§ flandrepo
21 regels · van kracht sinds 20 aug 2026

Artikel 2.1.3

§ 1. Het grond- en pandenbeleid wordt verwezenlijkt door middel van zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke instrumenten.

Ten bate van de tenuitvoerlegging van het grond- en pandenbeleid kunnen in het bijzonder, maar niet uitsluitend, volgende publiekrechtelijke instrumenten worden ingezet :

  1. 1°de instrumenten, vermeld in dit decreet, voor wat betreft :
  2. a)de activering van gronden en panden;
  3. b)het tijdig voorzien in een voldoende ruim, betaalbaar en kwalitatief aanbod aan bouwgronden, kavels en woningen;
  4. c)de compensatie van kapitaalschade;
  5. 2°de gemeentelijke belasting op verwaarloosde gebouwen en woningen en de gemeentelijke of de gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 2.5.1.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013;
  6. 3°de instrumenten, vermeld in het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
  7. 4°de Vlaamse voorkooprechten, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten;
  8. 5°de koopplichten, vermeld in artikel 21, § 1, van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023;
  9. 6°het recht van wederinkoop, vermeld in artikel 5.92 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  10. 7°het sociaal beheersrecht, vermeld in boek 5, deel 7, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  11. 8°de ruilverkaveling, kavelruil, herverkaveling en landinrichting als vermeld in het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting;
  12. 9°de natuurinrichting, vermeld in artikel 47 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
  13. 10°de onteigening ten algemenen nutte;
  14. 11°de faciliteiten, vermeld in het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten;
  15. 12°de organisatie van een Vlaamse Grondenbank, vermeld in het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen;
  16. 13°stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften;
  17. 14°erfdienstbaarheden tot openbaar nut, zijnde publiekrechtelijke erfdienstbaarheden die gevestigd worden op een dienstbaar erf, zoals een bouwverbod;
  18. 15°de planschade- en planbatenregeling, vermeld in artikel 2.6.1 en 2.6.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

§ 2. De Vlaamse Regering is er toe gemachtigd om de lijst, vermeld in § 1, tweede lid, aan te vullen met overige voor het grond- en pandenbeleid relevante instrumenten waarin de Vlaamse regelgeving voorziet.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd