§ flandrepo

Decreet tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteinsdienst

Vlaamse Regering #1029 Staatsblad 5 mei 2022 NUMAC 2022020564
38 artikels gewijzigd
+1 −0 decreet-1999-03-02/art. 1bis nieuw
1Dit decreet voorziet in de uitvoering van verordening (EU) 2017/352 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2017 tot vaststelling van een kader voor het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de financiële transparantie van havens.
+17 −15 decreet-1999-03-02/art. 2
4a) het beheer en de exploitatie van het openbaar en privaat havendomein;4a) het beheer en de exploitatie van het openbaar en privaat havendomein;
5b) de vaststelling en de inning van de havengelden in het havengebied;5b) de vaststelling en de inning van de havengelden in het havengebied;
6c) de vaststelling en de organisatie van de openbare havendiensten in het havengebied;6c) de vaststelling van een kader voor de havendiensten en de organisatie van havendiensten in het havengebied;
7d) de uitoefening van de bijzondere administratieve politie in het havengebied;7d) de uitoefening van de bijzondere administratieve politie in het havengebied;
83° openbare havendiensten: alle havendiensten waaraan openbaredienstverplichtingen voor het havenbedrijf verbonden zijn, die rechtstreeks of onrechtstreeks het overslag- en transportgebeuren in het havengebied ondersteunen;
83° ...;
94° havengebied: elke zeehaven en aanhorigheden in het Vlaamse Gewest die een ruimtelijk, economisch of functioneel geheel vormt;94° havengebied: elke zeehaven en aanhorigheden in het Vlaamse Gewest die een ruimtelijk, economisch of functioneel geheel vormt;
104° bis zeehaven: een gebied dat uit land en water bestaat met infrastructuur en uitrusting die dient voor de ontvangst van vaartuigen, het laden en lossen daarvan, de opslag van goederen, het in ontvangst nemen en leveren van die goederen, en het in- en ontschepen van passagiers, bemanning en andere personen, en alle andere infrastructuur die voor vervoersbedrijven in de haven noodzakelijk is;
105° havengebied van Antwerpen: de havens en aanhorigheden gelegen op de rechter- en linkeroever van de Zeeschelde ter hoogte van het grondgebied van de stad Antwerpen, van de gemeente Beveren en van de gemeente Zwijndrecht;115° havengebied van Antwerpen: de zeehavens en aanhorigheden gelegen op de rechter- en linkeroever van de Zeeschelde ter hoogte van het grondgebied van de stad Antwerpen, van de gemeente Beveren en van de gemeente Zwijndrecht;
116° havengebied van Gent: de havens en aanhorigheden gelegen aan of in de nabijheid van het Zeekanaal naar Gent, en dit op het grondgebied van de stad Gent, de gemeente Evergem en de gemeente Zelzate;126° havengebied van Gent: de zeehavens en aanhorigheden gelegen aan of in de nabijheid van het Zeekanaal naar Gent, en dit op het grondgebied van de stad Gent, de gemeente Evergem en de gemeente Zelzate;
127° havengebied van Brugge-Zeebrugge: de havens en aanhorigheden gelegen aan of in de nabijheid van het Zeekanaal van Brugge naar Zeebrugge, met inbegrip van de buitenhaven van Zeebrugge;137° havengebied van Brugge-Zeebrugge: de zeehavens en aanhorigheden gelegen aan of in de nabijheid van het Zeekanaal van Brugge naar Zeebrugge, met inbegrip van de buitenhaven van Zeebrugge;
138° havengebied van Oostende: de havens en aanhorigheden gelegen in de nabijheid van de stad Oostende en aan of in de nabijheid van het kanaal Brugge-Oostende;148° havengebied van Oostende: de zeehavens en aanhorigheden gelegen in de nabijheid van de stad Oostende en aan of in de nabijheid van het kanaal Brugge-Oostende;
149° haveninfrastructuur: de openbare infrastructuur, gelegen binnen een havengebied, omvattende de basisinfrastructuur, de uitrustingsinfrastructuur en de suprastructuur maar zonder de maritieme toegangswegen;
159° ...;
1510° basisinfrastructuur: zeesluizen , havendammen, staketsels, taluds en kaaimuren langs de maritieme toegangswegen niet bestemd voor de overslag van goederen of het vervoer van personen, leidingstroken van gewestelijk belang, zaten van spoorwegen van gewestelijk belang, groenschermen, bufferzones aan de rand van het havengebied, telkens met hun aanhorigheden en de ontsluitingswegen van en naar het havengebied, met uitzondering van de haveninterne basisinfrastructuur;1610° basisinfrastructuur: zeesluizen die in havengebied liggen, havendammen, staketsels, taluds en kaaimuren langs de maritieme toegangswegen niet bestemd voor de overslag van goederen of het vervoer van personen, leidingstroken van gewestelijk belang, zaten van spoorwegen van gewestelijk belang, groenschermen, bufferzones aan de rand van het havengebied, telkens met hun aanhorigheden en de ontsluitingswegen van en naar de zeehaven;
1611° haveninterne basisinfrastructuur: de dokken , zijnde, wateroppervlakten, taluds en aanleg baggerwerken, inbegrepen het ophogen van terreinen met uitzondering van de ligplaatsen ;1711° haveninterne basisinfrastructuur: de dokken in het havengebied, zijnde, wateroppervlakten, taluds en aanleg baggerwerken, inbegrepen het ophogen van terreinen met uitzondering van de ligplaatsen en de maritieme toegangswegen;
1712° uitrustingsinfrastructuur: aanmeerinfrastructuur voor zee- en binnenschepen met het oog op de overslag van goederen of het vervoer van personen, zoals kaaimuren, steigers, landingsbruggen, roll-on/roll-off-hellingen, evenals de lichte infrastructuur, zoals kaaiverhardingen, zaten van spoorwegen van lokaal belang, leidingstroken van lokaal belang,interne ontsluitingswegen binnen het havengebied, telkens met hun aanhorigheden de ligplaatsen;1812° uitrustingsinfrastructuur: de infrastructuur en uitrusting die in een zeehaven liggen, namelijk de ligplaatsen, aanmeerinfrastructuur voor zee- en binnenschepen met het oog op de overslag van goederen of het vervoer van personen, zoals kaaimuren, steigers, landingsbruggen, roll-on/roll-off-hellingen, evenals de lichte infrastructuur, zoals kaaiverhardingen, zaten van spoorwegen van lokaal belang, leidingstroken van lokaal belang,interne ontsluitingswegen binnen de zeehaven telkens met hun aanhorigheden;
1813° suprastructuren: loodsen, opslagplaatsen en hefwerktuigen van alle aard, en alle havenstructuren die niet vallen onder maritieme toegangswegen, basis- en uitrustingsinfrastructuur en haveninterne basisinfrastructuur;1913° suprastructuren: loodsen, opslagplaatsen en hefwerktuigen van alle aard, en alle havenstructuren die niet vallen onder maritieme toegangswegen, basis- en uitrustingsinfrastructuur en haveninterne basisinfrastructuur;
1914° havengebruiker: elke actor wiens economische activiteit rechtstreeks of onrechtstreeks verband houdt met het functioneren van de logistieke keten waarvan een haven het knooppunt is;2014° havengebruiker: elke actor wiens economische activiteit rechtstreeks of onrechtstreeks verband houdt met het functioneren van de logistieke keten waarvan een zeehaven het knooppunt is;
2015° ligplaats: het wateroppervlak dat gebruikt wordt als aanleg- of wachtplaats voor vaartuigen, of daartoe onmiddellijk in gebruik kan worden genomen;2115° ligplaats: het wateroppervlak dat gebruikt wordt als aanleg- of wachtplaats voor vaartuigen, of daartoe onmiddellijk in gebruik kan worden genomen;
2116° maritieme toegangswegen: de vaarpassen in de Noordzee, de Westerschelde, de Beneden-Zeeschelde, andere voor de zeescheepvaart afgebakende rivieren en geulen; de vaarwegen in de aan getij onderworpen gedeelten van de havens met inbegrip van de toegangsgeulen naar de zeesluizen telkens met hun aanhorigheden; de kanaaldokken en zwaaikommen; de kanalen; telkens met uitzondering van de ligplaatsen2216° maritieme toegangswegen: de vaarpassen in de Noordzee, de Westerschelde, de Beneden-Zeeschelde, andere voor de zeescheepvaart afgebakende rivieren en geulen; de vaarwegen in de aan getij onderworpen gedeelten van de haven-gebieden met inbegrip van de toegangsgeulen naar de zeesluizen telkens met hun aanhorigheden; de kanaaldokken en zwaaikommen; de kanalen; telkens met uitzondering van de ligplaatsen
2217° kanaaldokken: dokken en geulen die toegang en doorvaart verlenen in of tot het havengebied;2317° kanaaldokken: dokken en geulen in havengebied die doorvaart verlenen;
2318° de Vlaamse Havencommissie: de Vlaamse Havencommissie zoals opgericht bij artikel 7quater van het decreet van 27 juni 1985 op de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen gewijzigd bij het decreet van 4 april 1990;
2418° ...;
2419° havendomein: alle domeingoederen gelegen in het havengebied waarvan het havenbedrijf eigenaar is, die aan het havenbedrijf in concessie of in beheer zijn gegeven, of waarop het havenbedrijf een recht van erfpacht of een recht van opstal heeft.2519° havendomein: alle domeingoederen gelegen in het havengebied waarvan het havenbedrijf eigenaar is, die aan het havenbedrijf in concessie of in beheer zijn gegeven, of waarop het havenbedrijf een recht van erfpacht of een recht van opstal heeft;
2620° verordening (EU) 2017/352: verordening (EU) 2017/352 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2017 tot vaststelling van een kader voor het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de financiële transparantie van havens.
+3 −0 decreet-1999-03-02/art. 3
1§ 1. De Vlaamse Regering stelt de grenzen van de havengebieden nader vast.
2Voor de havengebieden gelden de in de gewestplannen of in gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen als zeehavengebied afgebakende gebieden, met uitzondering van het havengebied van Antwerpen op de Linkerscheldeoever dat is afgebakend krachtens artikel 3 van de wet van 19 juni 1978 betreffende het beheer van het Linkerscheldeoevergebied ter hoogte van Antwerpen en houdende maatregelen voor het beheer en de exploitatie van de haven van Antwerpen, gewijzigd bij het decreet van 30 maart 2018.
3§ 2. De Vlaamse Regering kan de maritieme toegangswegen en de bestand delen van de basisinfrastructuur, de haveninterne basisinfrastructuur en de uitrustingsinfrastructuur zoals bedoeld in artikel 2 nader bepalen.
+1 −1 decreet-1999-03-02/art. 3bis
1De havenbedrijven hebben rechtspersoonlijkheid. De havenbedrijven nemen naar eigen keuze een rechtsvorm aan binnen het bestaande wettelijke instrumentarium, waaronder de rechtsvorm van autonoom gemeentelijk havenbedrijf zoals bepaald in hoofdstuk II, afdeling Ibis.1De havenbedrijven hebben rechtspersoonlijkheid. De havenbedrijven nemen naar eigen keuze een rechtsvorm aan binnen het bestaande wettelijke instrumentarium.
+2 −1 decreet-1999-03-02/art. 4
1§ 1. De havenbedrijven zijn publiekrechtelijke overheden. Alleen zij kunnen de havenbestuurlijke bevoegdheden uitoefenen. De havenbestuurlijke bevoegdheden zijn noch geheel noch gedeeltelijk overdraagbaar.1§ 1. De havenbedrijven zijn publiekrechtelijke overheden. Alleen zij kunnen de havenbestuurlijke bevoegdheden uitoefenen. De havenbestuurlijke bevoegdheden zijn noch geheel noch gedeeltelijk overdraagbaar.
2§ 1bis. De havenbedrijven zijn havenbeheerders als vermeld in artikel 2, punt 5, van verordening (EU) 2017/352.
2§ 2. Indien de havenbedrijven de bepalingen van dit decreet en van de besluiten, genomen ter uitvoering ervan, niet naleven, kan de Vlaamse Regering de uitkeringen, vermeld in artikel 29bis, 29ter, 30 en 31 van dit decreet en in artikel 32 van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum, geheel of gedeeltelijk inhouden of terugvorderen, vermeerderd met de wettelijke verwijlintrest, tenzij de havenbedrijven binnen de twee maanden nadat hun die beslissing per aangetekende brief wordt bekendgemaakt, aan de Vlaamse Regering kunnen aantonen dat zij daaraan wel voldoen.3§ 2. Indien de havenbedrijven de bepalingen van dit decreet en van de besluiten, genomen ter uitvoering ervan, niet naleven, kan de Vlaamse Regering de uitkeringen, vermeld in artikel 29bis, 29ter en 30, geheel of gedeeltelijk inhouden of terugvorderen, vermeerderd met de wettelijke verwijlintrest, tenzij de havenbedrijven binnen de twee maanden nadat hun die beslissing per aangetekende brief wordt bekendgemaakt, aan de Vlaamse Regering kunnen aantonen dat zij daaraan wel voldoen.
3§ 3. De Vlaamse regering bepaalt de nadere procedureregelen die toepasselijk zijn op de in § 2 bedoelde inhoudingen en terugvorderingen.4§ 3. De Vlaamse regering bepaalt de nadere procedureregelen die toepasselijk zijn op de in § 2 bedoelde inhoudingen en terugvorderingen.
+4 −7 decreet-1999-03-02/art. 5
1§ 1. De in het havenbedrijf participerende rechtspersonen hebben een publiekrechtelijk karakter. Het Vlaamse Gewest participeert noch rechtstreeks noch onrechtstreeks in de havenbedrijven.1§ 1. De in het havenbedrijf participerende rechtspersonen hebben een publiekrechtelijk karakter. Het Vlaamse Gewest participeert noch rechtstreeks noch onrechtstreeks in de havenbedrijven.
2§ 2. De havenbedrijven zijn onderworpen aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen met betrekking tot de naamloze vennootschappen voor zover ze niet met dit decreet of met andere wettelijke bepalingen in strijd zijn. De bepalingen van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, en de Faillissementswet van 8 augustus 1997, zijn niet van toepassing op de havenbedrijven, evenmin als de rechtsregels die betrekking hebben op een toestand van algemene samenloop van schuldeisers. Dat geldt eveneens voor de wetten en rechtsregels die de voormelde wetten of rechtsregels zouden wijzigen, vervangen of opheffen.2§ 2. De havenbedrijven zijn onderworpen aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en verenigingen met betrekking tot de naamloze vennootschappen voor zover ze niet met dit decreet of met andere wettelijke bepalingen in strijd zijn. De bepalingen van boek XX van het Wetboek van economisch recht, zijn niet van toepassing op de havenbedrijven, evenmin als de rechtsregels die betrekking hebben op een toestand van algemene samenloop van schuldeisers. Dat geldt eveneens voor de wetten en rechtsregels die de voormelde wetten of rechtsregels zouden wijzigen, vervangen of opheffen.
3§ 3. De havenbedrijven worden bestuurd door een raad van bestuur en een directiecomité dat belast is met het dagelijks bestuur, met de vertegenwoordiging met betrekking tot dat bestuur en met de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur.
4De notulen van het directiecomité liggen ter inzage van de leden van de raad van bestuur.
5Indien de raad van bestuur bestuursbevoegdheden overdraagt aan het directiecomité, dan wordt die overdracht expliciet bepaald door de raad van bestuur. Het directiecomité rapporteert ten minste trimestrieel aan de raad van bestuur over de beslissingen die het heeft genomen in het kader van de overgedragen bestuursbevoegdheden.
6Ten hoogste twee derde van de leden van de raad van bestuur is van hetzelfde geslacht.3§ 3. Ten hoogste twee derde van de leden van de raad van bestuur of de raad van toezicht is van hetzelfde geslacht.
7§ 4. De havenbedrijven zijn opgericht voor onbepaalde duur. De ontbinding en de vereffening worden geregeld in de statuten.4§ 4. De havenbedrijven zijn opgericht voor onbepaalde duur. De ontbinding en de vereffening worden geregeld in de statuten.
8§ 5. De doelstellingen van algemeen belang die het havenbedrijf nastreeft, op basis waarvan de openbare havendiensten worden vastgesteld en georganiseerd, worden in de statuten omschreven, met inachtneming van de bepalingen van dit decreet. De statuten van de havenbedrijven en alle wijzigingen ervan worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.5§ 5. De doelstellingen van algemeen belang die het havenbedrijf nastreeft, worden in de statuten omschreven, met inachtneming van de bepalingen van dit decreet.
9§ 6. De havenbedrijven worden, ongeacht de rechtsvorm die zij aannemen, met het Vlaamse Gewest gelijkgesteld voor de toepassing van de wetten en decreten betreffende de onroerende voorheffing.6§ 6. De havenbedrijven worden, ongeacht de rechtsvorm die zij aannemen, met het Vlaamse Gewest gelijkgesteld voor de toepassing van de wetten en decreten betreffende de onroerende voorheffing.
10De havenbedrijven worden, ongeacht de rechtsvorm die zij aannemen, met autonome gemeentebedrijven gelijkgesteld voor de toepassing van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking. 7De havenbedrijven worden, ongeacht de rechtsvorm die zij aannemen, met autonome gemeentebedrijven gelijkgesteld voor de toepassing van deel 3, titel 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. Samenwerkingen tussen havenbedrijven onderling vallen evenwel buiten dit toepassingsgebied.
11De havenbedrijven worden, ongeacht de rechtsvorm die zij aannemen, met gemeenten en van de gemeenten afhangende overheden gelijkgesteld voor de toepassing van bepalingen inzake subsidies en premies.8De havenbedrijven worden, ongeacht de rechtsvorm die zij aannemen, met gemeenten en van de gemeenten afhangende overheden gelijkgesteld voor de toepassing van bepalingen inzake subsidies en premies.
+0 −3 decreet-1999-03-02/art. 6
1Voor zover de gelijkheid tussen eenzelfde groep van havengebruikers niet wordt verstoord, oefenen de havenbedrijven alle activiteiten uit die de uitoefening van de havenbestuurlijke bevoegdheden rechtstreeks of onrechtstreeks bevorderen, met inbegrip van het oprichten van ondernemingen of het deelnemen in publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen, hierna filialen te noemen.1Voor zover de gelijkheid tussen eenzelfde groep van havengebruikers niet wordt verstoord, oefenen de havenbedrijven alle activiteiten uit die de uitoefening van de havenbestuurlijke bevoegdheden rechtstreeks of onrechtstreeks bevorderen, met inbegrip van het oprichten van ondernemingen of het deelnemen in publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen, hierna filialen te noemen.
2De oprichting van of deelname in een filiaal mag geen speculatief oogmerk nastreven en gebeurt in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel en met de regelgeving inzake mededinging en staatssteun.2De oprichting van of deelname in een filiaal mag geen speculatief oogmerk nastreven en gebeurt in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel en met de regelgeving inzake mededinging en staatssteun.
3De rechtstreekse deelname in een filiaal is onderworpen aan de voorwaarde dat aan het havenbedrijf minstens één mandaat van bestuurder wordt toegekend.
4De bestuursorganen van de filialen rapporteren de jaarlijkse rekeningen en het jaarverslag met de jaarrekening aan de raad van bestuur van de betrokken havenbedrijven.
5Een havenbedrijf kan een vennootschap alleen oprichten en inschrijven op alle aandelen alsook, in afwijking van artikel 646 van het Wetboek van Vennootschappen, alle aandelen bezitten in een naamloze vennootschap, zonder beperking van duur en zonder geacht te worden hoofdelijk borg te staan voor de verbintenissen van die vennootschap.
+2 −0 decreet-1999-03-02/art. 7
1De havenbedrijven organiseren de raadpleging van havengebruikers en andere belanghebbenden conform artikel 15 van verordening (EU) 2017/352.
2De Vlaamse Regering kan de vormen van die raadpleging specificeren.
+1 −4 decreet-1999-03-02/art. 14
1Onder ieder havenbedrijf ressorteert een havenkapiteinsdienst, die instaat voor het nemen van alle maatregelen ter vrijwaring van de openbare orde, rust, veiligheid van de havenbedrijvigheid, zoals:
21° de regeling van de goederenbehandeling en -opslag en het in- en ontschepen van passagiers;
32° de regeling van de toegankelijkheid van en de verkeersafwikkeling in het havengebied;
43° de vrijwaring van het milieu, de integriteit en de veiligheid van het havengebied.
1Onder ieder havenbedrijf ressorteert een havenkapiteinsdienst als vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteinsdienst.
+7 −5 decreet-1999-03-02/art. 15
1§ 1. De havenbedrijven dienen een heffing op het gebruik van haveninfrastructuur, zoals vermeld in artikel 2, punt 9, van de verordening (EU) 2017/352, op te leggen overeenkomstig artikel 13 van de voormelde verordening.
2§ 2. De havenbedrijven ontvangen de inkomsten van de uitoefening van de havenbestuurlijke bevoegdheden en van alle andere activiteiten die de havenbedrijven uitvoeren.
1§ 1. De algemene havengelden vormen de retributie die de havenbedrijven van de havengebruikers kunnen vorderen als tegenprestatie voor het recht om het betrokken havengebied binnen te varen, het door te varen, er aan te meren of er te verblijven.3§ 3. De algemene havengelden vormen de retributie die de havenbedrijven van de havengebruikers kunnen vorderen als tegenprestatie voor het recht om een zeehaven binnen te varen, er aan te meren of er te verblijven.
2De algemene havengelden komen uitsluitend toe aan de havenbedrijven en de havenbedrijven zijn binnen hun havengebied als enige bevoegd voor het vaststellen en het innen of laten innen van de algemene havengelden.
4De algemene havengelden komen uitsluitend toe aan de havenbedrijven.
5Alleen de havenbedrijven zijn bevoegd om de algemene havengelden vast te stellen en ze te innen of te laten innen.
3§ 2. Naast de algemene havengelden, kunnen de havenbedrijven ook bijzondere havengelden vaststellen en innenof laten innenvoor infrastructuur of specifieke diensten die de havenbedrijven aan de havengebruikers aanbieden.6§ 4. De havenbedrijven kunnen bijzondere havengelden vaststellen en innen, of laten innen, voor de terbeschikkingstelling van specifieke infrastructuur of de verstrekking van havendiensten.
4§ 3. De havenbedrijven maken de algemene en bijzondere havengelden op transparante wijze bekend.
5De havengeldenworden autonoom door de havenbedrijven vastgesteld, in redelijke verhouding tot de waarde van de in paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 2 vermelde tegenprestaties.7§ 5. De havengelden, vermeld in paragraaf 3 en 4, worden autonoom vastgesteld door de havenbedrijven, in redelijke verhouding tot de waarde van de tegenprestaties, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, en paragraaf 4.
+2 −2 decreet-1999-03-02/art. 16
1§ 1. Onverminderd de aan andere overheden toegewezen bevoegdheden, stellen de havenbedrijven de openbare havendiensten vast en organiseren zij die.1Met behoud van de toepassing van bevoegdheden die aan andere overheden zijn toegewezen, stellen de havenbedrijven een kader vast voor havendiensten en organiseren ze die.
2§ 2. Het havenbedrijf kan de verstrekking van de openbare havendiensten al dan niet bij wijze van concessie van openbare dienst overlaten aan private of publieke rechtspersonen.
2De havenbedrijven kunnen aan de aanbieders van havendiensten openbare dienstverplichtingen opleggen die aan havendiensten zijn gerelateerd, met inbegrip van de openbaredienstverplichtingen om de aspecten, vermeld in artikel 7, lid 1, van verordening (EU) 2017/352, te waarborgen.
+0 −7 decreet-1999-03-02/art. 17 opgeheven
1§ 1. Het havenbedrijf stelt met betrekking tot de openbare havendiensten de openbaredienstverplichtingen vast die bij de verstrekking ervan zullen worden nageleefd. De openbaredienstverplichtingen zijn minstens gericht op de volgende doelstellingen:
2- het garanderen van een basisaanbod dienstverlening tegen redelijke voorwaarden aan alle havengebruikers die daar binnen redelijke grenzen om vragen;
3- het garanderen van de continuïteit en de regelmatigheid van de dienstverlening;
4- het te allen tijde garanderen van de kwaliteit van de dienstverlening;
5- de bescherming van de gebruiker en van het milieu bij de dienstverlening.
6§ 2. De havenbedrijven bepalen de regeling en de gebruiksvoorwaarden van de openbare havendiensten, en maken die bekend aan de havengebruikers.
7§ 3. Het havenbedrijf rapporteert jaarlijks aan de raad van bestuur over de naleving van de openbaredienstverplichtingen. Indien de openbare havendienst wordt verstrekt door het havenbedrijf of door een juridisch zelfstandige entiteit waarover het havenbedrijf een zeggenschap uitoefent die vergelijkbaar is met de zeggenschap die het uitoefent over de eigen diensten, wordt het rapport opgesteld door een van het havenbedrijf onafhankelijke entiteit.
+1 −1 decreet-1999-03-02/art. 18
1§ 1. Onverminderd artikel 9, § 1, eerste lid, en artikel 19, behouden het Vlaamse Gewest en de andere publiekrechtelijke besturen of instellingen bij en na de oprichting van een havenbedrijf hun eigendomsrechten op de domeingoederen, inbegrepen de basisinfrastructuur, de haveninterne basisinfrastructuur en uitrustingsinfrastructuur, gelegen, verworven of te verwerven in het havengebied.1§ 1. Onverminderd artikel 9, § 1, eerste lid, en artikel 19, behouden het Vlaamse Gewest en de andere publiekrechtelijke besturen of instellingen bij en na de oprichting van een havenbedrijf hun eigendomsrechten op de domeingoederen, gelegen, verworven of te verwerven in het havengebied.
2§ 2. Het Vlaamse Gewest en andere publieke instellingen en overheden kunnen hun domeingoederen al naargelang hun finaliteit in eigendom overdragen dan wel in concessie of in beheer geven middels af te sluiten overeenkomsten.2§ 2. Het Vlaamse Gewest en andere publieke instellingen en overheden kunnen hun domeingoederen al naargelang hun finaliteit in eigendom overdragen dan wel in concessie of in beheer geven middels af te sluiten overeenkomsten.
3Wat het beheersaspect betreft worden in deze overeenkomsten bepalingen opgenomen in verband met het dagelijks onderhoud en exploitatie van de in beheer gegeven domeingoederen en de daarmee overeenstemmende kosten van het havenbedrijf.3Wat het beheersaspect betreft worden in deze overeenkomsten bepalingen opgenomen in verband met het dagelijks onderhoud en exploitatie van de in beheer gegeven domeingoederen en de daarmee overeenstemmende kosten van het havenbedrijf.
+0 −3 decreet-1999-03-02/art. 19bis opgeheven
1§ 1. Een autonoom gemeentelijk havenbedrijf wordt opgericht bij gemeenteraadsbesluit.
2De oprichtingsbeslissing stelt de statuten van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf vast.
3§ 2. De wijzigingen in de statuten worden aangebracht bij beslissing van de gemeenteraad, op voorstel of na advies van de raad van bestuur van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf.
+0 −19 decreet-1999-03-02/art. 19ter opgeheven
1§ 1. Het autonoom gemeentelijk havenbedrijf wordt beheerd door een raad van bestuur en een directiecomité.
2§ 2. De raad van bestuur is gemachtigd alle nuttige of noodzakelijke handelingen te stellen om de doelstellingen van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf te verwezenlijken.
3§ 3. De gemeenteraad wijst de leden van de raad van bestuur van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf aan.
4Het aantal bestuursleden in de raad van bestuur bedraagt ten hoogste de helft van het aantal gemeenteraadsleden, maar met een maximum van achttien.
5De meerderheid van de raad van bestuur bestaat uit leden van de gemeenteraad. Ten hoogste twee derde van de leden van de raad van bestuur is van hetzelfde geslacht. Elke fractie kan minstens één lid van de raad van bestuur voordragen en dat voordrachtrecht waarborgt elke fractie een vertegenwoordiging in de raad van bestuur. Indien de gewaarborgde vertegenwoordiging evenwel afbreuk zou doen aan de mogelijkheid voor de fracties die vertegenwoordigd zijn in het college van burgemeester en schepenen om minstens de helft van de leden van de raad van bestuur voor te dragen, worden de mandaten evenredig verdeeld over de fracties waaruit de gemeenteraad is samengesteld.
6Het mandaat van lid van de raad van bestuur is hernieuwbaar. De leden van de raad van bestuur kunnen te allen tijde door de gemeenteraad worden ontslagen.
7Na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt tot volledige vernieuwing van de raad van bestuur overgegaan. In dat geval blijven de leden van de raad van bestuur hun functie vervullen tot de nieuwe gemeenteraad tot hun vervanging is overgegaan.
8De raad van bestuur kiest uit zijn leden een voorzitter.
9§ 4. De bestuurders zijn niet persoonlijk gebonden door de verbintenissen van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf.
10De bestuurders zijn aansprakelijk zonder hoofdelijkheid voor de tekortkomingen in de normale uitoefening van hun bestuur. Ten aanzien van de overtredingen waaraan zij geen deel hebben gehad, worden de bestuurders van die aansprakelijkheid ontheven als hun geen schuld kan worden verweten en als zij die overtredingen hebben aangeklaagd bij de gemeenteraad binnen een maand nadat zij er kennis van hebben gekregen.
11Jaarlijks beslist de gemeenteraad over de aan de bestuurders te verlenen kwijting, na goedkeuring van de rekeningen. Die kwijting is alleen rechtsgeldig als de ware toestand van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf niet wordt verborgen door enige weglating of onjuiste opgave in de rekeningen.
12§ 5. Als een bestuurder rechtstreeks of onrechtstreeks een belang van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met een beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid behoort van de raad van bestuur, moet hij dat meedelen aan de andere bestuurders voor de raad van bestuur een besluit neemt. Zijn verklaring, alsook de rechtvaardigingsgronden betreffende het voornoemde strijdige belang moeten worden opgenomen in de notulen van de raad van bestuur die de beslissing moet nemen. De betrokken bestuurder moet tevens de commissarissen van het strijdig belang op de hoogte brengen.
13Met het oog op de publicatie ervan in het jaarverslag of, bij het ontbreken daarvan, in een stuk dat gelijk met de jaarrekening moet worden neergelegd, omschrijft de raad van bestuur in de notulen de aard van de beslissing of verrichting, vermeld in het eerste lid, en verantwoordt het genomen besluit. Ook de vermogensrechtelijke gevolgen ervan voor het autonoom gemeentelijk havenbedrijf moeten in de notulen worden vermeld. In het verslag moeten de voornoemde notulen in hun geheel worden opgenomen.
14Het verslag van de commissarissen moet een afzonderlijke omschrijving bevatten van de vermogensrechtelijke gevolgen voor het autonoom gemeentelijk havenbedrijf van de besluiten van de raad van bestuur ten aanzien waarvan een strijdig belang in de zin van het eerste lid bestaat.
15De bestuurders zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die het autonoom gemeentelijk havenbedrijf of derden geleden hebben ten gevolge van beslissingen of verrichtingen die hebben plaatsgevonden met inachtneming van deze paragraaf, als die beslissing of verrichting aan hen of aan een van hen een onrechtmatig financieel voordeel heeft bezorgd ten nadele van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf.
16Het autonoom gemeentelijk havenbedrijf kan de nietigheid vorderen van de beslissingen of verrichtingen die hebben plaatsgevonden met overtreding van de in deze paragraaf bepaalde regels, als de wederpartij bij die beslissingen of verrichtingen van die overtreding op de hoogte was of had moeten zijn.
17Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing als de beslissingen of verrichtingen die tot de bevoegdheid behoren van de raad van bestuur betrekking hebben op beslissingen of verrichtingen die tot stand zijn gekomen tussen het autonoom gemeentelijk havenbedrijf en een vennootschap waarin het autonoom gemeentelijk havenbedrijf rechtstreeks of onrechtstreeks ten minste vijfennegentig procent bezit van de stemmen die verbonden zijn aan het geheel van de door die vennootschap uitgegeven effecten, dan wel tussen het autonoom gemeentelijk havenbedrijf en een vennootschap waarin ten minste vijfennegentig procent van de stemmen die verbonden zijn aan het geheel van de door die vennootschap uitgegeven effecten in het bezit zijn van de gemeente die het autonoom gemeentelijk havenbedrijf heeft opgericht.
18Bovendien zijn het eerste en het tweede lid niet van toepassing als de beslissingen van de raad van bestuur betrekking hebben op gebruikelijke verrichtingen die plaatshebben onder de voorwaarden en tegen de zekerheden die op de markt gewoonlijk gelden voor soortgelijke verrichtingen.
19Deze paragraaf doet geen afbreuk aan de gelding van andere bepalingen betreffende de belangenvermenging wat betreft ambtenaren en met openbare diensten belaste personen.
+0 −2 decreet-1999-03-02/art. 19quater opgeheven
1De raad van bestuur vertrouwt het dagelijkse bestuur, de vertegenwoordiging met betrekking tot dat bestuur en de voorbereiding en uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur toe aan een directiecomité, voorgezeten door een gedelegeerd bestuurder, al dan niet met de mogelijkheid van subdelegatie aan personeelsleden van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf.
2De leden van het directiecomité worden door de raad van bestuur benoemd.
+0 −1 decreet-1999-03-02/art. 19quinquies opgeheven
1De vergaderingen van de raad van bestuur en het directiecomité zijn niet openbaar. De notulen van die vergaderingen en alle documenten waarnaar verwezen wordt in de notulen, alsook de beslissingen van het directiecomité, worden ter inzage neergelegd op het secretariaat van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf.
+0 −2 decreet-1999-03-02/art. 19sexies opgeheven
1Het toezicht op de financiële toestand en op de jaarrekeningen van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf wordt opgedragen aan een college van drie commissarissen die door de gemeenteraad worden gekozen buiten de raad van bestuur van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf en waarvan ten minste één lid is van het Instituut voor Bedrijfsrevisoren.
2Met uitzondering van die laatste zijn de leden van het college van commissarissen allemaal lid van de gemeenteraad.
+0 −2 decreet-1999-03-02/art. 19septies opgeheven
1§ 1. Het personeel van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf kan in statutair of contractueel verband worden aangesteld.
2§ 2. Bij gemeenteraadsbesluit kan de gemeente, op verzoek van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf, aan het autonoom gemeentelijk havenbedrijf middelen, infrastructuur of, mits de ter zake geldende rechtspositieregeling nageleefd wordt, statutair personeel ter beschikking stellen of overdragen.
+0 −2 decreet-1999-03-02/art. 19octies opgeheven
1De gemeenteraad kan steeds beslissen om tot ontbinding en vereffening van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf over te gaan.
2In de beslissing tot ontbinding wijst de gemeenteraad de vereffenaars aan. Alle andere organen vervallen op het ogenblik van de ontbinding.
+0 −0 decreet-1999-03-02/art. 20 opgeheven
+1 −3 decreet-1999-03-02/art. 21
1Het havenbedrijf stelt periodiek, minstens om de vijf jaar, een ondernemingsplan op dat de doelstellingen en de strategie van het havenbedrijf op middellange termijn vastlegt, evenals jaarlijks een financieel meerjarenplan en een activiteitenverslag. 1Het havenbedrijf stelt periodiek, minstens om de vijf jaar, een ondernemingsplan op dat de doelstellingen en de strategie van het havenbedrijf op middellange termijn vastlegt. Het havenbedrijf bezorgt het ondernemingsplan aan de Vlaamse Regering.
2Het activiteitenverslag, het ondernemingsplan en het financieel meerjarenplan, vermeld in het eerste lid, alsmede het omstandige verslag van het college van commissarissen worden meegedeeld aan de Vlaamse Regering en aan de gemeenteraad in het geval van de autonome gemeentelijke havenbedrijven, en aan de Vlaamse Regering en aan de algemene vergadering in het geval van de andere havenbedrijven. De gemeenteraad kan te allen tijde aan de raad van bestuur verslag vragen over de activiteiten van het autonoom gemeentelijk havenbedrijf of over sommige ervan.
