§ flandrepo

Tot regeling van de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van militaire goederen, civiele vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie #846

Gemerged Vlaamse Regering wijzigt geen gevolgde wet · 11 mei 2026 1 checks vragen aandacht
Amendementen
23 juni 2026 · 5 blz.
846/4 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be ingediend op 22 juni 2026 (2025-2026) Amendementen op het ontwerp van decreet tot regeling van de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van militaire goederen, civiele vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie AMENDEMENT NR. 1 voorgesteld door Jasper Pillen Artikel 9 Paragraaf 4 vervangen door wat volgt: “§4. De voorafgaande machtiging is onbeperkt geldig, maar wordt elke vijf jaar geëvalueerd, te rekenen vanaf het moment van de toekenning van de machtiging.”. VERANTWOORDING De geldende bepaling wordt hernomen zoals opgenomen in het huidige artikel 10, §3, van het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012. Ook de termijn van de periodieke evaluatie wordt verlengd. Het invoeren van een strikte vervaldatum van drie jaar dwingt betrouwbare ondernemingen telkens opnieuw door een zware administratieve papiermolen te gaan, terwijl het ontwerp van decreet elders al een permanente meldingsplicht oplegt bij relevante wijzigingen. Een vaste geldigheid van drie jaar creëert onnodige administratieve lasten en benadeelt de rechtszekerheid en langetermijnplanning van de Vlaamse defensiebedrijven. ◼ AMENDEMENT NR. 2 voorgesteld door Jasper Pillen Artikel 9 In paragraaf 7, derde lid, na de woorden “De Vlaamse Regering stelt” de zinsnede “, in nauw overleg met de Federale Regering,” invoegen. VERANTWOORDING Het bepalen van de diplomatieke en strategische betrouwbaarheid van officiële NAVO-bondgenoten en internationale partners is een fundamentele bevoegdheid die raakt aan het buitenlands beleid en de nationale veiligheid op Belgisch niveau. Als Vlaanderen autonoom en unilateraal een eigen ‘rangorde van betrouwbaarheid’ binnen de NAVO gaat hanteren, dreigt er een institutionele potpourri te ontstaan ten opzichte van de andere gewesten. Dat schaadt de eenduidige diplomatieke stem van het land en kan ertoe leiden dat strategische partners Vlaanderen als een onvoorspelbare handelspartner zullen mijden. Nauw overleg met het federale niveau is noodzakelijk. ◼ AMENDEMENT NR. 3 voorgesteld door Jasper Pillen Artikel 10 In het eerste lid, 1°, punt d) schrappen. VERANTWOORDING In dit punt worden defensiebedrijven verplicht om voor een certificering de aanwezigheid van “ervaren leidinggevend personeel” aan te tonen. Dit is een zeer vage, subjectieve en overbodige norm. In een moderne en dynamische markt moet ruimte worden gegeven aan innovatieve start-ups en scale-ups die technologische vernieuwing naar Vlaanderen brengen. Door ervaring louter cumulatief te koppelen aan anciënniteit van het zittende management werpt dit ontwerp van decreet onnodige barrières op voor jonge ondernemers en fnuikt het de Vlaamse defensie-innovatie. ◼ AMENDEMENT NR. 4 voorgesteld door Jasper Pillen Artikel 10 Het vijfde lid vervangen door wat volgt: “Het certificaat is onbeperkt geldig, maar wordt elke vijf jaar geëvalueerd, te rekenen vanaf het moment van de toekenning van de machtiging.”. VERANTWOORDING Net als bij de voorafgaande machtiging (zie de verantwoording bij amendement nr. 1) leidt een automatische vervaltermijn van drie jaar tot een louter bureaucratische belasting. Gecertificeerde bedrijven zijn verplicht om elke relevante organisatorische wijziging onmiddellijk te melden. ◼ AMENDEMENT NR. 5 voorgesteld door Jasper Pillen Artikel 13 In het vierde lid een punt 4°/1 invoegen, dat luidt als volgt: “4°/1 de overbrenging van defensiegerelateerde producten naar de Franse Republiek in het kader van het intergouvernementele CaMo-programma (Capacité Motorisée);”. VERANTWOORDING Het ontwerp van decreet behoudt terecht de vrijstelling voor overbrengingen binnen de Benelux, wat essentieel is voor de marinesamenwerking met Nederland. Voor de Belgische landmacht is de structurele samenwerking met Frankrijk via het CaMo-programma (Capacité Motorisée) minstens even cruciaal en diepgaand geïntegreerd. Het is een gemiste kans om deze operationele en industriële interoperabiliteit te hinderen met bureaucratie. Door Frankrijk specifiek voor dit programma toe te voegen aan de vrijstellingen wordt een vlottere uitwisseling van materieel gefaciliteerd binnen een officieel en betrouwbaar militair samenwerkingsverband. ◼ AMENDEMENT NR. 6 voorgesteld door Jasper Pillen Artikel 13 In het vijfde lid, na de woorden “De Vlaamse Regering stelt” de zinsnede “, in nauw overleg met de Federale Regering,” invoegen. VERANTWOORDING Zie de verantwoording bij amendement nr. 2. ◼ AMENDEMENT NR. 7 voorgesteld door Jasper Pillen Artikel 14 In het derde lid, na de woorden “De Vlaamse Regering stelt” de zinsnede “, in nauw overleg met de Federale Regering,” invoegen. VERANTWOORDING Zie de verantwoording bij amendement nr. 2. ◼ AMENDEMENT NR. 8 voorgesteld door Jasper Pillen Artikel 17 In het vierde lid, na de woorden “De Vlaamse Regering stelt” de zinsnede “, in nauw overleg met de Federale Regering,” invoegen. VERANTWOORDING Zie de verantwoording bij amendement nr. 2. ◼ AMENDEMENT NR. 9 voorgesteld door Jasper Pillen Artikel 20 Dit artikel schrappen. VERANTWOORDING Artikel 20 introduceert een extra Vlaamse criteriatoetsing voor overbrengingen binnen de EER-zone (Europese Economische Ruimte) als geweten is dat het eindgebruik zich buiten de EU bevindt. Dit is een schoolvoorbeeld van schadelijke intra-Europese ‘gold-plating’. De Vlaamse Regering geeft zelf toe dat deze controlelaag niet Europees is opgelegd. In een logica van de Europese interne markt en wederzijds vertrouwen moet de lidstaat vanwaaruit de finale uitvoer naar het derde land vertrekt, de exporttoets doen. Door deze dubbele controle in stand te houden wordt een zware bureaucratische hinderpaal gecreëerd voor Vlaamse kmo-toeleveranciers die geïntegreerde componenten leveren aan grotere Europese consortia. Dat druist rechtstreeks in tegen de filosofie van een eengemaakte Europese defensiemarkt. ◼ AMENDEMENT NR. 10 voorgesteld door Jasper Pillen Artikel 41 Dit artikel schrappen. VERANTWOORDING Artikel 41 toont aan dat er nog steeds ‘gold-plating’ aanwezig is in dit …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd