§ flandrepo
26 regels · van kracht sinds 21 mrt 2026

Artikel 11.2.1

§ 1. De Vlaamse Regering kan de eigenaars, de houders van een zakelijk recht of gebruikers van een gebouw opleggen dat het gebouw over een energieprestatiecertificaat moet beschikken. De Vlaamse Regering kan een lijst van type gebouwen vaststellen die geacht worden steeds energie te verbruiken om een specifieke binnentemperatuur te bereiken.

Het energieprestatiecertificaat bevat referentiewaarden op basis waarvan de energieprestaties van het gebouw kunnen worden beoordeeld en vergeleken met die van andere gebouwen. In het energieprestatiecertificaat worden ook aanbevelingen opgenomen voor de kostenefficiënte verbetering van de energieprestatie van het gebouw of tips voor goed gebruikersgedrag.

De Vlaamse Regering bepaalt de berekeningsmethode, de verdere inhoud en de vorm van het energieprestatiecertificaat.

De Vlaamse Regering kan ook nadere regels vastleggen voor de labeling van gebouwen, gebouweenheden of groepen van gebouwen en gebouweenheden. De Vlaamse Regering kan daarbij bepalen dat gebouwen, gebouweenheden of groepen van gebouwen of gebouweenheden een minimaal energieprestatielabel behalen. De Vlaamse Regering kan daarbij een onderscheid maken naar type van gebouw of gebouweenheid.

De geldigheidsduur van een energieprestatiecertificaat kan niet langer zijn dan tien jaar. De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen waarin een energieprestatiecertificaat kan worden ingetrokken of aangepast.

§ 2. In gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte groter dan 1 000 m2 en waarin overheidsdiensten en instellingen gevestigd zijn die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken, en die derhalve vaak door het publiek bezocht worden, wordt een geldig energieprestatiecertificaat aangebracht op een opvallende plaats die duidelijk zichtbaar is voor het publiek.

Vanaf 1 januari 2013 wordt de oppervlaktegrens, vermeld in het eerste lid, verlaagd tot 500 m2 en vanaf 1 januari 2015 tot 250 m2.

Met ingang van 1 januari 2013 wordt in niet-residentiële gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 500 m2, die frequent door het publiek worden bezocht, een geldig energieprestatiecertificaat aangebracht op een opvallende plaats die duidelijk zichtbaar is voor het publiek.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels om de bruikbare vloeroppervlakte te bepalen.

De Vlaamse Regering kan bepalen welke delen van het energieprestatiecertificaat aangebracht worden op een opvallende plaats die duidelijk zichtbaar is voor het publiek.

§3. Elke verkoper, verhuurder, erfpachtgever, opstalgever, houder van een zakelijk recht, en ook de opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde, vermeldt de volgende gegevens in alle commerciële advertenties die hij plaatst of laat plaatsen voor de verkoop of verhuur van een gebouw of de vestiging van een zakelijk recht erop, dat conform paragraaf 1 over een energieprestatiecertificaat beschikt:

  1. 1°de energiescore of het label, bepaald op basis van de energiescore, zoals vermeld op het energieprestatiecertificaat;
  2. 2°het aandeel hernieuwbare energie of het label, bepaald op basis van het aandeel hernieuwbare energie, zoals vermeld op het energieprestatiecertificaat;
  3. 3°de unieke code van het energieprestatiecertificaat of het adres van het gebouw.

§4. De Vlaamse Regering kan, in het kader van de handhaving van de kwaliteit van het energieprestatiecertificaat voor niet-residentiële gebouwen, aan de volgende rechtspersonen een meldingsplicht opleggen voor het jaarlijkse energieverbruik met betrekking tot de EAN-codes van de gebouwen van ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen:

  1. 1°de distributienetbeheerders voor de jaarlijkse elektriciteit- en gasafname;
  2. 2°de beheerder van het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit en de transmissienetbeheerder voor de jaarlijkse elektriciteitsafname;
  3. 3°de beheerders van een gesloten distributienet voor de jaarlijkse elektriciteits- en gasafname;
  4. 4°de beheerders van de netten, vermeld in artikel 2, 41° en 42°, van de federale Elektriciteitswet voor de jaarlijkse elektriciteitsafname;
  5. 5°de warmte- of koudenetbeheerders voor de jaarlijkse afname van thermische energie;
  6. 6°de beheerders van de netten, vermeld in artikel 1, 10° en 56°, van de federale Gaswet voor de jaarlijkse gasafname;
  7. 7°de beheerder van het vervoersnet voor de jaarlijkse gasafname;
  8. 8°de beheerder van een waterstofleiding of -net voor de distributie of het vervoer van waterstof;
  9. 9°de beheerder van een kleinschalige waterstofopslaginstallatie, voor de jaarlijkse afname van waterstof.

Die meldingsplicht omvat de identificatie van de bijbehorende afnemers, met het oog op de handhaving van de krachtens artikel 10.1.2 opgelegde verplichtingen voor de opmaak van het energieprestatiecertificaat voor niet-residentiële gebouwen.

De gegevens, vermeld in het eerste lid, worden opgenomen in de databank, vermeld in artikel 12.5.1.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd