Tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat betreft zorgwonen #754
Gemerged Vlaamse Regering voegde 9 artikels samen in vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening · 29 april 2021 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: LEE
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
25 mei 2021 (2020-2021)
Amendementen
op het ontwerp van decreet
tot wijziging van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009,
wat betreft zorgwonen
ingediend op
— 1011 B russel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Leo Pieters, Bart Claes, Sam Van Rooy en Chris Janssens
Artikel 2
In de voorgestelde tekst van punt 18°, c), op de eerste regel de zinsnede
“de eigendom, of ten minste de blote eigendom,” vervangen door de woorden
“de blote eigendom”.
VERANTWOORDING
Nu het ontwerp van decreet “de blote eigendom” als minimumvoorwaarde vooropstelt, is de bepaling
“de eigendom, of ten minste” overbodig en maakt die het artikel nodeloos complex.
¢
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Inez De Coninck, Tinne Rombouts, Steven Coenegrachts,
Wilfried Vandaele, Katrien Schryvers en Andries Gryffroy
Artikel 3
Aan de in het eerste lid, 3°, f), voorgestelde tekst, toevoegen wat volgt:
“, noch in een ruimtelijk kwetsbaar gebied, met uitzondering van agrarisch gebied
met ecologische waarde, agrarisch gebied met ecologisch belang en parkgebied;”.
VERANTWOORDING
Omwille van de duidelijkheid van de regelgeving wordt in het nieuwe artikel 4.2.4, 3°, van de Vlaamse
Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), dat de meldingsplicht regelt voor de plaatsing van tijdelijke,
verplaatsbare constructies in het kader van zorgwonen, opgenomen dat dit niet mogelijk is in ruimtelijk
kwetsbaar gebied, met uitzondering van agrarisch gebied met ecologische waarde, agrarisch gebied
met ecologisch belang en parkgebied.
Dit principe vloeit voort uit het samenlezen van diverse bepalingen in de VCRO, maar wordt omwille
van de duidelijkheid en de samenhang best herhaald in de specifieke regeling met betrekking tot
zorgwonen.
¢
AMENDEMENT Nr. 3
voorgesteld door Leo Pieters, Bart Claes, Sam Van Rooy en Chris Janssens
Artikel 3
In de in het eerste lid, 3°, i), voorgestelde tekst, de tweede zin vervangen
door wat volgt:
“De duur van de plaatsing kan telkens met een nieuwe melding verlengd worden
met een aanvullende periode van maximaal drie jaar en dit zolang de zorgsituatie
zoals beschreven in artikel 4.1.1., 18°, b), bestaat.”.
VERANTWOORDING
Een tijdelijke, verplaatsbare constructie waarin de ondergeschikte zorgwooneenheid wordt verwezenlijkt,
kan op basis van de huidige tekst van het ontwerp van decreet slechts gedurende maximaal zes jaar
(i.c. twee keer drie jaar) op basis van een voorafgaande melding worden geplaatst.
Daarna dient deze wooneenheid onherroepelijk te worden verwijderd, tenzij men alsnog een
omgevingsvergunning – wat voor de betrokkenen echter steeds een onzekerheidsfactor inhoudt – zou
verkrijgen, waarbij deze plaatsing gedurende een welbepaalde tijdspanne vergund kan worden.
Er kunnen zich echter tal van situaties voordoen waarbij de zorgwoningnood binnen een gezin/familie zich
over een langere periode dan zes jaar uitstrekt, waarbij het verkrijgen van een omgevingsvergunning
om tal van redenen mogelijk hoogst onzeker is, zoals bijvoorbeeld een situatie waarbij:
– ouders van een 18-jarig kind met een ernstige beperking, wegens het niet onmiddellijk beschikbaar
zijn van een plaats in de Vlaamse zorginstellingen, beslissen om in de achtertuin een zorgwooneenheid op te richten om zelf de zorg voor hun kind zo lang mogelijk op zich te kunnen nemen, maar
waarbij de vergunningverlenende overheid na een termijn van zes jaar (twee meldingen) beslist
dat er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen omgevingsvergunning kan worden afgeleverd;
– (schoon)kinderen die de zorg voor hun zorgbehoevende 65-jarige (schoon)ouder op zich nemen en
daarvoor in hun achtertuin een zorgwooneenheid oprichten, waarbij men echter niet uit het oog
mag verliezen dat de gemiddelde leeftijdsverwachting van een 65-jarige heden ten dage ver boven
de 71 jaar (65 + 6 jaar) ligt en een weigering van een omgevingsvergunning voor deze unit na het
verstrijken van de zesjarige meldingsperiode voor een dergelijke zorgbehoevende bejaarde tot een
regelrecht menselijk drama zal leiden.
Het lijkt vanuit billijkheidsoogpunt dan ook gepast om de betreffende bepaling in die zin te wijzigen dat
meer dan één melding met het oog op het verlengen van de driejarige periode mogelijk wordt, waarbij
deze verlenging telkens strikt gekoppeld wordt aan de zorgwoonbehoefte die op het ogenblik van de
melding nog steeds bestaat.
¢