden vóór de einddatum van de beslissingstermijn. | 10 | De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager en de beroepsindiener verzonden vóór de einddatum van de beslissingstermijn. |
| 11 | §2/2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 of paragraaf 2/1 wordt de beslissingstermijn van rechtswege opgeschort zolang de Vlaamse Regering geen beslissing heeft genomen over het georganiseerde administratieve beroep tegen de beslissing van de gemeenteraad, vermeld in artikel 31/1. | 11 | §2/2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 of paragraaf 2/1 wordt de beslissingstermijn van rechtswege opgeschort zolang de Vlaamse Regering geen beslissing heeft genomen over het georganiseerde administratieve beroep tegen de beslissing van de gemeenteraad, vermeld in artikel 31/1. |
| 12 | §3. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, gaan altijd in op de dag na de datum dat het laatste beroep ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop het laatste beroep is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten, waarbij de meest recente datum geldt. | 12 | §3. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, gaan altijd in op de dag na de datum dat het laatste beroep ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop het laatste beroep is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten, waarbij de meest recente datum geldt. |
| 13 | Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt het beroep of worden de beroepen geacht te zijn afgewezen en wordt de bestreden beslissing als definitief aanzien. | 13 | Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt het beroep of worden de beroepen geacht te zijn afgewezen en wordt de bestreden beslissing als definitief aanzien. |
| 14 | §4. Artikel 33, 34, 47 en 48 zijn van overeenkomstige toepassing op de beslissing. | 14 | §4. Artikel 33, 34, 47 en 48 zijn van overeenkomstige toepassing op de beslissing. |
| 15 | §5. De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd. Als er geen archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd. | 15 | §5. De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd. Als er geen archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd. |
| 16 | §6. Een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in beroep pas verleend worden na de goedkeuring van de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad, met toepassing van artikel 31. | 16 | §6. Een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in beroep pas verleend worden na de goedkeuring van de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad, met toepassing van artikel 31. |
| 17 | Als de gemeenteraad de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing niet heeft goedgekeurd, of als de Vlaamse Regering de beslissing heeft vernietigd met toepassing van artikel 31/1, wordt de omgevingsvergunning in beroep geweigerd. | 17 | Als de gemeenteraad de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing niet heeft goedgekeurd, of als de Vlaamse Regering de beslissing heeft vernietigd met toepassing van artikel 31/1, wordt de omgevingsvergunning in beroep geweigerd. |
| 18 | §7. Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, geen beslissing kan nemen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn doordat de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, is de gemeente aan de aanvrager van de vergunning een eenmalige vergoeding van 5000 euro verschuldigd. | 18 | §7. Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, geen beslissing kan nemen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn doordat de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, is de gemeente aan de aanvrager van de vergunning een eenmalige vergoeding van 5000 euro verschuldigd. |
| 19 | Binnen negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, vraagt de vergunningsaanvrager met een beveiligde zending de betaling van de eenmalige vergoeding aan de gemeente. Hij verwijst in zijn aanvraag naar het dossier en vermeldt zijn IBAN- en BIC-gegevens. De gemeente betaalt zonder verdere formaliteiten de eenmalige vergoeding aan de aanvrager. | 19 | Binnen negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, vraagt de vergunningsaanvrager met een beveiligde zending de betaling van de eenmalige vergoeding aan de gemeente. Hij verwijst in zijn aanvraag naar het dossier en vermeldt zijn IBAN- en BIC-gegevens. De gemeente betaalt zonder verdere formaliteiten de eenmalige vergoeding aan de aanvrager. |
| 20 | Als de vergunningsaanvrager de betaling van de eenmalige vergoeding niet vraagt binnen de termijn van negentig dagen, vermeld in het tweede lid, wordt de aanvrager geacht afstand gedaan te hebben van zijn recht op de eenmalige vergoeding. | 20 | Als de vergunningsaanvrager de betaling van de eenmalige vergoeding niet vraagt binnen de termijn van negentig dagen, vermeld in het tweede lid, wordt de aanvrager geacht afstand gedaan te hebben van zijn recht op de eenmalige vergoeding. |
| 21 | §8. Als de exploitatie van een IIOA stopgezet is of wordt overeenkomstig artikel 39, derde lid, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, wordt een vergunningsaanvraag voor de exploitatie van een veehouderij die betrekking heeft op een of meer van de percelen van de IIOA waarvoor de stopzetting geldt en die leidt tot een verhoging van de stikstofemissies na de stopzetting, geweigerd. | ||
| 22 | Een veehouderij als vermeld in het eerste lid is een vergunningsplichtige IIOA als vermeld in rubriek 9 van de indelingslijst van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, voor zover er dieren worden gehouden die behoren tot een diersoort die opgenomen is in de lijst, vermeld in artikel 27, §1, van het Mestdecreet van 22 december 2006. |
| 1 | § 1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, of de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt de ontvankelijkheid en volledigheid van het verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning. | 1 | § 1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, of de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt de ontvankelijkheid en volledigheid van het verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning. |
| 2 | Voor elk ambtshalve initiatief en elk verzoek tot bijstelling, vermeld in artikel 83, § 1, 1°, respectievelijk 83, § 1, 2°, b), dat niet de individuele toepassing van een door de Vlaamse Regering ter bescherming van de mens en het milieu goedgekeurd programma of plan als voorwerp heeft, evenals voor elk verzoek, vermeld in artikel 83, § 1, 2°, a), wordt door de omgevingsvergunningscommissie onderzocht of de aangevoerde motieven tot bijstelling kennelijk ongegrond zijn. Als de omgevingsvergunningscommissie bij haar onderzoek vaststelt dat het ambtshalve initiatief of het verzoek tot bijstelling uitsluitend gebaseerd is op motieven die kennelijk ongegrond zijn, wordt de procedure tot bijstelling definitief stopgezet. | 2 | Voor elk ambtshalve initiatief en elk verzoek tot bijstelling, vermeld in artikel 83, § 1, 1°, respectievelijk 83, § 1, 2°, b), dat niet de individuele toepassing van een door de Vlaamse Regering ter bescherming van de mens en het milieu goedgekeurd programma of plan als voorwerp heeft, evenals voor elk verzoek, vermeld in artikel 83, § 1, 2°, a), wordt door de omgevingsvergunningscommissie onderzocht of de aangevoerde motieven tot bijstelling kennelijk ongegrond zijn. Als de omgevingsvergunningscommissie bij haar onderzoek vaststelt dat het ambtshalve initiatief of het verzoek tot bijstelling uitsluitend gebaseerd is op motieven die kennelijk ongegrond zijn, wordt de procedure tot bijstelling definitief stopgezet. |
| 3 | Een ambtshalve initiatief of een verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning van een veehouderij wordt beschouwd als kennelijk ongegrond als vermeld in het tweede lid als de motieven tot bijstelling uitsluitend betrekking hebben op een aanpassing van de efficiëntie van een ammoniakemissiereducerende techniek. In dat geval wordt de exploitant geacht te hebben voldaan aan zijn verplichtingen terzake. | ||
| 4 | Voor de toepassing van het derde lid wordt verstaan onder: | ||
| 5 | 1° een aanpassing van de efficiëntie van een ammoniakemissiereducerende techniek: het feit dat in de omgevingsvergunning voor de veehouderij in kwestie een ammoniakemissiereducerende techniek opgenomen is waarvoor in de omgevingsvergunning een bepaald ammoniakemissiereducerend vermogen vermeld werd, en waaraan, na de opname in de omgevingsvergunning, bij een decreet, een besluit van de Vlaamse Regering of een ministerieel besluit een lager ammoniakemissiereducerend vermogen werd toegekend; | ||
| 6 | 2° een veehouderij: een vergunningsplichtige IIOA als vermeld in rubriek 9 van de indelingslijst van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, voor zover er dieren worden gehouden die behoren tot een diersoort die opgenomen is in de lijst, vermeld in artikel 27, §1, van het Mestdecreet van 22 december 2006. | ||
| 3 | § 2. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en indien van toepassing, het resultaat van het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, wordt bij beveiligde zending aan de verzoeker of aan het bestuursorgaan dat het ambtshalve initiatief heeft genomen, meegedeeld binnen een termijn van vijftig dagen vanaf de dag na de datum waarop het verzoek is ingediend. | 7 | § 2. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en indien van toepassing, het resultaat van het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, wordt bij beveiligde zending aan de verzoeker of aan het bestuursorgaan dat het ambtshalve initiatief heeft genomen, meegedeeld binnen een termijn van vijftig dagen vanaf de dag na de datum waarop het verzoek is ingediend. |
| 4 | De exploitant van de ingedeelde inrichting of activiteit wordt op dezelfde dag van de mededeling waarvan sprake in het eerste lid, op de hoogte gebracht van elk verzoek tot bijstelling dat hij niet zelf heeft ingediend evenals van elk initiatief tot ambtshalve bijstelling, voor zover ze niet onontvankelijk, onvolledig of indien van toepassing kennelijk ongegrond werden bevonden. | 8 | De exploitant van de ingedeelde inrichting of activiteit wordt op dezelfde dag van de mededeling waarvan sprake in het eerste lid, op de hoogte gebracht van elk verzoek tot bijstelling dat hij niet zelf heeft ingediend evenals van elk initiatief tot ambtshalve bijstelling, voor zover ze niet onontvankelijk, onvolledig of indien van toepassing kennelijk ongegrond werden bevonden. |
| 28 | 21° het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest; | 28 | 21° het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest; |
| 29 | 22° het decreet van 28 maart 2014 betreffende de preventie, surveillance en bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren; | 29 | 22° het decreet van 28 maart 2014 betreffende de preventie, surveillance en bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren; |
| 30 | 23° het decreet van 21 december 2018 houdende de luchtkwaliteit in het binnenmilieu van voertuigen. | 30 | 23° het decreet van 21 december 2018 houdende de luchtkwaliteit in het binnenmilieu van voertuigen; |
| 31 | 24° het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof. | ||
| 31 | In afwijking van het eerste lid zijn de hoofdstukken III, IV, V, Vbis, VI en VII van deze titel pas van toepassing op de in het eerste lid sub 2°, 3°, 4°, 7°, 11°, 14°, 15°, 16°, 17° en 19° vermelde wetten en decreten, met inbegrip van hun respectieve uitvoeringsbesluiten, op het ogenblik dat de Vlaamse Regering dit bepaalt. | 32 | In afwijking van het eerste lid zijn de hoofdstukken III, IV, V, Vbis, VI en VII van deze titel pas van toepassing op de in het eerste lid sub 2°, 3°, 4°, 7°, 11°, 14°, 15°, 16°, 17° en 19° vermelde wetten en decreten, met inbegrip van hun respectieve uitvoeringsbesluiten, op het ogenblik dat de Vlaamse Regering dit bepaalt. |
| 32 | Hoofdstuk II en hoofdstuk IV, afdeling III en V, van deze titel zijn van toepassing op titel VI van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. | 33 | Hoofdstuk II en hoofdstuk IV, afdeling III en V, van deze titel zijn van toepassing op titel VI van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. |
| 91 | 68° soortenbeschermingsprogramma: een programma van soortenbehoudsmaatregelen dat met name gericht is op het verkrijgen van de gunstige staat van instandhouding van een inheemse soort of een groep van soorten in het gebied waarop het programma van toepassing is; | 91 | 68° soortenbeschermingsprogramma: een programma van soortenbehoudsmaatregelen dat met name gericht is op het verkrijgen van de gunstige staat van instandhouding van een inheemse soort of een groep van soorten in het gebied waarop het programma van toepassing is; |
| 92 | 69° planversie: één van de opeenvolgende versies van een managementplan Natura 2000; | 92 | 69° planversie: één van de opeenvolgende versies van een managementplan Natura 2000; |
| 93 | 70° zoekzone: een zone die per Europees te beschermen soort en per Europees te beschermen habitat de perimeter aangeeft die gevrijwaard wordt met het oog op het optimaal plaatsen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken speciale beschermingszone. De omvang van de zoekzone wordt bepaald door de oppervlakte die nodig is voor het realiseren van het openstaand saldo van de taakstelling voor de betrokken Europees te beschermen habitat of Europees te beschermen soort; | 93 | 70° zoekzone: een zone die per Europees te beschermen soort en per Europees te beschermen habitat de perimeter aangeeft die gevrijwaard wordt met het oog op het optimaal plaatsen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken speciale beschermingszone. De omvang van de zoekzone wordt bepaald door de oppervlakte die nodig is voor het realiseren van het openstaand saldo van de taakstelling voor de betrokken Europees te beschermen habitat of Europees te beschermen soort. Dat openstaand saldo is het verschil tussen de oppervlakte aan Europees te beschermen habitat of leefgebied van Europees te beschermen soorten, bepaald in de instandhoudingsdoelstellingen voor een speciale beschermingszone, en de oppervlakte waarvoor het passende beheer is vastgesteld in goedgekeurde natuurbeheerplannen als vermeld in artikel 16octies van dit decreet of daarmee vergelijkbare plannen of vergelijkbare overeenkomsten waarin een passend beheer is vastgesteld; |
| 94 | 71° actiegebied: een gebied dat op basis van relevante milieueffecten vastgesteld wordt voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de betrokken speciale beschermingszone; | 94 | 71° actiegebied: een gebied dat op basis van relevante milieueffecten vastgesteld wordt voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de betrokken speciale beschermingszone; |
| 95 | 72° omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie: de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie of het geheel of gedeeltelijk wijzigen van kleine landschapselementen of de vegetatie ervan. | 95 | 72° omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie: de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie of het geheel of gedeeltelijk wijzigen van kleine landschapselementen of de vegetatie ervan; |
| 96 | 74° stikstofdepositie: de aanvoer van stikstof uit de atmosfeer naar oppervlakken zoals bodem, water en vegetaties. Dat gebeurt rechtstreeks vanuit de lucht (droge depositie) en via regen, sneeuw en hagel (natte depositie); | ||
| 97 | 75° stikstofgevoelige habitats: habitattypes waarvan de kwaliteit wordt aangetast door de effecten van stikstofdepositie. | ||
| 3 | 1° het nemen van beslissingen ter uitvoering van het eerste lid en paragraaf 2 van dit artikel; | 3 | 1° het nemen van beslissingen ter uitvoering van het eerste lid en paragraaf 2 van dit artikel; |
| 4 | 2° het nemen van beslissingen of het verlenen van advies ter uitvoering van paragraaf 3 tot en met 6. | 4 | 2° het nemen van beslissingen of het verlenen van advies ter uitvoering van paragraaf 3 tot en met 6. |
| 5 | Als een zoekzone wordt afgebakend met het oog op het optimaal plaatsen van de instandhoudingsdoelstellingen die conform het eerste lid zijn vastgesteld, gebeurt dat op basis van actuele en potentiële natuurwaarden die relevant zijn voor de realisatie van het openstaande saldo van de taakstelling, vermeld in artikel 2, 70°. | ||
| 6 | Elke zoekzone wordt in die mate groter afgebakend dan het openstaande saldo zodanig dat dat saldo altijd binnen de zoekzone gerealiseerd kan worden. De Vlaamse Regering kan hiervoor nadere regels bepalen. Zij kan daarbij bepalen welke soort en omvang van oppervlakte bij voorrang in aanmerking komt als zoekzone en welke factor op welke grootte van een openstaand saldo wordt toegepast om de oppervlakte van een zoekzone te bepalen. | ||
| 7 | Binnen de delen van de zoekzone met de laagste actuele of potentiële natuurwaarden kan de afbakening worden aangepast op basis van socio-economische belangen. Bij een dergelijke aanpassing worden de bepalingen van het derde en vierde lid gerespecteerd en wordt ervoor gezorgd dat de totale oppervlakte van de zoekzone niet kleiner wordt. | ||
| 8 | De zoekzonekaart van 2015, zoals consulteerbaar op de website Geopunt van de Vlaamse administratie, die opgemaakt is voor Europees te beschermen habitats, bevat voor elke speciale beschermingszone die aangewezen is met toepassing van de Habitatrichtlijn, zoekzones voor de Europees te beschermen habitats waarvoor de betreffende speciale beschermingszones zijn aangewezen. Die zoekzones worden geacht afgebakend te zijn overeenkomstig de bepalingen van het derde tot en met het vijfde lid. | ||
| 9 | De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de toepassing van het derde tot en met het vijfde lid. | ||
| 5 | § 2. De administratieve overheid neemt, binnen haar bevoegdheden, ongeacht de bestemming van het betrokken gebied, tevens alle nodige maatregelen om | 10 | § 2. De administratieve overheid neemt, binnen haar bevoegdheden, ongeacht de bestemming van het betrokken gebied, tevens alle nodige maatregelen om |
| 6 | a) elke verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de habitats van bijlage I van dit decreet en van de habitats van de soorten vermeld in de bijlagen II, III en IV van dit decreet evenals de niet in bijlage IV van dit decreet genoemde en op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geregeld voorkomende soorten trekvogels in een speciale beschermingszone te vermijden; | 11 | a) elke verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de habitats van bijlage I van dit decreet en van de habitats van de soorten vermeld in de bijlagen II, III en IV van dit decreet evenals de niet in bijlage IV van dit decreet genoemde en op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geregeld voorkomende soorten trekvogels in een speciale beschermingszone te vermijden; |
| 1 | §1. De Vlaamse grondenbank heeft het recht van voorkoop bij verkoop van onroerende goederen : | 1 | §1. De Vlaamse grondenbank heeft het recht van voorkoop bij verkoop van onroerende goederen : |
| 2 | 1° in het VEN, met uitzondering van de onroerende goederen uitgesloten door de Vlaamse Regering; | 2 | 1° in het VEN, met uitzondering van de onroerende goederen uitgesloten door de Vlaamse Regering; |
| 3 | 2° binnen de groen- en bosgebieden en de bosuitbreidingsgebieden en de met al deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden, aangewezen op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, gelegen binnen de speciale beschermingszones; | 3 | 2° binnen de groen- en bosgebieden en de bosuitbreidingsgebieden en de met al deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden, aangewezen op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, gelegen binnen de speciale beschermingszones; |
| 5 | 4° in de afbakening van een natuurinrichtingsproject. | 5 | 4° in de afbakening van een natuurinrichtingsproject. |
| 6 | 5° in de terreinen waar het agentschap het beheer heeft overgenomen met toepassing van artikel 16decies, § 1 en § 2; | 6 | 5° in de terreinen waar het agentschap het beheer heeft overgenomen met toepassing van artikel 16decies, § 1 en § 2; |
| 7 | 6° in een zoekzone afgebakend conform artikel 50septies, § 4, eerste lid, ongeacht de planologische bestemming in de goedgekeurde plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen. Van zodra een dergelijke zoekzone is afgebakend wordt het voorkooprecht dat conform punt 2° bestaat, opgeheven binnen de speciale beschermingszone of -zones in kwestie. | ||
| 7 | 6° binnen het werkingsgebied Turnhouts Vennengebied, vermeld in artikel 41 van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, voor zover dat ligt binnen de speciale beschermingszones, vermeld in artikel 2, 43°, a) en c); | ||
| 8 | 7° op de binnen een speciale beschermingszone, vermeld in artikel 2, 43°, | ||
| 9 | a) of c), gelegen gronden die eigendom zijn van een exploitant van een veehouderij waarvoor er een stopzettingsvergoeding werd verleend in uitvoering van artikel 39 van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof. | ||
| 8 | Onverminderd artikel 8 van het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten geldt dit voorkooprecht niet in geval van verkoop van het goed aan leden van erkende bos-groeperingen die voor 20 januari 1998 overeenkomstig artikel 85 van het bosdecreet van 13 juni 1990 werden erkend, voor zover het bovenvermelde goed deel uitmaakt van de kadastrale percelen waarop de erkenning betrekking heeft en de koper reeds onroerende goederen in eigendom of mede-eigendom heeft binnen de omschrijving van de bosgroepering. | 10 | Onverminderd artikel 8 van het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten geldt dit voorkooprecht niet in geval van verkoop van het goed aan leden van erkende bos-groeperingen die voor 20 januari 1998 overeenkomstig artikel 85 van het bosdecreet van 13 juni 1990 werden erkend, voor zover het bovenvermelde goed deel uitmaakt van de kadastrale percelen waarop de erkenning betrekking heeft en de koper reeds onroerende goederen in eigendom of mede-eigendom heeft binnen de omschrijving van de bosgroepering. |
| 9 | § 2. ... | ||
| 10 | § 3. ... | ||
| 11 | §2. De Vlaamse Regering kan de nodige maatregelen nemen opdat, in geval het voorkooprecht, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 7°, wordt uitgeoefend, voor de realisatie van stikstofsaneringsmaatregelen, vermeld in artikel 4, §5, derde lid, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, de mogelijkheid gegeven wordt aan de kandidaat-koper, om het onroerend goed in kwestie te verwerven, op voorwaarde dat de kandidaat-koper de vermelde stikstofsaneringsmaatregelen zelf realiseert. | ||
| 12 | §3. ... | ||
| 11 | §4. De Vlaamse regering kan de nodige maatregelen nemen om in geval het voorkooprecht wordt uitgeoefend op een verpacht perceel een vrijwillige grondruil mogelijk te maken. | 13 | §4. De Vlaamse regering kan de nodige maatregelen nemen om in geval het voorkooprecht wordt uitgeoefend op een verpacht perceel een vrijwillige grondruil mogelijk te maken. |
| 12 | Voor voormelde gronden kan slechts een einde gemaakt aan de lopende pacht bij het verstrijken van elke pachtperiode zoals voorzien in artikel 11, 9°, van het Vlaams Pachtdecreet van 13 oktober 2023 tenzij de pachter vroeger afstand doet van zijn pachtrecht. | 14 | Voor voormelde gronden kan slechts een einde gemaakt aan de lopende pacht bij het verstrijken van elke pachtperiode zoals voorzien in artikel 11, 9°, van het Vlaams Pachtdecreet van 13 oktober 2023 tenzij de pachter vroeger afstand doet van zijn pachtrecht. |
| 13 | §5. De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VI, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de oprichting van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen zijn van toepassing op dit recht van voorkoop. | 15 | §5. De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VI, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de oprichting van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen zijn van toepassing op dit recht van voorkoop. |
| 14 | §6. Het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten is van toepassing op dit recht van voorkoop. | 16 | §6. Het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten is van toepassing op dit recht van voorkoop. |
| 1 | §1. Voor elke speciale beschermingszone wordt een managementplan Natura 2000 opgemaakt. Als meerdere speciale beschermingszones geheel of gedeeltelijk samenvallen, kan voor die speciale beschermingszones een gezamenlijk managementplan Natura 2000 worden opgemaakt. | 1 | §1. Voor elke speciale beschermingszone wordt een managementplan Natura 2000 opgemaakt. Als meerdere speciale beschermingszones geheel of gedeeltelijk samenvallen, kan voor die speciale beschermingszones een gezamenlijk managementplan Natura 2000 worden opgemaakt. |
| 2 | Het managementplan Natura 2000 doorloopt opeenvolgende cyclussen van zes jaar en heeft een tijdshorizon tot uiterlijk 2050. | 2 | Het managementplan Natura 2000 doorloopt opeenvolgende cyclussen van zes jaar en heeft een tijdshorizon tot uiterlijk 2050. |
| 3 | Binnen een plancyclus wordt het managementplan Natura 2000 opgebouwd aan de hand van verschillende, opeenvolgende planversies. De planversies worden opgemaakt op basis van een tussentijdse toetsing van de realisatiegraad van de taakstelling van het plan, en naargelang van de actoren die worden betrokken bij de realisatie van het plan en het type instrumenten die daarvoor achtereenvolgens worden ingezet. De bepalingen die gelden voor het managementplan Natura 2000 zijn ook van toepassing op de planversies. | 3 | Binnen een plancyclus wordt het managementplan Natura 2000 opgebouwd aan de hand van verschillende, opeenvolgende planversies. De planversies worden opgemaakt op basis van een tussentijdse toetsing van de realisatiegraad van de taakstelling van het plan, en naargelang van de actoren die worden betrokken bij de realisatie van het plan en het type instrumenten die daarvoor achtereenvolgens worden ingezet. De bepalingen die gelden voor het managementplan Natura 2000 zijn ook van toepassing op de planversies. |
| 4 | §2. Het managementplan Natura 2000 wordt opgemaakt met het oog op: | 4 | §2. Het managementplan Natura 2000 wordt opgemaakt met het oog op: |
| 5 | 1° het gradueel realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie, ter uitvoering van artikel 36ter, § 1; | 5 | 1° het gradueel realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie, ter uitvoering van artikel 36ter, § 1; |
| 6 | 2° het vermijden of het stoppen van de verslechtering van de Europees te beschermen habitats en de leefgebieden van Europees te beschermen soorten, waarvoor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zijn aangemeld of die in die zone of zones voorkomen, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2; | 6 | 2° het vermijden of het stoppen van de verslechtering van de Europees te beschermen habitats en de leefgebieden van Europees te beschermen soorten, waarvoor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zijn aangemeld of die in die zone of zones voorkomen, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2; |
| 7 | 3° het vermijden of het stoppen van de betekenisvolle verstoring van de Europees te beschermen soorten, waarvoor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zijn aangemeld of die in die zone of zones voorkomen, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2. | 7 | 3° het vermijden of het stoppen van de betekenisvolle verstoring van de Europees te beschermen soorten, waarvoor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zijn aangemeld of die in die zone of zones voorkomen, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2. |
| 8 | De bepaling, vermeld in het eerste lid, 2°, verhindert niet dat te allen tijde maatregelen moeten worden genomen ter uitvoering van artikel 36ter, § 2, of ter uitvoering van andere regelgeving, onder meer maatregelen ter uitvoering van titel XV en titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, in het bijzonder als dat noodzakelijk is om verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de Europees te beschermen habitats en soorten en hun leefgebied te vermijden of te beëindigen. | 8 | De bepaling, vermeld in het eerste lid, 2°, verhindert niet dat te allen tijde maatregelen moeten worden genomen ter uitvoering van artikel 36ter, § 2, of ter uitvoering van andere regelgeving, onder meer maatregelen ter uitvoering van titel XV en titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, in het bijzonder als dat noodzakelijk is om verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de Europees te beschermen habitats en soorten en hun leefgebied te vermijden of te beëindigen. |
| 9 | §3. Het managementplan Natura 2000 bevat ten minste: | 9 | §3. Het managementplan Natura 2000 bevat ten minste: |
| 10 | 1° een taakstelling voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie die bestaat uit de inspanningen met betrekking tot het natuurbehoud die nodig worden geacht voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, tijdens de plancyclus in kwestie; | 10 | 1° een taakstelling voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie die bestaat uit de inspanningen met betrekking tot het natuurbehoud die nodig worden geacht voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, tijdens de plancyclus in kwestie; |
| 11 | 2° een opgave van de acties voor de realisatie van de taakstelling. | 11 | 2° een opgave van de acties voor de realisatie van de taakstelling. |
| 12 | De taakstelling, vermeld in het eerste lid, 1°, geeft ook aan hoe in de speciale beschermingszone of -zones in kwestie wordt bijgedragen tot de realisatie van het bindend gedeelte van de taakstelling, vermeld in artikel 50ter, § 3, 1°, in voorkomend geval met inbegrip van het plan van aanpak, vermeld in artikel 50ter, § 4, tweede lid, 2°. | 12 | De taakstelling, vermeld in het eerste lid, 1°, geeft ook aan hoe in de speciale beschermingszone of -zones in kwestie wordt bijgedragen tot de realisatie van het bindend gedeelte van de taakstelling, vermeld in artikel 50ter, § 3, 1°, in voorkomend geval met inbegrip van het plan van aanpak, vermeld in artikel 50ter, § 4, tweede lid, 2°. |
| 13 | § 4. Met het oog op de ruimtelijke toewijzing van de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden binnen de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zoekzones afgebakend. | ||
| 13 | §4. Voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt gebruikgemaakt van de zoekzones die afgebakend zijn overeenkomstig artikel 36ter, §1, derde tot en met vijfde lid. | ||
| 14 | Elke wijziging van de in artikel 36ter, §1, zesde lid, vermelde zoekzonekaart van 2015 gebeurt in het kader van de opmaak van een managementplan Natura 2000, of van een volgende planversie van een vastgesteld managementplan Natura 2000, voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie. De zoekzonekaart van 2015 wordt tweejaarlijks aangepast, met inachtneming van de bepalingen van het derde tot en met het vijfde lid van artikel 36ter, §1, en rekening houdende met de voortgang van de realisatie van de doelstelling van artikel 4, §5, eerste lid, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, en met de in artikel 49, laatste lid, van hetzelfde decreet vermelde evaluatie. | ||
| 14 | Voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie worden actiegebieden vastgesteld. De actiegebieden gelden voor een bepaald milieueffect of een groep van relevante milieueffecten. | 15 | Voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie worden actiegebieden vastgesteld. De actiegebieden gelden voor een bepaald milieueffect of een groep van relevante milieueffecten. |
| 1 | De habitattypes van bijlage I van de Habitatrichtlijn die in Vlaanderen voorkomen | 1 | Bijlage I. De habitattypes van bijlage I van de Habitatrichtlijn die in het Vlaams Gewest voorkomen |
| 2 | "Typen van natuurlijke habitats van communautair belang voor de instandhouding waarvan aanwijzing van speciale beschermingszones vereist is" (*: prioritair habitat). | 2 | "Typen van natuurlijke habitats van communautair belang voor de instandhouding waarvan aanwijzing van speciale beschermingszones vereist is" (*: prioritair habitat). |
| 3 | Stikstofgevoelige habitattypes: aanduiding met X | ||
| 3 | Code | 4 | Code |
| 4 | Prioriteit | 5 | Prioriteit |
| 5 | Habitattype | 6 | Habitattype |
| 7 | Stikstofgevoelig | ||
| 6 | 1130 | 8 | 1130 |
| 7 | Estuaria | 9 | Estuaria |
| 9 | Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten | 11 | Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten |
| 10 | 1310 | 12 | 1310 |
| 11 | Eénjarige pioniervegetaties van slik- en zandgebieden met Salicornia-soorten en andere zoutminnende planten | 13 | Eenjarige pioniervegetaties van slik- en zandgebieden met Salicornia spp. en andere zoutminnende soorten |
| 14 | X | ||
| 12 | 1320 | 15 | 1320 |
| 13 | Schorren met slijkgrasvegetatie (Spatinion maritimae) | 16 | Schorren met slijkgrasvegetatie (Spartinion maritimae) |
| 17 | X | ||
| 14 | 1330 | 18 | 1330 |
| 15 | Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae) | 19 | Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae) |
| 20 | X | ||
| 16 | 2110 | 21 | 2110 |
| 17 | Embryonale wandelende duinen | 22 | Embryonale wandelende duinen |
| 23 | X | ||
| 18 | 2120 | 24 | 2120 |
| 19 | Wandelende duinen op de strandwal met Ammophila arenaria (witte duinen) | 25 | Wandelende duinen op de strandwal met |
| 26 | Ammophila arenaria (“witte duinen”) | ||
| 27 | X | ||
| 20 | 2130 | 28 | 2130 |
| 21 | * | 29 | * |
| 22 | Vastgelegde duinen met kruidvegetatie (grijze duinen) | 30 | Vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie |
| 31 | (“grijze duinen”) | ||
| 32 | X | ||
| 23 | 2150 | 33 | 2150 |
| 24 | * | 34 | * |
| 25 | Eu-atlantische vastgelegde ontkalkte duinen (Calluno-Ulicetea) | 35 | Atlantische vastgelegde ontkalkte duinen (Calluno-Ulicetea) |
| 36 | X | ||
| 26 | 2160 | 37 | 2160 |
| 27 | Duinen met Hyppophae rhamnoides | 38 | Duinen met Hippophaë rhamnoides |
| 39 | X | ||
| 28 | 2170 | 40 | 2170 |
| 29 | Duinen met Salix repens ssp. Argentea (Salicion arenariae) | 41 | Duinen met Salix repens ssp. argentea (Salicion arenariae) |
| 42 | X | ||
| 30 | 2180 | 43 | 2180 |
| 31 | Beboste duinen van het Atlantische, Continentale and Boreale kustgebied | 44 | Beboste duinen van het Atlantische, continentale en boreale gebied |
| 45 | X | ||
| 32 | 2190 | 46 | 2190 |
| 33 | Vochtige duinvalleien | 47 | Vochtige duinvalleien |
| 48 | X | ||
| 34 | 2310 | 49 | 2310 |
| 35 | Psammofiele heide met Calluna- en Genista-soorten | 50 | Psammofiele heide met Calluna en Genista |
| 51 | X | ||
| 36 | 2330 | 52 | 2330 |
| 37 | Open grasland met Corynephorus- en Agrostis- soorten op landduinen | 53 | Open grasland met Corynephorus- en Agrostis- soorten op landduinen |
| 54 | X | ||
| 38 | 3110 | 55 | 3110 |
| 39 | Mineraalarme oligotrofe wateren van de Atlantische zandvlakten (Littorelletalia uniflora) | 56 | Mineraalarme oligotrofe wateren van de Atlantische zandvlakten (Littorelletalia uniflorae) |
| 57 | X | ||
| 40 | 3130 | 58 | 3130 |
| 41 | Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletea uniflora en/of Isoëto-Nanojuncetea | 59 | Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of Isoëto-Nanojuncetea |
| 60 | X | ||
| 42 | 3140 | 61 | 3140 |
| 43 | Kalkhoudende oligo-mesptrofe wateren met benthische Chara spp. Vegetaties | 62 | Kalkhoudende oligo-mesotrofe wateren met benthische Chara spp. vegetaties |
| 63 | X | ||
| 44 | 3150 | 64 | 3150 |
| 45 | Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition | 65 | Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition |
| 66 | X | ||
| 46 | 3160 | 67 | 3160 |
| 47 | Dystrofe natuurlijke poelen en meren | 68 | Dystrofe natuurlijke poelen en meren |
| 69 | X | ||
| 48 | 3260 | 70 | 3260 |
| 49 | Submontane en laagland rivieren met vegetaties behorend tot het Ranunculion fluitans en het Callitricho-Batrachion | 71 | Submontane en laaglandrivieren met vegetaties behorend tot het Ranunculion fluitantis en het Callitricho-Batrachion |
| 50 | 3270 | 72 | 3270 |
| 51 | Rivieren met slikoevers met vegetaties behorend tot het Chenopodietum rubri p.p. en Bidention p.p. | 73 | Rivieren met slikoevers met vegetaties behorend tot het Chenopodion rubri p.p. en Bidention p.p. |
| 52 | 4010 | 74 | 4010 |
| 53 | Noord-Atlantische vochtige heide met Erica tetralix | 75 | Noord-Atlantische vochtige heide met Erica tetralix |
| 76 | X | ||
| 54 | 4030 | 77 | 4030 |
| 55 | Droge Europese heide | 78 | Droge Europese heide |
| 79 | X | ||
| 56 | 5130 | 80 | 5130 |
| 57 | Juniperus communis-formaties in heidevelden of op kalkgrasland | 81 | Juniperus communis-formaties in heide of kalkgrasland |
| 82 | X | ||
| 58 | 6120 | 83 | 6120 |
| 59 | * | 84 | * |
| 60 | Kalkminnend grasland op dorre zandbodem | 85 | Kalkminnend grasland op dorre zandbodem |
| 86 | X | ||
| 61 | 6210 | 87 | 6210 |
| 62 | Droge halfnatuurlijke graslanden en struikvormende facies op kalkhoudende (Festuco-Brometalia) (*gebieden waar zeldzame orchideeën groeien) | 88 | Droge halfnatuurlijke graslanden en struikvormende facies op kalkhoudende bodems (Festuco-Brometalia) (*gebieden waar opmerkelijke orchideeën groeien) |
| 89 | X | ||
| 63 | 6230 | 90 | 6230 |
| 64 | * | 91 | * |
| 65 | Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems | 92 | Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa) |
| 93 | X | ||
| 66 | 6410 | 94 | 6410 |
| 67 | Grasland met Molinia op kalkhoudende, venigeof lemige kleibodem (Eu-Molinion ) | 95 | Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae) |
| 96 | X | ||
| 68 | 6430 | 97 | 6430 |
| 69 | Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones | 98 | Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland en van de montane en alpiene zones |
| 70 | 6510 | 99 | 6510 |
| 71 | Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis) | 100 | Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis) |
| 101 | X | ||
| 72 | 7110 | 102 | 7110 |
| 73 | * | 103 | * |
| 74 | Actief hoogveen | 104 | Actief hoogveen |
| 75 | 7120 | ||
| 76 | Aangetast hoogveen waar natuurlijke regeneratie nog mogelijk is | ||
| 105 | X | ||
| 77 | 7140 | 106 | 7140 |
| 78 | Overgangs- en trilveen | 107 | Overgangs- en trilveen |
| 108 | X | ||
| 79 | 7150 | 109 | 7150 |
| 80 | Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion | 110 | Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion |
| 111 | X | ||
| 81 | 7210 | 112 | 7210 |
| 82 | * | 113 | * |
| 83 | Kalkhoudende moerassen met Cladium mariscus en Carex davalliana | 114 | Kalkhoudende moerassen met Cladium mariscus |
| 115 | en soorten van het Caricion davallianae | ||
| 116 | X | ||
| 84 | 7220 | 117 | 7220 |
| 85 | * | 118 | * |
| 86 | Kalktufbronnen met tufsteenformatie (Cratoneurion) | 119 | Kalktufbronnen met tufsteenformatie (Cratoneurion) |
| 120 | X | ||
| 87 | 7230 | 121 | 7230 |
| 88 | Alkalisch laagveen | 122 | Alkalisch laagveen |
| 123 | X | ||
| 89 | 8310 | 124 | 8310 |
| 90 | Niet voor het publiek opengestelde grotten | 125 | Niet voor publiek opengestelde grotten |
| 91 | 9110 | 126 | 9110 |
| 92 | Beukenbossen van het type Luzulo-Fagetum | 127 | Beukenbossen van het type Luzulo-Fagetum |
| 128 | X | ||
| 93 | 9120 | 129 | 9120 |
| 94 | Zuurminnende Atlantische beukenbossen met ondergroei van Ilex of soms Taxus (Quercion robori-petraeae if Ilici-Fagion) | 130 | Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion) |
| 131 | X | ||
| 95 | 9130 | 132 | 9130 |
| 96 | Beukenbossen van het type Asperulo-Fagetum | 133 | Beukenbossen van het type Asperulo-Fagetum |
| 134 | X | ||
| 97 | 9150 | 135 | 9150 |
| 98 | Midden-Europese kalkminnende beukenbossen behorend tot het Cephalanthero-Fagetum | 136 | Midden-Europese kalkminnende beukenbossen behorend tot het Cephalanthero-Fagion |
| 137 | X | ||
| 99 | 9160 | 138 | 9160 |
| 100 | Sub-Atlantische en midden-Europese wintereikenbossen of eikenhaagbeukbossen behorend tot het Carpinion-betuli | 139 | Sub-Atlantische en Midden-Europese wintereikenbossen of eiken-haagbeukbossen behorend tot het Carpinion-betuli |
| 140 | X | ||
| 101 | 9190 | 141 | 9190 |
| 102 | Oude zuurminnende eikenbossen met Quercus robur op zandvlakten | 142 | Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur |
| 103 | 91D0 | ||
| 104 | * | ||
| 105 | Veenbossen | ||
| 143 | X | ||
| 106 | 91E0 | 144 | 91E0 |
| 107 | * | 145 | * |
| 108 | Alluviale bossen met Alnion glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae) | 146 | Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae) |
| 147 | X | ||
| 109 | 91F0 | 148 | 91F0 |
| 110 | Gemengde eiken-iepen-essenbossen langs de oevers van grote rivieren met Quercus robur, Ulmus laevis , Fraxinus excelsior of Fraxinus angustifolia(Ulmenion minoris) | 149 | Gemengde oeverformaties met Quercus robur, Ulmus laevis en Ulmus minor, Fraxinus excelsior of Fraxinus angustifolia, langs de grote rivieren (Ulmenion minoris) |
| 150 | X | ||