Artikel 211
§ 1. De aanwending van het aantal wekelijks aantal uren-leraar dat elke school verkrijgt, is vrij, onverminderd de beperkingen gesteld door of krachtens een decreet.
Het wekelijks aantal uren-leraar kan eveneens worden aangewend binnen het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan de school waaraan de uren-leraar worden toegekend.
Onder aantal uren-leraar worden verstaan de uren verkregen in toepassing van artikel 209, evenals de uren-leraar waarover een school kan beschikken na herverdeling van uren-leraar door zijn schoolbestuur, door overname van uren-leraar van het voorgaande schooljaar, door overname van uren-leraar van een andere school, ingevolge fusie of door toetreding tot een scholengemeenschap.
§ 2. De aanwending van het wekelijkse aantal uren-leraar vindt plaats onder vorm van hetzij lesuren hetzij uren die geen lesuren zijn.
Onder uren die geen lesuren zijn, wordt verstaan :
- 1°enerzijds opdrachten van het onderwijzend personeel die geen betrekking hebben op de realisatie van de wekelijkse lessenroosters, meer bepaald "interne pedagogische begeleiding", "bijzondere pedagogische taken", "nascholing", "aanvangsbegeleiding" "inhaallessen", "klassenraad" en "klassendirectie". Het organiseren van interne pedagogische begeleiding kan uitsluitend in een school met beroepssecundair onderwijs;
- 2°anderzijds opdrachten van het onderwijzend personeel die, zoals lesuren, wel betrekking hebben op de realisatie van de wekelijkse lessenroosters doch die niet binnen de context van vakken kunnen worden gevat, meer bepaald "seminaries". Seminaries kunnen uitsluitend worden georganiseerd buiten de basisvorming, de basisoptie en het fundamenteel gedeelte van de optie. Een opdracht seminaries moet steeds als een afzonderlijke betrekking worden aangeboden en vergt altijd het akkoord van het personeelslid dat er wordt mee belast.
§ 3. Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs of een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs kan het wekelijks aantal uren-leraar, vermeld in paragraaf 1, ook aanwenden voor het inzetten van een gastleraar in volgende structuuronderdelen:
- 1°alle structuuronderdelen van het studiegebied Ballet van de tweede en de derde graad kso;
- 2°alle structuuronderdelen van de derde graad tso;
- 3°alle structuuronderdelen van de derde graad bso;
- 4°hbo-verpleegkunde.
Het aantal lesuren van de wekelijkse lessentabel van het betrokken structuuronderdeel dat, omgerekend naar schooljaarbasis, aan gastleraren kan worden besteed, bedraagt maximum 2, uitgezonderd in de structuuronderdelen van het studiegebied Ballet en Integrale Veiligheid, waar het maximum 6 bedraagt.
Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, is een persoon die geen deel uitmaakt van het schoolbestuur of centrumbestuur of van het personeel van de school of het centrum. Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, geeft in eigen naam of in dienst van een organisatie of onderneming uit de publieke of private sector, gastlessen in de school, in het centrum of op een andere locatie in het kader van de realisatie van het onderwijsprogramma en vanuit zijn deskundigheid of ervaring met betrekking tot de arbeidsmarkt en de bedrijfswereld.
Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, is van onberispelijk gedrag. Het voormelde blijkt uit een uittreksel uit het strafregister met de finaliteit 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen, dat op het ogenblik van het voorleggen niet langer dan een maand tevoren is afgegeven. Daarnaast toont de voormelde gastleraar die gastlessen geeft in een school die of in een centrum dat in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, aan dat hij de kennis van het Nederlands als onderwijstaal beheerst op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. De gastleraar bewijst die vereiste taalkennis op een van de volgende wijzen:
- 1°met een bekwaamheidsbewijs dat de Vlaamse Regering vastlegt voor een wervingsambt van het bestuursen onderwijzend personeel en dat behaald is in de onderwijstaal;
- 2°met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
- 3°met een studiebewijs dat gelijkwaardig is met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs en dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont;
- 4°met een getuigschrift, een certificaat of een attest dat het vereiste niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen aantoont.
Bij de wijze van aanwending, vermeld in het eerste lid, worden uren-leraar omgezet in een krediet ten belope van de lesopdracht van de gastleraar. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van melding van voormelde omzetting aan de bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst, de grootte van het krediet per uur-leraar dat wordt omgezet en de wijze van toekenning van het krediet.
§ 3bis. In afwijking van paragraaf 3, eerste en tweede lid, kan een schoolbestuur van 1 september 2025 tot en met 31 augustus 2030 in het voltijds secundair onderwijs in elk structuuronderdeel uren-leraar aanwenden voor van het inzetten van gastleraren en dit voor een maximum van een derde van de lesuren van de wekelijkse lessentabel van het betrokken structuuronderdeel.
Deze maatregel wordt geëvalueerd tijdens het schooljaar 2025-2026 en 2029-2030.
§ 4. Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030 maximaal 20% van de aan de school toegekende vacante uren-leraar, vermeld in artikel 209, § 1, 1°, 226, 227, 234 en 235, omzetten in punten voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel.
De omzettingen, vermeld in het eerste lid, kunnen telkens gebeuren vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar in kwestie en gelden voor de duur van het lopende schooljaar. In afwijking hiervan eindigt een omzetting van uren-leraar als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd opgericht in een ambt van het ondersteunend personeel, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de uren-leraar vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.
In afwijking van het eerste en tweede lid kan een schoolbestuur bij een tekort aan onderwijzend personeel voor haar scholen die gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad tijdens het schooljaar 2026-2027 meer dan 20% van de aan de school toegekende vacante uren-leraar, vermeld in het eerste lid, omzetten in punten voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel. De omzettingen kunnen gebeuren vanaf 1 september 2026 onder al de volgende voorwaarden:
- 1°het schoolbestuur legt per school een voorstel om af te wijken van de ingangsdatum van 1 oktober, vermeld in het tweede lid, en van het maximum van 20% van de aan de school toegekende vacante uren-leraar, vermeld in het eerste lid, voor onderhandeling voor in het bevoegde lokaal comité;
- 2°het schoolbestuur moet, voordat het overgaat tot omzetting van de vacante uren-leraar ten aanzien van die vacante uren-leraar op 1 sep-tember de verplichtingen tot reaffectatie of wedertewerkstelling, ver-meld in artikel 36, §2, A, 1° tot en met 3°, artikel 36, §2, B, 1° en 2°, en artikel 36, §2, C, 1° tot en met 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wacht-geld of wachtgeldtoelage, zoals die van kracht waren op 31 augustus 2026, naleven;
- 3°het schoolbestuur moet, voordat het overgaat tot omzetting van de vacante uren-leraar ten aanzien van die vacante uren-leraar op 1 sep-tember het recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur nale-ven van de tijdelijke personeelsleden die daar een beroep op kunnen doen volgens artikel 21 of 21bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 23 of 23bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
De punten die verkregen worden door de omzetting, vermeld in het eerste en derde lid, worden maximaal ter ondersteuning van de leraar in de scholen aangewend zodat die zich kan focussen op zijn kerntaak: lesgeven.
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de uren-leraar kunnen worden omgezet in punten voor het ondersteunend personeel.
De criteria om het tekort aan onderwijzend personeel te bepalen en de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel als vermeld in het eerste en derde lid, worden vastgelegd na onderhandeling in het bevoegde lokale comité.
De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het ondersteunend personeel als vermeld in het eerste en derde lid, komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.