Artikel 7/1
Vanaf het jaar waarin het Vriendenaandeel wordt volgestort, houdt de Vriendenaandeelhouder het bewijs dat hij in het belastbare tijdperk een of meer Vriendenaandelen heeft volgestort of eerder volgestorte aandelen heeft behouden, ter beschikking van de belastingadministratie.
De Vlaamse Regering bepaalt de vormgeving van het bewijs, vermeld in het eerste lid.
De bewijslevering, vermeld in het eerste en tweede lid, is een noodzakelijke voorwaarde om het belastingkrediet, vermeld in hoofdstuk VI, te kunnen krijgen.