3De algemene boekhouding van de havenbedrijven wordt gevoerd volgens de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen. Vanaf 1 juli 2014 maakt de analytische boekhouding bovendien een onderscheid tussen de verschillende dienstverleningen. Vanaf 1 juli 2014 maken de havenbedrijven gebruik van een dienst Interne Audit. De bestemming van het resultaat wordt geregeld in de statuten.
+1 −1 decreet-1999-03-02/art. 22
1§ 1. Aan de goedkeuring van de Vlaamse regering zijn onderworpen:1§ 1. Aan de goedkeuring van de Vlaamse regering zijn onderworpen:
21° de beslissingen tot vervreemding of hypothekering van de uitrustingsinfrastructuur, gelegen in het havengebied, waarvoor de Vlaamse Regering minder dan 10 jaar geleden een principiële beslissing heeft genomen tot toekenning van een subsidie of mede- financiering;21° de beslissingen tot vervreemding of hypothekering van de uitrustingsinfrastructuur, gelegen in het havengebied, waarvoor de Vlaamse Regering minder dan 10 jaar geleden een principiële beslissing heeft genomen tot toekenning van een subsidie of mede- financiering;
32° de beslissing tot aanvaarding van toelagen of giften van publieke overheden en publiekrechtelijke instellingen.
32° ...
4§ 2. De besluiten van de Vlaamse regering houdende goedkeuring of weigering worden genomen binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst van het per aangetekende brief gedane verzoek tot goedkeuring. Wanneer binnen deze termijn geen beslissing is genomen, wordt de goedkeuring geacht te zijn verworven.4§ 2. De besluiten van de Vlaamse regering houdende goedkeuring of weigering worden genomen binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst van het per aangetekende brief gedane verzoek tot goedkeuring. Wanneer binnen deze termijn geen beslissing is genomen, wordt de goedkeuring geacht te zijn verworven.
+4 −4 decreet-1999-03-02/art. 23
1§ 1. Een voltijdse gewestelijke havencommissaris, aangesteld in het departement Mobiliteit en Openbare Werken, oefent binnen het kader van dit decreet controle uit op de havenbedrijven. De gewestelijke havencommissaris wordt benoemd en ontslagen door de Vlaamse Regering die zijn statuut regelt. Ter ondersteuning van zijn controletaak stelt de Vlaamse Regering het nodige personeel ter beschikking van de gewestelijke havencommissaris.1§ 1. Een voltijdse gewestelijke havencommissaris, aangesteld in het departement Mobiliteit en Openbare Werken, oefent binnen het kader van dit decreet controle uit op de havenbedrijven. De gewestelijke havencommissaris wordt benoemd en ontslagen door de Vlaamse Regering die zijn statuut regelt. Ter ondersteuning van zijn controletaak stelt de Vlaamse Regering het nodige personeel ter beschikking van de gewestelijke havencommissaris.
2§ 2. De gewestelijke havencommissaris wordt ten minste zeven dagen op voorhand uitgenodigd voor alle vergaderingen van de algemene vergadering en van de raad van bestuur van de havenbedrijven. Bij de uitnodiging zijn de agenda en de stukken gevoegd. De havenbedrijven stellen binnen twintig dagen de gewestelijke havencommissaris op de hoogte van alle beslissingen van de algemene vergadering en van de raad van bestuur van de havenbedrijven.2§ 2. De gewestelijke havencommissaris wordt ten minste zeven dagen op voorhand uitgenodigd voor alle vergaderingen van de algemene vergadering en van de raad van bestuur of de raad van toezicht van de havenbedrijven. Bij de uitnodiging zijn de agenda en de stukken gevoegd. De havenbedrijven stellen binnen twintig dagen de gewestelijke havencommissaris op de hoogte van alle beslissingen van de algemene vergadering en van de raad van bestuur of de raad van toezicht van de havenbedrijven.
3§ 3. Het voornemen van een havenbedrijf om een nieuwe deelneming op te richten of aan te gaan, of om een deelneming in een filiaal te wijzigen, moet door de gewestelijke havencommissaris geviseerd worden.3§ 3. Het voornemen van een havenbedrijf om een nieuwe deelneming op te richten of aan te gaan, of om een deelneming in een filiaal te wijzigen, moet door de gewestelijke havencommissaris geviseerd worden.
4Het havenbedrijf legt het dossier voor aan de gewestelijke havencommissaris ten minste twintig dagen voor de vergadering van de raad van bestuur waarop de beslissing genomen zal worden. Het visum moet gegeven worden binnen een termijn van acht vrije dagen vanaf de ontvangst van het voornemen door de gewestelijke havencommissaris. Als die termijn eenmaal verstreken is, wordt het visum geacht gegeven te zijn. Als het visum geweigerd wordt, moet dat omstandig gemotiveerd worden. Als het visum geweigerd wordt, kan het havenbedrijf binnen een termijn van tien vrije dagen vanaf de kennisgeving van de weigering het dossier voorleggen aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering beslist binnen een termijn van dertig vrije dagen. Als het havenbedrijf geen beroep aantekent binnen de gestelde termijn van tien vrije dagen, wordt de weigering geacht definitief te zijn. Als de Vlaamse Regering geen beslissing heeft genomen binnen de gestelde termijn van dertig vrije dagen, wordt het visum geacht verleend te zijn.4Het havenbedrijf legt het dossier voor aan de gewestelijke havencommissaris ten minste twintig dagen voor de vergadering van de raad van bestuur of de raad van toezicht waarop de beslissing genomen zal worden. Het visum moet gegeven worden binnen een termijn van acht vrije dagen vanaf de ontvangst van het voornemen door de gewestelijke havencommissaris. Als die termijn eenmaal verstreken is, wordt het visum geacht gegeven te zijn. Als het visum geweigerd wordt, moet dat omstandig gemotiveerd worden. Als het visum geweigerd wordt, kan het havenbedrijf binnen een termijn van tien vrije dagen vanaf de kennisgeving van de weigering het dossier voorleggen aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering beslist binnen een termijn van dertig vrije dagen. Als het havenbedrijf geen beroep aantekent binnen de gestelde termijn van tien vrije dagen, wordt de weigering geacht definitief te zijn. Als de Vlaamse Regering geen beslissing heeft genomen binnen de gestelde termijn van dertig vrije dagen, wordt het visum geacht verleend te zijn.
5Het visum heeft betrekking op de toetsing van de beslissing aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 4, § 1, en artikel 6.5Het visum heeft betrekking op de toetsing van de beslissing aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 4, § 1, en artikel 6.
6§ 4. De gewestelijke havencommissaris kan de uitvoering opschorten van alle beslissingen van de algemene vergadering en van de raad van bestuur die hij strijdig acht met dit decreet , met de wettelijke bepalingen inzake de financiering van haveninvesteringen, met de besluiten die genomen zijn ter uitvoering van dit decreet of met de overeenkomsten die vermeld worden in artikel 40. Om beroep aan te tekenen beschikt de gewestelijke havencommissaris over een termijn van acht vrije dagen, die ingaat op de dag waarop hij van de beslissing op de hoogte werd gesteld overeenkomstig § 2. Het beroep is opschortend.6§ 4. De gewestelijke havencommissaris kan de uitvoering opschorten van alle beslissingen van de algemene vergadering en van de raad van bestuur of de raad van toe zicht die hij strijdig acht met dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, met de wettelijke bepalingen over de financiering van haveninvesteringen en met de overeenkomsten tussen het Vlaamse Gewest en het havenbedrijf over het beheer van de domeingoederen van het Vlaamse Gewest en de exploitatie van het havengebied. Om beroep aan te tekenen beschikt de gewestelijke havencommissaris over een termijn van acht vrije dagen, die ingaat op de dag waarop hij van de beslissing op de hoogte werd gesteld overeenkomstig § 2. Het beroep is opschortend.
7Als de Vlaamse Regering binnen een termijn van twintig vrije dagen, die ingaat op dezelfde dag als de termijn, vermeld in het eerste lid, de nietigverklaring niet uitgesproken heeft, dan wordt de beslissing waartegen beroep werd aangetekend definitief. De Vlaamse Regering betekent de nietigverklaring aan het havenbedrijf.7Als de Vlaamse Regering binnen een termijn van twintig vrije dagen, die ingaat op dezelfde dag als de termijn, vermeld in het eerste lid, de nietigverklaring niet uitgesproken heeft, dan wordt de beslissing waartegen beroep werd aangetekend definitief. De Vlaamse Regering betekent de nietigverklaring aan het havenbedrijf.
8§ 5. De gewestelijke havencommissaris heeft het recht om met het oog op de uitvoering van dit artikel te allen tijde ter plaatse inzage te hebben in al de boeken, brieven, notulen en, in het algemeen, alle documenten en geschriften van het havenbedrijf. Hij kan van de voorzitter van de raad van bestuur en van de leden van het directiecomité alle ophelderingen en inlichtingen vorderen die hij nodig acht voor de uitvoering van dit artikel.8§ 5. De gewestelijke havencommissaris heeft het recht om met het oog op de uitvoering van dit artikel te allen tijde ter plaatse inzage te hebben in al de boeken, brieven, notulen en, in het algemeen, alle documenten en geschriften van het havenbedrijf. Hij kan van de voorzitter van de raad van bestuur of de raad van toezicht, van de leden van de directieraad en van de personen aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen alle ophelderingen en inlichtingen vorderen die hij nodig acht voor de uitvoering van dit artikel.
+2 −1 decreet-1999-03-02/art. 25
1De Vlaamse regering en de havenbedrijven ontwikkelen initiatieven inzake een gemeenschappelijk promotiebeleid van het gehele Vlaamse havenpotentieel.
1§ 1. De Vlaamse Regering en de havenbedrijven kunnen samen initiatieven ontwikkelen binnen beleidsthema's waar de strategische doelstellingen van het Vlaamse Gewest en de havenbedrijven elkaar kunnen versterken.
2§ 2. De Vlaamse Regering is ertoe gemachtigd om in dit kader binnen de perken van de begroting financiering te voorzien voor het gedeelte van de gemeenschappelijke actie die onder haar bevoegdheid ressorteert.
+84 −0 decreet-1999-03-02/art. 25bis nieuw
1§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder beveiligde zending:
21° een aangetekende brief;
32° een afgifte tegen ontvangstbewijs;
43° een e-mail;
54° elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld.
6§ 2. Er wordt een instantie opgericht met de naam Instantie voor de behandeling van havengeschillen, afgekort IBH, die klachten behandelt die voortvloeien uit de toepassing van verordening (EU) 2017/352.
7De klachten worden behandeld conform paragraaf 3 tot en met 14 en conform artikel 16 van verordening (EU) 2017/352.
8§ 3. Iedereen kan bij de IBH een klacht indienen over een mogelijke overtreding van verordening (EU) 2017/352.
9De IBH behandelt de klachten op de volgende wijze:
101° op een wijze die belangenconflicten voorkomt;
112° onpartijdig, transparant en functioneel onafhankelijk van havenbeheerders en aanbieders van havendiensten;
123° met inachtneming van de vrijheid van ondernemen.
13§ 4. De IBH is samengesteld uit de volgende leden:
141° een voorzitter;
152° een vaste bijzitter;
163° een tijdelijke bijzitter.
17De IBH beslist bij consensus of, bij gebreke daarvan, bij gewone meerderheid van stemmen.
18De voorzitter wordt door de Vlaamse Regering benoemd voor een periode van vijf jaar. De benoeming van de voorzitter kan twee keer worden verlengd voor de voormelde termijn.
19De gewestelijke havencommissaris treedt op als vaste bijzitter. Teneinde zijn onafhankelijkheid te waarborgen, wordt er bij het bepalen van zijn statuut op toe gezien dat hij geen instructies kan ontvangen aangaande de in zijn hoedanigheid van lid van de IBH te nemen beslissingen en die beslissingen kunnen geen aanleiding geven tot disciplinaire sancties.
20De tijdelijke bijzitter wordt bij het ontvangen van een klacht aangeduid door de voorzitter op grond van een lijst van deskundigen over het beheer en de exploitatie van havens die om de vijf jaar op voorstel van de bevoegde minister wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering. De opname van een persoon op de lijst van tijdelijke bijzitters kan twee keer worden verlengd voor de voormelde termijn. Bij de aanduiding van tijdelijke bijzitters wordt erover gewaakt dat ze beschikken over de specifieke deskundigheid die nodig is om de ingediende klacht te behandelen.
21De leden van de IBH mogen geen belangen hebben bij het beheer van havens, het verrichten van havendiensten en het gebruik van havens. Als in verband met een te behandelen dossier blijkt dat een lid toch een belang heeft dat de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de behandeling zou kunnen schaden, als het lid onbeschikbaar is, of een ander lid vervangt, laat het lid zich vervangen conform de volgende regels:
221° de voorzitter laat zich vervangen door de gewestelijke havencommissaris;
232° de gewestelijke havencommissaris laat zich vervangen door een tijdelijke bijzitter;
243° de tijdelijke bijzitter laat zich vervangen door een andere tijdelijke bijzitter.
25Als noch de voorzitter, noch de gewestelijke havencommissaris kunnen zetelen, wordt de IBH samengesteld uit drie tijdelijke bijzitters, waaronder een plaatsvervangende voorzitter, die worden aangeduid door de bevoegde minister.
26§ 5. Op straffe van onontvankelijkheid worden de klachten bij de IBH, naargelang welk tijdstip het vroegste valt, ingediend binnen zestig dagen na een van de volgende dagen:
271° de dag waarop het feit of de beslissing die het voorwerp van de klacht vormt, is bekendgemaakt;
282° de dag waarop de klager kennis had, dan wel redelijkerwijze kennis had moeten hebben van dat feit, van die beslissing of, in geval van een voortdurende overtreding, van die overtreding.
29De klachten worden ingediend bij verzoekschrift. Op straffe van onontvankelijkheid wordt het verzoekschrift ondertekend en vermeldt het al de volgende informatie:
301° de naam, de voornaam, de woonplaats en het e-mailadres van de klager of, als de klager een rechtspersoon is, zijn benaming, zetel, e-mailadres en, als dat van toepassing is, zijn ondernemingsnummer, en de naam, de voornaam, de woonplaats, het e-mailadres en de hoedanigheid van de optredende wettelijke vertegenwoordiger;
312° de naam, de voornaam, de woonplaats en het e-mailadres van de aangeklaagde of, als de aangeklaagde een rechtspersoon is, zijn benaming, zetel, e-mail adres en, als dat van toepassing is, zijn ondernemingsnummer;
323° het voorwerp van de klacht, een uiteenzetting van de middelen en de bepalingen van verordening (EU) 2017/352 die naar het oordeel van de klager geschonden zijn, en de gevraagde beslissing;
334° de bewijsstukken waarover de klager beschikt.
34Als de klager een rechtspersoon is, voegt hij bij zijn verzoekschrift, op straffe van onontvankelijkheid, een voor eensluidend verklaard afschrift van zijn statuten en van de stukken waaruit de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de ondertekenaar blijkt.
35De klager bezorgt het verzoekschrift aan het secretariaat van de IBH met een beveiligde zending.
36De voorzitter van de IBH kan de klager verzoeken om ontbrekende gegevens of stukken mee te delen binnen een termijn die hij vaststelt. Daarbij kan hij de termijn, vermeld in paragraaf 7, verlengen met ten hoogste dertig dagen.
37Aan de indiening en behandeling van een klacht bij de IBH zijn ten laste van de klager geen kosten verbonden.
38De indiening van een klacht bij de IBH verhindert niet dat de klager over de mogelijke overtreding van verordening (EU) 2017/352 een geschil aanhangig maakt bij de bevoegde rechter, die zijn uitspraak kan aanhouden tot de IBH of, in geval van een beroep, het Marktenhof een definitieve uitspraak heeft gedaan over de klacht.
39§ 6. De IBH registreert de ontvangen klacht en bevestigt de ontvangst zo snel mogelijk aan de klager met een beveiligde zending.
40§ 7. Binnen vijftien dagen na de dag waarop de IBH het verzoekschrift heeft geregistreerd conform paragraaf 6, beslist ze over de ontvankelijkheid. De IBH kan een klacht onontvankelijk verklaren omdat de op straffe van onontvankelijkheid bepaalde voorschriften, vermeld in paragraaf 5, niet zijn nageleefd of omdat de klacht kennelijk geen betrekking heeft op een overtreding van verordening (EU) 2017/352.
41De IBH deelt onmiddellijk de beslissing over de ontvankelijkheid met een beveiligde zending mee aan de klager en de aangeklaagde. De beslissing om de klacht onontvankelijk te verklaren, stelt een einde aan de klachtprocedure.
42§ 8. Als de klacht ontvankelijk is verklaard, deelt de IBH alle stukken onmiddellijk met een beveiligde zending mee aan de aangeklaagde. Tegelijk nodigt de IBH de aangeklaagde uit om een repliekmemorie in te dienen binnen dertig dagen na de datum van kennisgeving. De IBH kan de partijen uitnodigen om nadere memories in te dienen. De aangeklaagde heeft het laatste woord.
43De IBH kan in om het even welke stand van de klachtbehandeling een poging tot bemiddeling ondernemen.
44De IBH kan de havenbedrijven, de aanbieders van havendiensten en de haven gebruikers verplichten om haar binnen een termijn die ze vaststelt informatie over een klacht te verschaffen. Als de IBH een dergelijke verplichting oplegt, vermeldt ze daarbij dat het opleggen van die verplichting gebeurt conform dit lid.
45De IBH kan personen die betrokken zijn, getuigen en deskundigen verzoeken om een mondelinge of schriftelijke verklaring af te leggen. Ze kan ook een tegensprekelijke hoorzitting organiseren of ter plekke, binnen of buiten het havengebied, een onderzoek instellen.
46§ 9. De IBH beslist over de klacht binnen 120 dagen na de dag waarop ze de klacht heeft geregistreerd conform paragraaf 6. De IBH kan de voormelde termijn een keer met 60 dagen verlengen.
47De IBH neemt een bindende beslissing over de gegrondheid van de klacht en motiveert die beslissing. De IBH kan tussentijdse beslissingen nemen.
48De IBH kan beslissen dat de aangeklaagde een beslissing moet intrekken, een nieuwe beslissing moet nemen, de uitvoering van een beslissing moet opschorten, een bedrag moet kwijtschelden of een terugbetaling moet verrichten, een en ander al dan niet binnen een gestelde termijn.
49De IBH deelt de beslissing over de gegrondheid van de klacht onmiddellijk mee aan de klager en de aangeklaagde met een beveiligde zending.
50§ 10. De klager en de aangeklaagde kunnen tegen de beslissing van de IBH een beroep instellen bij het Marktenhof. Op straffe van onontvankelijkheid wordt dat beroep ingesteld binnen zestig dagen na de datum van ontvangst van de beveiligde zending waarmee de beslissing in kwestie aan de appellant is meegedeeld.
51Het beroep wordt ingesteld met een verzoekschrift gericht tegen de IBH. Het Marktenhof brengt de klager, de aangeklaagde en de IBH aangetekend op de hoogte van het beroep.
52Het beroep heeft geen opschortende werking, tenzij het Marktenhof de opschorting uitspreekt van de beslissing in kwestie. De opschorting van de uitvoering van de beslissing kan alleen bevolen worden als ernstige middelen worden ingeroepen die de vernietiging van de beslissing kunnen rechtvaardigen en op voorwaarde dat de onmiddellijke uitvoering van de beslissing ernstige en moeilijk te herstellen gevolgen kan hebben voor een van de betrokken partijen.
53Het Marktenhof zetelt zoals in kort geding. Het oordeelt evenwel met volle rechtsmacht. Het kan de beslissing van de IBH bevestigen of tenietdoen. In dat laatste geval neemt het een nieuwe beslissing over de klacht.
54§ 11. In deze paragraaf wordt verstaan onder:
551° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
562° functionaris voor gegevensbescherming: zoals bepaald in artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevens verkeer.
57De IBH wordt aangewezen als de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van de persoonsgegevens in het kader van dit artikel.
58In het kader van de toepassing van dit artikel worden persoonsgegevens verwerkt inzake een wettelijke verplichting, vermeld in artikel 6, 1, c), van de algemene verordening gegevensbescherming, met als doel de toepassing en de handhaving van verordening (EU) 2017/352 en de uitvoering van de taken die door dit decreet aan de IBH worden toegewezen.
59Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de algemene verordening gegevensbescherming kan de IBH beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het vijfde tot en met het twaalfde lid.
60De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het vierde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de IBH, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. De duur van de voorbereidende werkzaamheden mag in voorkomend geval niet meer bedragen dan zes maanden vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening.
61De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het vierde lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het vierde lid, rechtvaardigt.
62Als de betrokkene in het geval, vermeld in het vierde lid, tijdens de periode, vermeld in het vijfde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming dat hij dat verzoek heeft ontvangen.
63De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen dertig dagen vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het vierde lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de decretale en reglementaire opdrachten van de IBH zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het elfde lid. Als het nodig is, kan de voormelde termijn met 60 dagen worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene binnen dertig dagen vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel.
64De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, en om een beroep in rechte in te stellen.
65De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse Toezichtcommissie.
66Nadat het onderzoek is afgesloten, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
67Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het vierde lid bevat, naar het Openbaar Ministerie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
68§ 12. In de volgende gevallen kan de IBH ambtshalve of op verzoek, commercieel of industrieel gevoelige informatie vertrouwelijk behandelen:
691° bij de uitwisseling van verzoekschriften, memories, gegevens en stukken;
702° bij het onderzoeken van een klacht;
713° bij de pogingen tot bemiddeling, vermeld in paragraaf 8, tweede lid;
724° bij de omgang met informatie en verklaringen, vermeld in paragraaf 8, derde en vierde lid;
735° bij de publicatie van beslissingen.
74§ 13. Het secretariaat van de IBH bewaart de klachtdossiers gedurende ten minste vijf jaar. De persoonsgegevens kunnen bewaard worden tot maximaal tien jaar:
751° na het ogenblik dat de IBH het onderzoek definitief zonder gevolg afsluit;
762° ingeval de IBH een beslissing neemt tot onontvankelijkheid of tot ongegrondheid van de klacht: nadat de beroepstermijn bedoeld in artikel 25bis, § 10, eerste lid, is afgelopen zonder dat een beroep werd ingesteld;
773° ingeval de IBH een beslissing neemt tot gegrondheid van de klacht, waartegen geen beroep werd ingesteld: na de kennisgeving van de eindbeslissing van de IBH;
784° ingeval tegen een beslissing van de IBH een beroep wordt ingesteld: na de betekening van het eindarrest van het Marktenhof, desgevallend na cassatie en verwijzing.
79Elk jaar dient de IBH bij de Vlaamse Regering een verslag over haar werking in.
80Tenzij de regels, vermeld in paragraaf 11 en 12, zich daartegen verzetten, maakt de IBH haar beslissingen integraal of bij uittreksel bekend op haar website of op een andere wijze.
81§ 14. De Vlaamse Regering:
821° stelt het adres van het secretariaat en de zetel van de IBH vast;
832° regelt de organisatie van het secretariaat van de IBH, de financiering van de IBH, en de vergoeding van haar leden;
843° regelt de organisatie van de IBH, haar samenstelling, haar werking, de klachtprocedure en de bewaring van dossiers.
+4 −0 decreet-1999-03-02/art. 25ter nieuw
1Met een geldboete van 125 euro tot 31.250 euro wordt gestraft hij die zich schuldig maakt aan:
21° een overtreding van verordening (EU) 2017/352;
32° een weigering tijdig gevolg te geven aan een verplichting die is opgelegd krachtens artikel 25bis, § 8, derde lid.
4Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek zijn van toepassing op de misdrijven, vermeld in het eerste lid.
+1 −1 decreet-1999-03-02/art. 29
1§ 1. Onverminderd artikelen 9 en 31 is het Vlaamse Gewest verantwoordelijk voor de aanleg, de instandhouding, met inbegrip van het verwerken van de specie, het onderhoud en de exploitatie van de maritieme toegangswegen en de basisinfrastructuur, de haveninterne basisinfrastructuur uitgezonderd. In afwijking van het eerste lid van artikel 18 blijft Haven van Antwerpen-Brugge verantwoordelijk voor de instandhouding, het onderhoud en de exploitatie van de kanaaldokken en zwaaikommen in het havengebied van Antwerpen, met uitzondering van het verwerken van de specie.1§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 9 is het Vlaamse Gewest verantwoordelijk voor de aanleg, de instandhouding, met inbegrip van het verwerken van de specie, het onderhoud en de exploitatie van de maritieme toegangswegen en de basisinfrastructuur, de haveninterne basisinfrastructuur uitgezonderd. In afwijking van het eerste lid van artikel 18 blijft Haven van Antwerpen-Brugge verantwoordelijk voor de instandhouding, het onderhoud en de exploitatie van de kanaaldokken en zwaaikommen in het havengebied van Antwerpen, met uitzondering van het verwerken van de specie.
2§ 2. In afwijking van § 1 en artikel 9, draagt het Vlaamse Gewest de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en de financiering van de aanleg en terbeschikkingstelling van de nieuw te realiseren zeesluizen op het ogenblik van de oprichting van de NV Vlaamse Havens over aan die vennootschap.2§ 2. In afwijking van § 1 en artikel 9, draagt het Vlaamse Gewest de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en de financiering van de aanleg en terbeschikkingstelling van de nieuw te realiseren zeesluizen op het ogenblik van de oprichting van de NV Vlaamse Havens over aan die vennootschap.
3Het voorgaande lid doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheid van de havenbedrijven voor de instandhouding, de exploitatie en het onderhoud, met inbegrip van het verwerken van de specie, van de binnen het havengebied gelegen zeesluizen.3Het voorgaande lid doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheid van de havenbedrijven voor de instandhouding, de exploitatie en het onderhoud, met inbegrip van het verwerken van de specie, van de binnen het havengebied gelegen zeesluizen.
+1 −1 decreet-1999-03-02/art. 29bis
1De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd binnen de perken van de begroting toelagen toe te kennen aan de havenbedrijven voor de aanleg en de instandhouding, met inbegrip van het verwerken van de specie, het onderhoud en de exploitatie van de binnen de havengebieden gelegen zeesluizen.1De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd binnen de perken van de begroting subsidies toe te kennen aan de havenbedrijven voor de aanleg en de instandhouding, met inbegrip van het verwerken van de specie, het onderhoud en de exploitatie van de binnen de havengebieden gelegen zeesluizen.
+3 −3 decreet-1999-03-02/art. 30
1§ 1. De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd binnen de perken van de begroting subsidies toe te kennen aan de havenbedrijven voor investeringen in de haveninterne basisinfrastructuur en de uitrustingsinfrastructuur met inbegrip van de vervanging van technisch en economisch achterhaalde constructies, of deze investeringen mede te financieren.1§ 1. De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd binnen de perken van de begroting subsidies toe te kennen aan de havenbedrijven voor investeringen in de haveninterne basisinfrastructuur en de uitrustingsinfrastructuur met inbegrip van de vervanging van technisch en economisch achterhaalde constructies, of deze investeringen mede te financieren.
2§ 2. Bij de aanvraag tot subsidiëring of medefinanciering moet het havenbedrijf een technische en sociaal-economische verantwoording voegen die minstens de afstemming op de marktontwikkeling en het Vlaams havenbeleid dient te omvatten. Tevens dienen de te verwachten gevolgen op het vlak van mobiliteit, ruimtelijke ordening en het leefmilieu te worden verantwoord. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels met inbegrip van de termijnen, omtrent de procedure van indiening en beoordeling van de verstrekte verantwoordingsgegevens ter ondersteuning van de aanvraag tot subsidiëring of medefinanciering.
3§ 3. De financiële tegemoetkomingen vermeld in § 1 dienen principieel goedgekeurd te zijn voordat de gunningsprocedure begonnen wordt.
4§ 4. De Vlaamse regering wordt gemachtigd de in § 1 vermelde financiële tegemoetkomingen geheel of gedeeltelijk terug te vorderen, volgens een door haar nader te bepalen methode indien de feitelijke ontwikkelingen van het investeringsproject wezenlijk blijken te verschillen van het daarvoor ingediende verantwoordingsdossier en voorzover dit aan het havenbedrijf kan worden toegerekend.
2§ 2. ...
3§ 3. ...
4§ 4. ...
+1 −0 decreet-1999-03-02/art. 33
1De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de procedures voor de indiening, beoordeling en toekenning van de subsidie of medefinanciering, vermeld in artikel 29bis tot en met 30, en bepaalt de subsidie- en medefinancieringspercentages die van toepassing zijn.
+1 −0 decreet-1999-03-02/art. 34
1Onverminderd artikel 33 kan het Vlaamse Gewest de financiële tegemoetkomingen, vermeld in artikel 29bis tot en met 30, verbinden aan voorwaarden opgenomen in specifieke overeenkomsten, af te sluiten met het betrokken havenbedrijf.
+1 −3 decreet-1999-03-02/art. 40
1§ 1. De Vlaamse regering zal binnen de elf jaar na de inwerkingtreding van dit decreet alle geldende algemene overeenkomsten, al dan niet bij wet of decreet bekrachtigd, omtrent het beheer van de domeingoederen van het Vlaamse Gewest en de exploitatie van de havengebieden in overeenstemming brengen met dit decreet.
2Voorzover de overeenkomst zelf het toelaat, zal bevestiging van de goedkeuring de opzegging of de wijziging geschieden met terugwerkende kracht.
3§ 2. Deze machtiging tot opzegging of wijziging geldt niet voor de bepalingen inzake de financiering van investeringen van haveninfrastructuur in uitvoering.
1De bepalingen in dit decreet hebben voorrang op de bepalingen in de overeenkomsten tussen het Vlaamse Gewest en de havenbedrijven die gesloten werden voor de inwerkingtreding van dit decreet, met uitzondering van de bepalingen in die overeenkomsten met betrekking tot de financiering van investeringen in infrastructuur in uitvoering.
+0 −2 decreet-1999-03-02/art. 45 opgeheven
1§ 1. Bij de inwerkingtreding van hoofdstuk II, afdeling Ibis, van dit decreet worden de autonome gemeentebedrijven haven van Antwerpen, haven van Gent en haven van Oostende, opgericht op basis van de artikelen 263bis tot en met 263decies van de Nieuwe Gemeentewet, van rechtswege een autonoom gemeentelijk havenbedrijf. Binnen zes maanden vanaf de inwerkingtreding van hoofdstuk II, afdeling Ibis, worden de statuten van deze havenbedrijven aangepast aan de bepalingen van hoofdstuk II, afdeling Ibis.
2§ 2. Afdeling Ibis van dit decreet is niet van toepassing op de Maatschappij van de Brugse Zeevaartinrichtingen NV, opgericht bij overeenkomstwet van 1 juni 1894 - 11 september 1895.
+2 −2 decreet-2017-12-22-1029017/art. 226
1Onder voorbehoud van de toepassing van andere wettelijke of decretale bepalingen, bestaan er drie vormen van gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen:1Onder voorbehoud van de toepassing van andere wettelijke of decretale bepalingen, bestaan er twee vormen van gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen:
21° het autonoom gemeentebedrijf;21° het autonoom gemeentebedrijf;
32° het gemeentelijke extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm;32° het gemeentelijke extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm;
43° het autonoom gemeentelijk havenbedrijf.
43° ....
+0 −2 decreet-2017-12-22-1029017/art. 248 opgeheven
1De autonome gemeentelijke havenbedrijven zijn de havenbedrijven, vermeld in het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens waarop de bepalingen inzake autonome gemeentelijke havenbedrijven van toepassing zijn.
2Met uitzondering van artikel 226 zijn de bepalingen van dit decreet niet van toepassing op de autonome gemeentelijke havenbedrijven.
+1 −1 decreet-2019-05-03-1031839/art. 2
32° havenbedrijf: een havenbedrijf als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 2 maart 1999;32° havenbedrijf: een havenbedrijf als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 2 maart 1999;
43° havengebied: een havengebied als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 2 maart 1999;43° havengebied: een havengebied als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 2 maart 1999;
54° havenpolitieverordening: een door het havenbedrijf uitgevaardigd reglement van bijzondere administratieve politie inzake de goederenbehandeling en opslag, het in- en ontschepen van passagiers, de toegankelijkheid en de verkeersafwikkeling in het havengebied, en de vrijwaring van het milieu en de veiligheid van het havengebied ;54° havenpolitieverordening: een door het havenbedrijf uitgevaardigd reglement van bijzondere administratieve politie inzake de goederenbehandeling en opslag, het in- en ontschepen van passagiers, de toegankelijkheid van en de verkeersafwikkeling in het havengebied, de vrijwaring van het milieu en de veiligheid van het havengebied en de regeling van de vrijheid van handel en nijverheid op het vlak van havengebonden dienstverlening;
65° gezagvoerder: elke persoon aan wie het bevel over het vervoermiddel is toevertrouwd of die het feitelijke bevel voert;65° gezagvoerder: elke persoon aan wie het bevel over het vervoermiddel is toevertrouwd of die het feitelijke bevel voert;
76° vervoermiddel: elk bemand of onbemand vaar- of voertuig over land, te water of in de lucht dat zich al dan niet op eigen krachten kan verplaatsen;76° vervoermiddel: elk bemand of onbemand vaar- of voertuig over land, te water of in de lucht dat zich al dan niet op eigen krachten kan verplaatsen;
+6 −1 decreet-2019-05-03-1031839/art. 4
1De havenkapiteinsdienst is belast met het nemen van alle maatregelen ter vrijwaring van de openbare orde, de rust, de veiligheid van de exploitatie van de haven en het milieu in het havengebied. De havenkapiteinsdienst houdt toezicht op en handhaaft de havenpolitieverordeningen.
1De havenkapiteinsdienst is belast met het nemen van alle maatregelen in uitvoering van de reglementen van bijzondere administratieve politie inzake onder meer:
21° de goederenbehandeling en -opslag;
32° het in- en ontschepen van passagiers;
43° de toegankelijkheid van en de verkeersafwikkeling in het havengebied;
54° de vrijwaring van het milieu en de veiligheid van het havengebied;
65° de regeling van de vrijheid van handel en nijverheid op het vlak van havengebonden dienstverlening.
2Het havenbedrijf legt de havenpolitieverordeningen ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. Het besluit van de Vlaamse Regering houdende goedkeuring of weigering van de havenpolitieverordeningen wordt genomen binnen negentig dagen na ontvangst van het verzoek tot goedkeuring. Als binnen die termijn geen beslissing is genomen, wordt de goedkeuring geacht te zijn verworven. Nadat de goedkeuring is verworven of wordt geacht te zijn verworven, laat het havenbedrijf de vaststelling van havenpolitieverordeningen in het Belgisch Staatsblad bekendmaken. De havenpolitieverordeningen treden in werking op de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.7Het havenbedrijf legt de havenpolitieverordeningen ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. Het besluit van de Vlaamse Regering houdende goedkeuring of weigering van de havenpolitieverordeningen wordt genomen binnen negentig dagen na ontvangst van het verzoek tot goedkeuring. Als binnen die termijn geen beslissing is genomen, wordt de goedkeuring geacht te zijn verworven. Nadat de goedkeuring is verworven of wordt geacht te zijn verworven, laat het havenbedrijf de vaststelling van havenpolitieverordeningen in het Belgisch Staatsblad bekendmaken. De havenpolitieverordeningen treden in werking op de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
3Het havenbedrijf bepaalt de betrokkenheid van de havenkapiteinsdienst bij de uitoefening van de havenbestuurlijke bevoegdheden, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, die niet behoren tot de bijzondere administratieve politie in het havengebied.8Het havenbedrijf bepaalt de betrokkenheid van de havenkapiteinsdienst bij de uitoefening van de havenbestuurlijke bevoegdheden, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, die niet behoren tot de bijzondere administratieve politie in het havengebied.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd