§ flandrepo
13 regels · van kracht sinds 1 jan 2024

Artikel 23/3

§1. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar kan, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VI van voormelde richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, bij de bevoegde instantie van een andere EU-lidstaat een verzoek tot invordering van een beslissing tot op- legging van een administratieve geldboete indienen. Het moet hierbij gaan om een administratieve geldboete die:

  1. 1°door de aangewezen ambtenaar overeenkomstig de bepalingen van dit decreet is opgelegd of, in voorkomend geval, door de arbeidsgerechten is bevestigd;
  2. 2°waartegen geen beroep meer kan worden ingesteld;
  3. 3°door de in artikel 17, §8, eerste lid, van dit decreet aangewezen ambtenaar niet kan worden ingevorderd van de in een andere EU-lidstaat gevestigde dienstverrichter.

§2. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar dient geen verzoek tot invordering van een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete in, indien en zo lang de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete, evenals de onderliggende vordering of het instrument dat de handhaving in België toelaat, in België kan worden betwist of aangevochten.

§3. De in artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar doet het verzoek tot invordering via het IMI-systeem door middel van een uniform instrument en verstrekt daarin ten minste de volgende gegevens:

  1. 1°de naam en het bekende adres van de geadresseerde en alle andere relevante gegevens of informatie voor de identificatie van de geadresseerde;
  2. 2°een samenvatting van de feiten en de omstandigheden van de inbreuk, de aard van de inbreuk en de toepasselijke regelgeving;
  3. 3°het instrument dat de handhaving in België toelaat en alle andere relevante gegevens of documenten met betrekking tot de onderliggende vordering en de administratieve geldboete, met inbegrip van gegevens of documenten van juridische aard;
  4. 4°de naam, het adres en andere contactgegevens van de aangewezen ambtenaar;
  5. 5°de datum waarop het vonnis of arrest of de beslissing voor tenuitvoerlegging vatbaar of definitief is geworden;
  6. 6°een beschrijving van de aard en het bedrag van de administratieve geldboete;
  7. 7°alle gegevens die voor het handhavingsproces relevant zijn, met inbegrip van het feit of het vonnis of arrest of de beslissing aan de verweerder(s) betekend is en/of bij verstek is gewezen, alsmede een bevestiging van de aangewezen ambtenaar dat tegen de geldboete geen beroep meer kan worden aangetekend, evenals de onderliggende vordering op basis waarvan het verzoek wordt ingediend en de verschillende componenten ervan.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd