§ flandrepo

Decreet over de programmatische aanpak stikstof

N-VAOpen Vld N-VA, Open Vld #1801 Staatsblad 22 februari 2024 NUMAC 2024001071
13 artikels gewijzigd
+1 −1 decreet-2014-04-25/art. 13
1Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 of artikel 52, vaststelt dat een onregelmatigheid die kan leiden tot een vernietiging van de beslissing, is begaan, kan ze de onregelmatigheid herstellen. 1Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 of artikel 52, vaststelt dat een onregelmatigheid die kan leiden tot een vernietiging van de beslissing, is begaan, kan ze de onregelmatigheid herstellen. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, kan ook van die mogelijkheid gebruikmaken om onregelmatigheden te herstellen die de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, heeft begaan.
2De bevoegde overheid kan in voorkomend geval:2De bevoegde overheid kan in voorkomend geval:
31° een nieuw openbaar onderzoek organiseren;31° een nieuw openbaar onderzoek organiseren;
+9 −7 decreet-2014-04-25/art. 32
1§1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, neemt een beslissing over een vergunningsaanvraag binnen een termijn van:1§1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, neemt een beslissing over een vergunningsaanvraag binnen een termijn van:
21° honderdenvijf dagen als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is;21° honderdenvijf dagen als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is;
32° honderdtwintig dagen als een advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.32° honderdtwintig dagen als een advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.
4§2. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, worden van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in de volgende gevallen:4§2. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, worden van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in de volgende gevallen:
51° als met toepassing van artikel 30, derde lid, een openbaar onderzoek georganiseerd wordt;51° als met toepassing van artikel 30, derde lid, een openbaar onderzoek georganiseerd wordt;
62° als toepassing wordt gemaakt van de administratieve lus, vermeld in artikel 13;62° als toepassing wordt gemaakt van de administratieve lus, vermeld in artikel 13;
73° als de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft.73° als de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft.
8De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager verzonden vóór de einddatum van de normale beslissingstermijn.8De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager verzonden vóór de einddatum van de normale beslissingstermijn.
9§3. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, gaan altijd in op de dag na de datum dat de vergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop de aanvraag is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten.9§3. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, gaan altijd in op de dag na de datum dat de vergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop de aanvraag is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten.
10§4. Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt de omgevingsvergunning geacht te zijn geweigerd.10§4. Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt de omgevingsvergunning geacht te zijn geweigerd.
11In afwijking van het eerste lid, worden de termijnen, vermeld in paragraaf 1, als termijnen van orde beschouwd als de vergunningsaanvraag het gevolg is van een wijziging of aanvulling van de indelingslijst waardoor een milieueffectrapport of een omgevingsveiligheidsrapport moet worden opgesteld of een passende beoordeling moet worden uitgevoerd. In voorkomend geval mag de exploitatie worden voortgezet tot een definitieve beslissing wordt genomen over de vergunningsaanvraag.11In afwijking van het eerste lid, worden de termijnen, vermeld in paragraaf 1, als termijnen van orde beschouwd als de vergunningsaanvraag het gevolg is van een wijziging of aanvulling van de indelingslijst waardoor een milieueffectrapport of een omgevingsveiligheidsrapport moet worden opgesteld of een passende beoordeling moet worden uitgevoerd. In voorkomend geval mag de exploitatie worden voortgezet tot een definitieve beslissing wordt genomen over de vergunningsaanvraag.
12§5. De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd. Als er geen archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd.12§5. De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd. Als er geen archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd.
13§6. Een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan pas verleend worden na goedkeuring over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad overeenkomstig artikel 31.13§6. Een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan pas verleend worden na goedkeuring over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad overeenkomstig artikel 31.
14Als de gemeenteraad de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing niet heeft goedgekeurd, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd.14Als de gemeenteraad de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing niet heeft goedgekeurd, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd.
15§7. Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, geen beslissing kan nemen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn doordat de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, is de gemeente aan de aanvrager van de vergunning een eenmalige vergoeding van 5000 euro verschuldigd.15§7. Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, geen beslissing kan nemen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn doordat de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, is de gemeente aan de aanvrager van de vergunning een eenmalige vergoeding van 5000 euro verschuldigd.
16Binnen negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, vraagt de vergunningsaanvrager met een beveiligde zending de betaling van de eenmalige vergoeding aan de gemeente. Hij verwijst daarbij naar het dossier en naar zijn IBAN- en BIC-gegevens. De gemeente betaalt zonder verdere formaliteiten de eenmalige vergoeding aan de aanvrager.16Binnen negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, vraagt de vergunningsaanvrager met een beveiligde zending de betaling van de eenmalige vergoeding aan de gemeente. Hij verwijst daarbij naar het dossier en naar zijn IBAN- en BIC-gegevens. De gemeente betaalt zonder verdere formaliteiten de eenmalige vergoeding aan de aanvrager.
17Als de vergunningsaanvrager de betaling van de eenmalige vergoeding niet vraagt binnen de termijn van negentig dagen, vermeld in het tweede lid, wordt de aanvrager geacht afstand gedaan te hebben van zijn recht op de eenmalige vergoeding.17Als de vergunningsaanvrager de betaling van de eenmalige vergoeding niet vraagt binnen de termijn van negentig dagen, vermeld in het tweede lid, wordt de aanvrager geacht afstand gedaan te hebben van zijn recht op de eenmalige vergoeding.
18§8. Als de exploitatie van een IIOA stopgezet is of wordt overeenkomstig artikel 39, derde lid, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, wordt een vergunning voor de exploitatie van een veehouderij die betrekking heeft op een of meer van de percelen van de IIOA waarvoor de stopzetting geldt en die leidt tot een verhoging van de stikstofemissies, na de stopzetting geweigerd.
19Een veehouderij als vermeld in het eerste lid is een vergunningsplichtige IIOA als vermeld in rubriek 9 van de indelingslijst van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, voor zover er dieren worden gehouden die behoren tot een diersoort die opgenomen is in de lijst, vermeld in artikel 27, §1, van het Mestdecreet van 22 december 2006.
+5 −3 decreet-2014-04-25/art. 46
1§1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, neemt een beslissing over een vergunningsaanvraag binnen een termijn van zestig dagen.1§1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, neemt een beslissing over een vergunningsaanvraag binnen een termijn van zestig dagen.
2De termijn gaat altijd in op de dag na de datum dat de vergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop de aanvraag is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten.2De termijn gaat altijd in op de dag na de datum dat de vergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop de aanvraag is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten.
3§2. Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde termijn, wordt de omgevingsvergunning geacht te zijn geweigerd.3§2. Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde termijn, wordt de omgevingsvergunning geacht te zijn geweigerd.
4§3. De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd. Als er geen archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd.4§3. De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd. Als er geen archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd.
5§4. Als de exploitatie van een IIOA stopgezet is of wordt overeenkomstig artikel 39, derde lid, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, wordt een vergunningsaanvraag voor de exploitatie van een veehouderij die betrekking heeft op een of meer van de percelen van de IIOA waarvoor de stopzetting geldt en die leidt tot een verhoging van de stikstofemissies na de stopzetting, geweigerd.
6Een veehouderij als vermeld in het eerste lid is een vergunningsplichtige IIOA als vermeld in rubriek 9 van de indelingslijst van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, voor zover er dieren worden gehouden die behoren tot een diersoort die opgenomen is in de lijst, vermeld in artikel 27, §1, van het Mestdecreet van 22 december 2006.
+1 −1 decreet-2014-04-25/art. 63
1De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, onderzoekt de vergunningsaanvraag in haar totaliteit.
1De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, onderzoekt de vergunningsaanvraag in haar totaliteit. Daarbij kan ze ook de ontvankelijkheid en volledigheid van het aanvraagdossier en de project-m.e.r.-screening opnieuw beoordelen, en vragen of toestaan dat de indiener van het aanvraagdossier onvolledigheden herstelt. Artikel 19, tweede lid, 20 en 21, zijn van overeenkomstige toepassing.
+1 −1 decreet-2014-04-25/art. 64
1In beroep kunnen wijzigingen aan de vergunningsaanvraag worden aangebracht.
1In beroep kunnen wijzigingen aan de vergunningsaanvraag worden aangebracht. Daarbij kunnen ook gegevens of documenten aan het aanvraagdossier worden toegevoegd, of kunnen gegevens of documenten van het aanvraagdossier worden gewijzigd of vervangen.
2Het openbaar onderzoek over de gewijzigde vergunningsaanvraag is niet vereist als aan de volgende voorwaarden is voldaan:2Het openbaar onderzoek over de gewijzigde vergunningsaanvraag is niet vereist als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
31° de wijzigingen doen geen afbreuk aan de bescherming van de mens of het milieu of de goede ruimtelijke ordening;31° de wijzigingen doen geen afbreuk aan de bescherming van de mens of het milieu of de goede ruimtelijke ordening;
+11 −9 decreet-2014-04-25/art. 66
1§1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, neemt een definitieve beslissing over de vergunningsaanvraag binnen een termijn van:1§1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, neemt een definitieve beslissing over de vergunningsaanvraag binnen een termijn van:
21° honderdtwintig dagen als de aanvraag in eerste administratieve aanleg overeenkomstig de gewone vergunningsprocedure behandeld werd;21° honderdtwintig dagen als de aanvraag in eerste administratieve aanleg overeenkomstig de gewone vergunningsprocedure behandeld werd;
32° zestig dagen als de aanvraag in eerste administratieve aanleg overeenkomstig de vereenvoudigde vergunningsprocedure behandeld werd.32° zestig dagen als de aanvraag in eerste administratieve aanleg overeenkomstig de vereenvoudigde vergunningsprocedure behandeld werd.
4§2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2/1 wordt de beslissingstermijn van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in de volgende gevallen:4§2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2/1 wordt de beslissingstermijn van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in de volgende gevallen:
51° als met toepassing van artikel 64, derde lid, een openbaar onderzoek georganiseerd wordt;51° als met toepassing van artikel 64, derde lid, een openbaar onderzoek georganiseerd wordt;
62° als toepassing wordt gemaakt van de administratieve lus, vermeld in artikel 13;62° als toepassing wordt gemaakt van de administratieve lus, vermeld in artikel 13;
73° als de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft en de gemeenteraad in de loop van de beroepsprocedure samengeroepen wordt met toepassing van artikel 65.73° als de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft en de gemeenteraad in de loop van de beroepsprocedure samengeroepen wordt met toepassing van artikel 65.
8De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager en de beroepsindiener verzonden vóór de einddatum van de beslissingstermijn.8De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager en de beroepsindiener verzonden vóór de einddatum van de beslissingstermijn.
9§2/1. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 wordt de beslissingstermijn op gemotiveerd verzoek van de vergunningsaanvrager eenmalig met zestig dagen verlengd.9§2/1. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 wordt de beslissingstermijn op gemotiveerd verzoek van de vergunningsaanvrager eenmalig met zestig dagen verlengd.
10De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager en de beroepsindiener verzonden vóór de einddatum van de beslissingstermijn.10De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager en de beroepsindiener verzonden vóór de einddatum van de beslissingstermijn.
11§2/2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 of paragraaf 2/1 wordt de beslissingstermijn van rechtswege opgeschort zolang de Vlaamse Regering geen beslissing heeft genomen over het georganiseerde administratieve beroep tegen de beslissing van de gemeenteraad, vermeld in artikel 31/1.11§2/2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 of paragraaf 2/1 wordt de beslissingstermijn van rechtswege opgeschort zolang de Vlaamse Regering geen beslissing heeft genomen over het georganiseerde administratieve beroep tegen de beslissing van de gemeenteraad, vermeld in artikel 31/1.
12§3. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, gaan altijd in op de dag na de datum dat het laatste beroep ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop het laatste beroep is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten, waarbij de meest recente datum geldt.12§3. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, gaan altijd in op de dag na de datum dat het laatste beroep ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop het laatste beroep is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten, waarbij de meest recente datum geldt.
13Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt het beroep of worden de beroepen geacht te zijn afgewezen en wordt de bestreden beslissing als definitief aanzien.13Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt het beroep of worden de beroepen geacht te zijn afgewezen en wordt de bestreden beslissing als definitief aanzien.
14§4. Artikel 33, 34, 47 en 48 zijn van overeenkomstige toepassing op de beslissing.14§4. Artikel 33, 34, 47 en 48 zijn van overeenkomstige toepassing op de beslissing.
15§5. De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd. Als er geen archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd.15§5. De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd. Als er geen archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd.
16§6. Een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in beroep pas verleend worden na de goedkeuring van de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad, met toepassing van artikel 31.16§6. Een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in beroep pas verleend worden na de goedkeuring van de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad, met toepassing van artikel 31.
17Als de gemeenteraad de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing niet heeft goedgekeurd, of als de Vlaamse Regering de beslissing heeft vernietigd met toepassing van artikel 31/1, wordt de omgevingsvergunning in beroep geweigerd.17Als de gemeenteraad de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing niet heeft goedgekeurd, of als de Vlaamse Regering de beslissing heeft vernietigd met toepassing van artikel 31/1, wordt de omgevingsvergunning in beroep geweigerd.
18§7. Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, geen beslissing kan nemen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn doordat de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, is de gemeente aan de aanvrager van de vergunning een eenmalige vergoeding van 5000 euro verschuldigd.18§7. Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, geen beslissing kan nemen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn doordat de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, is de gemeente aan de aanvrager van de vergunning een eenmalige vergoeding van 5000 euro verschuldigd.
19Binnen negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, vraagt de vergunningsaanvrager met een beveiligde zending de betaling van de eenmalige vergoeding aan de gemeente. Hij verwijst in zijn aanvraag naar het dossier en vermeldt zijn IBAN- en BIC-gegevens. De gemeente betaalt zonder verdere formaliteiten de eenmalige vergoeding aan de aanvrager.19Binnen negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, vraagt de vergunningsaanvrager met een beveiligde zending de betaling van de eenmalige vergoeding aan de gemeente. Hij verwijst in zijn aanvraag naar het dossier en vermeldt zijn IBAN- en BIC-gegevens. De gemeente betaalt zonder verdere formaliteiten de eenmalige vergoeding aan de aanvrager.
20Als de vergunningsaanvrager de betaling van de eenmalige vergoeding niet vraagt binnen de termijn van negentig dagen, vermeld in het tweede lid, wordt de aanvrager geacht afstand gedaan te hebben van zijn recht op de eenmalige vergoeding.20Als de vergunningsaanvrager de betaling van de eenmalige vergoeding niet vraagt binnen de termijn van negentig dagen, vermeld in het tweede lid, wordt de aanvrager geacht afstand gedaan te hebben van zijn recht op de eenmalige vergoeding.
21§8. Als de exploitatie van een IIOA stopgezet is of wordt overeenkomstig artikel 39, derde lid, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, wordt een vergunningsaanvraag voor de exploitatie van een veehouderij die betrekking heeft op een of meer van de percelen van de IIOA waarvoor de stopzetting geldt en die leidt tot een verhoging van de stikstofemissies na de stopzetting, geweigerd.
22Een veehouderij als vermeld in het eerste lid is een vergunningsplichtige IIOA als vermeld in rubriek 9 van de indelingslijst van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, voor zover er dieren worden gehouden die behoren tot een diersoort die opgenomen is in de lijst, vermeld in artikel 27, §1, van het Mestdecreet van 22 december 2006.
+4 −0 decreet-2014-04-25/art. 87
1§ 1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, of de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt de ontvankelijkheid en volledigheid van het verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning.1§ 1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, of de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt de ontvankelijkheid en volledigheid van het verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning.
2Voor elk ambtshalve initiatief en elk verzoek tot bijstelling, vermeld in artikel 83, § 1, 1°, respectievelijk 83, § 1, 2°, b), dat niet de individuele toepassing van een door de Vlaamse Regering ter bescherming van de mens en het milieu goedgekeurd programma of plan als voorwerp heeft, evenals voor elk verzoek, vermeld in artikel 83, § 1, 2°, a), wordt door de omgevingsvergunningscommissie onderzocht of de aangevoerde motieven tot bijstelling kennelijk ongegrond zijn. Als de omgevingsvergunningscommissie bij haar onderzoek vaststelt dat het ambtshalve initiatief of het verzoek tot bijstelling uitsluitend gebaseerd is op motieven die kennelijk ongegrond zijn, wordt de procedure tot bijstelling definitief stopgezet.2Voor elk ambtshalve initiatief en elk verzoek tot bijstelling, vermeld in artikel 83, § 1, 1°, respectievelijk 83, § 1, 2°, b), dat niet de individuele toepassing van een door de Vlaamse Regering ter bescherming van de mens en het milieu goedgekeurd programma of plan als voorwerp heeft, evenals voor elk verzoek, vermeld in artikel 83, § 1, 2°, a), wordt door de omgevingsvergunningscommissie onderzocht of de aangevoerde motieven tot bijstelling kennelijk ongegrond zijn. Als de omgevingsvergunningscommissie bij haar onderzoek vaststelt dat het ambtshalve initiatief of het verzoek tot bijstelling uitsluitend gebaseerd is op motieven die kennelijk ongegrond zijn, wordt de procedure tot bijstelling definitief stopgezet.
3Een ambtshalve initiatief of een verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning van een veehouderij wordt beschouwd als kennelijk ongegrond als vermeld in het tweede lid als de motieven tot bijstelling uitsluitend betrekking hebben op een aanpassing van de efficiëntie van een ammoniakemissiereducerende techniek. In dat geval wordt de exploitant geacht te hebben voldaan aan zijn verplichtingen terzake.
4Voor de toepassing van het derde lid wordt verstaan onder:
51° een aanpassing van de efficiëntie van een ammoniakemissiereducerende techniek: het feit dat in de omgevingsvergunning voor de veehouderij in kwestie een ammoniakemissiereducerende techniek opgenomen is waarvoor in de omgevingsvergunning een bepaald ammoniakemissiereducerend vermogen vermeld werd, en waaraan, na de opname in de omgevingsvergunning, bij een decreet, een besluit van de Vlaamse Regering of een ministerieel besluit een lager ammoniakemissiereducerend vermogen werd toegekend;
62° een veehouderij: een vergunningsplichtige IIOA als vermeld in rubriek 9 van de indelingslijst van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, voor zover er dieren worden gehouden die behoren tot een diersoort die opgenomen is in de lijst, vermeld in artikel 27, §1, van het Mestdecreet van 22 december 2006.
3§ 2. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en indien van toepassing, het resultaat van het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, wordt bij beveiligde zending aan de verzoeker of aan het bestuursorgaan dat het ambtshalve initiatief heeft genomen, meegedeeld binnen een termijn van vijftig dagen vanaf de dag na de datum waarop het verzoek is ingediend.7§ 2. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en indien van toepassing, het resultaat van het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, wordt bij beveiligde zending aan de verzoeker of aan het bestuursorgaan dat het ambtshalve initiatief heeft genomen, meegedeeld binnen een termijn van vijftig dagen vanaf de dag na de datum waarop het verzoek is ingediend.
4De exploitant van de ingedeelde inrichting of activiteit wordt op dezelfde dag van de mededeling waarvan sprake in het eerste lid, op de hoogte gebracht van elk verzoek tot bijstelling dat hij niet zelf heeft ingediend evenals van elk initiatief tot ambtshalve bijstelling, voor zover ze niet onontvankelijk, onvolledig of indien van toepassing kennelijk ongegrond werden bevonden.8De exploitant van de ingedeelde inrichting of activiteit wordt op dezelfde dag van de mededeling waarvan sprake in het eerste lid, op de hoogte gebracht van elk verzoek tot bijstelling dat hij niet zelf heeft ingediend evenals van elk initiatief tot ambtshalve bijstelling, voor zover ze niet onontvankelijk, onvolledig of indien van toepassing kennelijk ongegrond werden bevonden.
+2 −1 decreet-1995-04-05/art. 16.1.1
2821° het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest;2821° het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest;
2922° het decreet van 28 maart 2014 betreffende de preventie, surveillance en bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren;2922° het decreet van 28 maart 2014 betreffende de preventie, surveillance en bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren;
3023° het decreet van 21 december 2018 houdende de luchtkwaliteit in het binnenmilieu van voertuigen.3023° het decreet van 21 december 2018 houdende de luchtkwaliteit in het binnenmilieu van voertuigen;
3124° het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof.
31In afwijking van het eerste lid zijn de hoofdstukken III, IV, V, Vbis, VI en VII van deze titel pas van toepassing op de in het eerste lid sub 2°, 3°, 4°, 7°, 11°, 14°, 15°, 16°, 17° en 19° vermelde wetten en decreten, met inbegrip van hun respectieve uitvoeringsbesluiten, op het ogenblik dat de Vlaamse Regering dit bepaalt.32In afwijking van het eerste lid zijn de hoofdstukken III, IV, V, Vbis, VI en VII van deze titel pas van toepassing op de in het eerste lid sub 2°, 3°, 4°, 7°, 11°, 14°, 15°, 16°, 17° en 19° vermelde wetten en decreten, met inbegrip van hun respectieve uitvoeringsbesluiten, op het ogenblik dat de Vlaamse Regering dit bepaalt.
32Hoofdstuk II en hoofdstuk IV, afdeling III en V, van deze titel zijn van toepassing op titel VI van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.33Hoofdstuk II en hoofdstuk IV, afdeling III en V, van deze titel zijn van toepassing op titel VI van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.
+4 −2 decreet-1997-10-21/art. 2
9168° soortenbeschermingsprogramma: een programma van soortenbehoudsmaatregelen dat met name gericht is op het verkrijgen van de gunstige staat van instandhouding van een inheemse soort of een groep van soorten in het gebied waarop het programma van toepassing is;9168° soortenbeschermingsprogramma: een programma van soortenbehoudsmaatregelen dat met name gericht is op het verkrijgen van de gunstige staat van instandhouding van een inheemse soort of een groep van soorten in het gebied waarop het programma van toepassing is;
9269° planversie: één van de opeenvolgende versies van een managementplan Natura 2000;9269° planversie: één van de opeenvolgende versies van een managementplan Natura 2000;
9370° zoekzone: een zone die per Europees te beschermen soort en per Europees te beschermen habitat de perimeter aangeeft die gevrijwaard wordt met het oog op het optimaal plaatsen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken speciale beschermingszone. De omvang van de zoekzone wordt bepaald door de oppervlakte die nodig is voor het realiseren van het openstaand saldo van de taakstelling voor de betrokken Europees te beschermen habitat of Europees te beschermen soort;9370° zoekzone: een zone die per Europees te beschermen soort en per Europees te beschermen habitat de perimeter aangeeft die gevrijwaard wordt met het oog op het optimaal plaatsen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken speciale beschermingszone. De omvang van de zoekzone wordt bepaald door de oppervlakte die nodig is voor het realiseren van het openstaand saldo van de taakstelling voor de betrokken Europees te beschermen habitat of Europees te beschermen soort. Dat openstaand saldo is het verschil tussen de oppervlakte aan Europees te beschermen habitat of leefgebied van Europees te beschermen soorten, bepaald in de instandhoudingsdoelstellingen voor een speciale beschermingszone, en de oppervlakte waarvoor het passende beheer is vastgesteld in goedgekeurde natuurbeheerplannen als vermeld in artikel 16octies van dit decreet of daarmee vergelijkbare plannen of vergelijkbare overeenkomsten waarin een passend beheer is vastgesteld;
9471° actiegebied: een gebied dat op basis van relevante milieueffecten vastgesteld wordt voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de betrokken speciale beschermingszone;9471° actiegebied: een gebied dat op basis van relevante milieueffecten vastgesteld wordt voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de betrokken speciale beschermingszone;
9572° omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie: de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie of het geheel of gedeeltelijk wijzigen van kleine landschapselementen of de vegetatie ervan.9572° omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie: de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie of het geheel of gedeeltelijk wijzigen van kleine landschapselementen of de vegetatie ervan;
9674° stikstofdepositie: de aanvoer van stikstof uit de atmosfeer naar oppervlakken zoals bodem, water en vegetaties. Dat gebeurt rechtstreeks vanuit de lucht (droge depositie) en via regen, sneeuw en hagel (natte depositie);
9775° stikstofgevoelige habitats: habitattypes waarvan de kwaliteit wordt aangetast door de effecten van stikstofdepositie.
+5 −0 decreet-1997-10-21/art. 36ter
31° het nemen van beslissingen ter uitvoering van het eerste lid en paragraaf 2 van dit artikel;31° het nemen van beslissingen ter uitvoering van het eerste lid en paragraaf 2 van dit artikel;
42° het nemen van beslissingen of het verlenen van advies ter uitvoering van paragraaf 3 tot en met 6.42° het nemen van beslissingen of het verlenen van advies ter uitvoering van paragraaf 3 tot en met 6.
5Als een zoekzone wordt afgebakend met het oog op het optimaal plaatsen van de instandhoudingsdoelstellingen die conform het eerste lid zijn vastgesteld, gebeurt dat op basis van actuele en potentiële natuurwaarden die relevant zijn voor de realisatie van het openstaande saldo van de taakstelling, vermeld in artikel 2, 70°.
6Elke zoekzone wordt in die mate groter afgebakend dan het openstaande saldo zodanig dat dat saldo altijd binnen de zoekzone gerealiseerd kan worden. De Vlaamse Regering kan hiervoor nadere regels bepalen. Zij kan daarbij bepalen welke soort en omvang van oppervlakte bij voorrang in aanmerking komt als zoekzone en welke factor op welke grootte van een openstaand saldo wordt toegepast om de oppervlakte van een zoekzone te bepalen.
7Binnen de delen van de zoekzone met de laagste actuele of potentiële natuurwaarden kan de afbakening worden aangepast op basis van socio-economische belangen. Bij een dergelijke aanpassing worden de bepalingen van het derde en vierde lid gerespecteerd en wordt ervoor gezorgd dat de totale oppervlakte van de zoekzone niet kleiner wordt.
8De zoekzonekaart van 2015, zoals consulteerbaar op de website Geopunt van de Vlaamse administratie, die opgemaakt is voor Europees te beschermen habitats, bevat voor elke speciale beschermingszone die aangewezen is met toepassing van de Habitatrichtlijn, zoekzones voor de Europees te beschermen habitats waarvoor de betreffende speciale beschermingszones zijn aangewezen. Die zoekzones worden geacht afgebakend te zijn overeenkomstig de bepalingen van het derde tot en met het vijfde lid.
9De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de toepassing van het derde tot en met het vijfde lid.
5§ 2. De administratieve overheid neemt, binnen haar bevoegdheden, ongeacht de bestemming van het betrokken gebied, tevens alle nodige maatregelen om10§ 2. De administratieve overheid neemt, binnen haar bevoegdheden, ongeacht de bestemming van het betrokken gebied, tevens alle nodige maatregelen om
6a) elke verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de habitats van bijlage I van dit decreet en van de habitats van de soorten vermeld in de bijlagen II, III en IV van dit decreet evenals de niet in bijlage IV van dit decreet genoemde en op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geregeld voorkomende soorten trekvogels in een speciale beschermingszone te vermijden;11a) elke verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de habitats van bijlage I van dit decreet en van de habitats van de soorten vermeld in de bijlagen II, III en IV van dit decreet evenals de niet in bijlage IV van dit decreet genoemde en op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geregeld voorkomende soorten trekvogels in een speciale beschermingszone te vermijden;
+9 −7 decreet-1997-10-21/art. 37
1§1. De Vlaamse grondenbank heeft het recht van voorkoop bij verkoop van onroerende goederen :1§1. De Vlaamse grondenbank heeft het recht van voorkoop bij verkoop van onroerende goederen :
21° in het VEN, met uitzondering van de onroerende goederen uitgesloten door de Vlaamse Regering;21° in het VEN, met uitzondering van de onroerende goederen uitgesloten door de Vlaamse Regering;
32° binnen de groen- en bosgebieden en de bosuitbreidingsgebieden en de met al deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden, aangewezen op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, gelegen binnen de speciale beschermingszones;32° binnen de groen- en bosgebieden en de bosuitbreidingsgebieden en de met al deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden, aangewezen op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, gelegen binnen de speciale beschermingszones;
54° in de afbakening van een natuurinrichtingsproject.54° in de afbakening van een natuurinrichtingsproject.
65° in de terreinen waar het agentschap het beheer heeft overgenomen met toepassing van artikel 16decies, § 1 en § 2;65° in de terreinen waar het agentschap het beheer heeft overgenomen met toepassing van artikel 16decies, § 1 en § 2;
76° in een zoekzone afgebakend conform artikel 50septies, § 4, eerste lid, ongeacht de planologische bestemming in de goedgekeurde plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen. Van zodra een dergelijke zoekzone is afgebakend wordt het voorkooprecht dat conform punt 2° bestaat, opgeheven binnen de speciale beschermingszone of -zones in kwestie.
76° binnen het werkingsgebied Turnhouts Vennengebied, vermeld in artikel 41 van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, voor zover dat ligt binnen de speciale beschermingszones, vermeld in artikel 2, 43°, a) en c);
87° op de binnen een speciale beschermingszone, vermeld in artikel 2, 43°,
9a) of c), gelegen gronden die eigendom zijn van een exploitant van een veehouderij waarvoor er een stopzettingsvergoeding werd verleend in uitvoering van artikel 39 van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof.
8Onverminderd artikel 8 van het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten geldt dit voorkooprecht niet in geval van verkoop van het goed aan leden van erkende bos-groeperingen die voor 20 januari 1998 overeenkomstig artikel 85 van het bosdecreet van 13 juni 1990 werden erkend, voor zover het bovenvermelde goed deel uitmaakt van de kadastrale percelen waarop de erkenning betrekking heeft en de koper reeds onroerende goederen in eigendom of mede-eigendom heeft binnen de omschrijving van de bosgroepering.10Onverminderd artikel 8 van het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten geldt dit voorkooprecht niet in geval van verkoop van het goed aan leden van erkende bos-groeperingen die voor 20 januari 1998 overeenkomstig artikel 85 van het bosdecreet van 13 juni 1990 werden erkend, voor zover het bovenvermelde goed deel uitmaakt van de kadastrale percelen waarop de erkenning betrekking heeft en de koper reeds onroerende goederen in eigendom of mede-eigendom heeft binnen de omschrijving van de bosgroepering.
9§ 2. ...
10§ 3. ...
11§2. De Vlaamse Regering kan de nodige maatregelen nemen opdat, in geval het voorkooprecht, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 7°, wordt uitgeoefend, voor de realisatie van stikstofsaneringsmaatregelen, vermeld in artikel 4, §5, derde lid, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, de mogelijkheid gegeven wordt aan de kandidaat-koper, om het onroerend goed in kwestie te verwerven, op voorwaarde dat de kandidaat-koper de vermelde stikstofsaneringsmaatregelen zelf realiseert.
12§3. ...
11§4. De Vlaamse regering kan de nodige maatregelen nemen om in geval het voorkooprecht wordt uitgeoefend op een verpacht perceel een vrijwillige grondruil mogelijk te maken.13§4. De Vlaamse regering kan de nodige maatregelen nemen om in geval het voorkooprecht wordt uitgeoefend op een verpacht perceel een vrijwillige grondruil mogelijk te maken.
12Voor voormelde gronden kan slechts een einde gemaakt aan de lopende pacht bij het verstrijken van elke pachtperiode zoals voorzien in artikel 11, 9°, van het Vlaams Pachtdecreet van 13 oktober 2023 tenzij de pachter vroeger afstand doet van zijn pachtrecht.14Voor voormelde gronden kan slechts een einde gemaakt aan de lopende pacht bij het verstrijken van elke pachtperiode zoals voorzien in artikel 11, 9°, van het Vlaams Pachtdecreet van 13 oktober 2023 tenzij de pachter vroeger afstand doet van zijn pachtrecht.
13§5. De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VI, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de oprichting van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen zijn van toepassing op dit recht van voorkoop.15§5. De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VI, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de oprichting van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen zijn van toepassing op dit recht van voorkoop.
14§6. Het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten is van toepassing op dit recht van voorkoop.16§6. Het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten is van toepassing op dit recht van voorkoop.
+5 −4 decreet-1997-10-21/art. 50septies
1§1. Voor elke speciale beschermingszone wordt een managementplan Natura 2000 opgemaakt. Als meerdere speciale beschermingszones geheel of gedeeltelijk samenvallen, kan voor die speciale beschermingszones een gezamenlijk managementplan Natura 2000 worden opgemaakt.1§1. Voor elke speciale beschermingszone wordt een managementplan Natura 2000 opgemaakt. Als meerdere speciale beschermingszones geheel of gedeeltelijk samenvallen, kan voor die speciale beschermingszones een gezamenlijk managementplan Natura 2000 worden opgemaakt.
2Het managementplan Natura 2000 doorloopt opeenvolgende cyclussen van zes jaar en heeft een tijdshorizon tot uiterlijk 2050.2Het managementplan Natura 2000 doorloopt opeenvolgende cyclussen van zes jaar en heeft een tijdshorizon tot uiterlijk 2050.
3Binnen een plancyclus wordt het managementplan Natura 2000 opgebouwd aan de hand van verschillende, opeenvolgende planversies. De planversies worden opgemaakt op basis van een tussentijdse toetsing van de realisatiegraad van de taakstelling van het plan, en naargelang van de actoren die worden betrokken bij de realisatie van het plan en het type instrumenten die daarvoor achtereenvolgens worden ingezet. De bepalingen die gelden voor het managementplan Natura 2000 zijn ook van toepassing op de planversies.3Binnen een plancyclus wordt het managementplan Natura 2000 opgebouwd aan de hand van verschillende, opeenvolgende planversies. De planversies worden opgemaakt op basis van een tussentijdse toetsing van de realisatiegraad van de taakstelling van het plan, en naargelang van de actoren die worden betrokken bij de realisatie van het plan en het type instrumenten die daarvoor achtereenvolgens worden ingezet. De bepalingen die gelden voor het managementplan Natura 2000 zijn ook van toepassing op de planversies.
4§2. Het managementplan Natura 2000 wordt opgemaakt met het oog op:4§2. Het managementplan Natura 2000 wordt opgemaakt met het oog op:
51° het gradueel realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie, ter uitvoering van artikel 36ter, § 1;51° het gradueel realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie, ter uitvoering van artikel 36ter, § 1;
62° het vermijden of het stoppen van de verslechtering van de Europees te beschermen habitats en de leefgebieden van Europees te beschermen soorten, waarvoor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zijn aangemeld of die in die zone of zones voorkomen, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2;62° het vermijden of het stoppen van de verslechtering van de Europees te beschermen habitats en de leefgebieden van Europees te beschermen soorten, waarvoor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zijn aangemeld of die in die zone of zones voorkomen, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2;
73° het vermijden of het stoppen van de betekenisvolle verstoring van de Europees te beschermen soorten, waarvoor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zijn aangemeld of die in die zone of zones voorkomen, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2.73° het vermijden of het stoppen van de betekenisvolle verstoring van de Europees te beschermen soorten, waarvoor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zijn aangemeld of die in die zone of zones voorkomen, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2.
8De bepaling, vermeld in het eerste lid, 2°, verhindert niet dat te allen tijde maatregelen moeten worden genomen ter uitvoering van artikel 36ter, § 2, of ter uitvoering van andere regelgeving, onder meer maatregelen ter uitvoering van titel XV en titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, in het bijzonder als dat noodzakelijk is om verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de Europees te beschermen habitats en soorten en hun leefgebied te vermijden of te beëindigen.8De bepaling, vermeld in het eerste lid, 2°, verhindert niet dat te allen tijde maatregelen moeten worden genomen ter uitvoering van artikel 36ter, § 2, of ter uitvoering van andere regelgeving, onder meer maatregelen ter uitvoering van titel XV en titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, in het bijzonder als dat noodzakelijk is om verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de Europees te beschermen habitats en soorten en hun leefgebied te vermijden of te beëindigen.
9§3. Het managementplan Natura 2000 bevat ten minste:9§3. Het managementplan Natura 2000 bevat ten minste:
101° een taakstelling voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie die bestaat uit de inspanningen met betrekking tot het natuurbehoud die nodig worden geacht voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, tijdens de plancyclus in kwestie;101° een taakstelling voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie die bestaat uit de inspanningen met betrekking tot het natuurbehoud die nodig worden geacht voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, tijdens de plancyclus in kwestie;
112° een opgave van de acties voor de realisatie van de taakstelling.112° een opgave van de acties voor de realisatie van de taakstelling.
12De taakstelling, vermeld in het eerste lid, 1°, geeft ook aan hoe in de speciale beschermingszone of -zones in kwestie wordt bijgedragen tot de realisatie van het bindend gedeelte van de taakstelling, vermeld in artikel 50ter, § 3, 1°, in voorkomend geval met inbegrip van het plan van aanpak, vermeld in artikel 50ter, § 4, tweede lid, 2°.12De taakstelling, vermeld in het eerste lid, 1°, geeft ook aan hoe in de speciale beschermingszone of -zones in kwestie wordt bijgedragen tot de realisatie van het bindend gedeelte van de taakstelling, vermeld in artikel 50ter, § 3, 1°, in voorkomend geval met inbegrip van het plan van aanpak, vermeld in artikel 50ter, § 4, tweede lid, 2°.
13§ 4. Met het oog op de ruimtelijke toewijzing van de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden binnen de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zoekzones afgebakend.
13§4. Voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt gebruikgemaakt van de zoekzones die afgebakend zijn overeenkomstig artikel 36ter, §1, derde tot en met vijfde lid.
14Elke wijziging van de in artikel 36ter, §1, zesde lid, vermelde zoekzonekaart van 2015 gebeurt in het kader van de opmaak van een managementplan Natura 2000, of van een volgende planversie van een vastgesteld managementplan Natura 2000, voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie. De zoekzonekaart van 2015 wordt tweejaarlijks aangepast, met inachtneming van de bepalingen van het derde tot en met het vijfde lid van artikel 36ter, §1, en rekening houdende met de voortgang van de realisatie van de doelstelling van artikel 4, §5, eerste lid, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, en met de in artikel 49, laatste lid, van hetzelfde decreet vermelde evaluatie.
14Voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie worden actiegebieden vastgesteld. De actiegebieden gelden voor een bepaald milieueffect of een groep van relevante milieueffecten.15Voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie worden actiegebieden vastgesteld. De actiegebieden gelden voor een bepaald milieueffect of een groep van relevante milieueffecten.
+75 −35 decreet-1997-10-21/art. Bijlage I
1De habitattypes van bijlage I van de Habitatrichtlijn die in Vlaanderen voorkomen1Bijlage I. De habitattypes van bijlage I van de Habitatrichtlijn die in het Vlaams Gewest voorkomen
2"Typen van natuurlijke habitats van communautair belang voor de instandhouding waarvan aanwijzing van speciale beschermingszones vereist is" (*: prioritair habitat).2"Typen van natuurlijke habitats van communautair belang voor de instandhouding waarvan aanwijzing van speciale beschermingszones vereist is" (*: prioritair habitat).
3Stikstofgevoelige habitattypes: aanduiding met X
3Code4Code
4Prioriteit5Prioriteit
5Habitattype6Habitattype
7Stikstofgevoelig
6113081130
7Estuaria9Estuaria
9Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten11Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten
101310121310
11Eénjarige pioniervegetaties van slik- en zandgebieden met Salicornia-soorten en andere zoutminnende planten13Eenjarige pioniervegetaties van slik- en zandgebieden met Salicornia spp. en andere zoutminnende soorten
14X
121320151320
13Schorren met slijkgrasvegetatie (Spatinion maritimae)16Schorren met slijkgrasvegetatie (Spartinion maritimae)
17X
141330181330
15Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae)19Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae)
20X
162110212110
17Embryonale wandelende duinen22Embryonale wandelende duinen
23X
182120242120
19Wandelende duinen op de strandwal met Ammophila arenaria (witte duinen)25Wandelende duinen op de strandwal met
26Ammophila arenaria (“witte duinen”)
27X
202130282130
21*29*
22Vastgelegde duinen met kruidvegetatie (grijze duinen)30Vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie
31(“grijze duinen”)
32X
232150332150
24*34*
25Eu-atlantische vastgelegde ontkalkte duinen (Calluno-Ulicetea)35Atlantische vastgelegde ontkalkte duinen (Calluno-Ulicetea)
36X
262160372160
27Duinen met Hyppophae rhamnoides38Duinen met Hippophaë rhamnoides
39X
282170402170
29Duinen met Salix repens ssp. Argentea (Salicion arenariae)41Duinen met Salix repens ssp. argentea (Salicion arenariae)
42X
302180432180
31Beboste duinen van het Atlantische, Continentale and Boreale kustgebied44Beboste duinen van het Atlantische, continentale en boreale gebied
45X
322190462190
33Vochtige duinvalleien47Vochtige duinvalleien
48X
342310492310
35Psammofiele heide met Calluna- en Genista-soorten50Psammofiele heide met Calluna en Genista
51X
362330522330
37Open grasland met Corynephorus- en Agrostis- soorten op landduinen53Open grasland met Corynephorus- en Agrostis- soorten op landduinen
54X
383110553110
39Mineraalarme oligotrofe wateren van de Atlantische zandvlakten (Littorelletalia uniflora)56Mineraalarme oligotrofe wateren van de Atlantische zandvlakten (Littorelletalia uniflorae)
57X
403130583130
41Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletea uniflora en/of Isoëto-Nanojuncetea59Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of Isoëto-Nanojuncetea
60X
423140613140
43Kalkhoudende oligo-mesptrofe wateren met benthische Chara spp. Vegetaties62Kalkhoudende oligo-mesotrofe wateren met benthische Chara spp. vegetaties
63X
443150643150
45Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition65Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition
66X
463160673160
47Dystrofe natuurlijke poelen en meren68Dystrofe natuurlijke poelen en meren
69X
483260703260
49Submontane en laagland rivieren met vegetaties behorend tot het Ranunculion fluitans en het Callitricho-Batrachion71Submontane en laaglandrivieren met vegetaties behorend tot het Ranunculion fluitantis en het Callitricho-Batrachion
503270723270
51Rivieren met slikoevers met vegetaties behorend tot het Chenopodietum rubri p.p. en Bidention p.p.73Rivieren met slikoevers met vegetaties behorend tot het Chenopodion rubri p.p. en Bidention p.p.
524010744010
53Noord-Atlantische vochtige heide met Erica tetralix75Noord-Atlantische vochtige heide met Erica tetralix
76X
544030774030
55Droge Europese heide78Droge Europese heide
79X
565130805130
57Juniperus communis-formaties in heidevelden of op kalkgrasland81Juniperus communis-formaties in heide of kalkgrasland
82X
586120836120
59*84*
60Kalkminnend grasland op dorre zandbodem85Kalkminnend grasland op dorre zandbodem
86X
616210876210
62Droge halfnatuurlijke graslanden en struikvormende facies op kalkhoudende (Festuco-Brometalia) (*gebieden waar zeldzame orchideeën groeien)88Droge halfnatuurlijke graslanden en struikvormende facies op kalkhoudende bodems (Festuco-Brometalia) (*gebieden waar opmerkelijke orchideeën groeien)
89X
636230906230
64*91*
65Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems 92Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa)
93X
666410946410
67Grasland met Molinia op kalkhoudende, venigeof lemige kleibodem (Eu-Molinion )95Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae)
96X
686430976430
69Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones98Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland en van de montane en alpiene zones
706510996510
71Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis)100Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis)
101X
7271101027110
73*103*
74Actief hoogveen104Actief hoogveen
757120
76Aangetast hoogveen waar natuurlijke regeneratie nog mogelijk is
105X
7771401067140
78Overgangs- en trilveen107Overgangs- en trilveen
108X
7971501097150
80Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion110Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion
111X
8172101127210
82*113*
83Kalkhoudende moerassen met Cladium mariscus en Carex davalliana114Kalkhoudende moerassen met Cladium mariscus
115en soorten van het Caricion davallianae
116X
8472201177220
85*118*
86Kalktufbronnen met tufsteenformatie (Cratoneurion)119Kalktufbronnen met tufsteenformatie (Cratoneurion)
120X
8772301217230
88Alkalisch laagveen122Alkalisch laagveen
123X
8983101248310
90Niet voor het publiek opengestelde grotten125Niet voor publiek opengestelde grotten
9191101269110
92Beukenbossen van het type Luzulo-Fagetum127Beukenbossen van het type Luzulo-Fagetum
128X
9391201299120
94Zuurminnende Atlantische beukenbossen met ondergroei van Ilex of soms Taxus (Quercion robori-petraeae if Ilici-Fagion)130Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)
131X
9591301329130
96Beukenbossen van het type Asperulo-Fagetum133Beukenbossen van het type Asperulo-Fagetum
134X
9791501359150
98Midden-Europese kalkminnende beukenbossen behorend tot het Cephalanthero-Fagetum136Midden-Europese kalkminnende beukenbossen behorend tot het Cephalanthero-Fagion
137X
9991601389160
100Sub-Atlantische en midden-Europese wintereikenbossen of eikenhaagbeukbossen behorend tot het Carpinion-betuli139Sub-Atlantische en Midden-Europese wintereikenbossen of eiken-haagbeukbossen behorend tot het Carpinion-betuli
140X
10191901419190
102Oude zuurminnende eikenbossen met Quercus robur op zandvlakten142Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur
10391D0
104*
105Veenbossen
143X
10691E014491E0
107*145*
108Alluviale bossen met Alnion glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)146Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)
147X
10991F014891F0
110Gemengde eiken-iepen-essenbossen langs de oevers van grote rivieren met Quercus robur, Ulmus laevis , Fraxinus excelsior of Fraxinus angustifolia(Ulmenion minoris)149Gemengde oeverformaties met Quercus robur, Ulmus laevis en Ulmus minor, Fraxinus excelsior of Fraxinus angustifolia, langs de grote rivieren (Ulmenion minoris)
150X
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd