§ flandrepo
42 regels · van kracht sinds 1 sep 2026

Artikel 38

§ 1. Tijdens een doorlichting van een onderwijsinstelling, met uitzondering van de GI-school, gaat de onderwijsinspectie na of de onderwijsinstelling :

  1. 1°de onderwijsreglementering respecteert;
  2. 2°aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, eerste lid, tegemoetkomt.

In het basis- en het secundair onderwijs, met uitzondering voor de nieuwe onderwijsinstellingen, spreekt de onderwijsinspectie ook een evaluatie uit over het gelijke onderwijskansenbeleid.

  1. 3°in het basis- en het secundair onderwijs een kwaliteitsvol beleid op leerlingenbegeleiding ontwikkelt, implementeert en evalueert, in toepassing van de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van leerlingenbegeleiding;
  2. 4°in het basis- en het secundair onderwijs voor leerlingen met een IAC-verslag kwaliteitsvolle individueel aangepaste curricula realiseert, waarbij er in het buitengewoon onderwijs bijkomende aandacht is voor de mogelijkheid tot terugkeer naar het gewoon onderwijs en er in het gewoon onderwijs bijkomende aandacht is voor de afweging van redelijke aanpassingen;
  3. 5°in het secundair onderwijs voor leerlingen met een OV4-verslag kwaliteitsvolle onderwijstrajecten realiseert, waarbij er in het buitengewoon onderwijs bijkomende aandacht is voor de mogelijkheid tot terugkeer naar het gewoon onderwijs en er in het gewoon onderwijs bijkomende aandacht is voor de afweging van redelijke aanpassingen.

Tijdens een doorlichting van een CLB gaat de onderwijsinspectie na of het CLB :

  1. 1°de CLB-reglementering respecteert;
  2. 2°aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader CLB-kwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, tweede lid, tegemoetkomt.
  3. 3°de kernactiviteiten signaalfunctie en consultatieve leerlingenbegeleiding kwaliteitsvol uitvoert.

Tijdens een doorlichting van een onderwijsinternaat gaat de onderwijsinspectie na of het internaat:

  1. 1°de onderwijsinternaatsreglementering respecteert;
  2. 2°aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vermeld in artikel 4, §2, vierde lid, tegemoetkomt.

Tijdens een doorlichting van een leersteuncentrum gaat de onderwijsinspectie na of het leersteuncentrum:

  1. 1°de reglementering die van toepassing is op de leersteuncentra respecteert;
  2. 2°tegemoetkomt aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, vermeld in artikel 4, §2, tweede

lid.

Tijdens een doorlichting van de GI-school gaat de onderwijsinspectie na of de GI-school:

  1. 1°de reglementering respecteert die van toepassing is op de GI-school;
  2. 2°voldoet aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, vermeld in artikel 4, §2, vijfde lid.

De inspectie onderzoekt daarbij ook de opdrachten die de instelling eventueel heeft toegewezen aan de scholengemeenschap of de scholengroep waartoe zij behoort. De scholengemeenschappen of de scholengroepen zijn ertoe gehouden de inspectie alle informatie hierover te verstrekken.

Als de inspectie tijdens een doorlichting tekorten vaststelt, onderzoekt ze of de instelling deze tekorten al dan niet zelfstandig en zonder externe ondersteuning weg kan werken.

§ 2. ...

§3. De onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader onderwijskwaliteit, op basis van het referentiekader CLB-kwaliteit, op basis van het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, op basis van het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit en op basis van het referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vijfde lid, het toezichtkader en de doorlichtingsinstrumenten op en maakt die bekend.

Voor scholen peilt het toezichtkader in ieder geval vanuit het referentiekader onderwijskwaliteit naar de reglementaire verplichtingen van instellingen inzake de onderwijsdoelen, de erkenningsvoorwaarden en de financierings- en subsidiëringsvoorwaarden en naar de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van:

  1. 1°het beleid inzake gelijke onderwijskansen;
  2. 2°het zorgbeleid, de leerlingenbegeleiding met inbegrip van het antipestbeleid en de leersteun;
  3. 3°het talenbeleid;
  4. 4°het beleid inzake de oriëntering van leerlingen;
  5. 5°het evaluatiebeleid met betrekking tot leerlingen en cursisten;
  6. 6°de beleidskeuzes die erop gericht zijn de personeelsleden optimaal in te zetten en te ondersteunen;
  7. 7°het nascholings- en professionaliseringsbeleid;
  8. 8°het beleid inzake participatie.

§ 4. De inspectie baseert zich voor de bepaling van de frequentie en de intensiteit van de doorlichting op het profiel van de instelling dat tot stand komt op basis van :

  1. 1°een reeks vooraf vastgestelde en meegedeelde gegevens over de instelling. Die gegevens zijn te relateren aan elementen in het referentiekader onderwijskwaliteit, het referentiekader CLB-kwaliteit, het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit of het referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vijfde lid;
  2. 2°het vorige doorlichtingsverslag en, in voorkomend geval, de opvolgingsverslagen.

In afwijking van het eerste lid, kan de inspectie, naar aanleiding van ernstige klachten over een instelling, op vraag van de Vlaamse Regering een doorlichting uitvoeren.

In afwijking van het eerste lid kan de onderwijsinspectie altijd een onaangekondigde doorlichting uitvoeren.

De inspectie kan een doorlichting uitvoeren op grond van herhaaldelijk mindere prestaties op de Vlaamse toetsen of minder leerwinst.

§ 5. Het toezicht op de voorwaarden inzake hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid van gebouwen en lokalen, vermeld in de reglementering, kan afzonderlijk van de doorlichting uitgevoerd worden. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere procedure.

§ 6. De inspectie spreekt zich in haar oordeel nooit uit over de rol van het bestuur van de instelling, noch over individuele personeelsleden.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd