§ flandrepo
15 regels · van kracht sinds 23 jul 2026

Artikel 11

§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder grondwerk van categorie 1: een grondwerk waarbij een oppervlak van meer dan 50 m2, of een lengte van meer dan 100 lopende meter wordt opengebroken, of waarbij een boring van meer dan 50 lopende meter wordt uitgevoerd.

§ 2. Voor elk grondwerk van categorie 1 geeft de initiatiefnemer een sleufsynergieaanvraag of een projectaanvraag in het GIPOD in conform paragraaf 3 en 4.

§ 3. Voor elk grondwerk van categorie 1 waarbij de initiatiefnemer de intentie heeft om nutswerken in een gemeenschappelijke sleuf uit te voeren, en waarvoor binnen de zone in kwestie nog geen relevante sleufsynergie of sleufsynergieaanvraag bestaat, geeft de initiatiefnemer, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de initiatiefnemer heeft aangewezen, een sleufsynergieaanvraag in het GIPOD in, uiterlijk twee maanden voor de geplande aanvang van het grondwerk.

Als het grondwerk wordt ingegeven als antwoord op een sleufsynergieaanvraag die voor een ander grondwerk is aangemaakt, is de initiatiefnemer vrijgesteld van de verplichting, vermeld in het eerste lid.

De ontvangers van de sleufsynergieaanvraag geven binnen vijftien dagen na de ontvangst van de aanvraag een antwoord op de sleufsynergieaanvraag, vermeld in het eerste lid. Als de ontvanger van die sleufsynergieaanvraag binnen de voormelde antwoordtermijn geen antwoord heeft verstrekt, geldt dat als een negatief antwoord van die ontvanger.

De ontvangers van de sleufsynergieaanvraag die een positief antwoord hebben verstrekt binnen vijftien dagen na de ontvangst van de aanvraag, koppelen binnen vijfenveertig dagen na de ontvangst van de aanvraag minstens één grondwerk aan de aanvraag.

Als de ontvangers van de sleufsynergieaanvraag die een positief antwoord hebben verstrekt binnen vijftien dagen na de ontvangst van de aanvraag, geen grondwerk koppelen binnen vijfenveertig kalenderdagen na de ontvangst van de aanvraag, geldt dat als een negatief antwoord.

§ 4. Voor elk grondwerk van categorie 1 waarbij de initiatiefnemer niet de intentie heeft om nutswerken in een gemeenschappelijke sleuf uit te voeren, geeft de initiatiefnemer, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de initiatiefnemer heeft aangewezen, een projectaanvraag in het GIPOD in, uiterlijk twee maanden voor de geplande aanvang van het grondwerk.

Als uiterlijk zes maanden voor de geplande aanvang van de werkzaamheden een coördinatievergadering heeft plaatsgevonden, is de initiatiefnemer vrijgesteld van de verplichting, vermeld in het eerste lid. Die coördinatievergadering wordt georganiseerd door de initiatiefnemer met als doel werkzaamheden in de grondwerkzone op elkaar af te stemmen. De initiatiefnemer nodigt voor de coördinatievergadering ten minste de betrokken gemeente, de domeinbeheerders, de maatschappijen voor geregeld vervoer en de beheerders van kabels en leidingen uit als de samenwerkingszone van die partijen overlapt met de grondwerkzone.

De initiatiefnemer die de projectaanvraag, vermeld in het eerste lid, ingeeft in het GIPOD, bepaalt de termijn waarin de ontvangers van de projectaanvraag op de projectaanvraag moeten antwoorden.

Deze termijn bedraagt minstens twintig dagen na de ontvangst van de aanvraag. Als de ontvanger van de projectaanvraag binnen die antwoordtermijn geen antwoord heeft verstrekt, geldt dat als een negatief antwoord van die ontvanger.

De initiatiefnemer die de projectvraag, vermeld in het eerste lid, ingeeft in het GIPOD, bepaalt de termijn waarin de ontvangers van de projectaanvraag die een positief antwoord hebben verstrekt binnen de termijn, vermeld in het vierde lid, een grondwerk moeten koppelen. Deze termijn bedraagt minstens vijfenvijftig dagen vanaf ontvangst van de projectaanvraag.

Als de ontvangers van de projectaanvraag die een positief antwoord hebben verstrekt binnen de termijn, vermeld in het vierde lid, geen grondwerk koppelen binnen de termijn, vermeld in het vijfde lid, geldt dat als een negatief antwoord.

De Vlaamse Regering bepaalt vanaf wanneer projectvragen verplicht zijn.

§5. Er is geen verplichting om in te gaan op de sleufsynergieaanvraag, vermeld in paragraaf 3, als de zone van de sleufsynergieaanvraag kritieke nationale of Vlaamse kritieke infrastructuur omvat. De Vlaamse Regering kan een lijst van Vlaamse kritieke infrastructuur opstellen.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd