Tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 #1960
Gemerged Vlaamse Regering voegde 118 artikels samen in decreet-1984-01-24decreet-1990-06-13decreet-1990-12-21 · 19 januari 2024 8 checks vragen aandacht
126 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 25 apr 2024. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 1 | Voor dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan verlopen het toezicht, het onderzoek, de vaststelling en de bestraffing van de milieu-inbreuken en milieumisdrijven, alsook het nemen van bestuurlijke maatregelen en veiligheidsmaatregelen, volgens de regels, vermeld in titel XVI, hoofdstuk III tot en met VII, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, tenzij het uitdrukkelijk anders wordt bepaald in artikel 29 van dit decreet. | ||
| 1 | Titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid is van toepassing op de handhaving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, met inbegrip van de verplichtingen die op grond daarvan worden opgelegd. |
| 1 | Het nemen van monsters en hun ontleding wordt verricht door een laboratorium dat daartoe in het Vlaamse Gewest is erkend met toepassing van de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt, onder vrijwaring van de rechten van de verdediging, de wijze waarop de monsters worden genomen. Ze kan eveneens de ontledingsmethodes vaststellen. |
| 1 | Voor dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten gebeurt het uitoefenen van toezicht, het opleggen van bestuurlijke maatregelen, het onderzoeken van milieu-inbreuken, het opleggen van bestuurlijke geldboeten, het innen en invorderen van verschuldigde bedragen, het opsporen van milieumisdrijven, het strafrechtelijk sanctioneren van milieumisdrijven en het opleggen van veiligheidsmaatregelen volgens de regels bepaald in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. | ||
| 1 | Titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid is van toepassing op de handhaving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, met inbegrip van de verplichtingen die op grond daarvan worden opgelegd. |
| 1 | Er wordt een Fonds Handhaving Onroerend Erfgoed opgericht. | 1 | Er wordt een Fonds Handhaving Onroerend Erfgoed opgericht. |
| 2 | Aan het Fonds Handhaving Onroerend Erfgoed worden de ontvangsten toegewezen die gerealiseerd worden op grond van hoofdstuk 11 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en zijn uitvoeringsbesluiten en de handhavingsbepalingen in de decreten, vermeld in artikel 12.2.1 van het Onroerend-erfgoeddecreet. | 2 | De opbrengsten die worden verkregen met de toepassing van hoofdstuk 11 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en hoofdstuk V van het decreet van 29 maart 2002 tot bescherming van varend erfgoed, en die conform artikel 73 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 worden toebedeeld aan de Vlaamse overheid, komen toe aan het Fonds Handhaving Onroerend Erfgoed. |
| 3 | De middelen van het Fonds Handhaving Onroerend Erfgoed worden aangewend voor het dekken van uitgaven die betrekking hebben op de handhaving van de decreten en uitvoeringsbesluiten, vermeld in het eerste lid. | 3 | De middelen van het Fonds Handhaving Onroerend Erfgoed worden aangewend voor het dekken van uitgaven die betrekking hebben op de handhaving van de decreten en uitvoeringsbesluiten, vermeld in het eerste lid. |
Art. 15. In artikel 25, §2, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 4 mei 2016 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2021, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
“3° de subsidies en premies die worden teruggevorderd conform artikel 95 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, hoofdstuk 10 en 11 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en hoofdstuk V van het decreet van 29 maart 2002 tot bescherming van varend erfgoed.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Voor dit decreet en haar uitvoeringsbesluiten gebeurt het uitoefenen van toezicht, het opleggen van bestuurlijke maatregelen, het onderzoeken van milieu-inbreuken, het opleggen van bestuurlijke geldboeten, het innen en invorderen van verschuldigde bedragen, het opsporen van milieumisdrijven, het strafrechtelijk sanctioneren van milieumisdrijven en het opleggen van veiligheidsmaatregelen volgens de regels bepaald in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. | ||
| 1 | Titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid is van toepassing op de handhaving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, met inbegrip van de verplichtingen die op grond daarvan worden opgelegd. |
Art. 19. In artikel 16.1.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, worden het tweede en derde lid opgeheven;
2° in paragraaf 1, 6°, wordt de zinsnede “, met uitsluiting van hoofdstuk IV, afdeling IV, en hoofdstuk VI, van deze titel voor wat de overtredingen van het hoofdstuk IIIbis en de uitvoeringbesluiten betreft” opgeheven;
3° in paragraaf 1, 12°, wordt de zinsnede “, met uitsluiting van hoofdstuk IV, afdeling IV, en hoofdstuk VI, van deze titel voor wat de overtredingen van hoofdstuk IVbis en de uitvoeringsbesluiten betreft” opgeheven;
4° in paragraaf 1 wordt punt 13° opgeheven;
5° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
“§2. Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is, met inbegrip van hoofdstuk 10, afdeling 2, 3, 4, 6, 7, 9, 10, 11 en 12, van toepassing op deze titel en de regelgeving, vermeld in paragraaf 1.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het op te heffen deel niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 20. In artikel 16.1.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 juni 2018, worden punt 1° tot en met 6° opgeheven.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het op te heffen deel niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | § 1. Bij de berekening van termijnen is de dies a quo, de dag waarop het feit plaatsvindt dat het uitgangspunt is voor de berekening van de termijn, niet inbegrepen in de termijn. De dies ad quem, de vervaldag van de termijn, is altijd inbegrepen in de termijn. | ||
| 2 | Als de vervaldag een zaterdag, zondag of feestdag is, verschuift de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag. | ||
| 3 | De termijnen worden berekend in kalenderdagen. | ||
| 4 | § 2. Als een schriftelijke mededeling het startpunt is voor een termijn en gedaan is door middel van een aangetekende brief zonder ontvangstbewijs, begint de termijn te lopen de derde werkdag na de dag waarop de verzending heeft plaatsgevonden. | ||
| 5 | Als een schriftelijke mededeling het startpunt is voor een termijn en gedaan is met een aangetekende brief met ontvangstbewijs, begint de termijn te lopen vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief werd aangeboden op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats. | ||
| 6 | Als een schriftelijke mededeling het startpunt is voor een termijn en gedaan is door afgifte tegen ontvangstbewijs, begint de termijn te lopen de dag na de dag van de afgifte. | ||
| 7 | § 3. Als een schriftelijke mededeling de handeling is die gedaan moet worden binnen een bepaalde termijn, geldt die termijn voor de verzending of afgifte. | ||
| 8 | § 4. Als voor de schriftelijke mededeling geen bijzondere vormvereisten zijn gesteld, dan is verzending met een niet-aangetekende brief toegelaten. In dat geval berust bij eventuele betwisting over de datum van de verzending de bewijslast bij de verzender. | ||
| 9 | § 5. De datum van de poststempel geldt als datum van verzending. | ||
| 10 | § 6. De Vlaamse Regering kan van dit artikel afwijken door een uitdrukkelijk andersluidende bepaling. | ||
| 1 | §1. De volgende personen zijn een herstelinstantie als vermeld in artikel 2, 15°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023: | ||
| 2 | 1° de personeelsleden van de departementen en de agentschappen, vermeld in artikel I.3, 2°, a) tot en met d), van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, die de Vlaamse Regering of haar gemachtigde daarvoor aanwijst; | ||
| 3 | 2° de gemeentelijke personeelsleden die het college van burgemeester en schepenen daarvoor aanwijst, zelfs al zijn ze personeelslid van een andere gemeente; | ||
| 4 | 3° de personeelsleden van een intergemeentelijk samenwerkingsverband die het intergemeentelijk samenwerkingsverband daarvoor aanwijst; | ||
| 5 | 4° de burgemeester of zijn plaatsvervanger. | ||
| 6 | De Vlaamse Regering kan opleidings- en ervaringsvereisten en andere voorwaarden bepalen waaraan categorieën van herstelinstanties moeten voldoen, en hun bevoegdheden inhoudelijk, geografisch of temporeel beperken. | ||
| 7 | §2. De Vlaamse Regering of haar gemachtigde duidt de personeelsleden van de Vlaamse overheid aan die optreden als beboetingsinstantie als vermeld in artikel 2, 3°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023. |
| 1 | Naast de doeleinden, vermeld in artikel 63, §1, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, kunnen beveiligingsmaatregelen ook worden opgelegd voor het beheersen van een aanzienlijk risico voor mens of milieu, ongeacht of er een misdrijf, inbreuk of een normschending bestaat of dreigt voor te komen. | ||
| 2 | Toezichthouders die gemachtigd zijn om wapens te dragen bij de uitvoering van hun ambtsverrichtingen, beschikken over de bevoegdheden, vermeld in artikel 28 en 37bis van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992, als het veiligstellen van hun fysieke integriteit of de uitvoering van hun opdrachten als officier van gerechtelijke politie dat vereist. |
| 1 | De opbrengsten die worden verkregen met de toepassing van deze titel, en die conform artikel 73 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 worden toebedeeld aan de Vlaamse overheid, komen toe aan het Minafonds. | ||
| 2 | In afwijking van het eerste lid komen de bedragen die worden ingevorderd tot terugbetaling van de kosten die gemaakt zijn voor de uitvoering van maatregelen door de toezichthouders en herstelinstanties van de OVAM in het kader van het toezicht op de toepassing van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en op de toepassing van artikel 12 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, toe aan de OVAM. |
| 1 | § 1. Met inachtneming van de prerogatieven van de bevoegde overheden is de Vlaamse Regering belast met de coördinatie en de inhoudelijke invulling van het handhavingsbeleid inzake milieu, ruimtelijke ordening en de integratie ervan in omgeving, omgevingshandhavingsbeleid genaamd. | ||
| 2 | § 2. Om de milieuwetgeving, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning doelmatig te handhaven, overlegt de Vlaamse Regering met de overheden die daarvoor bevoegd zijn. | ||
| 3 | De afspraken die gemaakt worden op basis van het overleg, vermeld in het eerste lid, worden in protocollen vastgelegd. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering kan de procedure bepalen om protocollen als vermeld in het tweede lid, vast te leggen. |