§ flandrepo
9 regels · van kracht sinds 1 nov 2025

Artikel 15bis

§ 1. Als het overlijden in het Vlaamse Gewest heeft plaatsgehad, wordt voor de begraving van het stoffelijk overschot toestemming verleend aan degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of diens gemachtigde, door de ambtenaar van de burgerlijke stand, of door zijn gemachtigde beambten, van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld op basis van een overlijdensattest. De verlening van de voormelde toestemming is kosteloos, met uitzondering van de retributie, vermeld in artikel 21 van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie.

Als voor de begraving van een stoffelijk overschot van een persoon die overleden is in een gemeente van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, van het Franse taalgebied, of van het Duitse taalgebied een machtiging vereist is, wordt met de toestemming tot begraving gelijkgesteld de machtiging die daartoe wordt verleend door de overheid die in dat taalgebied bevoegd is voor het verlenen van een toestemming tot begraving.

Als het overlijden plaatsvindt in het buitenland, wordt de toestemming, vermeld in het eerste lid, verleend door de procureur des Konings van het arrondissement van de plaats waar zich ofwel de begraafplaats ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene bevindt.

§ 2. Iedere aanvraag van een toestemming tot begraving wordt ingediend door degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of door diens gemachtigde. Degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of diens gemachtigde gebruikt het identificatienummer van het Rijksregister om de toestemming tot begraven aan te vragen. Degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of diens gemachtigde bezorgt de aanvraag tot toestemming aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, of diens gemachtigde beambten, van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld.

De ambtenaar van de burgerlijke stand moet de toestemming weigeren als de overledene in een akte, die voldoet aan de voorwaarden inzake bekwaamheid en gesteld is in de vorm van de akten van uiterste wil, zijn voorkeur voor een andere wijze van lijkbezorging te kennen heeft gegeven, of als hij kennis heeft gekregen van het verzoek, vermeld in paragraaf 3.

Die toestemming mag niet verleend worden voor een termijn van 24 uur verstreken is, die ingaat met de ontvangst van de aanvraag tot toestemming, behalve in de gevallen die door de politieverordeningen zijn bepaald.

Als er tekenen of aanwijzingen zijn van een gewelddadige dood of andere omstandigheden die dat laten vermoeden, kan de toestemming tot begraving slechts worden verleend nadat de procureur des Konings heeft laten weten dat hij er zich niet tegen verzet. De procureur des Konings kan het nummer van het proces-verbaal of het systeemnummer zoals gekend door de procureur des Konings aan de ambtenaar van de burgerlijke stand bezorgen. De ambtenaar van de burgerlijke stand bezorgt, in voorkomend geval, het nummer van het proces-verbaal of het systeemnummer aan het Departement Zorg, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg.

§ 3. Iedere persoon die bij het verlenen of de weigering van de toestemming belang heeft, kan daartoe bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg een verzoek indienen.

De bevoegde voorzitter is die van de plaats waar de aanvraag om toestemming werd ingediend. Van het verzoek wordt kennis gegeven aan de partijen, die bij het verlenen of de weigering van de toestemming belang hebben, en aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, bij wie de aanvraag tot toestemming werd ingediend.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd