Tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers en het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten #488
Gemerged Vlaamse Regering voegde 15 artikels samen in decreet-2004-04-30decreet-2007-12-07decreet-2019-05-03 · 29 september 2025 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be
ingediend op 14 oktober 2025 (2025-2026)
Amendementen
op het ontwerp van decreet
tot wijziging van het decreet van 30 april 2004
tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap
met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie,
het decreet van 7 december 2007
houdende de oprichting van een Adviescommissie
voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid
en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers
en het decreet van 3 mei 2019
houdende de organisatie van buitenschoolse opvang
en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten
AMENDEMENT NR. 1
voorgesteld door Jeremie Vaneeckhout
Artikel 6
De voorgestelde tekst van punt 2° vervangen door wat volgt:
“Het lokaal bestuur realiseert de opdrachten, vermeld in het eerste lid, in duurzame
en kwaliteitsvolle samenspraak met actoren die relevant zijn voor buitenschoolse
activiteiten. Het lokaal bestuur realiseert die opdrachten op basis van de behoeften
van de gebruikers, en betrekt hen actief bij de uitwerking en evaluatie van het
lokaal aanbod. Het lokaal bestuur bekijkt daarbij actief de toegankelijkheid van het
aanbod en neemt waar nodig gerichte maatregelen om drempels weg te werken,
met bijzondere aandacht voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een
specifieke zorgbehoefte, en voor het stimuleren van het multifunctioneel en efficient gebruik van infrastructuur.”.
VERANTWOORDING
Dit amendement heeft tot doel om de aanbevelingen uit het advies van de Vlaamse Raad voor Welzijn,
Volksgezondheid en Gezin (Vlaamse Raad WVG) en de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen
(SERV) te versterken in het ontwerpdecreet. Beide adviesorganen drukken hun bezorgdheid uit over
het ontbreken van voldoende garanties over toegankelijkheid, inclusie en handhaving in het nieuwe
kader voor buitenschoolse activiteiten.
De Vlaamse Raad WVG benadrukt het belang van extra waarborgen voor kwetsbare kinderen en kinderen met specifieke zorgbehoeften. Hij wijst op het risico dat bij het decentraliseren van verantwoordelijkheden naar lokale besturen, de inclusieve opdracht vrijblijvend wordt. Tegelijkertijd onderstreept
hij de nood aan duidelijke kaders voor monitoring en klachtenafhandeling. Daarnaast pleit de raad
expliciet voor meer gebruikersparticipatie, waarbij kinderen en gezinnen zelf gehoord worden over hun
noden en ervaringen. Alleen zo kan het lokale aanbod écht afgestemd worden op de leefwereld van alle
gezinnen.
Ook de SERV wijst op het belang van transparantie, monitoring en minimale Vlaamse kwaliteitsvoorwaarden. Zonder heldere indicatoren en rapportage dreigt het beleid zijn ambitie over gelijke kansen
niet waar te maken en ontbreekt de garantie dat het lokale beleid effectief inzet op inclusie, toegankelijkheid en effectiviteit.
Met dit amendement wordt het principe van toegankelijkheid explicieter en actiever verankerd in het
decreet. Lokale besturen worden aangemoedigd om niet alleen rekening te houden met kwetsbare
doelgroepen, maar ook om hen actief te betrekken bij het beleid. Er wordt voorzien in indicatoren
waarmee de Vlaamse overheid het bereik en de toegankelijkheid van het aanbod kan opvolgen, zonder
de lokale autonomie onnodig in te perken. Door een jaarlijkse rapportageplicht in te voeren, wordt
gezorgd voor transparantie en voor een beleidscyclus die leert en bijstuurt. De regie blijft bij het lokaal
bestuur, maar de rechtenbenadering wordt structureel verankerd.
Deze aanpak past binnen een visie op lokaal beleid als hefboom voor sociale rechtvaardigheid, waarbij
gelijke toegang tot buitenschoolse activiteiten geen toeval mag zijn, maar een bewuste keuze van het
beleid. Tegelijk laat dit ruimte voor lokaal maatwerk, zonder te vervallen in strakke verplichtingen of
bestraffingen die niet passen bij een ondersteunende regierol.
Toegankelijkheid mag geen vrijblijvende doelstelling zijn, zeker niet wanneer het gaat om kinderen in
een kwetsbare positie. Dit amendement maakt het daarom verplicht voor lokale besturen om actief
werk te maken van het bereiken en ondersteunen van kleuters uit kwetsbare gezinnen en kinderen met
specifieke zorgbehoeften. Alleen zo kan worden gegarandeerd dat het recht op buitenschoolse activiteiten niet afhangt van de postcode van een gezin.
◼
AMENDEMENT NR. 2
voorgesteld door Jeremie Vaneeckhout
Artikel 6
Aan de voorgestelde tekst van punt 2° de volgende zinnen toevoegen:
“Bij de uitvoering van de erkenning, toezicht- en handhavingstaken waarborgt het
lokaal bestuur de objectiviteit en onpartijdigheid. Er wordt voorzien in een onafhankelijke evaluatieprocedure bij geschillen over erkenning of handhaving. De
Vlaamse Regering voorziet instrumenten en richtlijnen om deze neutraliteit en onafhankelijkheid in de praktijk te garanderen en is medeverantwoordelijk voor toezicht, handhaving en kwaliteitsbewaking.”.
VERANTWOORDING
Dit amendement wil tegemoetkomen aan de gedeelde en fundamentele bezorgdheden uit de adviezen
van zowel de Vlaamse Raad WVG als de SERV over de neutraliteit van lokale besturen bij de uitvoering
van erkenning, toezicht en handhaving.
De Vlaamse Raad WVG wijst in zijn advies uitdrukkelijk op het risico van lokale belangenvermenging,
en onderlijnt dat het vertrouwen van gezinnen en organisatoren in het systeem onder druk komt te
staan als het lokaal bestuur tegelijk regisseur, uitvoerder én beoordelaar is. De raad pleit daarom voor
duidelijke waarborgen voor onpartijdigheid, en vraagt bijkomende garanties voor de behandeling van
klachten. Een Vlaamse, onafhankelijke klachtenprocedure wordt gesuggereerd als noodzakelijke aanvulling op de lokale aanpak.
Ook de SERV stelt dat het decreet momenteel onvoldoende garanties biedt voor een objectieve kwaliteitsbeoordeling. Hij vraagt dat de Vlaamse overheid een regierol behoudt om uniforme toepassing en
rechtszekerheid te garanderen.
Dit amendement draagt zo bij aan een decretaal kader dat niet alleen beleidsvrijheid biedt aan lokale
besturen, maar ook de rechtspositie van gebruikers en aanbieders versterkt, in lijn …