Tot wijziging van het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand, wat betreft de optimalisering van de werkprocessen van het Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht en de justitiehuizen #155
Gemerged Vlaamse Regering voegde 8 artikels samen in decreet-2019-04-26-1031790 · 26 november 2024 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be
ingediend op 25 maart 2025 (2024-2025)
Voorstel van decreet
van Nico Moeyaert, Yves Degraeve,
Tine Soens, Herman De Vos en Gijs Ory
over de samenwerking tussen de fractiesecretarissen
en de partijleden
Amendementen
voorgesteld na indiening van het verslag
op het ontwerp van decreet
tot wijziging van het decreet van 26 april 2019
houdende de justitiehuizen
en de juridische eerstelijnsbijstand,
wat betreft de optimalisering van de werkprocessen
van het Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht
en de justitiehuizen
AMENDEMENT NR. 6
voorgesteld door Eva Platteau
na indiening van het verslag
Artikel 3
Dit artikel schrappen.
VERANTWOORDING
Dit artikel werd volledig herschreven nadat de Raad van State erop gewezen had dat de voorgestelde
regels in strijd waren met de regels van de federale wetgever over taken en bevoegdheden van de
justitiehuizen. Het artikel werd volledig herschreven, maar behoudt de “bindende eenzijdige beslissingsbevoegdheid”. Het artikel is volgens het openbaar ministerie nog altijd een brug te ver, zo bleek uit de
nota van het College van procureurs-generaal ter gelegenheid van de hoorzitting van 4 februari 2025
in de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting, Justitie en Onroerend Erfgoed. Het stopzetten van de werkstraf of dienstverlening wordt niet meer in die bewoordingen voorzien, maar er blijft
wel sprake van een verbod om zich op een locatie te begeven. Dit opleggen van een de facto plaatsverbod behoort niet tot de bevoegdheid van de justitiehuizen. Het komt daarentegen toe aan het openbaar ministerie om in voorkomend geval de modaliteit en de tenuitvoerlegging van de vervangende
straf te herzien of zelfs in te trekken.
Wat het elektronisch toezicht betreft, voorziet het artikel dat de justitieassistent “verplichte activiteiten”
kan opleggen, maar dit komt neer op het opleggen van specifieke geïndividualiseerde voorwaarden.
Aangezien dat uitsluitend de bevoegdheid is van de gerechtelijke autoriteiten, moet artikel 3 geschrapt
worden.
AMENDEMENT NR. 7
voorgesteld door Eva Platteau
na indiening van het verslag
Artikel 9
Dit artikel schrappen.
VERANTWOORDING
Een overheid mag nooit essentiële overheidstaken opdragen aan private personen of rechtspersonen.
De aansluiting van elektronische enkelbanden is zo’n essentiële overheidstaak. De argumentatie dat de
uitbesteding alleen kan tijdens crisismomenten, is niet afdoende, want ook tijdens crisismomenten moet
de overheid in staat zijn essentiële overheidstaken uit te voeren.
Overeenkomstig de opmerking van de Raad van State in zijn advies van 8 mei 2024, wordt nader
bepaald welke niet-essentiële taken van het Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht (VCET) aan de private partner kunnen worden overgedragen. Toch ontbreekt nu een duidelijke omschrijving van wat een
dergelijk crisismoment constitueert. Het blijft bij een vrijblijvende omschrijving: “bij grote uitval van
medewerkers, zoals bij een pandemie, waardoor de continuïteit van de openbare dienst in het gedrang
komt”. Op die manier zet men de deur open om ook bij hoge werkdruk en personeelstekorten in justitiehuizen een beroep te doen op private partners. Dat gaat ten koste van de broodnodige structurele
investeringen in Justitie.
AMENDEMENT NR. 8
voorgesteld door Eva Platteau
na indiening van het verslag
Artikel 10
Dit artikel schrappen.
VERANTWOORDING
Artikel 10 beoogt het decreet van 26 april 2019 aan te vullen met een artikel dat een nieuw strafbaar
feit invoert: de persoon die elektronisch toezichtmateriaal beschadigt of verduistert, riskeert een
gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en/of een geldboete van 200 tot 4000 euro.
We volgen het advies dat geuit werd in de nota van het openbaar ministerie en ter sprake kwam tijdens
de hoorzitting van 4 februari 2025 in de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting, Justitie
en Onroerend Erfgoed. Daarin staat:
“Bij lezing van de Memorie van Toelichting (verwijzing naar artikel 491 van het Strafwetboek en het
ontoereikende karakter ervan) en de tekst van het ontwerpdecreet valt evenwel op dat:
– de strafmaat NIET overeenkomt met die van artikel 491 van het Strafwetboek én;
– dat hier ook de onopzettelijke beschadiging van ET-materiaal strafbaar is.
Gaat dit niet té ver als men de motivering leest waarom men een eigen Vlaamse strafbaarstelling wenst
in te voeren naast die van artikel 491 van het Strafwetboek, dat – toegegeven – de beschadiging niet
voorziet in de constitutieve bestanddelen van misbruik van vertrouwen?
In het nieuwe regeerakkoord wordt trouwens vermeld: ‘Het doorknippen en/of saboteren van een enkelband wordt strafbaar gesteld. Bovendien kan men gedurende een wettelijk bepaalde termijn nadien
niet meer in aanmerking komen voor een enkelband.’ Het lijkt het College van procureurs-generaal
aangewezen om ook in dezen even te wachten op de nieuwe federale wetgeving, temeer omdat de
inbreuk dan strafbaar zal zijn over het hele land.”