§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wat het vermijden van een belangenconflict betreft bij omgevingsvergunningen die door een gemeente of provincie zijn aangevraagd #558

Gemerged Stijn De RooJurgen CallaertsSimon BekaertSanne Van LooyAndy PietersKris Verduyckt cd&v, N-VA, Vooruit voegde 2 artikels samen in decreet-2024-05-17 · 6 november 2025 Alle checks geslaagd
Advies
DR de Raad van State 17 november 2025 · 10 blz.
558/2 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op558 (2025-2026) – Nr. 2 17 november 2025 (2025-2026) Advies van de Raad van State over het voorstel van decreet van Stijn De Roo, Jurgen Callaerts, Simon Bekaert, Sanne Van Looy, Andy Pieters, Kris Verduyckt en Mien Van Olmen tot wijziging van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wat het vermijden van een belangenconflict betreft bij omgevingsvergunningen die door een gemeente of provincie zijn aangevraagd Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be Vlaams Parlement ‡LW-BHLZLEDEE-HIEEFUQ‡ RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving advies 78.445/1 van 17 november 2025 over een voorstel van decreet ‘tot wijziging van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wat het vermijden van een belangenconflict betreft bij omgevingsvergunningen die door een gemeente of provincie zijn aangevraagd’ (Parl.St. Vl.Parl. 2025-26, nr. 558/1) ‡LW-BHLZLEDEE-HIEEFUQ‡ 2/9 advies Raad van State 78.445/1 Op 7 november 2025 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Voorzitter van het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een voorstel van decreet ‘tot wijziging van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wat het vermijden van een belangenconflict betreft bij omgevingsvergunningen die door een gemeente of provincie zijn aangevraagd’ (Parl.St. Vl.Parl. 2025-26, nr. 558/1). Het voorstel is door de eerste kamer onderzocht op 13 november 2025. De kamer was samengesteld uit Pierre LEFRANC, kamervoorzitter, Brecht STEEN en Tim CORTHAUT, staatsraden, Michel TISON, assessor, en Wim GEURTS, griffier. Het verslag is uitgebracht door Lennart NIJS, auditeur. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 17 november 2025. * ‡LW-BHLZLEDEE-HIEEFUQ‡ 78.445/1 advies Raad van State 3/9 ONTVANKELIJKHEID VAN DE ADVIESAANVRAAG 1. Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, moeten in de adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan. In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling in de adviesaanvraag als volgt gemotiveerd: “1. het Grondwettelijk Hof heeft de huidige bepaling uit het Omgevingsvergunningsdecreet vernietigd, zodat lokale besturen bij het indienen van nieuwe vergunningsaanvragen zich daar niet meer op kunnen baseren (zie het arrest van het Grondwettelijk Hof van 18 september 2025 met nr. 122/2025, raadpleegbaar via de volgende link: https://nl.const-court.be/public/n/2025/2025-122n.pdf). De huidige tekst van het decreet (en meer bepaald de bevoegdheidsverdelende regels) laat een bevoegdheidsescalatie evenmin toe. Lokale besturen kunnen volgens een letterlijke lezing van het decreet bijgevolg geen nieuwe vergunningsaanvragen indienen. Het Departement Omgeving raadt de lokale besturen nu aan om de bevoegdheidsescalatie al toe te passen, maar die werkwijze vindt geen steun in een letterlijke toepassing van het decreet. Daarom is een spoedig decretaal ingrijpen aangewezen en moet er zo snel mogelijk een doorvertaling van de definitieve oplossing ingevolge het recente arrest van het Grondwettelijk Hof in het Omgevingsvergunningsdecreet komen; 2. het decreet voorziet in een retroactieve toepassing vanaf het arrest van het Grondwettelijk Hof. De mogelijkheden voor retroactieve werking zijn beperkt; om dat te kunnen onderbouwen moet het decreet zo snel mogelijk in werking treden na het arrest van het Grondwettelijk Hof van 18 september 2025; 3. het decreet modernisering m.e.r. voorziet ook in aanpassingen aan artikel 15/1, die op 1 december 2025 in werking treden en die de huidige (onwettige) werkwijze bestendigen. Om te vermijden dat er verdere onduidelijkheid heerst, moeten de aanpassingen t.g.v. het decreet modernisering m.e.r. worden teruggedraaid vóór 1 december 2025.” 2. Overeenkomstig artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich moeten beperken tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond1, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING VAN HET VOORSTEL 3.1. Artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet2 bepaalt de bevoegdheidsverdeling tussen de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar, de deputatie en het college van burgemeester en schepenen, met betrekking tot het kennisnemen van, en beslissen over, vergunningsaanvragen in eerste administratieve aanleg. 1 Aangezien het om een voorstel van decreet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere rechtsnormen verstaan. 2 Decreet van 25 april 2014 ‘betreffende de omgevingsvergunning’. ‡LW-BHLZLEDEE-HIEEFUQ‡ 4/9 advies Raad van State 78.445/1 3.2. Artikel 15/1, eerste en tweede lid, van het Omgevingsvergunningsdecreet bevat een uitzonderingsregeling op deze algemene bevoegdheidsregeling, en voorziet in een bevoegdheidsverschuiving (‘bevoegdheidsescalatie’), waarbij de bevoegdheid naar het onmiddellijk hogere bestuursniveau wordt getild indien aan de voorwaarden van artikel 15/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet voldaan is. De in artikel 15/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet vervatte bevoegdheidsverschuiving strekt er in wezen toe dat het college van burgemeester en schepenen, respectievelijk de deputatie, niet de bevoegde instantie is om te beslissen over een vergunningsaanvraag wanneer deze instantie eveneens initiatiefnemer en aanvrager is van het project en voor het project daarenboven een milieueffectrapport moet worden opgesteld. In dergelijke gevallen komt het aan de deputatie, respectievelijk de Vlaamse Regering toe om te oordelen over de vergunningsaanvraag. Zoals blijkt uit de parlementaire voorbereiding bij het decreet van 23 december 20163 beoogt artikel 15/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet de omzetting van artikel 9bis van richtlijn 2011/92/EU4, ingevoegd door richtlijn 2014/52/EU5, …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd