Artikel 90
Voor de personeelsleden die op 31 augustus 2026 in dienst zijn als statutair personeelslid in een gemeenschapsinstelling en op 1 september 2026 aangesteld worden in de GI-school binnen de omkadering, vermeld in artikel 22 van het decreet 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, gelden de volgende bepalingen:
- 1°de diensten die personeelsleden gepresteerd hebben als statutair personeelslid, komen in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit, vermeld in artikel 4, 21 of 21bis en 36. De diensten worden geacht te zijn gepresteerd in het ambt waarmee het personeelslid overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt geconcordeerd. In afwijking daarvan komen de volgende periodes niet in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit:
- a)politiek verlof of politiek mandaat;
- b)onbezoldigde ziektedagen;
- c)verlof zonder wedde;
- 2°het personeelslid wordt ambtshalve vastbenoemd in het ambt waarnaar het overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, geconcordeerd wordt en overeenkomstig het volume dat het vastbenoemd is als statutair personeelslid. Het personeelslid wordt, op het ogenblik dat het in een ambt van de GI-school vastbenoemd wordt, voor het volume van de vaste benoeming in het onderwijs, ambtshalve en zonder opzegging ontslagen in de gemeenschapsinstelling;
- 3°de geldelijke anciënniteit die uiterlijk op 31 augustus 2026 was toegekend aan een statutair personeelslid in een gemeenschapsinstelling wordt beschouwd als geldelijke anciënniteit voor het ambt waarnaar het overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, geconcordeerd wordt;
- 4°het personeelslid wordt bezoldigd volgens de salarisschaal van het ambt en diplomaniveau waarnaar het overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, geconcordeerd wordt.
De Vlaamse Regering legt voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid:
- 1°een concordantietabel vast met de functies in de gemeenschapsinstellingen en de overeenstemmende ambten in de GI-school;
- 2°overgangsmaatregelen vast voor de personeelsleden die niet in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor een ambt in de GI-school;
- 3°in afwijking van het eerste lid, 4°, overgangsmaatregelen vast voor de geldende salarisschalen voor een ambt in de GI-school.
In dit artikel wordt verstaan onder gemeenschapsinstelling: een instelling als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht.