Artikel 23/6
§1. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar neemt, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VI van voormelde richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, kennis van ieder verzoek van een bevoegde instantie van een andere EU-lidstaat tot invordering van een administratieve financiële sanctie of boete opgelegd aan een in het Vlaamse Gewest gevestigde dienstverrichter wegens het nietnaleven van de in de betreffende lid- staat geldende regels inzake detachering van werknemers. Het moet hierbij gaan om een administratieve financiële sanctie of boete die:
- 1°overeenkomstig de wetten en procedures van de verzoekende lidstaat door een bevoegde instantie is opgelegd of door een administratieve of gerechtelijke instantie of, in voorkomend geval, door arbeidsgerechten is bevestigd;
- 2°waartegen geen beroep meer kan worden ingesteld;
- 3°door de verzoekende instantie van een andere EU-lidstaat niet kan worden ingevorderd van de in het Vlaamse Gewest gevestigde dienstverrichter overeenkomstig de in die EU-lidstaat geldende nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en administratieve gebruiken.
§2. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar gaat na of:
- 1°het via het IMI-systeem ontvangen verzoek vergezeld is van de relevante documenten in verband met de invordering van die administratieve financiële sanctie of boete, desgevallend met inbegrip van het vonnis of arrest of de definitieve beslissing of een gewaarmerkt afschrift daarvan, die de wettelijke basis en titel vormt voor de tenuitvoerlegging van het invorderingsverzoek;
- 2°de in te vorderen financiële sanctie of boete onder de toepassing valt van voormelde richtlijn;
- 3°het verzoek volledig is, strookt met de onderliggende beslissing en de in artikel 16, leden 1 en 2, van voormelde richtlijn vermelde gegevens bevat en met name:
- a)de naam en het bekende adres van de geadresseerde en alle andere relevante gegevens of informatie voor de identificatie van de geadresseerde;
- b)een samenvatting van de feiten en de omstandigheden van de inbreuk, de aard van de inbreuk en de toepasselijke regelgeving;
- c)het instrument dat de handhaving in de verzoekende lidstaat toelaat en alle andere relevante gegevens of documenten met betrekking tot de onderliggende vordering en de administratieve financiële sanctie of boete, met inbegrip van gegevens of documenten van juridische aard;
- d)de naam, het adres en andere contactgegevens van de voor de beoordeling van de administratieve sanctie of boete bevoegde instantie en van de bevoegde instantie waar nadere informatie kan worden verkregen over de administratieve financiële sanctie of boete of over de mogelijkheden om de betalingsverplichting of de beslissing tot betalingsverplichting te betwisten;
- e)de datum waarop het vonnis of arrest of de beslissing voor tenuitvoerlegging vatbaar of definitief is geworden;
- f)een beschrijving van de aard en het bedrag van de administratieve financiële sanctie of boete;
- g)alle gegevens die voor het handhavingsproces relevant zijn, met inbegrip van het feit of het vonnis of arrest of de beslissing aan de verweerder(s) betekend is en/of bij verstek is gewezen, alsmede een bevestiging van de verzoekende instantie dat tegen de administratieve financiële sanctie en/ of boete geen beroep meer kan worden aangetekend, evenals de onderliggende vordering op basis waarvan het verzoek wordt ingediend en de verschillende componenten ervan;
- 4°de in te vorderen administratieve financiële sanctie of boete minstens 350 euro bedraagt of het equivalent van dat bedrag.
§3. Als aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2, is voldaan, vordert de in artikel 17, §8, eerste lid, aangewezen ambtenaar de administratieve financiële sanctie of boete in.
§4. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar doet de kennisgeving van het verzoek tot invordering van een administratieve financiële sanctie of boete, alsmede van de desbetreffende documenten, aan de in het Vlaamse Gewest gevestigde dienstverrichter binnen de maand na ontvangst van het verzoek daartoe van een bevoegde instantie van de andere EU-lidstaat.
§5. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar kan weigeren om gevolg te geven aan het invorderingsverzoek als:
- 1°het verzoek de gegevens, vermeld in §2, 3°, a) tot en met g), niet bevat;
- 2°het verzoek onvolledig is;
- 3°het verzoek onmiskenbaar niet strookt met de onderliggende beslissing;
- 4°de in te vorderen administratieve financiële sanctie of boete minder bedraagt dan 350 euro of het equivalent van dat bedrag;
- 5°uit onderzoek duidelijk blijkt dat de verwachte kosten of middelen van de invordering van de boete niet in verhouding staan tot het in te vorderen bedrag of grote moeilijkheden zouden opleveren;
- 6°de in de Belgische Grondwet opgenomen grondrechten en vrijheden van verweerders en de rechtsbeginselen die op hen van toepassing zijn, niet zijn nageleefd.
§6. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar stelt de verzoekende instantie van de andere EU-lidstaat in kennis van:
- 1°de maatregelen die hij naar aanleiding van het verzoek tot invordering heeft genomen en de datum waarop de geadresseerde in kennis werd gesteld;
- 2°de weigeringsgronden, als hij de uitvoering van een verzoek tot invordering weigert overeenkomstig paragraaf 5.