Artikel 30
§1. Er geldt een principieel kopieerverbod voor de ontvangende entiteit van persoonsgegevens, opgeslagen in datakluizen. Als dat nodig is, kan de raad van bestuur, in overleg met de aanleverende entiteit, vermeld in artikel 13, §1 tot en met §3, na advies van het adviescomité vermeld in artikel 10, §1, ermee instemmen dat de ontvangende entiteit een kopie maakt van de persoonsgegevens, louter met de bedoeling de latere terbeschikkingstelling van die persoonsgegevens efficiënter te doen verlopen, op voorwaarde dat de ontvangende entiteit:
- 1°de persoonsgegevens niet wijzigt;
- 2°de persoonsgegevens bijwerkt conform de regels die bepaald zijn in overleg met de betrokken aanleverende entiteit;
- 3°onmiddellijk de verwerkte persoonsgegevens verwijdert of de toegang ertoe onmogelijk maakt in een van de volgende gevallen:
- a)zodra de ontvangende entiteit er daadwerkelijk kennis van heeft:
- 1)dat de persoonsgegevens verwijderd zijn van de plaats waar ze zich oorspronkelijk bevonden;
- 2)dat de toegang tot die persoonsgegevens onmogelijk is gemaakt;
- b)zodra een administratieve of gerechtelijke autoriteit heeft bevolen de gegevens te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken;
- 4°de verwerkte persoonsgegevens niet in de handel brengt zonder daartoe over een rechtvaardigingsgrond te beschikken.
§2. Bij een schending van de bepalingen van paragraaf 1, kan de raad van bestuur van het Vlaams Datanutsbedrijf, na advies van het adviescomité vermeld in artikel 10, §1, of de functionaris voor gegevensbescherming, een van de volgende maatregelen treffen:
- 1°de ontvangende entiteit in kwestie bevelen om de ontvangen persoonsgegevens onmiddellijk te verwijderen;
- 2°de mededeling van persoonsgegevens aan de ontvangende entiteit in kwestie tijdelijk of permanent stopzetten.
§3. Elke burger heeft het recht om te weten welke ontvangende entiteiten gedurende de laatste zes maanden persoonsgegevens over hem via het Vlaams Datanutsbedrijf hebben geraadpleegd of bijgewerkt. Het Vlaams Datanutsbedrijf voorziet daarvoor in de gepaste middelen conform de voorwaarden en regels waarover het adviescomité, vermeld in artikel 10, §1, advies heeft gegeven conform artikel 10, §2.