§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat de vaststelling en inwerkingtreding van de minimumdoelen betreft #386

Gemerged Koen DaniëlsHannelore GoemanLoes VandrommeGriet VanryckegemTom SeursGianna Werbrouck N-VA, Vooruit, cd&v voegde 6 artikels samen in decreet-1997-02-25decreet-2009-05-08 · 18 juni 2025 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be 15 juli 2025 (2024-2025) Amendementen voorgesteld na indiening van het verslag op het voorstel van decreet van Koen Daniëls, Hannelore Goeman, Loes Vandromme, Griet Vanryckegem, Tom Seurs, Gianna Werbrouck en Peter Van Rompuy tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat de vaststelling en inwerkingtreding van de minimumdoelen betreft ingediend op AMENDEMENT Nr. 18 voorgesteld door Kim Buyst na indiening van het verslag Artikel 3 De bij punt 2° voorgestelde tekst vervangen door wat volgt: “§9. De minimumdoelen, opgenomen in bijlage 6 bij dit decreet, die ontwikkeld zijn vanuit de volgende vakdisciplines, zijn van toepassing vanaf de volgende data: 1° op 1 september 2026 voor alle vakdisciplines vanaf het eerste jaar kleuteronderwijs tot en met het eerste leerjaar lager onderwijs; 2° op 1 september 2027 voor alle vakdisciplines in het tweede leerjaar lager onderwijs; 3° op 1 september 2028 voor alle vakdisciplines in het derde leerjaar lager onderwijs; 4° op 1 september 2029 voor alle vakdisciplines in het vierde leerjaar lager onderwijs; 5° op 1 september 2030 voor alle vakdisciplines in het vijfde leerjaar lager onderwijs; 6° op 1 september 2031 voor alle vakdisciplines in het zesde leerjaar lager onderwijs.”. VERANTWOORDING De invoering van nieuwe minimumdoelen in het basisonderwijs behelst een fundamentele onderwijshervorming. Alle onderwijsverstrekkers en de Vlaamse Onderwijsraad benadrukken dat een succesvolle implementatie van de nieuwe doelen een constructieve afstemming van het onderwijssysteem en planmatige professionalisering vereist. Die processen zijn inherent complex en tijdrovend. Onderwijsstakeholders benadrukken unaniem in hun adviezen dat een succesvolle implementatie van de nieuwe minimumdoelen tijd, middelen en professionele begeleiding vereist. De meerderheid tracht hieraan tegemoet te komen door een gefaseerde driejarige aanpak. Het schooljaar 2025-2026 vormt een voorbereidingsjaar waarin de doelen als referentiekader gelden en scholen zich actief voorbereiden op inhoudelijk, organisatorisch en pedagogisch-didactisch vlak. In het voorstel van decreet start vanaf 2026-2027 de operationele implementatie met de kernvakken Nederlands, wiskunde, en wetenschap en techniek voor het kleuteronderwijs tot het derde leerjaar, terwijl hogere jaren nog onder de oude eindtermen vallen. In 2027-2028 volgt de volledige uitrol van alle minimumdoelen voor de jongere jaren en de uitbreiding van de kernvakken naar het vierde en vijfde leerjaar. Leerlingen die afstuderen in 2026-2027 en 2027-2028 blijven onder het oude regime. Het onderwijs staat momenteel al onder extreme druk. De aanhoudende lerarentekorten en het groeiend aantal burn-outs zijn daar duidelijke symptomen van. Een te krappe en complexe implementatietijdlijn riskeert die problemen alleen maar te verergeren. Leraren en schoolteams die nu al aan hun limiet zitten, kunnen onmogelijk tegelijkertijd hun dagelijkse taken uitvoeren en een fundamentele curriculumhervorming doorvoeren. Dat leidt onvermijdelijk tot een gehaaste implementatie ten koste van de onderwijskwaliteit, meer stress voor onderwijspersoneel en mogelijk een verdere uitval uit het beroep. Net als velen is de indiener van dit amendement principieel voorstander van inhoudsrijke doelen maar inhoudelijk resten er nog heel wat vragen en onduidelijkheden. De feedback van onderwijsverstrekkers wijst unaniem op het belang van kwaliteitscontrole – niet om te vertragen, maar net om te versterken en te verbeteren. Iedereen erkent het belang van een kennisrijk curriculum, maar tegelijkertijd heerst er grote bezorgdheid over de haalbaarheid ervan op het vlak van tijd, middelen en ondersteuning. Er is nood aan een meer realistische aanpak die rekening houdt met de pedagogische vrijheid, een consistente afstemming tussen vakken, inclusie en zinvolle evaluatie. Het is essentieel dat scholen werken met volledig uitgewerkte doelen die grondig zijn getest en verfijnd. De meerderheid stelt dat een kennisrijk curriculum zo is gestructureerd dat elk minimumdoel onderdeel is van een grotere cumulatieve kennisopbouw. Minimumdoelen helpen om een solide basis van algemene kennis te leggen, waar leerlingen op kunnen voortbouwen voor het complexere leren in het secundair onderwijs en daarna. Het selecteert kernconcepten en principes die leerlingen nodig hebben om verbanden te zien en kritisch te denken en toekomstig leren mogelijk te maken. Dat fundamentele principe van cumulatieve kennisopbouw wordt echter ernstig bedreigd door de voorgestelde gefaseerde implementatie, die leerlingen confronteert met abrupte overgangen tussen verschillende curriculumsystemen op cruciale momenten in hun leertraject. De voorgestelde gefaseerde implementatie van de nieuwe minimumdoelen creëert een complex parallel systeem dat zowel voor schoolteams als ouders moeilijk te volgen is. Die complexiteit brengt verschillende fundamentele problemen met zich mee die de kwaliteit van het onderwijs en de rechtszekerheid voor leerlingen kunnen ondermijnen: 1° Het huidige voorstel resulteert in een ‘paarse fase1’, waarin leerkrachten gedurende meerdere jaren parallel verschillende curricula moeten hanteren. Dat creëert operationele complexiteit die ten koste gaat van de onderwijskwaliteit. Schoolteams moeten gelijktijdig werken met oude eindtermen voor bepaalde leerjaren en nieuwe minimumdoelen voor andere, wat zorgt voor verwarring in de dagelijkse onderwijspraktijk. Ook voor ouders wordt het onduidelijk welk systeem op hun kind van toepassing is en wat zij kunnen verwachten. 2° Door het systeem ontstaan er cohorteffecten en schooleffecten waarbij leerlingen uit verschillende geboortejaren en/of verschillende scholen fundamenteel verschillende onderwijsbenaderingen krijgen, wat hun verdere schoolloopbaan kan beïnvloeden. 3° De gefaseerde invoering ondermijnt de cumulatieve kennisopbouw die essentieel is voor een kennisrijk curriculum. Leerlingen …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd